Uitgelicht

Productie of consumptie?

Vanuit welk perspectief bekijk je iets? Dat maakt nogal wat uit voor wat je ziet, hoe je dat interpreteert en wat dat vervolgens betekent voor je kijk op de werkelijkheid. Deze vraag kwam bij me op na het lezen van een column van Heleen Mees in De Volkskrant. Een column die eindigt met de volgende zin:Maar zoals een bekende econoom ooit schreef: ‘Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn is het bijna alles’.”

De column behandelt een discussie onder economen over de productiviteitsgroei in Europa en de Verenigde Staten. Conclusie, zo betoogt Mees: “Hoewel Europa de Verenigde Staten de afgelopen decennia heeft kunnen bijhouden in termen van koopkracht – ironisch genoeg dankzij het goedkoper en beter worden van Amerikaanse digitale technologie – blijven de productiviteit en innovatiekracht van de groeisectoren in Europa achter bij die in de Verenigde Staten.” En omdat productiviteit op langer termijn ‘bijna alles’ is, moeten we ons zorgen maken suggereert Mees. En inderdaad in de huidige economische wetenschap is productiviteit bijna alles. Als je koekjesbedrijf productiever is dan dat van de concurrent dan kun jij een goedkoper koekje aanbieden en heb jij werk en je concurrent niet. Ons denken over economie is gebaseerd op groei. Niet vreemd in een door kapitalisme gedomineerde wereld. Kern van het kapitalisme is immers de accumulatie, de groei of toename, van kapitaal. In een dergelijke wereld is productiviteit ‘bijna alles’.

Maar wat als je de wereld beschouwt vanuit consumptie? Als je je ten doel stelt om om zoveel te produceren als nodig is voor eenieders welzijn en dat probeert te bereiken met zo min mogelijk menselijke inspanning? Is een markt met erop concurrerende ondernemers dan nog steeds de beste manier om dat doel te bereiken? Is productiviteit dan nog steeds ‘bijna alles’ of is het dan een manier om de menselijke inspanning te verlagen? Interessante vragen. Vragen die centraal staan in het boek The Conquest of Bread van de negentiende-eeuwse Russische communistische anarchist Peter Kropotkin. Kropotkin werd geboren als prins ineen oudadelijke vooraanstaande Russische familie.

In dit boek uit 1892 beschrijft hij de ideaalwereld die zou moeten ontstaan na de volgende revolutie. Die wereld zou zich kenmerken door het centraal staan van het individu en afwezigheid van een overheid. Iets waar ook de neoliberalen en vooral de libertariërs van dromen. Maar voordat die in juichen uitbarsten: het voor hen heilige en in onze samenleving centraal staande eigendom bestaat niet in Kropotkins wereld. (I)ndividual ownership of the land and the instruments of labour,” ligt aan de basis van ongelijkwaardigheid en uitbuiting: It was the necessary condition for the development of capitalist production .”1 Kropotkins ideaalwereld kenmerkt zich door radicale gelijkwaardigheid van een ieder. In deze wereld is geen plek voor geld en dus ook niet voor loonarbeid. Loonarbeid is, zo betoogt Kropotkin, niets anders dan voortgezet feodalisme. Het is uitbuiting van arm door rijk op een andere manier dan als lijfeigene horige of slaaf.

Waar de revoluties van de achttiende en negentiende eeuw de mist ingingen, zo betoogt hij, was dat ze eigendom in stand hielden en dus ook de ermee gepaard gaande ongelijkwaardigheid. De bezitter kon zijn bezit blijven gebruiken om de bezitsloze uit te buiten. Loonarbeid bleef op een of andere manier in stand en omdat loonarbeid in revolutionaire tijden onzeker was en zelfs wegviel, ontbrak het de revolutionairen na verloop van tijd aan alles en vooral aan voedsel. Dan smoorde de revolutie want al die mooie woorden en verklaringen vulden geen magen en kreeg de contrarevolutie, zij die alles bij het oude wilden laten, de wind in de zeilen. Door bezit af te schaffen en gemeenschappen zichzelf te laten organiseren, zou een revolutie wel kunnen slagen. Dan zouden mensen met elkaar afstemmen wat er nodig was voor welvaart en welzijn voor allen en dat produceren. Dan zou dus de consumptie centraal staat. Want: “Was it not necessity that first drove man to hunt, to raise cattle, to cultivate land, to make implements, and later on to invent machinery. Is it not the study of needs that should govern production? To say the least, it would therefore be quite as logical to begin by considering the needs, and afterwards to discuss how production is, and ought to be, organized, in order to satisfy these needs.”2

