Homo economicus en belastingen (deel 1)

‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’, het overbekende motto van de Nederlandse Belastingdienst. Zou het toeval zijn dat de dienst dit motto in 1994 introduceerde? Nee, toeval was het niet. Het was immers precies de periode dat er werd begonnen met de digitalisering van de belastingaangifte. Aangifte doen werd een stuk makkelijker omdat je je niet door die hele stapel papier hoefde te werken. Nee, geef antwoord op de vraag en je gaat automatisch naar de volgende relevante vraag. Alle irrelevante vragen die op de papieren versie tussen deze twee vragen stonden, hoefde je niet meer te lezen. Dat verklaart het tweede deel van het motto. Hoe zit het met het eerste deel?

Allegorie op de invoering van de tiende penning; de Nederlandse maagd geknield voor Alva temidden van verscheurde privileges. Bron: Picryl

Ik moest hieraan denken toen ik op de site Opiniez het pleidooi van Johannes Vervloed voor het overnemen van het economisch beleid van president Trump las. “Aan de vooravond van de verkiezing van Trump kampte de VS met een situatie, die vergelijkbaar is met Nederland nu. Een scheve verdeling van de welvaart, een groot en steeds groter wordend verschil tussen rijk en arm, een tweedeling van de samenleving. De VS kent na twee jaar Trumponomics weer een sterke economische groei, honderduizenden nieuwe banen zijn gecreëerd en vele laagbetaalde werknemers komen uit de armoedeval.” Hoe heeft Trump dat volgens Vervloed gedaan? “Door de belastingverlagingen van Trump zijn de kosten voor de werkgever gedaald en is de koopkracht van de werknemer toegenomen. Dit dubbele effect zwengelt de Amerikaanse economie aan en haalt de laagbetaalde werknemer uit de armoedeval.”  

Als we de geschiedenis erop naslaan, dan zien we dat ‘belastingen’ vaak een rol speelden in conflicten tussen soeverein en onderdanen. Neem de ‘Tiende penning van Alva’, de poging van Phillips II om de belastinginning te centraliseren. Een poging om een zestiende-eeuwse belastingdienst op te zetten.  Die ‘tiende penning’ was eigenlijk een verzameling van verschillende belastingen bestaande uit 10% belasting op roerende goederen (een soort BTW) 5% omzetbelasting bij de verkoop van onroerend goed (een voorloper van de huidige overdrachtsbelasting) en 1% belasting op onroerend goed (een voorloper van de huidige onroerende zaakbelasting). Dit leidde tot groot protest, die belasting was te hoog, maar vooral stak het de Provinciën van de Lage Landen dat het geld werd gebruikt om hen te ‘onderdrukken’. Die ‘tiende penning’ was een van de belangrijke oorzaken voor de opstand van die Provinciën. Een opstand waaruit uiteindelijk de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën groeide. Zo kun je zeggen dat hoge belastingen tot opstanden leiden. Bijzonder is dan wel dat de ‘opstandelingen’ zelf ook belastingen hieven om de strijd mee te betalen. In het geval van Willem van Oranje een belasting van 15% op roerende goederen, een hoger percentage dan Phillips II wilde heffen.

Belastingen speelden ook een belangrijke rol in het ontstaan van de Verenigde Staten. Het Engelse moederland probeerde de handel van de kolonie te reguleren. Dat hield vooral in dat er werd gezocht naar mogelijkheden om de revenuen ervan zoveel mogelijk in Engeland terecht te laten komen. Barbara Tuchman beschrijft dit beeldig in haar boek De mars der dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam. Dat reguleren gebeurde vooral door het invoeren van allerlei belastingen. De dertien Koloniën verzetten zich hiertegen met als leus: ‘No taxation without representation.’ De huidige Tea Party in de VS dankt haar naam nog een een reactie op een van die belastingen, namelijk de belasting op thee. Met deze Tea Act wilden de Engelsen de smokkel van thee tegengaan en gelijkertijd een monopolie op de theehandel vestigen voor de Engelse East India Company. De kolonisten waren dol op thee. De wet leidde tot een reactie vanuit een deel van de kolonisten die zich de Sons of Liberty noemden. Op 16 december 1772 gingen zij aan boord van de eerste schepen met thee die aangemeerd lagen in de haven van Boston. De actie kreeg daarom de naam de Boston Tea Party.

