Solidariteitsheffing?

Volgens het Commentaar in Trouw was Europa zelfgenoegzaam en daar is nu een einde aan gekomen. De spijtbetuiging die Ursula Von der Leyen in de jaarlijks Europese ‘State of the Union’ uitsprak was zondermeer terecht zo betoogt de krant. Volgens Von der Leyen hadden we: “moeten luisteren naar diegenen die Poetin kennen. Naar Russische journalisten, naar onze vrienden in Oekraïne, Moldavië en Georgië en naar de stemmen in Polen en de Baltische staten. Ze hebben ons jarenlang verteld dat Poetin niet zou stoppen.”  Een bijzonder artikel. Lees even mee.

De prijs die we voor die zelfgenoegzaamheid betalen is hoog: “Overal in Europa rijzen de energieprijzen de pan uit.” Poetin heeft, zo betoogt de krant: “de gaskraan dichtgedraaid uit boosheid voor de Europese politieke en militaire steun aan Oekraïne.”  De krant concludeert: “De hoge energieprijzen die de Europese burger moet betalen, kunnen ook gezien worden als een ‘solidariteitsheffing’ met Oekraïne.  … Maar dan moet die burger ook perspectief zien dat die steun effect heeft op het slagveld. Anders komt de vraag aan de orde hoe lang de consument nog bereid is hoge energieprijzen te betalen.”

Dat de gasprijs fors is gestegen zal niemand zijn ontgaan. Dat hierdoor ook de prijzen van andere producten stijgen ook niet. Voor wat betreft die politieke en militaire steun, denk ik dat Poetin zich om die eerste niet druk maakt. Over die tweede, de militaire steun, des te meer. Dat er minder Russisch gas deze kant op komt, is ook een feit. Zou dat een gevolg zijn van de Russische keuze om de gaskraan dicht te draaien of van de Europese Keuze om Russisch gas in de ban te doen? Een keuze die ertoe leidt dat heel wat Europese hotemetoten afreizen naar landen met zeer en en iets minder dubieuze regimes om gas te kopen. Landen zoals Saoedi Arabië, Qatar en Azerbeidzjan. En daarmee kom ik bij mijn belangrijkste punt van kritiek op dit commentaar van Trouw, het gebruik van het woord solidariteitsheffing

Solidariteit, het: “gevoel van een-zijn met anderen; saamhorigheid,” aldus de Van Dale. Die ander is de Oekraïne en die solidariteit drukken we uit door middel van de gasrekening die we betalen. Bijzonder, want wat heeft de Oekraïne of wat hebben en de Oekraïners eraan als ik nu €2 per kubieke meter gas betaal (tegenover € 0,30 een jaar geleden) aan Essent mijn energieleverancier? Die € 1,70 extra krijgt de Oekraïner niet. Hij krijgt er niets van. Dat meerdere verdwijnt in de zakken van de aandeelhouders van Essent. Dat meerdere verdwijnt in de zakken van de aandeelhouders van de Shells van deze wereld die dit gas oppompen en daarmee alleen in het eerste halfjaar een winst maakte van € 25 miljard en waarvan bijna € 15 miljard werd besteed aan het inkopen van eigen aandelen. Dat meerdere verdwijnt in de zakken van sjeiks en emirs van landen met dubieuze regimes. Als solidariteit met Oekraïne moet blijken uit het storten van geld in de zakken van aandeelhouders, sjeiks en emirs dan stopt mijn solidariteit onmiddellijk.

Oorlogsmisdaad

Als middel in de strijd blokkeert Rusland de Oekraïense havens. Die blokkade belemmert de uitvoer van Oekraïens graan en daardoor dreigen er voedseltekorten en hongersnood vooral in delen van Afrika. Die dreigende hongersnood is natuurlijk zeer ernstig en we moeten er bijna alles aan doen om die te voorkomen. Bijna alles omdat ik niet denk dat de hongerenden gebaat zijn bij een nucleair conflict tussen Rusland en de Verenigde Staten. In het commentaar van Michael Persson in de Volkskrant las ik dat de Europese commissaris voor het buitenland Joseph Borell de blokkade van de Oekraïense havens door de Russische marine: “Een echte oorlogsmisdaad,” noemde. Een blokkade van havens een oorlogsmisdaad?

Tribunaal van Nürnberg. Bron https://www.nationaalarchief.nl/

Wat is een oorlogsmisdaad? Daarvoor maar eens even de site van het Openbaar Ministerie bezocht. Op die site een pagina over Internationale misdrijven. De volgende internationale misdrijven worden genoemd. Als eerste genocide. Ook daarvan beschuldigen Oekraïne en Rusland elkaar. De beschuldiging aan het adres van Rusland wordt door westerse landen overgenomen. Van genocide is, zo is te lezen: “alleen sprake (…) als iemand bepaalde misdrijven heeft begaan met het oogmerk om een bepaalde groep uit te roeien.” Of er in deze oorlog sprake is van genocide is zeer twijfelachtig. Maar dit terzijde. De andere internationale misdrijven zijn oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, foltering en gedwongen verdwijningen.

Borell beschuldigt Rusland van oorlogsmisdrijven. Dus laten we daar eens wat verder naar kijken. “Oorlogsmisdrijven zijn schendingen van de ‘wetten en gebruiken van oorlog’. In deze ‘wetten en gebruiken’ is vastgelegd op welke manier geweld mag worden gebruikt in een oorlog (‘gewapend conflict’). Deze regels zijn bedoeld om personen die niet meedoen aan een oorlog te beschermen.” Het inzetten van wapens die onnodig lijden veroorzaken, het vernietigen van steden en dorpen zonder militaire noodzaak, het aanvallen of bombarderen van onverdedigde objecten, het bezetten, of beschadigen van gebouwen met religieuze, wetenschappelijke of culturele functie en plundering worden omschreven als oorlogsmisdrijven. Oorlogsmisdrijven kunnen daarmee alleen maar worden gepleegd ten opzichte van personen en objecten die zich in het gebied waar de oorlog woedt, bevinden. Het lijkt mij dat het blokkeren van een haven daar niet onder valt.

Wat het verder bijzonder maakt is dat Borell de Russische blokkade van Oekraïense uitvoer een oorlogsmisdaad noemt terwijl de Europese Unie Rusland ‘blokkeert’ met allerlei sanctie. Het kan niet zo zijn dat het ene een oorlogsmisdaad is en het andere een legitiem middel. Vlak voor de Russische inval in Oekraïne schreef ik een Prikker met als titel Een westerse droom over de begrippen ‘territoriale integriteit’ en ‘zelfbeschikking’. Over deze begrippen concludeerde ik dat het: “gelegenheidsargumenten die al naar gelang het eigen inzicht en vooral het eigen belang worden gebruikt om dat inzicht en belang goed te praten.” Maakt Borell zich hier niet ook schuldig aan?

Regeren is afschuiven

De Volkskrant publiceert geregeld cartoons van Bas van der Schot. Zo ook op 13 juni 2022. Een cartoon met als titel Het kabinet heeft een plan. De prent toont de oplossingen die het kabinet biedt voor een zestal problemen. De oplossing bestaat eruit dat anderen, de provincies (stikstofcrisis), gemeenten (asielopvang), de sectoren (corona) de woningcorporaties (woningnood), de burgers (inflatie) of een ambtelijke stuurgroep (toeslagenaffaire) het probleem moeten oplossen. Bij die prent moest ik denken aan een brief die staatssecretaris Van der Burg van Justitie en Veiligheid op 29 april aan de burgemeesters van de Nederlandse gemeenten schreef. Ik moest hieraan denken omdat ik bij een van mijn opdrachtgevers betrokken ben bij die opvang van Oekraïense oorlogsvluchtelingen.