En ‘to satisfy these needs, hoeft, zo berekent Kropotkin, iedereen in de leeftijd tussen 18 en 50 maar een uur of vijf per dag te werken. De rest van de tijd kan dan worden besteed aan persoonlijke ontwikkeling. Bijvoorbeeld muziek maken of wetenschap bedrijven. Dit deel van het boek lezend, moest ik aanhet essay Economic Possibilities for our Grandchildren van de econoom John Maynard Keynes denken. Die voorzag dat we in onze huidige tijd aan drie uur werk per dag genoeg zouden hebben om in onze behoeften te voorzien.3 Daar kon hij weleens gelijk in hebben, alleen staat productie centraal in onze maatschappij en niet de behoeften (consumptie). En als productie centraal staat wordt er geproduceerd en moet er altijd meer en sneller geproduceerd worden.

Een interessante gedachte. Zeker met in het achterhoofd de vraag: “Krijgt de mensheid er met de bevolkingskrimp een zoveelste crisis bij? “ die Koen Haegens stelt in een artikel In De Groene Amsterdammer: “De Verenigde Naties rekenen voor het einde van deze eeuw op 10,2 miljard mensen. De Nederlandse bevolking kan, in het uiterste geval dat de netto immigratie naar nul gaat, tegen die tijd gedaald zijn naar 12,7 miljoen.” Met een economisch wereldbeeld waarin groei en dus productie centraal staat, is krimp een ramp. Plaats je consumptie centraal dan ziet de wereld er heel anders uit, dan hoeft er minder gewerkt te worden om welvaart en welzijn voor iedereen te bereiken en houden we dus meer tijd over voor zaken die we leuk vinden, voor de eigen ontwikkeling en ontplooiing.

Bijkomend voordeel van het afschaffen van eigendom is ook dat het intellectuele eigendom, de patenten, wordt afgeschaft. Dat zou de innovatie wel eens een enorme boost kunnen geven. Zeker voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zou dit een zegen kunnen zijn omdat de technologie dan van iedereen is en niemand er belang bij heeft die zo in te richten dat anderen er de dupe van zullen zijn. Daarmee is ook het probleem dat Pieter Klok in zijn Commentaar in de Volkskrant constateert opgelost en dat is dat: “Innovatie en arbeidsproductiviteitsgroei laten zich moeilijk afdwingen van boven.” Dan komt innovatie en de groei van de productiviteit te goede aan iedereen. Groeiende productiviteit betekent dan minder tij besteed aan arbeid en dus meer voor persoonlijke ontwikkeling.

1Peter Kropotkin,The conquest of Bread, pagina 30

2Peter Kropotkin,The conquest of Bread, pagina 169-170

3John Maynard Keynes, Economic Possibilities for our Grandchildren,pagina 5

Precies

In zijn wekelijkse Week van de hoofdredacteur geeft Pieter Klok, de hoofdredacteur van de Volkskrant, antwoorden op vragen van lezers. Vragen zoals: “Waarom spreken jullie van een ‘rechts’ en niet van een ‘uiterst rechts’ kabinet.” Klok geeft aan dat de Volkskrant vooral precies probeert te zijn, maar dat het grote probleem is dat er nog veel onduidelijk is. Kloks schrijven laat vooral zien hoe normaal het tot voor kort abnormale al wordt gevonden. Zelfs bij een medium als de Volkskrant.

“Als je de partijen op een links-rechtsschaal plaatst, dan is de VVD rechts, de PVV radicaal-rechts en komt de derde grootste partij, NSC, ongeveer in het midden uit. Het gemiddelde van die drie partijen is rechts, is tot nu toe de redenering. Een kabinet met alleen NSC en VVD zouden we als centrum-rechts omschrijven.” En omdat: “er vooral nog veel onduidelijk is. Er is nog geen begin van een inhoudelijk ‘program’.” Is de omschrijving ‘rechts’ op dit moment het meest passend. Maar dat zou anders, uiterst rechts worden: “als de PVV weinig concessies hoeft te doen en bijna onverkort haar eigen verkiezingsprogramma kan doordrukken. Daarvan is vooralsnog geen sprake.”

Vervolgens legt Klok uit waarom de links-rechtsschaal niet meer zo bruikbaar is: “De PVV is radicaal-rechts op het terrein van migratie en cultuur, maar links als het gaat om sociaal-economische kwesties zoals de AOW en het eigen risico in de zorg. De NSC is links als het gaat om het beschermen van het bestaansminimum, maar heeft een rechts migratiestandpunt. BBB heeft een geheel eigen mix van linkse en rechtse standpunten.” Bruikbaarder is, aldus Klok: “Een onderscheid tussen progressief en conservatief, nationalistisch en globalistisch of tussen bestuurlijk en populistisch.” Met dit als referentiekader: “ conservatief-nationalistisch-populistisch in ieder geval een adequate beschrijving.” Een betoog dat goed is te volgen. Nationalistisch-populistisch dus.