Een schilderij van de Boston Tea Party waarop te zien is dat de thee in het water wordt gegooid. Bron: Wikimedia Commons

Twee voorbeelden van belastingen die een rol speelden in opstanden. Wat hierbij opvalt is dat de hoogte van de belasting een ondergeschikte rol lijkt te spelen en het meer lijkt de gaan om wat er met de geïnde belasting gebeurt en vooral wie daarover beschikt. De opstandige Provinciën van de Lage Landen betaalden immers grif de hogere belasting van Willem van Oranje omdat die hun belangen beter vertegenwoordigden. De opstandige koloniën waren ook niet tegen het betalen van belastingen. Zij wilden alleen mee bepalen waaraan die werd besteed. Twee voorbeelden die laten zien dat belasting betalen wel leuker kan worden gemaakt. Leuker als je mee mag besluiten wat er met het belastinggeld gebeurd. 

Als we naar het recente verleden kijken, dan valt op dat de belastingtarieven flink zijn gedaald. Neem de VS, in 1943 betaalde de Amerikaan over iedere dollar die hij boven de $ 200.000 verdiende 94% belasting. Dit waren natuurlijk buitengewone omstandigheden. Echter, tot de verkiezing van Reagan als president lag dit percentage steevast boven de 70%. Reagan verlaagde het naar 50% en nu ligt het op 40,8%. In Nederland zien we iets soortgelijks. Van het hoogtepunt van 72% is het vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw gedaald naar 51,95% nu. In die periode van daling, komt de Belastingdienst met het motto ‘leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.’ Precies de periode dat de neoliberale boodschap de boventoon is gaan voeren. Een boodschap die er in het kort op neer komt dat de vrije markt heilig is en dat de overheid zich daar niet mee moet bemoeien. Want dat bemoeien hindert vrije mensen en bedrijven in hun doen en laten. Daarom moet de overheid zo klein mogelijk zijn. Een neoliberale boodschap die belastingen hooguit als een noodzakelijk kwaad ziet, als iets niet leuks. De Amerikaanse president Trump denkt er ook zo over. Hij heeft de belastingen verder verlaagd en Vervloed wil dat Nederland dat ook gaat doen. 

Als het je opvatting is dat de overheid in de weg loopt en dat die zo klein mogelijk moet zijn, dan kan ik me voorstellen dat je voor belastingverlaging pleit. Van minder geld kun je immers minder overheid overeind houden. Toch ontkom je er dan niet aan om te bepalen wat die minimale omvang moet zijn. En bij die minimale omvang hoort een bepaald bedrag. Vervloed ziet dat anders en volgt hierbij de theorie van aanbodeconoom Arthur Laffer. Die theorie gaat niet uit van wat nodig is om die minimale overheid te kunnen betalen, maar dat we moeten bepalen wat de ‘optimale belastingdruk is. Vervloed: “Bij 100% belastingdruk is de motivatie om te werken nul.”  Dan werkt niemand en zijn er geen belastinginkomsten volgens deze theorie. De mens is immers een homo-economicus. Hier kom ik later nog op terug. Ook bij een belastingpercentage van 0% zijn er geen belastinginkomsten. Tussen de 0 en de 100, zit er ergens een percentage waarbij de belastingopbrengst maximaal is en mensen nog steeds maximaal willen werken. 

Volgens Vervloed is dat bij het huidige belastingpercentage niet het geval. De belastingen moeten dus omlaag. Dat betekent wel dat bij gelijkblijvende overheidsuitgaven, de staatsschuld toeneemt. Geen probleem, de tijd lost dat op volgens Vervloed: “In eerste instantie derft de overheid belastinginkomsten. De belastingverlaging kost geld en doet de staatsschuld toenemen. Door de met de belastingverlaging gecreëerde economische groei krijgt de overheid binnen enkele jaren meer belastinginkomsten en kan de staatsschuld daarmee weer worden afgebouwd.”