De brief handelt over 25.000 extra opvangplekken die gerealiseerd moeten worden bovenop de al gerealiseerde 50.000. Van der Burg in de brief: “Eerder heb ik aan de Kamer geschreven dat vanaf de 50.000 opvangplekken het Rijk, in casu de Nationale Opvang Organisatie (NOO), verantwoordelijk is voor de eventuele extra noodzakelijke noodopvangplekken.” Maar nu het moet gebeuren ziet hij zich: “genoodzaakt om u (de gemeenten) bovenop het eerdere verzoek om 50.000 opvangplekken te realiseren het aanvullende verzoek te doen om 25.000 additionele noodopvangplekken te creëren.”  Waarom: “Voortschrijdend inzicht maakt mij duidelijk, dat dit gelet op de continue instroom aan vluchtelingen uit Oekraïne onverstandig is en tot afbreukrisico’s leidt. In de gemeenten zijn thans zeer veel mensen bezig met het organiseren van de noodopvang. Het is onmogelijk om op rijksniveau op korte termijn een dusdanig uitvoeringsapparaat op te zetten, die dat werk voortvarend zou kunnen overnemen. Daar komt bij dat een dergelijke overdracht tot complexe afspraken gaat leiden over taken en verantwoordelijkheden, omdat de locaties altijd in gemeenten gelegen zijn.”  Over dat laatste, dat alles uiteindelijk toch in een gemeente plaatsvindt. Als dat een reden is om een klus aan de gemeente te geven, dan kunnen we de Rijksoverheid wel opheffen. Alles gebeurt immers altijd ergens in een gemeente. Dit even terzijde.

Vanuit mijn eigen ervaring kan ik bevestigen dat er ‘thans bij gemeenten zeer veel mensen bezig zijn met het organiseren van de noodopvang.’ Ook bij mijn opdrachtgever, een kleine gemeente van nog geen 20.000 inwoners die het klaar heeft gespeeld om 150 opvangplekken te realiseren. Dit met inzet van mensen die hierdoor ander werk, werk ten behoeve van de inwoners van de gemeente, moeten laten liggen. Niet alles kan immers tegelijk. Voor de duidelijkheid, die opvang bestaat niet alleen uit de drie B’s: bed, bad en brood. Nee, ze omvat zorg, ondersteuning, onderwijs en nog veel meer zaken. Overal moet iets voor worden geregeld en georganiseerd. Wat voorbeelden.

Mensen opvangen in een gebouw lijkt makkelijk. Toch komt er heel wat geregel bij kijken. De mensen moeten eten, hoe organiseer je dat? Dat is makkelijk als iedereen een eigen keuken heeft maar als dat niet zo is, dan vraagt het meer. Trouwens ook met die eigen keuken is het niet zo eenvoudig. Om te kunnen koken heb je ingrediënten nodig en om die te kunnen kopen heb je geld nodig. Maar heeft iedere vluchteling geld nodig of zijn er die het zelf kunnen betalen? Hoe controleer of beoordeel je dat als je niets van de betreffende mensen weet en je niets kunt controleren? Hoeveel maatschappelijke en psychische ondersteuning is er nodig? En waar haal je die vandaan want er is een schreeuwend tekort aan sociaal- en maatschappelijk werkers?

Kinderen naar school, dat lijkt eenvoudig. De taal maakt een gewone school lastig. ‘Stuur ze naar de bestaande taalklassen voor nieuwkomers’, is de boodschap die van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap komt. Probleem opgelost. Dat ligt wat anders als je er dertig kinderen op de stoep wil zetten terwijl er voor dertig plek is en het overgrote deel van die plekken al bezet is door de groep waarvoor ze in eerste instantie zijn opgezet. Nieuwe klassen moeten worden opgezet en dat betekent nieuwe docenten en begeleiders waaraan al een tekort is. Bovendien kun je je afvragen of die klassen passend zijn voor deze kinderen. In die klassen staat het leren van de Nederlandse taal centraal omdat focus van ouders en kinderen gericht is op een toekomst in Nederland terwijl de focus van het gros van de vluchtelingen is gericht op een toekomst in Oekraïne. Bovendien liggen die klassen niet ‘om de hoek’. De kinderen moeten ernaartoe worden gebracht en gehaald. Dat betekent taxibusjes voor leerlingenvervoer laten rijden en ook daar een probleem: chauffeurs zijn ook schaars.

Deze en nog meer vragen stellen zich mensen in zo’n 340 gemeenten die Nederland kent. Allemaal verzinnen ze soortgelijke antwoorden en proberen ze een oplossing te vinden voor de puzzelstukjes. Die oplossingen moeten vervolgens worden uitgevoerd en de benodigde mensen, de locatie managers, maatschappelijk werkers enzovoorts moeten worden gezocht. Allemaal zitten ze een eigen maar toch erg vergelijkbaar ‘wiel’ uit te vinden. Allemaal zoeken ze een ‘huismeester’ want die moet er op iedere locatie zijn of er nu 25 of 500 mensen worden opgevangen. Allemaal hebben ze een ‘crisisteam’ geformuleerd om oplossingen te bedenken. Dus ja er zijn ‘thans bij gemeenten zeer veel mensen bezig zijn met het organiseren van de noodopvang’ en dat doen ze, tenminste dat is mijn ervaring, met grote geestdrift. Ik vraag me alleen af of die niet veel meer gedaan zouden krijgen als niet deel van hun tijd opging aan het uitvinden van die soortgelijke wielen?

Met zijn uitspraak dat ‘visie is als een olifant die het uitzicht belemmert’ zette de premier de uitdrukking ‘regeren is vooruitzien’ bij het grof vuil. Sindsdien is regeren in toenemende mate afschuiven.

Toegeëigende verhalen

Bij De Correspondent een aangrijpend artikel over Svitlana Matviyenko. “Matviyenko is als universitair docent Critical Media Analysis verbonden aan de Simon Fraser-universiteit in Canada. Daar woont ze, maar ze is nu in Kamjanets-Podilsky, haar geboorteplaats in het zuidwesten van Oekraïne. Ze huurt er een appartement vlak bij haar bejaarde ouders.”  Ze vraagt aandacht voor: “de manier waarop Rusland de Oekraïense cultuur altijd heeft ingelijfd en toegeëigend, ook in de westerse verbeelding. Je hoeft maar een westers kunstmuseum te bezoeken om dit te zien. Van de Oekraïense schilder Kazimir Malevich, die altijd als Russisch wordt aangemerkt, tot de ‘Russische dansers’ van Edgar Degas, die eigenlijk Oekraïense klederdracht dragen.” Nu ligt je iets toe-eigenen tegenwoordig erg gevoelig. Maar heeft ze een punt?

Schilderij ‘Het zwarte vierkant‘ door Malevitsj.

Ze noemt Malevitsj dus laten we haar bewering eens langs de casus Malevitsj leggen. Kazimir Severinovitsj Malevitsj werd, zo is te lezen op Wikipedia, op 23 februari 1879 geboren in Kiev. Zijn ouders waren Pools en zijn jeugd bracht hij door in Kiev en omgeving. In 1895-1896 studeerde hij in Kiev en na de dood van zijn vader in 1904 vertrok hij naar Moskou voor een studie aan de Hogeschool voor Schilderkunst, Plastiek en Architectuur. Hij gaf les in Vitebsk een plaats in het huidige Belarus en later in Petrograd, dat vervolgens Leningrad werd alwaar hij op 15 mei 1935 aan kanker overleed. Hij wilde, zo is te lezen op de genoemde Wikipedia-pagina: “dat zijn as onder een eik in de kunstenaarskolonie Nemchinovka zou worden bijgezet. Hij kwam graag in dit dorp op de rand van Moskou.”