Maar waar wordt dan het abnormale normaal? Klok: “Wel hebben de deelnemers vastgelegd dat ze zich houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie. Extreem-rechts’ is dus sowieso geen goede omschrijving, want die bewaren we voor partijen die de democratie en rechtsstaat willen slopen.” Nu bevat het programma van één van die partijen, de PVV, vele plannen die de bijl zetten aan de wortel van onze rechtsstaat en democratie. Volgens Kloks eigen woorden is die partij daarmee extreem rechts en niet radicaal rechts. Het extreme wordt hier al wat genormaliseerd. Maar niet alleen de PVV. Als je de VVD, NSC en BBB  hoort spreken over hoe zij het recht op het vrij uiten van een mening middels een demonstratie willen beperken, dan baart dat zorgen. Dan kun je vraagtekens zetten bij dat ‘houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie’.

Daarmee kom ik bij het abnormale dat steeds normaler wordt gevonden. Daarmee kom ik bij het abnormale dat steeds normaler wordt gevonden. Het wordt blijkbaar al zo ‘normaal’ gevonden dat door ons verkozen volksvertegenwoordigers ‘afspreken’ dat ze zich aan de basisregels van de rechtsstaat en de democratie houden, dat de hoofdredacteur van een van onze toonaangevende kranten het achteloos opschrijft. Laat ik voorop stellen, het is normaal dat partijen zich eraan houden. Het is NIET normaal dat partijen die een regering willen vormen, hierover in gesprek gaan. Het is NIET normaal dat een ‘kabinetsverkenner’, in dit geval Plassterk, adviseert: “Te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.” Dit adviseren is een hellend vlak. Hierover in een formatie in gesprek gaan, is een hellend, zoals ik al eerder schreef. Het lijkt erop dat inmiddels al niet meer door hebben dat dit een hellend vlak is. Dat ze niet meer in de gaten hebben dat ze van het vlak aan het vallen zijn. Het abnormale is al zo normaal geworden dat de hoofdredacteur van de Volkskrant bijna juichend constateert dat: “de deelnemers vastgelegd (hebben) dat ze zich houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie.” Om precies te zijn.

Het frame van Vandebron

Midden augustus kondigde energieleverancier Vandebron aan dat het mensen met zonnepanelen een extra heffing gaat opleggen. De financieel directeur Kim Verdouw zei hierover: “Dit besluit is even slikken, maar we denken dat als je de kosten op de juiste plek neerlegt, daar op den duur ook nieuwe innovatie ontstaat. Het alternatief is om de kosten te blijven verdelen; maar dan krijg je dus dat de buurvrouw zonder panelen betaalt voor de buurvrouw met panelen. Dat vinden wij oneerlijk”  Ze zet hier ‘haves’ tegenover ‘havenots’ en als een nobele ridder wil ze opkomen voor de belangen van de ‘havenots’. Een leuk frame maar klopt het?

Bron: De ingenieur

Dat het frame succesvol is blijkt uit het Commentaar van hoofdredacteur Pieter Klok in de Volkskrant. Klok bekritiseert de uitspraak van Verenigd Links-leider Timmermans dat klimaatrechtvaardigheid en sociale rechtvaardigheid hand in hand gaan. Klok: “Het jongste voorbeeld hiervan is de salderingsregeling bij de zonnepanelen. Hierdoor kunnen Nederlanders met zonnepanelen hun stroom altijd tegen een gunstige prijs verkopen. Om dit te bekostigen moet de energierekening van Nederlanders zonder zonnepanelen omhoog. Dat is niets anders dan een subsidiestroom van arm naar rijk.” En: “Toen het kabinet de salderingsregeling wilde afschaffen stemden GroenLinks en de PvdA tegen. De regering moet alles op alles zetten om zoveel mogelijk zonnepanelen op daken te krijgen, was de redenering, het afschaffen van de salderingsregeling leidde tot minder zonnepanelen en was dus niet verstandig. Dat de salderingsregeling sociaal zeer onrechtvaardig is, was van ondergeschikt belang.”

Nu even terug in de tijd. Die salderingsregeling werd in het leven geroepen om het leggen van zonnepanelen aantrekkelijk te maken voor particulieren. Die waren prijzig en met die regeling werd het aantrekkelijker om ze te leggen. Die zonnepanelen moeten een bijdrage leveren aan het uitstootvrij maken de energie van voorziening en het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Die regeling werd in 2004 ingevoerd.