Laten we de redenering achter die theorie eens volgen. Het begint met het verlagen van de belastingen zonder dat er een verlaging van de overheidsuitgaven tegenover staat. Dat zorgt ervoor dat de belastingbetaler meer geld over heeft. Dat geld wordt vervolgens besteed aan spullen of vakanties. Omdat er meer spullen en diensten worden verkocht, groeit het nationaal inkomen. Aan de andere kant, moet de overheid lenen om het gat dat hierdoor in haar financieel huishouden ontstaat te dichten. Laten we aannemen dat het gat 1.000 is. De overheid moet dan 1.000 lenen om dat gat te dichten. Alleen ‘geld lenen kost geld’ ook voor de overheid. De kosten van de lening (de rente) moeten ook worden betaald. Stel die kosten bedragen 25. Dat betekent dat de overheid 1.025 moet lenen om dat gat te vullen. Als we uitgaan van een gemiddelde belastingdruk in de VS in 2017 van 27,1%, dan moet het nationaal inkomen met bijna 3.800 groeien wil de overheid het gat kunnen dichten. Nu in echt geld: iedere euro of dollar belastingverlichting moet leiden tot 3,7 euro of dollar aan economische groei. Die euro of dollar moet zich dus bijna verviervoudigen.

Alleen heb je als overheid geen garantie dat de belastingbetaler dat geld ook werkelijk uitgeeft. Als het op de bank wordt gezet, er wordt een lening bij de bank van afbetaald of er worden aandelen gekocht, dan heeft het helemaal geen effect. Trouwens, als je ervan op vakantie gaat, dan heeft het alleen effect als die vakantie in eigen land is. Ga je naar een buitenland, dan lekt dat voordeel weg naar je vakantieland. In een open handelseconomie als de Nederlandse is de kans dat een deel weglekt redelijk groot.

Bron: Wikimedia Commons

Een prachtige theorie en een mooi betoog. Alleen is dit al ruim drie decennia staand beleid. Ja, het leverde nieuwe banen op, maar dan wel banen met een minder salaris dan de banen die er verdwenen. Dit beleid heeft er in de Verenigde Staten voor gezorgd, dat Jo Sixpack nu minder te besteden heeft dan zijn grootvader begin jaren zeventig. Om een beetje te kunnen leven heeft Jo nu samen met zijn vrouw meerdere baantjes nodig terwijl zijn grootvader genoeg verdiende om met één baan zijn gezin te verzorgen. Ook heeft dat beleid ervoor gezorgd dat de Amerikaanse staatsschuld alleen maar is opgelopen. Dat de ongelijkheid in de Amerikaanse samenleving flink is toegenomen. Dat de top 1% van de Amerikanen hun vermogen zag groeien. En zoals we zagen, heeft Nederland dit beleid ook in meer of mindere mate overgenomen en ook hier zien we dat Jan Modaal tegenwoordig minder luxe van zijn modale inkomen kan leven dan vroeger. Vroeger kon een postbode van zijn salaris een gezin onderhouden, tegenwoordig kan hij zichzelf niet eens onderhouden. We zien we de ongelijkheid toenemen en loopt ook de staatsschuld steeds verder op. Bijzonder aan deze theorie is trouwens dat ze nooit wordt gebruikt om belastingverhoging mee te onderbouwen. 

In de volgende Prikker ga ik verder en komt de homo economicus om de hoek kijken.

The Day after Tomorrow

“Mr. Gorbatshov, tear down this wall.” Een uitspraak van de voor de meeste Amerikaanse republikeinen ‘heilige’ president Ronald Reagan. Die muur dat was de Berlijnse muur en die moest weg omdat de muur mensen belemmerde in hun vrijheid. Nu, ruim dertig jaar later zit er weer een, bij een deel van de republikeinen ‘heilige’ president Donald Trump. In die dertig jaar is er veel veranderd. De huidige president wil een muur bouwen. Een muur die er deels al staat. Om het daarvoor benodigde geld te krijgen, ligt een deel van de Amerikaanse overheid al een week of twee plat. En zelfs de gedachte om hiervoor de noodtoestand uit te roepen heeft hij, zo is te lezen, overwogen en wijst hij niet categorisch af: “Ja, dat heb ik….We kunnen het doen. Ik heb het niet gedaan. Maar ik kan het doen.” 