Geboren in Kiev, dus Oekraïne? Eén probleem, op het moment van zijn geboorte noch in al die tijd ervoor, bestond er geen land dat Oekraïne heette. De stad behoorde tot het Russische tsarenrijk en dat als sinds 1686 toen het gebied werd veroverd op de Pools-Litouwse gemenebest die in 1569 ontstond. Voor die tijd was de stad vanaf 1362 een deel van het hertogdom Litouwen. Dat hertogdom nam de stad over na het wegtrekken van de Mongoolse horden. Die horden maakten een einde aan het Kiev Rus rijk of het Kievse rijk. Als we de geschiedenis van Kiev vanaf zijn geboorte naar het heden bekijken, dan is 1917 een belangrijk jaartal. In dat jaar werd eerst (met de Februarirevolutie van maart) een einde gemaakt aan tsaristisch Rusland en eind dat jaar (met de Oktoberrevolutie van november) viel het land uiteen en brak er een burgeroorlog uit en wisselde de stad geregeld van heersers. Respectievelijk de Roden, de Witten, de Duitsers, de Polen en uiteindelijk, de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek die weer opging in de Unie van Socialistische Sovjet Republieken. Dat land viel in 1991 uiteen in 14 delen waarvan het huidige Oekraïne er een is. Is Malevitsj dan een Oekraïense, een Russische of een Sovjet-kunstenaar? Of toch Pools omdat zijn ouders Pools waren? In welke ‘cultuur’ is hij gevormd en van welke cultuur is hij een typische vertegenwoordiger? 

Bij zo’n ‘toe-eigening’ van personen, culturen of rijken uit het verleden en dus het ‘schrijven van die verhalen’, kunnen rare dingen gebeuren. Zo noemde ik hierboven het Kiev Rus rijk. Dit rijk kwam in de negende eeuw op, kende haar hoogtepunt in de zo tussen 970 en 1070 en verdween van de kaart toen Batu Khan, kleinzoon van Dzjengis, het gebied zo rond 1240 veroverde. Tegenwoordig eigenen drie van die ‘onze verhalen’ zich het Kiev Rus rijk toe, Oekraïne, Rusland en Belarus. Welk van die ‘verhalen’ is dan echt en welk is ‘toegeëigend’? Of zijn het allemaal pogingen om zich ‘iets toe te eigenen’ in pogingen om een ‘trots op ons’ verhaal te creëren. Van die gevaarlijke verhalen die leiden tot groepsvorming en je afzetten tegen anderen?

Plank voor de kop

“Alarm in de Stille Zuidzee over een omstreden veiligheidspact tussen China en de Salomonseilanden. Deze verregaande samenwerking geeft Beijing mogelijk militair de vrije hand op een zeer strategische plek. Amerikaanse diplomaten proberen er een stokje voor te steken.” Zo opent Marije Vlas haar artikel in de Volkskrant. Een artikel met als titel: “China’s opbloeiende vriendschap met strategisch gelegen Salomonseilanden maakt wereldleiders zenuwachtig.” Deze opening en de titel van het artikel leggen precies de vinger op de zere plek. En nee, die zere plek is niet de het ‘omstreden veiligheidsplan’ van de twee landen. Die zere plek is precies het punt waar het Westen de wereld verliest.

Bron: Pixabay

Die wereldleiders worden zenuwachtig van de Chinese samenwerking met de Salomonseilanden want die zou wel eens kunnen leiden tot een Chinese marinebasis op de eilandengroep. En “De eilandengroep ligt tweeduizend kilometer voor de Australische kust, waarmee Beijing zich zomaar ver achter de linies bevindt van Aukus, het westerse defensiepact voor de Indo-Pacific.” Dat komt wel erg dicht in de buurt. De hoop is nu gevestigd op de Verenigde Staten omdat: “die als enigen in potentie genoeg in huis hebben om de Salomonseilanden uit de Chinese invloedssfeer te trekken.” Uit de invloedssfeer van China trekken betekent in de invloedssfeer van de Verenigde Staten duwen. Als de VS en in het verlengde het Westen een invloedsfeer mogen hebben, mag een ander land daar dan niet naar streven?

Aan de andere kant van de wereld, in Europa, betoogt het Westen dat Rusland nog in de negentiende eeuw leeft omdat het nog denkt in invloedssferen. Dat het aan Oekraïne zelf is om te kiezen met welke landen het samen wil werken. Is het dan ook niet aan de Salomonseilanden zelf om te kiezen met welke landen er samen wordt gewerkt? Dat het kiest voor de Chinese ‘invloedssfeer’? Ook al ligt dat ‘ver achter de linies van Aukus’.

Over linies gesproken. Bij het artikel een kaartje van de Grote Oceaan en de landen erom heen. Op het kaartje staan veel Amerikaanse vlaggetjes Die vlaggetjes betekenen dat de Verenigde Staten er een militaire basis hebben. Die vlaggetjes staan natuurlijk in Alaska, Hawaii en Guam die horen immers bij de Verenigde Staten en daarvan zijn er nog meer zoals de Marianen. Ze staan ook bij Japan, de Filipijnen, Thailand, Nieuw-Zeeland, Australië en Diego Garcia. Bij Zuid-Korea staat er geen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de VS daar ook militair actief zijn. Evenzo op de Marshall eilanden. Daar komt nog bij dat de Verenigde Staten Taiwan veiligheidsgaranties hebben gegeven om het te beschermen tegen China. China ziet het eiland als een afvallige provincie. Als je je er wat verder in verdiept dan kom je erachter dat de Verenigde Staten zo’n 750 militaire bases hebben verspreid over 80 landen. De Britten zijn hierin een goede tweede en de Fransen een goede derde. China heeft op dit moment acht basis buiten het eigen grondgebied. Zeven ervan betreft ‘opgespoten eilanden’ in de Zuid-Chinese Zee die het land ziet als onderdeel van China en één echt in een buitenland, namelijk in Djibouti. Terugkomend op die linies. Waar je ook in de wereld bent, je zit zo ongeveer altijd ‘ver achter de linies’ van het Westen.

Voor de twee partijen, China en de Salomonseilanden is het pact in het geheel niet omstreden en China lijkt mij als op dit moment nog tweede, en binnen niet al te lange tijd, eerste wereldmacht. Het artikel schetst het beeld van het Westen in het algemeen en de Verenigde Staten in het bijzonder, dat zichzelf als de wereldleider ziet. De wereldleider die ook namens de wereld als geheel spreekt. Een beeld waarbij de belangen van het Westen ook de belangen van de wereld zijn. Het Westen doet dat met ‘kromme redeneringen’ om die woorden uit mijn motto aan te halen. Zo heeft het Westen in het algemeen en de Verenigde Staten, in het bijzonder, een invloedssfeer die zo ongeveer de hele wereld omspant. Dit wordt gewoon en normaal gevonden. China wordt zo’n sfeer ontzegt omdat een Chinese invloedssfeer gevaarlijk is voor de wereld, aldus de ‘wereldleiders’. Als Rusland het over zo’n sfeer heeft dan wordt het land verweten dat het in de negentiende-eeuw is blijven hangen. In het ene geval (Oekraïne) is het aan een land zelf om beschikken bij welke invloedssfeer het wil horen, het andere land (de Salomonseilanden) worden verketterd als het van die vrijheid gebruik maakt en voor een ander dan de het Westen kiest. In het ene geval (Oekraïne) is de territoriale integriteit van een land heilig en in het andere geval (Joegoslavië en Servië) doet die territoriale integriteit er niet toe en moeten volkeren zelf kunnen beslissen of ze een eigen land willen vormen. Een mogelijke marinebasis op 2.000 kilometer van Australië is een mogelijke bedreiging voor het Westen. De Amerikaanse aanwezigheid in Korea, de Filipijnen en Japan en de NAVO presentie in de Baltische Staten, wordt door respectievelijk China en Rusland ten onrechte gezien als een bedreiging van hun veiligheid, aldus het Westen. Die is immers puur defensief.

