ZZP’er avant la lettre

The Tragedy of the Commons, de tragedie van de gemeenschappelijke gronden of de meent en iets ruimer het gemeenschappelijke bezit. Een term gemunt door de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin. De grond, bijvoorbeeld een weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus dat ene schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Zo is de redenatie van Hardin.

commonsIllustratie: www.themarysue.com

Hieraan moest ik denken toen ik het eerste, tweede en derde deel in de reeks columns van Frank Kalshoven in de Volkskrant las. Een reeks die handelt over een ander soort economie. In deel twee beschrijft hij in het kort de ‘Off the grid-economie’. Je koppelt je los van de bestaande economie en probeert zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. Dus je eigen energie/stroom opwekken, je eigen drinkwater regelen, je eigen afval verwerken en ook in je eigen voedsel voorzien. Hoe meer je dat lukt, hoe minder geld je nodig hebt en hoe minder je dus afhankelijk bent van de ‘reguliere’ economie.

Is er voldoende grond om iedereen zijn eigen voedsel te laten verbouwen? Want verliezen we dan niet het specialisme van de huidige landbouw? Een specialisme dat tot gigantische productiestijging heeft geleid. Zou dat te ondervangen zijn door bijvoorbeeld ‘Off the Grid’ dorpen? Dorpen waarin mensen samenwerken om gezamenlijk hun eigen voedsel te produceren? Een soort ‘collectieve boerderij’ of beter nog, een ‘collectief dorp’. Waar kennen we die ook al weer van? Alleen met dat verschil dat die, de kolchozen in de Sovjet Unie, van bovenaf werden verordonneerd. Zou dat een richting kunnen zijn om ‘Off the grid’ te leven? Zou dat geen schoolvoorbeeld van participatiesamenleving zijn?

Hoe nieuw is dat ‘Off the grid’ eigenlijk? Lijkt dat niet verdacht veel op de manier waarop het overgrote deel van onze voorouders eeuwenlang geleefd heeft? Een lapje grond met wat vee. Alles bij elkaar bijna genoeg om te overleven. De rest verkregen ze door de meent, de gezamenlijke gronden, wateren of bossen te gebruiken.

Maar ja, die gaan toch in de tragedie ten onder, volgens Hardin?  Inderdaad de meent ging in een tragedie ten onder waardoor velen in absolute armoede werden gestort en als dagloner moesten zien te overleven (de ZZP’er avant la lettre). Maar, kende de tragedie geen andere oorzaak dan die Hardin beschrijft? Ging de meent niet vooral ten onder omdat de landeigenaar er een hek omzette en de grond zelf in productie bracht? Omheining die mogelijk werd gemaakt omdat de opkomende parlementen (bevolkt door landeigenaren) dit mogelijk maakten. Betekende de onmogelijkheid om de grond nog gezamenlijk te gebruiken en dus het einde van de meent niet de poort naar armoede voor de oude ‘off the gridder’?

Het oude ‘Off the grid’ was geen keus maar een noodzakelijkheid. En geldt dat niet net zo voor ons huidige economische bestel? Dit bestel biedt heel veel keuze op triviaal niveau als het gaat over een pak wasmiddel, maar keuzemogelijkheid is er op het fundamentele niveau tussen “Off’ of “On the grid”? Is ons bestel niet erg eenzijdig ingericht en gericht op een leven ‘On the grid’? Is de keuze voor ‘Off the grid’ niet alleen mogelijk als je kiest voor een zeer sober bestaan als zwerver of als je voldoende kapitaal bezit? En hoe eerlijk is dat?

Wat zou er nu nodig zijn om mensen zelf te laten kiezen tussen “Off’ of “On the grid” zonder mensen tot dagloner te laten vervallen? Staat keuzevrijheid niet hoog in ons vaandel in onze westerse samenleving? Ja, maar dus niet op dit fundamentele niveau. Wij kunnen niet kiezen tussen vol blijven deelnemen aan de huidige tredmolens als ene uiterste en volledig individueel ‘Off the grid’ gaan als andere uiterste en alle varianten ertussen in. Daar is ons economische, sociale en maatschappelijke systeem niet op ingericht. Hoe groot is dan onze vrijheid om zelf te kiezen hoe we ons leven willen inrichten?

Zou een basisinkomen een nieuwe vorm van ‘meent’ kunnen zijn om ieder van ons die vrijheid te geven?

Vestzak, broekzak, platzak

Staatssecretaris Van Rijn wil het overheden of van overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk maken om te werken met Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP), zo valt te lezen op de belangensite van ZZP’ers. “De reden dat Van Rijn het werken met ZZP’ers aan banden wil leggen is dat hij niet wil dat er in schijnconstructies gewerkt wordt, waarbij geen sprake is van ondernemerschap, maar wel de ondernemersfaciliteiten worden benut.” Goed dat Van Rijn het misbruik van faciliteiten onmogelijk wil maken. Alle lof. Zou dit voorstel helpen?

fraudeIllustratie: stt.nl

Wie profiteert er van de schijnconstructie? Is dat de ZZP’er die van de ondernemersfaciliteiten (lees belastingvoordeel) gebruik maakt? Of is dat de opdrachtgever (in dit geval dus een overheid) die deze faciliteiten al van de inhuurprijs afhaalt? Zorgt de vestzak (de inhurende overheid) er niet voor dat zijn korting op de inhuurprijs, wordt betaald door de broekzak (de belasting ontvangende overheid)?

Van Rijns plannen maken het overheden en met overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk om ZZP’ers te gebruiken. Dus JA het helpt. Maar is het niet vreemd dat hiervoor dit verbod nodig is? Bij schijnconstructies is altijd een werkgever betrokken en dat is in deze gevallen de overheid. Werkt de overheid dan mee aan schijnconstructies?

Als dat zo is, dan zijn er ook andere middelen om dit misbruik te voorkomen. Verbied het overheden om met dergelijke schijnconstructies te werken. Laat de vestzak niet door de broekzak betalen, maar zorg ervoor dat de vestzak een goede prijs betaalt, die vervolgens via de broekzak weer deels terugkomt. Zou dat niet veel effectiever zijn? Zeker als blijkt dat in twaalf van de dertien gevallen er geen sprake is van een schijnconstructie. Is het doelmatig om die twaalf het werken onmogelijk te maken om dat ene, door de overheid mogelijk gemaakte, fraudegeval te bestrijden?

Wat zou er gebeuren als Van Rijn doorzet? Zou het niet kunnen dat de schijnconstructie dan wordt verplaatst? Zou het kunnen dat de overheid dan een detacheerder contracteert, een detacheerder die vervolgens een zzp’er via een schijnconstructie inhuurt? Als dat zou gebeuren dan schiet Van Rijn er niets mee op. Of toch wel? Zou dit er niet voor zorgen dat dezelfde zzp’er de overheid dan meer kost omdat de detacheerder ook moet leven? Betaalt dan niet de vestzak veel meer, moet de broekzak nog steeds betalen en gaat de overheid dan platzak aan de detacheerder?