Bron: Pixabay

Nu was die ene muur, de Berlijnse, bedoeld om mensen binnen te houden en wil Trump een muur om mensen buiten te houden. Een duidelijk verschil of toch niet? De Berlijnse muur beknotte de vrijheid van de Oost-Duitsers. Die konden niet vrij naar het Westen reizen en hun geluk aldaar beproeven. Zij zaten opgesloten in het Oosten. Trumps muur is juist bedoeld om mensen buiten te houden, niet om de vrijheid van de mensen binnen de muur te beknotten. Of is dit slechts een kwestie van semantiek? Even wat geschiedenis.

De bekendste muur is ongetwijfeld de Chinese muur. Een verdedigingslinie bestaande uit rivieren, heuvels bergen én muren. Die linie is niet in één keer gebouwd. Er is eeuwen aan gewerkt, grofweg tussen 700 voor onze jaartelling en de Mingdynastie die tot 1644 over China heerste. De muur was bedoeld om de ruitervolken van de steppen ten noorden van de muur, op afstand te houden. Om een paar van die steppenvolkeren te noemen, in de begintijd van de muur waren dat de Xiongnu een volk dat erg bedreven was in het boogschieten tijdens het paardrijden. In de dertiende eeuw de Mongolen onder Dzjengis Khan en in 1644 maakten de noordelijke Mantsjoe een einde aan de Mingdynastie. Voor al deze volkeren was de muur een lastige hindernis in hun opmars, meer niet. Lees Jonathan Holslags boek Vrede en Oorlog. Een wereldgeschiedenis er maar op na.

De Chinezen waren niet de enigen die zich verlieten op muren. Eeuwenlang beveiligde steden zich met vestingmuren tegen indringers. Vestingmuren met poorten waardoor je naar binnen kon als je tenminste binnen mocht. Om te voorkomen dat onverlaten naar binnen kwamen, werden die poorten bewaakt en de bewakers hielden toezicht op wie er naar binnen kwam. Een muur om de boze buitenwereld buiten te houden.

Niet dat die muren werkelijk effect hadden bij het buiten houden van de vijand. Al snel ontwikkelde de mens werktuigen om steden te belegeren. Als het daarmee niet lukte om de muren te slechten dan lukte het in ieder geval wel om het leven binnen de muren tot een ellende te maken. Bijzonder nadeel van vestingmuren is dat een eventuele belager van de stad ze ‘gratis’ kon gebruiken bij de belegering. Gratis gebruiken door ervoor te zorgen dat er niets meer de stad in kon gaan. Als je lang genoeg wachtte dan verhongerde iedereen binnen de muren omdat het eten op was. Dezelfde muur die de stad die ze bouwde veiligheid zou moeten bieden, zorgde voor ellende en onveiligheid. Met de introductie van het kanon bood de muur nog minder bescherming. 

Toch bleef men nog heel lang aan vestingen vasthouden. In haar boek Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon besteedt Beatrice de Graaf veel aandacht aan de rol van forten in de verdediging van Europa tegen Frans geweld na de Napoleontische oorlogen. In die tijd dacht men dat een bedreiging alleen maar vanuit Frankrijk kon komen. Een eeuw later wist men wel beter. Het is trouwens heel normaal dat men de ‘vorige’ oorlog als maat neemt voor de volgende. Terug naar die forten. Napoleon had al laten zien dat een reeks forten weinig meer te betekenen had. Je kon ze gewoon links laten liggen, verder optrekken en het bewonende garnizoen negeren. Dat kon je in bedwang houden door een klein deel van je troepen achter te laten. Die les weerhield de Europese machten, de Powers that Be noemde ik ze in De schaduw van Baudet, niet om een fortuin te besteden aan de bouw van forten. De grote man in die tijd de hertog van Wellington, zag dat zelf ook in (pagina 323): “ De recente campagnes tijdens de revolutionaire oorlogen hebben laten zien dat versterkte plaatsen enigszins uit de de mode zijn geraakt… dat forten en vestingen weinig nut hebben en in ieder geval niet de investeringen waard zijn die ze kosten.” 

