Radicaliseren en/of ridiculiseren

Twee thema’s die overheidsland bezig houden zijn het voorkomen van radicalisering en iets wat ondermijning wordt genoemd. Hiermee wordt bedoeld het infiltreren van de ‘bovenwereld’ door de ‘onderwereld’. Omdat ik werkzaam ben in gemeenteland, zie ik geregeld informatie hierover voorbijkomen. Alleen vraag ik me soms af of overheden zelf wel weten wat ze aan het doen zijn.

Opruimen_van_landmijnen_bij_Hoek_van_Holland._Duitse_krijgsgevangen_worden_daarb,_Bestanddeelnr_120-1022

Foto: Wikimedia Commons

Zo werd ik een tijdje geleden door een samenwerkingsverband van gemeenten uitgenodigd om deel te nemen aan een cursus ondermijning. Een cursus wat? Zouden de deelnemers werkelijk heel letterlijk leren hoe ze mijnen moeten leggen? Nee, zo letterlijk zal de overheid het niet bedoelen. Iets minder letterlijk dan en toegespitst op het onderwerp, is dit dan niet een cursus voor de onderwereld? Voor de Holleders, Van Houten en hoe ze ook mogen heten? Een cursus waar je geleerd krijgt hoe je de bovenwereld kunt ondermijnen? Navraag leerde dat de cursus juist was bedoeld voor de ‘bovenwereld’ met als doel het herkennen van signalen die erop duiden dat de ‘onderwereld’ naar boven kruipt. Een cursus over het voorkomen van ondermijning dus. 

Nog een voorbeeld. Gisteren las ik een brief van een van onze ministeries. In de brief riep het betreffende ministerie gemeenten op om ‘preventief radicaliseringsbeleid’ op te stellen. Zou het ministerie werkelijk vinden dat mensen moeten radicaliseren? En, aangezien in de brief vooral werd gesproken over islamitisch radicalisme en jihadisme, hoe gemeenten iedereen vroegtijdig ‘aan de jihad’ kunnen krijgen? Nee, dat werd niet bedoeld. Het betreffende ministerie wil juist dat gemeenten gaan kijken wat zij kunnen doen om te verhinderen dat mensen radicaliseren.

Zonder, om even te allitereren, radicaliseren te ridiculiseren, kan de overheid niet een cursusje duidelijk communiceren gebruiken? 

Begrensd door grenzen

In Dagblad de Limburger van zaterdag 16 september schrijft Johan van de Beek over radicalisering. In zijn column citeert hij uit een brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van twee jaar geleden over radicalisering:

“De aanpak van radicalisering en gewelddadig jihadisme is een van de belangrijkste thema’s in het internationale en nationale veiligheidsbeleid. de rijksoverheid werkt intensief aan de versterking van de aanpak van radicalisering en jihadisme. Gemeenten hebben bij uitstek een belangrijke rol in de integrale aanpak.”

Deze week bleek dat veel kleine gemeenten weinig aan voorkoming van radicalisering en gewelddadig jihadisme doen.

terrorismebestrijdingFoto: Pixabay

Waarom deze gemeenten er niets aan doen? “Die krijgen geen ‘signalen’ en denken dan dat er ook niets is. Het kan ook zijn dat de gemeenten het niet zien, zegt de inspectie.” Van de Beek ziet andere oorzaken: “ze zien het wel maar doen net alsof het niet bestaat (in de hoop dat het weggaat), ze hebben mensen aangenomen die het niet zien omdat ze niet weten waar ze moeten kijken of hebben mensen aangenomen die het zien maar met houtje-touwtjeoplossingen een probleem proberen aan te pakken waar ze zelf onderdeel van zijn.” Een forse conclusie of moet ik zeggen beschuldiging? Mensen die bewust niet ingrijpen en zelfs onderdeel van het probleem zijn, “ambtenaren die geen flauw benul hebben.”

Zou het niet nog wat anders kunnen zijn? Zou het kunnen dat de VNG het verkeerd heeft gezien? Dat die ‘bij uitstek belangrijke rol in de integrale aanpak’ van gemeenten niet zo belangrijk is? Al eerder vroeg ik me af of het uitgangspunt achter het zorgbeleid dat er vanuit gaat dat de gemeente de meest nabije overheid is en dat die meest nabije overheid het beste de zorg voor mensen kan organiseren, een aanname is. Zou het kunnen dat de belangrijke rol die de gemeenten voor zichzelf zien en waarin het rijk hen bijvalt, een aanname is?

Gemeenten zijn gebonden aan de grenzen van hun grondgebied, mensen niet. Mensen trekken vrijelijk van de ene naar de andere plek en via de digitale snelweg ‘flitsen’ ze nog sneller en verder over de aardbol. Zou het kunnen dat gemeenten, door hun gebondenheid aan hun grenzen juist niet de ‘bij uitstek een belangrijke rol’ kunnen spelen die ze claimen? Worden ze niet begrensd door hun grenzen?