Deze manier van handelen maakt dat Rusland wel wordt veroordeeld voor de inval in Oekraïne maar dat er, behalve het Westen, weinig landen zijn die Rusland sancties opleggen. Veel van die landen vinden terecht dat een ander land binnenvallen ‘not done’ is, maar kunnen zich nog maar al te goed herinneren dat het de Verenigde Staten, de Britten of Fransen met veel wapengekletter ‘op bezoek’ kwamen. Deze opportunistische manier van opereren, deze plank voor de kop van het Westen, maakt dat het Westen de wereld verliest.

Perspectieven

“Ik zou ze willen aanraden: kijk ook naar het ­Oekraïense perspectief. Dan heeft Merkel in relatie tot Poetin waarschijnlijk meer kwaad dan goed gedaan.” Met deze woorden eindigt Arie Elshout zijn column in de Volkskrant. Elshout bespreekt de rol die Merkel heeft gespeeld in het ontstaan van de huidige oorlog in Oekraïne. Volgens een deel van de ‘meningenmensen’ in de wereld was de Duitse politiek ten aanzien van Rusland onder Merkel niet krachtig genoeg: “Merkel liet de strijdkrachten versloffen, deed niets tegen de afhankelijkheid van Russisch gas, bleef ook na de Russische inlijving van de Krim in 2014 balanceren tussen sancties tegen en samenwerking met Poetin en koos voor de totale dialoog.” Met de kennis van nu, is daar wat voor te zeggen.

Legendarische foto van het plaatsen van de Amerikaanse vlag op het hoogste punt van het eiland Iwo Jima. Bron: Flickr

“De wereldkaart volgens China.” Zo luidt de titel van een aflevering van het VPRO-programma Tegenlicht. “De komende twintig jaar zal het zwaartepunt van de wereldeconomie verschuiven naar de Indo-Pacific regio, de landen rond de Indische en Stille Oceaan. Hoe ziet de wereld eruit als China straks de economische wereldleider is?” Zo wordt de uitzending ingeleid. De uitzending opent met een beeld geschetst door de Nederlandse journalist Maarten Schinkel: “Stel je voor je bent het Chinese staatshoofd. Je staat op het strand van China. Je kijkt de oceaan op. Wat zie je dan? Dan zie je een heel benauwend beeld. Recht tegenover je zie je Taiwan. Je ziet de Filipijnen daar. Je ziet Japan daar. Je ziet eigenlijk gewoon een soort cordon om je heen. Een omstrengeling eigenlijk. Het is voornamelijk psychologie. Wij zijn een wereldmacht maar moet je kijken aan alle kanten zijn we gewoon ingesnoerd. Dat is eigenlijk vergelijkbaar met hoe het Russische staatshoofd naar het Westen kijkt. Die ziet ook een soort omsingeling.” Zeker als je naar militaire presentie van je grote tegenstrever kijkt.

In de Volkskrant een interview met Robert Kaplan. “Kaplan (New York, 1952) reisde in zijn meer dan 45 jaar omspannende carrière de hele wereld rond, waarbij hij meer dan twintig boeken schreef, meestal geopolitieke analyses over gebieden die op barsten stonden. Beroemd is bijvoorbeeld het boek Balkanschimmen uit 1993, waarin hij voorspelde dat het voormalige Joegoslavië een tijd van burgeroorlogen tegemoet zou gaan.” Zo introduceert de krant Kaplan. Een interessant interview omdat Kaplan niet denkt in karikaturen. Zo is het nu bijna algemeen aanvaard dat Poetin al vanaf de start van zijn presidentschap een plan heeft om Rusland weer groot te maken en dat uitwerkt. Kaplan ziet dat anders: “In het vroege begin was hij nog een soort hervormer, inmiddels is hij vooral een voorvechter van een soort mystiek Russisch nationalisme. Daarom kun je niet zeggen dat politici die dit niet zagen aankomen, tekort zijn geschoten.” Toch slaat hij op één punt de plank mis. Kaplan: “Zijn uiteindelijke doel was altijd om verdeeldheid binnen het Westen te zaaien. Dat ging lange tijd erg goed, maar op het moment dat hij Oekraïne binnenviel, werd hij in een klap een militair gevaar, met als gevolg dat alle Navolanden zich weer herinneren waarom het instituut in 1949 werd opgericht: de wereld verdedigen tegen Rusland.” Op dat laatste punt gaat hij de fout in. Daarmee kom ik bij het perspectief van Schinkel.

Voor het waarom van de NAVO moeten we terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nazi-Duitsland, de gezamenlijke vijand, was bijna verslagen. Dat kon nog niet worden gezegd van de strijd tegen Japan. Ja, dat land zat in het defensief maar het verdedigde zich fel. Op 29 februari 1945 landden de Amerikanen voor het eerst op Japanse bodem, op het eiland Iwo Jima, een klein eiland van 7 bij maximaal 3 kilometer midden in de Pacific op zo’n 1250 kilometer van Tokyo. De Amerikanen vielen met 70.000 man het eiland binnen alwaar zich 22.000 Japanse soldaten bevonden. Op 26 maart toen alle Japanners op 200 na dood waren, werd het eiland veilig verklaard. Hierbij sneuvelden 7.000 Amerikanen en raakten er 19.000 gewond. Op dezelfde 26ste maart landden de Amerikanen op Okinawa, een veel groter eiland maar nog steeds ver in de Grote Oceaan  zo’n 600 kilometer verwijderd van de Japanse hoofdeilanden. Hier duurden de gevechten tot de 23ste juni. Het eiland werd verdedigd door zo’n 130.000 Japanners waarvan er 110.000 sneuvelden. Van de bijna 550.000 Amerikanen die deelnamen aan de slag om het eiland sneuvelden er 12.500 en raakten er 71.000 gewond. De Japanners vochten zich letterlijk dood.

Na de conferentie van Jalta in februari 1945 kwamen de grote drie, Stalin, Truman, de nieuwe Amerikaanse president die de inmiddels overleden Roosevelt was opgevolgd en Churchill die nog tijdens de conferentie werd vervangen door Labourleider Attlee omdat Churchill de verkiezingen had verloren, in Potsdam bijeen. De drie landen zaten met verschillende belangen aan tafel. Stalin wilde de winst verzilveren en de na de Eerste Wereldoorlog verloren gebieden toevoegen aan de Sovjet Unie en daarvoor een buffer van hem vriendelijk gezinde staten. De grootste tegenstand kwam hierbij van Churchill maar die verdween zoals we zagen. Truman had een ander belang en dat was een Russische aanval op de Japanse troepen in het Oosten van Azië. De ‘sterren’ stonden hierdoor gunstig voor Stalin. Die kreeg de verloren gebieden terug en hem werd geen strobreed in de weggelegd bij het vormen van hem vriendelijke communistische regeringen in de door hem bevrijde of veroverde landen. Bevrijd of veroverd afhankelijk van het gezichtspunt van waaruit je kijkt. In Potsdam werden de scheuren in het bondgenootschap die zich al in Jalta openbaarden, groter. De oude bondgenoten kwamen hierdoor vijandig tegenover elkaar te staan. In 1946 beschreef Churchill de situatie in een toespraak die hij in het  Westminster College in Fulton gaf:“ From Stettin in the Baltic, to Trieste in the Adriatic, an iron curtain has descended across the continent.” Churchill formuleerde hierop het volgende antwoord: “The safety of the world, ladies and gentlemen, requires a new unity in Europe from which no nation should be permanently outcast.”