van het fort Eben Emael. Bron: Wikimedia Commons

Dat forten en vestingen weinig militaire waarde hadden, was al bekend. Dat betekende echter niet dat ze niet meer werden gebouwd. Neem het Belgische fort van Eben Emael. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar en daarmee waren de risico’s die de Belgen zagen, beheerst. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. De bekende risico’s waren beheerst, onbekende, vernieuwende risico’s niet. Laat de Duitsers nu net met het onbekende, gedurfde aan de slag zijn gegaan. Zweefvliegtuigen en paratroepen die ongezien op het fort landden en het zo van binnenuit uitschakelden. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken, de Duitsers hun Westwall en investeerden diezelfde Duitsers veel geld en materiaal in de Atlantikwall die op D-Day niet in staat bleek om een geallieerde landing te voorkomen.

Toch wil de Amerikaanse president Trump een kapitaal besteden aan een muur. Hij is niet de enige en de eerste, zijn voorgangers hebben ook geïnvesteerd in grensbewaking en hekken. Dit tegen hoge kosten, met relatief weinig succes en veel ellende als resultaat. En niet te vergeten, goed gevulde beurzen van smokkelaars. Immers hoe lastiger het wordt, hoe hoger de prijs die de toch al arme sloebers moeten betalen om de grens over te steken. Iets wat we ook langs de Europese grenzen zien. Want we kunnen hier wel lachen om Trump en zijn muur, Europese landen en de Europese Unie doen hetzelfde. De geschiedenis laat echter zien dat alle muren gaten vertonen, dat je erover en eromheen kunt en dat ze het bij voldoende druk begeven.

Al lukt het Trump om langs de hele zuidgrens een muur te plaatsen, dan nog zullen er tunnels onder de muur worden gegraven. Dan zullen slimme smokkelaars een schip kopen, het vullen met mensen en koers zetten naar een haven of gebied ruim voorbij die muur. Nee, de geschiedenis laat zien dat forten en muren om mensen buiten te houden een slechte reputatie hebben. 

Zoals hierboven al een paar keer geschreven, is het makkelijker om mensen binnen een muur te houden. Gedetineerden ontsnappen relatief zelden uit een gevangenis. Dat zal er ook mee te maken hebben dat het hen aan de middelen ontbreekt om gewapende bewakers te overmeesteren of de muren te slechten. Wellicht is dat ook de reden dat de Berlijnse muur zeer succesvol was in het voorkomen van een vlucht naar het Westen. 

Dit schrijvend, moet ik denken aan de ‘rampenfilm’ The Day after Tomorrow. In de film staat klimaatverandering centraal. Daar waar het klimaat in de werkelijkheid tot nu toe langzaam verandert, gaat dat in de film anders. In een paar dagen verandert het grootste deel van het noordelijk halfrond in één ijsmassa. Voor de inwoners van het noordelijke deel van de Verenigde Staten gaat dat te snel om nog te vluchten naar warmer oorden. Het Zuidelijke deel heeft nog een kans en vlucht naar …. Mexico. Ik laat het aan een creatieve scenarist en regisseur om eenzelfde film te maken maar dan met Trumps muur. Dat zou het voor de vluchtende Amerikanen een stuk moeilijker maken om de grens met Mexico over te steken. Het zou het voor Mexico een stuk makkelijker maken om de stoet Amerikanen tegen te houden. Je hoeft alleen maar de poorten in de muur dicht te houden. Net als bij die oude forten. Zou Trump daar al eens over hebben nagedacht?


Letters van een geest of geest van de letters

In de Verenigde Staten moet een nieuwe opperrechter worden benoemd voor het Hoog Gerechtshof. Die worden voor het leven benoemd en dat betekent dat het land mogelijk nog jaren lang met de nu te benoemen persoon en de manier waarop die in het leven staat, te maken heeft. De opperrechter wordt door de president voorgedragen en vervolgens na goedkeuring door de senaat benoemd. Trumps kandidaat, Kavanaugh is van conservatieve snit en: “een aanhanger van “originalism” en “textualism”, die een letterlijke interpretatie van de Amerikaanse grondwet voorstaan,” zo meldt NOS.nl. Hij wil leven naar de letter.

caution-sign-to-auto-drivers-to-be-on-the-lookout-for-amish-horses-and-buggies-1024

Foto: Picryl

De Amerikaanse grondwet is zo tegen het einde van de Achttiende eeuw geschreven. Een tijd waarin slavernij nog welig tierde. Sterker nog Thomas Jefferson, een van de ‘founding fathers’, de opstellers van de grondwet, was zelf slavenhouder. Die opstellers leefden in een heel andere tijd met heel andere normen en waarden. Letterlijk interpreteren, betekent leven naar de letter van de tijdgeest van vroeger. Willen de aanhangers van die ‘letterlijke’ interpretatie dan ook alle amendementen wegnemen, die zijn immers later toegevoegd?

