Uitgelicht

Lekenwetenschap

Bij Joop zag ik een link naar een satirische bijdrage van Marcel van Roosmalen aan het radioprogramma De Nieuws BV. Van Roosmalen staat bekend om zijn zwartgallige humor waarbij hij iets tot in het extreme uitvergroot. In dit geval is Diederik Gommers onderwerp van spot. Gommers is volgens Van Roosmalen overal te zien en te horen en heeft overal een ‘genuanceerde mening’ over en schets altijd het zwartste scenario waarmee hij ieder feestje vergalt. ‘Kan Diederik Gommers niet uit?’ Zo vraagt Van Roosmalen zich af, Nu gaat het mij niet om Van Roosmalens satire. Het gaat mij om een reactie eronder.

Bron: WikimediaCommons

“Diederik Gommers, Marion Koopmans, Ab Osterhaus, Ernst Kuipers enz. hebben juist het ontzettend grote gevaar van Covid-19 zeer duidelijk doorgegeven aan alle 17.5 miljoen Nederlanders, namelijk met hun vaak briljante mediaoptredens, tijdens de laatste maanden. Ze hebben juist goede antwoorden gegeven in vergelijking met *het is maar een griepje* gekkies zoals Willem Engel, Wybren van Haga, Thierry Baudet enz.. Mag ik ze allemaal bedanken?”  Aldus een bijdrage van iemand die zich GabrielMokummer noemt. Tot zover niets bijzonders. Het wordt bijzonder als ene ‘Joost mag ’t weten’ reageert: “Die wappies baseren zich ook op (veelal dezelfde) bronnen maar trekken andere conclusies. De TV experts hebben het regelmatig mis terwijl de wappies achteraf vaak gelijk krijgen. TV kijkend Nederland heeft het geheugen van een goudvis en neemt alle leugens en inconsistenties voor lief. Veranderde inzichten…”

Het zal best zijn dat ‘die wappies’ andere conclusies trekken uit dezelfde bronnen en dat de experts het ook wel eens mis hebben. Iets dergelijks hoor en lees je vaker met de suggestie om de opvattingen en ideeën van ‘die wappies’ serieus te nemen en het beleid erop aan te passen. Dat wetenschappers en deskundigen het soms mis hebben is inherent aan de wetenschap. Dat ‘wappies’ en leken het achteraf soms goed hebben, is ook niet vreemd. Een wiskundige zal 99 van de 100 wiskundesommen goed maken. Een leek in de wiskunde zal er ook af en toe een goed maken. Ik zou daaruit niet concluderen dat de wetenschappers ook maar wat aan modderen. Zeker als je je realiseert dat het aantal leken het aantal deskundigen verre overtreft, dan is de kans groot dat er ergens een ‘wappie’ of leek iets beweert wat later waar blijkt te zijn. Probleem is alleen dat je bij een pandemie niet de tijd hebt om te af te wachten wie het ‘achteraf’ juist heeft. Om het wiskunde voorbeeld weer aan te halen. Die ene wiskundige maakt 99 sommen goed. 10.000 leken maken samen ook 99 opgaven goed. Als je beleid moet maken, is het lastig uit te gaan van die 10.000 leken, want welke leek maakt welke opgave goed en hoe groot is de kans dat die leek de volgende opgave ook goed maakt? Dan zou ik liever uitgaan van die wiskundige want dan is de kans vele malen groter dat de volgende som ook juist wordt beantwoord.

Dit is precies de reden waarom ‘wisdom of the crowd’ geen goede basis is om beleid op te baseren. Ook niet als degenen waarvoor het beleid is bedoeld hoog opgeleid zijn. Want inderdaad weet de ‘crowd’ waarschijnlijk alles. Bij dat alles zit echter ook veel ballast en verkeerde zaken en er is geen garantie dat de oplossing die uit de ‘Crowd’ komt werkelijk ‘wisdom’ is. De kans op een oplossing die van ‘wisdom’ getuigt, is veel groter als je de deskundigen op het gebied erbij betrekt.

Het paard en de ruiter

“Een goed paard is nog geen goede ruiter,”

toen hij deze uitspraak deed, werd hij weggehoond. Wie was hij, Co Adriaanse een marginale voetballer en redelijk trainer, wel niet om Marco van Basten, een van onze grootste voetballers, zo weg te zetten. Van Basten was zojuist benoemd tot bondscoach van het Nederlands elftal terwijl hij nog geen ervaring als coach had. Inmiddels heeft Adriaanse gelijk gekregen. Ondanks zijn kwaliteiten als voetballer bleek Van Basten geen goede trainer.

lucky LukeIllustratie: Flickr

Ik moest hieraan denken toen ik in de Volkskrant een ingezonden brief las van  Jos Engelen.

“In een goed peerreview-systeem is juist dat gewaarborgd. De voordelen van wetenschappelijke vernieuwing en de stimulering van excellentie die hiermee gepaard gaan, wegen ruimschoots op tegen de overhead die het beoordelingssysteem nu eenmaal met zich meebrengt.”