De NAVO is een antwoord op die gewenste ‘unity in Europe’ om de Sovjet Unie, die ideologische vijand, buiten de deur te houden. Doel van die Europese samenwerking was om de Britten ‘in’ de Sovjets ‘out’ en de Duitsers ‘down’ te houden. De Britten de Fransen en de Benelux-landen startten in 1947 gesprekken over meer economische en militaire samenwerking, dit resulteerde in het Pact van Brussel. De vijf zochten hierbij ook toenadering tot de Verenigde Staten. Nu waren de VS tot die tijd niet erg happig op het sluiten van verdragen met andere landen. Het land had een lange isolationistische traditie. Er was echter wat veranderd. President Truman had in 1947 zijn befaamde containment-doctrine geformuleerd waarin het communisme als vijand was bestempeld die ingedamd moest worden. Om dit te bereiken zou het land in het vervolg economische en militaire steun verlenen aan niet-communistische landen als die bedreigd werden door de Sovjet Unie. Zo werd in 1949 de NAVO geboren.

De Britten waren een van de ondertekenaars, dus die waren ‘in’. Om de Sovjets ‘out’ te houden werd artikel 5 in het verdrag opgenomen: “De Partijen komen overeen, dat een gewapende aanval tegen een of meer van haar in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen haar allen zal worden beschouwd; zij komen bijgevolg overeen, dat, indien zulk een gewapende aanval plaats vindt, ieder van haar de aldus aangevallen Partij of Partijen zal bijstaan, in de uitoefening van het recht tot individuele of collectieve zelfverdediging erkend in Artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, door terstond, individueel en in samenwerking met de andere Partijen, op te treden op de wijze, die zij nodig oordeelt — met inbegrip van het gebruik van gewapende macht — om de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied te herstellen en te handhaven.”  Om de Duitsers ‘down’ te houden werd artikel 2 opgenomen: “De Partijen zullen bijdragen tot een verdere ontwikkeling van vreedzame en vriendschappelijke internationale betrekkingen door haar vrije instellingen te versterken, door een beter begrip te wekken voor de grondslagen waarop deze instellingen berusten en door stabiliteit en welvaart te bevorderen. Zij zullen trachten tegenstellingen in haar internationale economische politiek uit de weg te ruimen en zij zullen economische samenwerking aanmoedigen tussen enige of alle Partijen.” Het werkgebied van de organisatie werd in de aanhef bepaald: “Zij zullen zich beijveren de stabiliteit en de welvaart in het Noord-Atlantisch gebied te bevorderen.” Dus niet de ‘wereld te verdedigen’ maar de deelnemende landen tegen de Sovjetdreiging.

Het ijzeren gordijn: de Duits -Duitse grens. Bron: WikimediaCommons

Die ideologische vijand, de Sovjet Unie, viel in 1991 met donderend geraas uiteen en er ontstonden 15 nieuwe landen, precies zoveel republieken als die Unie had. Dit nadat de bedreigende communistische ideologie al eerder min of meer was afgezworen en Churchills ‘iron curtain’ al was geopend. Met het ‘openen’ van het ijzeren gordijn, het instorten van het communisme en het wegvallen van de Sovjet Unie viel de reden waarom de NAVO was opgericht weg. Er was geen ideologische tegenstander meer dus de organisatie zou zich kunnen opheffen. Dat gebeurde niet omdat ook hier de ‘wet van de verdubbeling van doelen’ geldt. Die wet luidt als volgt. ‘We willen een doel bereiken. Om dat doel te bereiken, richten we een organisatie op. Dan is er naast het doel waarvoor de organisatie is opgericht ineens ook het doel van de organisatie en de mensen die ervoor werken.’ Met het wegvallen van de Sovjet Unie resteerde alleen het organisatiedoel van de NAVO: het voorbestaan van de organisatie. Om dat doel veilig te stellen, moest de organisatie op zoek naar een ‘nieuwe vijand’. Dat werd Rusland, de grootste republiek die uit de voormalige Sovjet Unie voortkwam. Om die vijand als een geloofwaardige vijand voor te stellen, moeten er tegenstellingen worden gecreëerd en moest de vijandschap worden opgepookt. Het steeds naar het Oosten uitbreiden van de NAVO zou je kunnen zien als het ‘oppoken’ van vijandschap. Hoe zou dat oppoken eruit hebben kunnen zien?

In 2008 vergaderde de NAVO in Boekarest. Op de agenda stond onder andere het toekennen van een Membership Action Plan(MAP) aan Oekraïne en Georgië. Besloten werd om: “Oekraïne en Georgië vooralsnog geen MAP (te verlenen), waarbij tegelijkertijd het open deur-beleid is ingekleurd in de zin dat beide landen te gelegener tijd lid van het Bondgenootschap zullen worden,” aldus de brief waarmee de Nederlandse regering het parlement informeerde. Op dat moment was al bekend dat Rusland de uitbreiding van de NAVO niet zomaar zou slikken. Dat hadden de Russen drie keer eerder wel gedaan omdat het aan mogelijkheden ontbrak om er iets tegen te doen. Een eerste keer toen het accepteerde dat het verenigde Duitsland lid werd, een tweede keer in 1999 toen het slikte dat voormalig Warschaupact landen Tsjechië, Hongarije en Polen toetraden en in 2005 bij de toetreding van Bulgarije, Roemenië, Slovenië, Slowakije en de drie Baltische landen die tot de voormalige Sovjet Unie behoorden. De Russen gaven al bij de eenwording van Duitsland aan dat uitbreiding van de NAVO door hen als een bedreiging werd gezien. “Opnieuw een slag voor Bush en een doorn in het oog van Rusland.” zo omschreef de Belgische site MO in het NAVO besluit in een artikel uit 2008. Een artikel waarin het flinke problemen voorzag: “De NAVO maakt hiermee een hoop delicate interne problemen tot zijn eigen problemen. Oekraïne is een verdeeld land en een meerderheid van de bevolking is tegen NAVO-lidmaatschap. Georgië is eigenlijk een tweede Joegoslavië, al zijn de conflicten niet tot even bloedige hoogtepunten geëscaleerd. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie leidde Georgisch nationalisme tot conflicten met interne minderheden voor wie Georgië tot dan toe louter een administratieve eenheid binnen de Sovjet Unie was geweest. Een snel NAVO-lidmaatschap voordat deze interne problemen opgelost zijn, leidt tot verdere polarisatie.” Het bloedige hoogtepunt in Georgië liet niet lang op zich wachten in augustus 2008. Het conflict tussen de Georgische regering en de opstandige regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië escaleerde en Rusland schoot de beide regio’s te hulp. In Oekraïne duurde het wat langer totdat het conflict uitbarstte, dat gebeurde in 2014.