Radicaal

Radicalisering houdt de gemoederen flink bezig. Met name kleinere gemeenten doen er niets aan, die denken ervan gevrijwaard te blijven, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een expert, een voormalig geradicaliseerde meldt in dezelfde krant dat de-radicalisering afdwingen niet werkt. En in Amsterdam werd een ambtenaar ontslagen, zat de burgemeester in het ‘beklaagdenbankje’ en gaat men geen gebruik meer maken van ‘gederadicaliseerden’ bij het voorkomen van radicalisering.

copernicus

Foto: Wikimedia Commons

Laten we eens wat dieper in radicalisering duiken en waar beter te beginnen dan in de Van Dale. Een radicaal is

“iemand die vergaande hervormingen wil,”

aldus het woorden boek. Nu hoor je politici vaker over hervormingen en de ene wil daarin verder gaan dan de andere. Als je praat over flexibilisering van de arbeidsmarkt dan zal iemand van de SP een VVD-er of D66-er radicaal vinden. Omgekeerd wellicht ook wel. Een lid van de SGP of de ChristenUnie vindt D66 om andere redenen radicaal, denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als euthanasie, abortus en het gebruik van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden. Of de gezondheidszorg, nationaliseren zegt de SP, ‘aan de markt overlaten’  roepen D66 en de VVD.

Ik begin me af te vragen of ik niet ook radicaal ben? Of de gemeente dan ook iets aan mij zou moeten doen? Een pleidooi voor bijvoorbeeld een basisinkomen is voor velen radicaal.  Je moet immers werken voor je geld. Of het idee dat je al deel uitmaakt van, en participeert in de samenleving door er gewoon te zijn, de politieke goegemeente denkt daar anders over. In zijn tijd was Copernicus ook een radicaal, net als Galilei. Zou niet iedereen op een of andere manier radicaal zijn?

Is radicalisme werkelijk een of het probleem? Of is geweld en gewelddadigheid het probleem?

Overreactie

“In Europa zijn naar schatting meer dan 50.000 geradicaliseerde moslims. ‘Het kunnen er ook duizend minder zijn. Of duizend meer. Maar ze stellen de veiligheidsdiensten voor een probleem.”

Een uitspraak van EU-coördinator voor terrorismebestrijding Gilles de Kerchove die is te lezen bij Elsevier. Dat zijn veel radicalen en het probleem, zo blijkt, is te bepalen wie van hen gevaarlijk is, geweld wil gebruiken. Niet iedere radicaal is immers bereid geweld te gebruiken. Kerchove betwijfelt of deradicalisering mogelijk is: “Iemand die zeer radicaal is, zal bij zijn ideeën blijven.” Een zorgelijke situatie die om alertheid vraagt van ons allen. Dat iemand die radicaal is radicaal zal blijven valt te betwisten. Er zijn immers veel voorbeelden van mensen die hun radicale jeugdige veren af hebben geschud.

politie

Foto: PxHere

Vijftigduizend zijn er veel en als de helft ervan gevaarlijk is, dan kan dat voor veel ellende zorgen. Een klus waar de veiligheidsdiensten hun tanden in kunnen en moeten zetten. Wat ik me afvraag is of die alertheid zich alleen op die gevaarlijke geradicaliseerde moslims moet richten. Dan bedoel ik niet alleen dat de veiligheidsdiensten ook hun tanden moeten zetten in het zoeken en volgen van anderen die bereid zijn om geweld te gebruiken.

Zouden we niet ook alert moeten zijn op de reactie op radicalen die geweld willen gebruiken? Op de overreactie? Op een permanente ‘noodtoestand’ die in Frankrijk van kracht is? Op de permanent patrouillerende militairen in de Belgische en Franse straten? Op de wetten die veiligheidsdiensten zeer veel ruimte geven om mensen te volgen, af te luisteren en gegevens te bewaren, waarmee recent door de beide Nederlandse Kamers is ingestemd?

Zou de overreactie van een deel van de vijfhonderdmiljoen andere Europeanen niet veel schadelijker kunnen zijn. Een overreactie door politici die aanschurken tegen de uitspraken van ‘reaguurders’ onder het artikel en daarmee het klimaat voor bizarre maatregelen mogelijk maken.

Het gewelddadige deel van die vijftigduizend Europeanen kan veel ellende veroorzaken. Zij kunnen onze democratie niet omver werpen. Zij kunnen onze wetten niet veranderen. Zij kunnen de luiken van onze open samenleving niet sluiten. Die macht hebben ze niet. Overreactie op hun geweld, kan dat wel.