Zo werd bijna een eeuw later, in 1865, een amendement (nummer dertien) aangenomen dat slavernij verbood. Een halve eeuw later, 1919, het achttiende amendement, dat alcoholische drank verbied, aangenomen en begon de drooglegging. Een amendement dat in 1933 weer werd ingetrokken door het eenentwintigste amendement. Tussendoor, in 1920, werd het vrouwenkiesrecht bezegeld met het negentiende amendement. Laat de reeks amendementen niet zien dat tijden soms om aanpassing van de grondwet vragen? Dat de letter geïnterpreteerd moet worden naar de geest van nu?

Letterlijk interpreteren betekent al deze amendementen opzij schuiven en vrouwen het kiesrecht afnemen en slavernij weer invoeren. Alleen voor de drinkers onder de Amerikanen verandert er niets. Waarin verschilt deze letterlijke interpretatie van religieus fundamentalisme van bijvoorbeeld groepen moslims? Ook die willen nu de letter naleven naar de geest van toen.

Zou het prettiger zijn te leven naar de letters van een geest of naar de geest van de letters? 

Van je geloof vallen …

“Hij was bepaald geen misdienaar, maar toch kreeg hij meer steun van de evangelische kiezers dan enige andere presidentskandidaat.” Hij waarover wordt gesproken is de Amerikaanse president Donald Trump en deze woorden worden in een artikel in de Volkskrant geciteerd uit een boek van de conservatief christelijke schrijver Stephen Strang. Een artikel met een ‘fantastische’ redenering van conservatieve christenen. Laten we die redenering eens bekijken.

Donald_J._Trump_at_Marriott_Marquis_NYC_September_7th_2016_04

Foto: Wikimedia Commons

Trump doet alles wat de conservatieve christenen verafschuwen. Hij is al aan zijn derde vrouw en ‘snabbelde’ tijdens die huwelijken nog wat bij zoals bijvoorbeeld de affaire met pornoactrice Stormy Daniels. Of zoals Strang het schreef: “Hij kreeg kinderen bij drie vrouwen, verdiende een deel van zijn fortuin met gokpaleizen en stond erom bekend dat hij de meest vulgaire en vernederende taal bezigde.” Dat alles laat onverlet dat: “Trump (…) het bovennatuurlijke antwoord (is) op onze gebeden, maar het kwam niet in de verpakking die wij verwachtten,” aldus een televisiedominee. Maar, en dan is Strang weer aan het woord: “Uit de Bijbel weten we dat God altijd niet-volmaakte mensen heeft gebruikt, zoals koning David en de apostel Paulus.” En het werk van god mag volgens een andere dominee niet ter discussie worden gesteld: “Het is God die een koning aan de macht brengt, het is God die hem afzet, dus wanneer je tegen Gods plan bent, vecht je tegen de hand van God.” 

Nu werden ook Obama en Clinton, om er twee te noemen, ‘koning’ en die konden op zeer veel verzet van conservatieve christenen rekenen. Bij Clinton gingen ze zelfs zo ver dat ze hem wilden afzetten. Waarom is het wel geoorloofd om je tegen die door god aan de macht gebrachte koningen te verzetten? Of was god tijdens hun verkiezing even tijdelijk met vakantie of even arbeidsongeschikt door bijvoorbeeld een burn-out en hadden zij hun ‘koningschap’ niet aan god te danken? Hoe weten de conservatieve christenen dan zo zeker dat Trump wel op gods zegen kan rekenen? 