Maar, zo zal menigeen tegenwerpen, het is toch aan een land zelf of het lid wil worden? Dat ligt net iets anders. Artikel 10 van het NAVO-verdrag stelt het volgende: “De Partijen kunnen eenstemmig elke andere Europese Staat, welke de verwezenlijking van de beginselen van dit Verdrag kan bevorderen en kan bijdragen tot de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied, uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden.” Het initiatief om lid te mogen worden van de NAVO ligt daarmee bij de NAVO en/of haar leden, niet bij landen die er graag bij willen horen. Nu dachten de NAVO-landen in 2008 verschillend over het potentiële lidmaatschap van Oekraïne en Georgië. Er waren landen, waaronder het Duitsland van Merkel, die dezelfde problemen voorzagen als onder andere de Belgische site MO. Er waren ook landen, in Oost Europa maar vooral de Verenigde Staten, die sterk aandrongen op het lidmaatschap van beide landen. Met name onder de Amerikaanse druk nam de NAVO het genoemde besluit. Als Kaplan gelijk heeft dat de Poetin van van twintig jaar geleden een andere was dan de huidige, zou het dan niet kunnen dat de manier waarop Rusland door de NAVO is benaderd, eraan heeft bijgedragen dat Poetin zo is geworden zoals hij nu is? Als je vanuit Oekraïens perspectief hiernaar kijkt, heeft dan NAVO uitbreidingspolitiek onder leiding en druk van de Verenigde Staten, Oekraïne dan niet meer kwaad dan goed gedaan?

De Russische mentaliteit

“Het is uitermate naïef te denken dat de Russische samenleving zelf het moeras waar ze in zitten zal droogleggen – daarvoor hebben ze noch de wil, noch de kunde, noch de traditie.” Aldus de Litouwse schrijfster Kristina Sabaliauskaite in een artikel in de Volkskrant. Sabaliauskaite wil ons waarschuwen voor de Russische agressie en dat is haar goed recht. De inval in Oekraïne laat zien dat er reden is voor bezorgdheid. Daarom moet er hard worden opgetreden tegen Rusland: “Als buren kennen wij de Russische mentaliteit en daarom hebben wij een eenvoudig advies: wees onbevreesd. Denk erom dat iedere Westerse verzoeningspoging richting Rusland, elk zwijgen, elk wegkijken door de Russen wordt gezien als een teken van zwakte, en Russen hebben nooit enige respect gehad voor zwakkelingen.” Twee bijzondere uitspraken waar de Russen het mee kunnen doen maar waarmee ze ook meteen worden ‘verontschuldigd’, ze zijn immers zo en dat zal nooit veranderen. Bijzonder.

Demonstranten op bloedige zondag. Bron: Wikipedia

Op het ontbreken van de ‘traditie van verzet’ die Sabaliauskaite constateert bij de Russen, valt het nodige af te dingen. De tsaren werden geregeld geconfronteerd met boerenopstanden. Die opstanden waren voor tsaar Alexander II mede aanleiding om in 1861 het lijfeigenschap af te schaffen. Dat dit opstanden niet kon voorkomen, liet de mislukte revolutie van 1905 zien. Boeren en arbeiders kwamen in opstand tegen de erbarmelijke omstandigheden en liepen op 9 januari 1905 (bloedige zondag en nee, niet die waar U2 over zingt) 150.000 man sterk naar het Winterpaleis van de tsaar om hem een petitie te overhandigen. Ze werden ontvangen met een kogelregen. Dit leidde tot vele protestmarsen en opstanden overal in het Rijk met tienduizenden doden tot gevolg en uiteindelijk tot de oprichting van het eerste Russische parlement. Erg democratisch was dit echter niet want de tsaar benoemde de helft van de leden en de andere helft werd door de grootgrondbezitters gekozen. Niet veel later, in 1917 tijdens de Eerste Wereldoorlog brak een opstand uit die het einde van de tsaar betekende, de Februarirevolutie die ruim een half jaar later werd gevolgd door de Oktoberrevolutie. Die laatste werd gevolgd door een burgeroorlog tussen de ‘witten’ en de ‘roden’. En ook als we de recente geschiedenis bezien dan valt er het nodige af te dingen op ‘het ontbreken van de wil, traditie en de kunde’ van de Russen’ om zaken te veranderen. Zo verhinderden ze in 1991 de coup van militairen. De coup die bijdroeg aan het snelle uiteenvallen van de Sovjet Unie. En sinds die tijd zijn er vele protesten geweest van delen van de bevolking tegen de regering van Poetin.

Bijzonder ook omdat de eerste uitspraak het Russische volk, cru gezegd, wegzet als een stelletje slaven en dombo’s die niet in staat zijn tot leren. In de Russische cultuur: “wordt de mens altijd beschouwd als een stuk gereedschap, alleen geschikt om te lijden”, zo schrijft Sabaliauskaite. “We hebben te maken met een staat die in de geschiedenis nooit een politiek pluriforme samenleving of enige vorm van zelfbestuur heeft gekend, zelfs niet op kleine schaal (gemeentelijk of universitair) – het is altijd alleen maar een piramide van macht geweest, macht die met extreem geweld werd uitgeoefend over de onderdanen, die tot blinde gehoorzaamheid werden onderworpen.” Inderdaad ging de autocratische heerschappij van de tsaar bijna naadloos over in de communistische dictatuur van het proletariaat en die ging bijna naadloos over in de heerschappij van ‘tsaar Poetin’. “De grootste vergissing die de Westerse landen hebben begaan, is te denken dat Rusland deel uitmaakt van de Europese beschaving,” aldus Sabaliauskaite. De Rus heeft door de eeuwen heen veel ‘geleden’ en het overzicht hier is nog niet eens compleet. Zo ontbreken de tochten van Dzjengis Kahn en zijn opvolgers en de rooftochten van de Noormannen die via de Russische rivieren op jacht gingen naar slaven voor de verkoop aan de Rijken langs de Zijderoute. De geschiedenis van de gewone Rus van de laatste vierhonderd jaar verschilt echter niet zoveel van die van de gewone Litouwer. Beiden waren tot 1861 vooral lijfeigenen die door de grondeigenaren bruut werden behandeld en onderdrukt. En nee, dat was geen ‘uitvinding’ van de Russische tsaar die sinds 1795 ook heerser werd over een flink deel van het Pools-Litouwse rijk, dat op haar hoogtepunt grote delen van Polen en Oekraïne omvatte en alle Baltische staten, Wit Rusland, Kaliningrad en nog een stuk van het huidige Rusland. Dat rijk werd toen verdeeld tussen tsaristisch Rusland, het Pruisisch koninkrijk en het keizerrijk Oostenrijk. Nee, dat extreem onderdrukkend lijfeigenschap van de boeren werd gewoon overgenomen met de verdeelde boedel en verschilde in niets van het Russische. De Litouwse boer zal aan de manier waarop hij werd behandeld, niet hebben gemerkt dat de tsaar toen de baas werd.

Ook de korte periode tussen de onafhankelijkheid in 1918 en de Russische bezetting in 1939 was nu niet het toonbeeld van een rechtschapen democratie. Alleen tussen 1920 en 1927 was er iets wat op een parlementaire democratie leek maar die verviel in 1926 in anarchie en in december van dat jaar ontbond president Antanas Smetona het parlement en werd alleenheerser. Een alleenheerser die in 1940 door de Sovjets werd verjaagd als uitvloeisel van het Molotov-Ribbentroppact waarmee Hitler-Duitsland en de Sovjet-Unie Polen en de Baltische staten tussen zich verdeelden. De relatie tussen het nieuwe Litouwen en het nieuwe Polen, twee volkeren die eeuwenlang onderdeel uitmaakten van dat ene Pools-Litouwse Rijk waren niet al te best en op het vijandige af. Nog geen jaar later vielen de Duitsers binnen en die werden in 1944 weer door de Sovjets verjaagd. Litouwen werd toen een onderdeel van de Sovjet Unie en dat bleef het tot 1991 toen het weer zelfstandig werd. De geschiedenis van de gemiddelde Rus verschilde dus niet zoveel van die van de gemiddelde Litouwer of Pool. Die Litouwer hoorde en hoort, als we Sabaliauskaite mogen geloven, wel tot de Europese beschaving en de Rus niet. Dat lijkt me dan iets van de laatste dertig jaar. De periode daarvoor leek de Litouwse beschaving veel meer op de Russische dan op de West-Europese. Veel meer op: “een piramide van macht (…), macht die met extreem geweld werd uitgeoefend over de onderdanen, die tot blinde gehoorzaamheid werden onderworpen,” dan op: “een politiek pluriforme samenleving.” Dat roept de vraag op waarom de Rus niet eenzelfde verandering zou kunnen doormaken als de Litouwer?