Provocerende puber

Scholen en leraren hebben het moeilijk met radicalisering en de gespletenheid in de klas. Gespletenheid door de totaal verschillende wereldbeelden. De ene groep wantrouwt westerse media en ziet overal complotten van de Verenigde Staten en Israel. De andere groep wantrouwt alles wat met moslims te maken heeft en ziet overal extremisten. In de Volkskrant een interview met Margalith Kleijwegt die in opdracht van het Ministerie van Onderwijs onderzocht hoe docenten omgaan met deze problematiek. In dit interview wordt de volgende vraag gesteld:“Stel een leerling roept dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept. Wanneer is zo’n opmerking een signaal van radicalisering en wanneer is het provocerend pubergedrag?”

provoceren

Foto: www.fcupdate.nl

Een zeer bijzonder vraag want er worden meteen twee mogelijke antwoorden bij gegeven: radicalisering of pubergedrag. Kleijwegt antwoordt: “Dat weet je niet” en geeft vervolgens een voorbeeld waaruit je kunt opmaken hoe moeilijk het is om te kiezen tussen de twee mogelijke antwoorden. Zijn dat echter de enige antwoorden? Wordt het niet interessant als de achtenvijftigjarige Henk, die van Ingrid, beweert dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept? Is Henk dan ook aan het radicaliseren of is er dan sprake van puberaal gedrag?

Wordt het niet nog interessanter als een wetenschapper en publicist een soortgelijke uitspraak doet? Ook in de Volkskrant een interview met rechtsfilosoof Afshin Ellian. Ellian maakt zich zorgen over het salafisme dat hij als zeer gevaarlijk beschouwt en hij ziet te weinig urgentie om het te bestrijden. Het interview sluit af met de volgende zinnen: “Als het salafisme echt groot wordt, is het steeds moeilijker te bestrijden. Dan bestaat het gevaar van gewelddadige conflicten. En daarom moet je ingrijpen nu het nog kan.” Staat hier niet met andere woorden hetzelfde als die leerling in de vraag roept, maar dan geprojecteerd in de toekomst en met iets wat er nu nog tegen gedaan kan worden?

Is het volgens Ellian niet al te laat als hij het volgende beweert: “Alle moslims krijgen met de paplepel ingegoten dat ze superieur zijn en het voorbeeld van Mohammed moeten volgen. En wat is dat voorbeeld? De profeet dwong mensen tot bekering, voerde de sharia in en stichtte een islamitische staat. Want alleen in een islamitische staat kun je de islamitische wetten toepassen”? Dit is geen radicale versie van de islam het is, aldus Ellian, dé islam.

Is Ellian een provocerende puber of is hij aan het radicaliseren, maar dan de andere kant op? Wie gaat het gesprek aan met dit radicalisme?

Nederlands terrorisme

Sylvia Witte geeft op haar weblog een zeer interessante analyse van radicalisering. Zij beschrijft radicalisering van moslimjongeren als een spiegel van de radicalisering van blanke niet-moslims. Allochtoon en autochtoon zal menigeen zeggen, de Ballonnendoorprikker niet want zijn die woorden geen onderdeel van het probleem? Dit naar aanleiding van de aanslagen in Brussel. Radicalisering staat de laatste jaren erg in de schijnwerpers, omdat het als een voorstadium van terrorisme wordt gezien.

RooseveldtIllustratie: quotesgram.com

Wat is terrorisme eigenlijk? Beatrice de Graaf hanteerde in haar DWDD college de definitie van de nationaal coördinator terrorismebestrijding. Die luidt: “Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Daar kun je wat mee. Er is echter één probleem, deze definitie is er pas net, terwijl we al zeer lang over terrorisme spreken. Daarom naar de Vandale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur” en terreur is: “georganiseerd politiek geweld”. 

Deze definities laten ruimte voor terrorisme gepleegd door (groepen) burgers, maar ook door de staat.  Zo noemden de Nederlanders de Indonesische nationalisten, terroristen. De nationalisten zelf zagen zich als vrijheidsstrijders en met hen een groot deel van de wereld, waaronder de Verenigde Staten. Enkele jaren later noemden de Verenigde Staten Vietnamese opstandelingen terroristen, terwijl zij hetzelfde wilden als de Indonesische nationalisten.

Terug naar Nederland. Kan het bekogelen van gemeentehuizen, het ingooien van ramen van politici en bestuurders, bedreigingen, het ophangen van varkenskoppen niet ook worden gezien als terreur? Wordt er immers niet gedreigd met geweld, geweld toegepast soms met maatschappij-ontwrichtende zaakschade als gevolg? Dit wellicht tot vrees van (een deel van) de bevolking en het is in ieder geval bedoeld om de politieke besluitvorming te beïnvloeden? Zou dit ‘Nederlands’ terrorisme niet net zoveel aandacht moeten krijgen als het ‘IS-terrorisme’? Vraagt dit niet net zoveel inzet en energie van de veiligheidsdiensten, politie en justitie? En net zo’n harde veroordeling door politici? Of is iets anders nodig?

Aanhakend bij de analyse van Sylvia Witte en haar analyse van een gespiegelde radicalisering. “Terreur bestaat voor het grootste deel slechts uit nutteloze wreedheden gepleegd door bange mensen om zichzelf gerust te stellen,”  aldus Friedrich Engels. Zou de oorzaak van radicalisering aan beide zijden angst kunnen zijn? Wellicht zijn ze bang voor hetzelfde, namelijk de angst voor de toekomst?

Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?