Met deze woorden onderstreept Engelen het voordeel van de huidige manier van verdelen van onderzoeksgelden voor wetenschappers. Hij zet zich hiermee af tegen een alternatief dat in een interview in dezelfde krant door Krist Vaesen wordt gepromoot. Vaesen pleit voor egalitaire verdeling van onderzoeksgelden over wetenschappers, een soort ‘basisbeurs’.

Het pleidooi van Engelen klinkt overtuigend: laat wetenschappers beoordelen welke onderzoeksvoorstellen zij het meest vernieuwend vinden en subsidieer die. Wetenschappers kunnen elkaars werk immers het beste beoordelen. Maar toch, zijn het werkelijk wetenschappers die het beste in staat zijn om de kans op succes en vooral vernieuwing van de plannen van andere te beoordelen? Zou ‘wisdom of de crowd’, in dit geval de wetenschappelijke ‘crowd’ werkelijk de kans op vernieuwing maximaliseren? Zou een peerreview-systeem het onderzoeksvoorstel van Copernicus en Galilei hebben ondersteund of zouden de ‘peers’ het hebben weggelachen?

Nu is het onwetenschappelijk om aan de hand van één voorbeeld te concluderen dat een ‘basisbeurs’ meer vernieuwing oplevert dan peerreview, of eigenlijk, dat specialisten, in dit geval wetenschappers, beter zijn in het herkennen van winnaars. Maar toch, zouden wetenschappers niet ook kunnen leiden aan de ‘confirmation bias’, naar bevestiging van hun eigen denken en gelijk zoeken en dus onderzoeken stimuleren die hun gelijk bevestigen? Dezelfde confirmation bias die goede voetballers tot goede trainers maakt en goede trainers zonder voetbalverleden niet serieus neemt?

Nationaliseren

Enige tijd geleden schreef ik over de burgerparticipatie en stelde de vraag of deze ‘wisdom of the crowd’ ook tot betere besluiten zou leiden. Dit omdat de ratio, waarop dit denken is gebaseerd, ook het onderspit kan delven tegen de emotie. Ik moest hier weer aan denken bij het lezen van het betoog van docent politieke geschiedenis Adriejan van Veen in de Volkskrant. Van Veen pleit voor aanpassing om de inspraak van burgers bij de besluitvorming te herstellen. Van Veen stelt voor om een districtenstelsel in te voeren, de opkomstdrempel voor referenda te verlagen, bestuursbenoemingen open te stellen voor iedereen en niet alleen voor partijleden en om gemeenten een groter belastinggebied te geven.

nationaliserenIllustratie: iambtenaar.eu

Een bijzonder woord, herstellen. Het suggereert namelijk dat het vroeger beter was en dat is maar helemaal de vraag. Maar daar gaat het me niet om. Zouden deze voorstellen er werkelijk toe leiden dat ‘burgers zich niet in de steek gelaten’ voelen? In de Verenigde Staten wordt zo ongeveer iedere publieke functionaris gekozen en hebben decentrale overheden een flink belastinggebied. De Britten hebben zo’n districtenstelsel. De Zwitsers referenderen er flink op los. En dat zijn niet de enige landen. Voelen de burgers van die landen zich ‘niet’ of ‘minder’ in de steek gelaten? Is er in die landen geen ‘kloof’ tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden?

Van Veen analyseert en komt tot de conclusie dat: “een serieus publiek debat,” nodig is: “over hoeveel delegatie van regelgeving en publieke dienstverlening naar de Europese Commissie en – als TiSA doorgaat – het internationale bedrijfsleven, wij bereid zijn te accepteren.”  TiSA is het Trade in Services Agreement (TiSA) waarover de VS en en de Eu, volgens Van Veen, in het geheim onderhandelen en dat ervoor kan zorgen dat: “ook zorg en onderwijs in de toekomst buiten de greep van democratisch gekozen overheden om geleverd worden. Zou daar niet de oorzaak te vinden zijn dat de burger zich ‘in de steek gelaten’ voelt? Zouden structuuraanpassingen dit kunnen veranderen en het het probleem van de ‘in de steek gelaten’ burger oplossen? Gaat de overheid na die aanpassingen wel ineens over die onderwerpen waar het ‘internationale bedrijfsleven’ over gaat?

Zou de oplossing dan niet veeleer te vinden zijn in het terugpakken van die macht? In het ‘nationaliseren’ van zaken zodat de overheid er wel over gaat?