Echt bijzonder wordt het als je de uitspraken combineert. Aan de ene kant zijn Russen slaafse dombo’s zonder vaardigheid om te leren en aan de andere kant zijn Russen een stelletje machtswellustelingen die alles pakken wat ze kunnen en alleen de taal van macht en geweld begrijpen.

Dat er is veel mis in het huidige Rusland, dat staat buiten kijf. De grootste vergissing die wij kunnen maken in de omgang met Rusland lijkt mij het afschrijven en ontmenselijken van de Rus als waardeloos en niet lerend zoals Sabaliauskaite in haar artikel doet. Dat Litouwen nu deel uitmaakt van de Europese beschaving daar zal het feit dat Litouwen lid werd van de EU voor een zeer groot deel aan hebben bijgedragen. Voor een duurzaam vredig Europa zou de oplossing wel eens kunnen liggen in een Russisch lidmaatschap van de EU. Daarvoor zal er in dat land zeer veel moeten veranderen. Wellicht dat het bieden van dit perspectief aan de Russen die veranderingen kan versnellen.

Liberale democratie

Bij De Correspondent steekt Rutger Bregman de loftrompet over de Europese Unie. Bregman over gesprekken met Oekraïense jongeren:  “Toen ik vertelde dat de meeste Nederlandse jongeren de EU vooral slaapverwekkend vinden, reageerden de Oekraïense studenten vol ongeloof.  … Wat wij vanzelfsprekend vinden, daar willen zij voor sterven.” Wat ‘wij’ slaapverwekkend vinden en waar ‘zij’ voor willen sterven is: “het liberale, democratische model van de EU.” Wij vallen erbij in slaap en zij willen ervoor sterven. Zou het werkelijk? Of willen zij sterven voor een ideaal en vallen wij in slaap bij de realiteit van dat ideaal?

Eigen foto

In zijn boek Globalist: The end of empire and the birth of neoliberalisme geeft de historicus Quinn Slobodian een geschiedenis van het ontstaan van het neoliberalisme. In zijn inleiding maakt Slobodian duidelijk waar het vervolg over gaat: ‘What follows is a story, not of a victory, but an ongoing struggle to determine which principles should govern the world economy, and, by extension, all our lives.[1]Daar waar velen, waaronder Bregman in een artikel uit 2014, Friedrich Hayek en Milton Friedman centraal stellen in het ontstaan van het neoliberalisme, kijkt Slobodian verder. Hij begint bij Ludwig von Mises die in 1881 in Lviv dat toen Lemberg werd genoemd, werd geboren. Belangrijkste gebeurtenis in het leven van Mises was het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk in 1918. Uit het rijk ontstonden Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en delen van het rijk gingen op in Joegoslavië, Roemenië, het herrezen Polen en Italië. Door het uiteenvallen van dat oude Rijk werden oude economische banden vernield. Al die nieuwe soevereine vaak democratische landen waren baas in eigen huis en streefde zoveel als mogelijk naar economische onafhankelijkheid, naar autarkie. Mises zag dit met lede ogen aan omdat hierdoor het kapitaal en dus de bezitter ervan werd begrensd. Verhuizen van het ene naar het andere land betekende niet automatisch dat het bezit (kapitaal) mee kon verhuizen. Wat vooral stak was dat regeringen, vooral democratisch gekozen regeringen, zo maatregelen namen die de vrijheid van het individu en het kapitaal van het individu begrensden.

Mises en zijn volgelingen zoals de Duitse econoom Wilhelm Röpke zochten, zo betoogt Slobodian, niet naar manieren om markten vrij te maken, maar om de macht van regeringen over de economie in te perken. In de ogen van de neoliberalen waren democratie en kapitalisme (liberalisme) niet twee elkaar versterkende grootheden: “democracy meant successive waves of clamering demanding masses, always threatening to push the functioning market economy off its tracks.[2] Voor Mises en Röpke was het een strijd tussen twee werelden. Aan de ene kant de wereld van imperium, de wereld van de economie en aan de andere kant de wereld van het dominium, de macht van een regering om zaken binnen haar grenzen te bepalen. De belangen van die twee werelden konden, zeker in democratische landen, wel eens met elkaar conflicteren. Neoliberalen zochten daarbij naar manieren om de wereld van het imperium te beschermen tegen dominium. Röpke: “To diminish national sovereignty is most emphatically one of the urgent needs of out time.” En daarbij was het vormen van een wereldregering, niet de weg: “the axcess of sovereignty should be abollished instead of being transferred to a higher political and geografical unit.[3]

Slobodian doet uitgebreid verslag van de neoliberale zoektocht naar manieren om juist dat te bereiken. De meest succesvolle manier hierbij bleek het afsluiten van handelsovereenkomsten tussen twee of meer landen. Met die verdragen beperken de ondertekenende landen de in- en exporttarieven en regelen ze het vrije verkeer van goederen en kapitaal tussen de landen. Maar belangrijker voor de neoliberalen zijn de Investor-State Dispute Settlements, een zoals Wikipedia het formuleert: “voorziening in internationale handelsverdragen en internationale investeringsovereenkomsten die de investeerder het recht geeft om zelfstandig een arbitragezaak tegen een vreemde overheid aanhangig te maken op basis van internationale wetgeving. Bijvoorbeeld: een investeerder investeert in land A, dat deelnemer is van een internationaal handelsverdrag dat een ISDS-clausule bevat. Als land A een wet aanneemt die het verdrag schendt, kan de investeerder een schadeclaim indienen bij de overheid van land A. Deze schadeclaim wordt vervolgens behandeld door een daarvoor opgericht tribunaal.” Hiermee worden de mogelijkheden van landen om hun wetten te wijzigen bezwaard.

Nu is de EU in de basis een economisch samenwerkingsverband tussen de deelnemende landen. Dit begon met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die met het Verdrag van Parijs werd opgericht waarnaar er meerdere Europese gemeenschappen volgden die uiteindelijk allemaal opgingen in de Europese Unie. Dit met het verdrag van Lissabon. Verdragen waarmee de deelnemende landen het imperium overdroegen aan de EU. Nu hoeft dat geen probleem te zijn als het democratische dominium van de landen op dat terrein op een of andere democratische manier ook overgaat naar de EU. Helaas is dat niet gebeurt. De EU kent wel een Europees Parlement waarvan de leden gekozen worden door de inwoners van de Europese Unie maar dat parlement heeft geen enkele zeggenschap over het economische beleid. Die democratische controle berust bij de nationale parlementen. Die kunnen hun vertegenwoordigers aanspreken op het resultaat, maar hebben geen macht om het resultaat te wijzigen.