De regeling houdt in dat een overschot aan stoom dat op een zonnig moment wordt opgewekt verrekend mag worden met afgenomen stroom op momenten dat de zon niet schijnt. Omdat ‘stroom’ een markt is van vraag en aanbod, is de stroom die een panelenbezitter afneemt, duurder dan de stroom die hij levert. Als de zon bij jouw panelen schijnt, schijnt ze immers ook op die van de buurman. Op momenten dat de zon veel schijnt is er daarom een veel groter aanbod aan stroom en daalt de prijs en wordt soms wel negatief. Schijnt de zon niet, dan is er een tekort aan stroom en stijgt de prijs. Voor de panelenbezitter  maakt dat niets uit want die kan die dure stroom wegstrepen tegen de geleverde goedkope aan het net geleverde ‘zonnestroom’. Daarop maakt een stroombedrijf zoals Vandebron dus verlies en dat verlies compenseren ze door de prijs die mensen zonder panelen moeten betalen, te verhogen. Die zijn daarmee de klos en dat is oneerlijk. Bijzonder oneerlijk omdat het vaak de mensen met een laag inkomen zijn die deze hoge prijs moeten betalen. Zij kunnen geen zonnepanelen betalen. Vandebron gaat dit nu dus ‘rechttrekken’ door aan de panelenbezitters een heffing op te leggen en de verwachting is dat andere energieleveranciers dat ook gaan doen. Ik begrijp de verontwaardiging hierover.

Dus het frame klopt? Als dit het enige was dan klopte het frame. De werkelijkheid is echter zelden zo simpel als het op het eerste gezicht lijkt. Wat de stroombedrijven knap doen, daarin bijgestaan door verschillende economen, is er een verhaal van maken waar jij (geen zonnepanelen) tegenover mij (wel zonnepanelen) komt te staan. Het probleem ligt echter niet bij jou en ook niet bij mij. Het probleem ligt bij die energiebedrijven en netbeheerders. Dat zoiets zou gaan gebeuren, was al vanaf het begin bekend. En dat begin ligt al meer dan twintig jaar terug in de tijd. Al die tijd hebben die bedrijven vrolijk geld opgestreken en verdeeld onder hun aandeelhouders. Wat ze niet hebben gedaan, is hierop geanticipeerd.

Geanticipeerd door te investeren in energie opslag, batterijen, in een ‘betonnen blokkentoren’ in een stuwmeer, waterstofproductie of op welke manier dan ook. Ze hebben zelfs veel te laat en veel te weinig geïnvesteerd in het aanpassen van het elektriciteitsnet. Allemaal zaken die je van een bedrijf zou verwachten maar die niet en veel te laat hebben opgepakt. Ze hebben het spaak laten lopen en nu kijken ze naar jou en mij als belastingbetaler om hen daarbij te helpen. Die moet het subsidiëren zo dat ze worden ‘gestimuleerd’ om snel in opslag van energie te investeren zoals de netbeheerders betogen.

Ze hebben er duidelijk blijk van gegeven dat ze geen ondernemers zijn want ze innoveren niet. Ze gaan pas ‘innoveren’ als ze ervoor betaald krijgen. Zie het betoog van Verdouw en de netbeheerders. Dit terwijl het verlies aan geld door die salderingsregeling hen tot innoveren had moeten aanzetten. En als je niet zonder de overheid kunt, dan is er een goede reden om het zonder ‘bedrijven’ te doen.

Er is nog een tweede goede reden om het zonder bedrijven te doen. Bij wie je je stroom afneemt en hoe ‘groen, grijs , paars of blauw’ die ook is, maakt niets uit. Alle stroom zit op hetzelfde net waarop een constante spanning moet staan. Ik kan niet zien of de stroom die ik gebruik opgewekt is door mijn ‘stroombedrijf’. Dat zou alleen kunnen als ieder stroombedrijf een eigen netwerk had. Dat is gelukkig niet het geval. Gelukkig niet omdat er dan net zoveel stroomnetten moeten zijn als er leveranciers zijn en dat zou een enorme verspilling zijn. Dat ene netwerk is eigendom van verschillende ‘netbeheerders’. In een dergelijke situatie is het niet aantrekkelijk om te investeren in energie opslag. Immers als bedrijf A investeert in opslag, dan stijgen de kosten van bedrijf A. De baten, een stabielere stroomvoorziening, komen echter ook ten goede aan alle andere stroombedrijven. Die trekken ook de opslag van bedrijf A leeg. Een tweede goede reden om het ‘zonder bedrijven’ te doen.

Iets voor de komende verkiezingen!