Pragmatisme heeft de overhand: “Wij hechten nog steeds aan het gebod ‘Gij zult geen seks hebben met een pornoster’, maar of de president dit gebod heeft overtreden, is volstrekt irrelevant voor onze steun voor hem.” Was het dan wel in orde als Daniels een verpleegster was? Dat weten ze omdat hij gods werk verricht: “Ze zetten hun morele oordeel opzij en stemmen op de persoon van wie ze denken dat hij hun doelen zal dienen, en dan gaat het ze in de eerste plaats om het verbod op abortus.” God is dus alleen aan het werk als er iets gebeurt wat in hun straatje te pas komt. Zij weten wat god wil. God is dan wel vaak afwezig vanwege vakantie of ziekte.

Van zoveel cognitieve dissonantie val je toch van je geloof .

Russen, raketten en de keukenhof

“Terwijl de inzetbaarheid van de wapensystemen van de Duitse Bundeswehr als ‘dramatisch laag’ werd ingeschat, vertelde minister van Defensie Ursula von der Leyen doodleuk dat ontwikkelingshulp minstens even belangrijk was als defensie.” Aldus  Hans Wansink in het Commentaar in de Volkskrant. Na het bezoek van Trump aan de Navo moet dat wel duidelijk zijn dat het speelkwartier voorbij is: “Die 4 procent is te veel gevraagd. Maar dat de Europese Navo-partners niet langer hun kop in het zand kunnen steken, is deze week wel duidelijk geworden.” Dus serieuze zaken als defensie is veel belangrijker dan de ‘spelende’ ontwikkelingshulp?

Army2016demo-075

Foto: Wikipedia

Flink investeren in defensieve wapensystemen zowel materieel als virtueel. Wapensystemen om de Russen tegen te houden die van Duitsland een vazal hebben gemaakt met hun gas. En als het de Russen niet zijn, dan toch zeker de Chinezen, want die hebben net als de Russen zwaar geïnvesteerd: “modernisering van hun militaire slagkracht, inclusief cyber warfare.” Bijzonder dat de militaire investering van een ander altijd offensief worden uitgelegd, die investeren in ‘warfare’ en de eigen puur defensief zijn bedoeld. Dit terwijl Navo-strijdkrachten sinds een jaar of twintig vooral offensief bezig zijn, namelijk in landen die niet tot het bondgenootschap behoren en die het ook niet hebben aangevallen. Dat even terzijde.

Zou de Duitse minister van defensie niet gelijk kunnen hebben als zij zegt dat investeren in ontwikkelingshulp minstens even belangrijk is? Is de grootste uitdaging waarvoor de wereld in het algemeen staat en Europa in het bijzonder, niet de bevolkingsgroei in met name het Afrikaanse continent? Een continent dat nu, enkele uitzonderingen daargelaten, wordt gekenmerkt door economische uitbuiting door de rest van de wereld, lage economische ontwikkeling, vele conflicten en armoede. Een continent van waaruit nu al mensen vertrekken op zoek naar een beter leven. Mensen die hier ‘gelukzoekers’ worden genoemd en die als een ‘tsunami over ons spoelen’ en die velen het liefst bij de grens tegenhouden. Aan dat ‘tegenhouden’ wordt zeer veel tijd en geld geïnvesteerd, aan het wegnemen van de noodzaak om te vertrekken, veel minder. Zou daar niet veel meer tijd, geld en energie naar toe moeten gaan?

Om een oude spreuk met kernraketten wat te verhaspelen. We kunnen nu flink investeren in wapens in onze tuin om de Russen of Chinezen uit onze keuken te houden. Dat geld kunnen we niet besteden aan een mooie tuin en keuken voor de Afrikaan in Afrika. Dat vergroot de kans dat de Afrikaan in onze tuin en keuken staat. En de kans om een Afrikaan in tuin en keuken aan te treffen is nu al veel groter dan dat er een Chinees of Rus komt. Enige uitzondering is wellicht de Keukenhof.