‘Burgerparticipatie’

Via een LinkedIn-connectie kreeg ik een artikel van Anke Siegers onder ogen, getiteld Weg met die participatieladder. In plaats van die participatieladder voor burgerparticipatie, pleit zij voor de ‘Trap van Eigenaarschap’. De ladder en de trap zijn modellen die de overheid kan gebruiken om de verhouding tussen burger en overheid weer te geven. Siegers is aanhanger van de trap en anderen hangen de ladder aan. In de basis is er geen verschil tussen ladder en trap. Hoe hoger je erop klimt, hoe groter de rol voor de burger en hoe kleiner de rol van de overheid.

trap

Trap of ladder, daar gaat het me niet om. Siegers onderbouwt haar pleidooi voor de trap: “Mensen willen graag regie voeren en betrokken zijn in de besluitvorming wanneer het gaat over onderwerpen die hen aangaan. Alleen je mening mogen geven, in welke vorm dan ook, waarna nog andere mensen het besluit nemen, is niet meer voldoende. Daar is de inwoner van tegenwoordig te volwassen voor. Uiteraard zijn er mensen die zullen opperen, dat niet iedereen dat kan. Ook dat klopt. Echter, gezamenlijk kunnen mensen dit wel. Een combinatie van kaders aangeven, objectieve informatie delen en een beweging die ingezet wordt in bijvoorbeeld een vorm van een burgertop brengt alle kennis samen. Hierdoor ontstaat een wisdom of the crowd.” ‘Ladder-Aanhangers’ zouden ook hun ladder hiermee kunnen verdedigen. En daar gaat het wringen.

participatieladder

Illustratie: www.nieuwegein.nl

Samen weten we meer en samen komen we tot betere en gedragen besluiten. Dat is het idee achter ‘wisdom of the crowd’. Dat we samen meer weten klopt, maar leidt dat ook tot betere besluiten? Heeft de menigte niet vaak de neiging om vast te houden aan het bekende?  Wordt een genie niet vaak eerst miskend omdat zijn ideeën te ver af staan van de ‘wereld’ van de menigte?  Het overkwam onder andere Copernicus en Galileo Galilei.

Gaan die modellen niet uit van de ‘rationele’ mens? Een mens die op basis van rationele afwegingen tot een besluit komt. Spelen emoties tegenwoordig niet een zeer grote rol in besluitvorming?  Wordt besluitvorming niet overheerst door ‘charismatische goed gebekte’ mensen en is de ratio hieraan niet ondergeschikt? Charismatisch en goed gebekt, maar niet noodzakelijkerwijs het meest verstandig en wijs. Maar wel in staat om een ‘Copernicus’ te negeren.

Samen weten we meer, maar doen we samen met dat meer ook het beste? Of doen we het populairste?

Wisdom of the crowd

De PvdA-fractie in het Europees Parlement pleit voor het kwijtschelden van een fors deel van de Griekse schulden. Dit valt te lezen in de Volkskrant. Die schuld zou, volgens de fractie, maximaal 100 procent van het Bruto Binnenlands Product mogen bedragen. Dit zou betekenen dat een slordige €140 miljard aan schulden kwijtgescholden moeten worden, een astronomisch bedrag. Volgens fractieleider Paul Tang is dit wel nodig om ervoor te zorgen dat Griekenland financieel weer op eigen benen kan staan: “We zijn nu al zes jaar met de Griekse crisis bezig. Ik wil niet dat Griekenland over zes jaar nog steeds onder Europese curatele staat.”

griekenlandIllustratie: www.welingelichtekringen.nl

Tangs partijgenoot en minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, reageert kort en duidelijk en gooit het voorstel in de prullenbak: “Nu bijna 150 miljard euro kwijtschelden, daarvoor is zeer begrijpelijk geen enkel draagvlak in de eurolanden die dat zouden moeten betalen.” Ook economisch snijdt het volgens Dijsselbloem geen hout: “Tang kijkt ten onrechte alleen naar de omvang van de schuld en niet naar de zeer lage rente en de lange tijd die Griekenland krijgt om deze af te lossen.” Een partij, twee opvattingen. Goed dat er ook binnen partijen verschillend wordt gedacht. Welke PvdA-ers het ‘economisch’ beste voorstel doet, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de argumentatie van Dijsselbloem, het draagvlak.

Draagvlak is een politiek ‘toverwoord’. Voordat een besluit wordt genomen, wordt eerst onderzocht wat de mensen ervan vinden. Daarna wordt er een oplossing gezocht die tegenmoet komt aan de ideeën en wensen van wat de grootste groep vindt. Waar komt toch de idee vandaan dat besluiten op draagvlak moeten kunnen rekenen? Dat een meerderheid van de bevolking zich erin moet kunnen vinden? Ja, het lijkt op en top democratisch om dát te doen waar een meerderheid zich in kan vinden. Je maakt gebruik van de ‘Wisdom of the crowd’. Klopt het wel dat een door een meerderheid gedragen besluit ook het beste of wijste besluit is wat je kunt nemen? Of zou John Stuart Mill gelijk hebben toen hij schreef: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.”

Hebben onze volksvertegenwoordigers en onze regering niet als taak om de de beste, wijste  besluiten te nemen? Als dat een besluit is waar het overgrote deel van de mensen zich in kan vinden is het mooi meegenomen. Als dat niet het geval is, is het een impopulair besluit, is het dan niet aan de volksvertegenwoordigers en de regering om dit besluit uit te leggen en er zo draagvlak voor te creëren en leiderschap te tonen?