Twee procent

De Navo-landen moeten twee procent van hun bruto binnenlands product uitgeven aan hun defensie. Dat hebben ze jaren geleden afgesproken. Afspraken moet je nakomen en daaraan herinnert de Amerikaans president Trump de landen. Dat doet hij met brieven, tweets en via uitspraken bij openbare gelegenheden. In de Volkskant een opsomming van recente uitspraken. Als niemand zijn afspraken nakomt, dan wordt het een puinhoop. Dan ontbreekt vertrouwen en ontbrekend vertrouwen is zeer schadelijk voor een samenleving en ook voor een samenwerkingsverband. Wat als de afspraak die is gemaakt een slechte is?

navo

Foto: Flickr

Dat onze krijgsmacht is uitgehold door bezuinigingen wil ik graag geloven. Wat ik nog eens onderzocht wil zien is wat al die missies om ergens, zoals onder andere in Afghanistan, Irak en Mali, vrede te brengen, hebben bijgedragen aan die uitholling. Als we dan toch aan het onderzoeken zijn, kan er meteen ook gekeken worden naar nut, noodzaak en belang van die missies. Dat laten we bij deze maar even voor wat het is. Het gaat mij om die twee procent norm. 

Is het wel verstandig om een bepaald percentage te noemen dat aan een doel moet worden besteed? Zou dat niet tot verspilling van kostbare middelen kunnen leiden? Het geld moet immers op, dat hebben we afgesproken. Als we het niet opmaken, dan komt Trump immers met het vermanende vingertje en boze brieven. 

Zouden we niet eerst moeten kijken welk doel we willen bereiken? In het geval van de gezamenlijke Navo-verdediging, hoe moet de gezamenlijke verdediging eruit zien? Moeten we vervolgens niet kijken hoe we dat doel het beste kunnen bereiken en wat daarvoor nodig is, zowel in mensen, materieel als geld? Zouden we daarna niet moeten bekijken welk land daarvan welk deel voor zijn rekening neemt? 

Zouden we, om dat te doen, niet eerst die twee procent afspraak ter discussie moeten stellen?

It’s the Box! Stupid!

‘Er zijn te veel ingangen en uitgangen,’ de analyse van luitenant gouverneur Dan Patrick na de schietpartij op een school in Texas. Zoveel ingangen die kunnen onmogelijk allemaal worden bewaakt. In zijn betoog, te horen bij Joop roept hij op om ‘outside the box’ te denken en met maar één ingang was de schutter wellicht voortijdig ontdekt. Minder ingangen, een interessant idee.

doos.png

Illustratie: Pixabay

Vanuit beveiligingsoogpunt is het bewaken en controleren van één ingang veel makkelijker dan vijf ingangen bewaken. je kunt immers al je inzet concentreren op dat ene punt. Patrick heeft een punt. We kennen al gebouwen met maar één ingang. Een ingang die zwaar wordt bewaakt en ook binnen die gebouwen is de bewaking zwaar. Die heten gevangenis. De ervaringen leren dat ook in die gebouwen mensen worden vermoord en ernstig mishandeld en dat hierbij wapens worden gebruikt. Niet te vergelijken want de ‘bewoners’ van een gevangenis zijn van een andere orde dan leerlingen van een school. 

Nu laat het verleden zien dat er niet alleen op scholen wordt geschoten. Ook bioscopen en vorig jaar nog was in Las Vegas een festival in de openlucht het doelwit van eens schutter. En wie herinnert zich nog de ‘snelwegschutter’? Google er maar eens op en je ziet dat het niet bij één is gebleven. Zou daar het adagium van Trump kunnen opgaan? Die wilde na een eerdere schietpartij op een school leerkrachten bewapenen. En kortgeleden nog haalde hij zich de woede van de Fransen op de hals door te beweren dat het in Bataclan heel anders had kunnen aflopen bij vrij wapenbezit. Daar heeft hij een punt, als iedereen een wapen zou hebben, dan had iedereen op iedereen kunnen schieten en waren er wellicht nog meer doden gevallen. Want hoe zie je immers wat een ‘goede’ en wat een ‘ foute’ schutter is. 

Als minder ingangen, zoals Patrick betoogt, ‘buiten de doosdenken’ is, zou je het ‘iedereen bewapenen’ dat Trump voorstaat ‘binnen de doos denken’ kunnen noemen? Zou we het vuurwapen dan als ‘de doos’ kunnen bestempelen? Zou juist die ‘doos’ dan niet het probleem kunnen zijn en zouden we Bill Clintons bekende verkiezingsleus parafraserend, niet kunnen zeggen: ‘It’s the Box! Stupid!’