“Voor deze jongeren stond de EU gelijk aan democratie en mensenrechten, vrijheid en vooruitgang – verworvenheden die velen van ons vanzelfsprekend vinden, maar dat helemaal niet zijn.” Zo schrijft Bregman. Dat is het fictionele beeld waarmee de EU zich graag afficheert. Dat je hiervoor, als je het niet hebt of dreigt te verliezen, wilt sterven, is invoelbaar. Dat Nederlandse jongeren en ook jongeren uit andere EU-landen niet voor de reële EU willen sterven, is ook invoelbaar. Het democratische dominium, moet in de EU immers nog worden bevochten op het liberale imperium dat de schaapjes in de EU goed op het droge heeft.


[1] Quinn Slobodian, Golbalists. The end of empire an the birth of neoliberalism, pagina 26

[2] Idem, pagina 17

[3] Idem, pagina 11

Het oog van de naald

Vergeltungswaffe 2, beter bekend als de V2, zou je kunnen zien als de eerste ‘kruisraket’. De raket werd in Nazi-Duistland ontwikkeld door Werner van Braun en ingezet als lange afstandswapen. Het Nederlandse Wassenaar komt, zo lees ik op Wikipedia, de dubieuze eer toe om de plek te zijn van waaruit de eerste raket naar London werd verzonden. Van Braun werd na de oorlog door de Amerikanen ingelijfd en vervulde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Amerikaanse raket- en ruimtevaartprogramma. Hierbij werd voortgeborduurd op de ervaringen met de V2. De keuze voor Wassenaar had ermee te maken dat de eerste versies van de raket zo’n 350 kilometer konden afleggen. Ik moest aan de V2 denken toen ik bij de NOS las over een Russische raketaanval op een Oekraïens militair trainingscentrum nabij de Poolse grens.

“Rusland neemt groot risico met raketaanval vlakbij Poolse grens.” Aldus de kop boven het artikel. We zijn dus door het oog van de naald gekropen. Polen is immers een NAVO-land en als er een of meerdere raketten op Pools grondgebied terecht zouden zijn gekomen, dan had het tot escalatie kunnen leiden: “In theorie kan een afzwaaier van Russische kant de hele NAVO bij het conflict betrekken.” Gelukkig zou dat niet automatische gebeuren aldus de geraadpleegde militair deskundige Oud-commandant Landstrijdkrachten Mart de Kruif: “Als er wat fout was gegaan had president Poetin vast een excuus achter de hand.” Rusland speelde met vuur en we kropen door het oog van de naald.

Dat Rusland met vuur speelt, staat buiten kijf. Het is een oorlog begonnen en oorlog is spelen met vuur. Maar hoe groot waren nu die risico’s die het land nam met deze raketaanval? En daarvoor moest ik aan het V2 denken. De eerste versies hadden, zoals gezegd, een bereik van zo’n 350 kilometer, de latere zo’n 450 kilometer. De raket bereikte een hoogte tot 93 kilometer, de maximale kruissnelheid bedroeg ruim 4.800  kilometer per uur en stortte verticaal neer met een snelheid van 3.600 kilometer per uur. De grootste risico’s op een misser, liep men in de buurt van de plek van lancering. Daar was de kans het grootst dat het mis ging. Eenmaal in de lucht was dat risico beperkt. Maar hoe nauwkeurig was het ding? Hoe kleiner de vluchtafstand, hoe nauwkeuriger de raket. Bij vluchten tegen de maximale lengte was, aldus weer Wikipedia waar ik al deze informatie vandaan heb gehaald, de afwijking tussen doel en inslagpunt maximaal 17 kilometer.

Nu is er sinds die eerste ‘kruisraket’ veel veranderd en verbeterd. Als we de fabrikanten van de nieuwe generatie kruisraketten mogen geloven dan kun je zo’n ding door mijn brievenbus deponeren. Voor het eerst zagen we er beelden van tijdens operatie Dessert Storm. De Amerikaanse opperbevelhebber Norman Schwarzkopf steeds beelden zien waarbij zo’n raket precies op het ‘kruisje’ insloeg en grapte daar een keer bij over de meeste gelukkige man van Irak. Die was net van de brug af toen de kruisraket de brug vernietigde. Dat er nog steeds zaken misgaan, blijkt uit de berichten over getroffen huizen van burgers die dan eufemistisch collateral damage worden genoemd. Meestal staan die huizen geen 17 kilometer van het doel maar om de hoek.

Nu lees ik in het NOS-artikel dat de basis met de naam International Peacekeeping and Security Center (IPSC) bij Yavoriv op zo’n 25 kilometer van de Poolse grens ligt. Zelfs met een ouderwets Duits V2 was Polen niet geraakt. Het oog van de naald waar we door kropen was zo groot dat we het onmogelijk konden missen. De oorlog erg genoeg, maar laten we alsjeblieft een beetje bij de feiten blijven.

Inter arma enim silent leges

“The way we selected these targets was determined by the VC. They chose the battleground and we really had no choice where we put the target.” Deze woorden sprak majoor James K. Gibson een Amerikaanse piloot die deelnam aan de slag om Ben Tré, een Vietnamees stadje ingeklemd tussen twee takken van de Mekong. Het stadje dat: “became necessary to destroy the town to save it.”  Volgens de woorden die de toen nog jonge journalist Peter Arnett in 1968 optekende uit de mond van een Amerikaanse officier. Die officier stond uit te leggen waarom de Amerikaanse troepen stadje hadden gebombardeerd ondanks de aanwezigheid van vele burgers in de stad. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Rosan Smits bij De Correspondent met als titel: “In Poetins oorlog wordt alles een wapen. Zelfs een humanitaire corridor.”

Ben Tré na de bombardementen. Bron: Flickr

Smits lijkt zich te verwonderen over de Russische manier van oorlog voeren. “De kern: Rusland zet álles in om te winnen. Van een nieuw wapenarsenaal tot clustermunitie, van cyberaanvallen tot economische druk. Zelfs humanitaire corridors en vredesbesprekingen zijn voor Poetin militaire tactieken. Of anders gezegd: Rusland maakt geen onderscheid tussen diplomaten en soldaten.”  Ik verbaas me over Smits verwondering hierover. Ik verbaas me over de, in mijn ogen, naïviteit die hieruit blijkt. Naïviteit dat er zoiets zou zijn als een ‘schone oorlog’ zonder burgerslachtoffers.

Als je een oorlog begint, doe je er immers altijd alles aan om te winnen. Dan gebruik je alle middelen die tot je beschikking staan. En ja, daar horen sinds twee decennia ook cyberaanvallen bij. En ja, dan zet je ook clusterbommen in. Nu zul je denken: ‘maar die zijn toch verboden?’ En ja inderdaad is er een verdrag waarin wordt gesteld dat het inzetten van clusterbommen verboden is. Dat verdrag is ook getekend door een honderdtal landen, ook door Nederland. Zij hebben zich met dat verdrag gebonden. De andere landen niet, en bij die landen hoort Rusland. Ook onder andere de Verenigde Staten, China, India, Pakistan, Turkije en Israël hebben het verdrag niet getekend. De Russen hebben zich niet gebonden en kunnen die spullen gebruiken. Ook economische druk op de vijand en landen die de vijand steunen is niet verbazingwekkend.

Daar hoort ook bij dat je de strijd probeert de voeren op plekken waar je de grootste kans hebt om de tegenstander te verslaan. Iets dat Saddam Hoessein niet goed leek te begrijpen. Die probeerde in 1992 de tegenstander te verslaan door de confrontatie in open terrein aan te gaan door de vijand met zijn tanks tegemoet te treden. Dodelijk als de tegenstander over beter en meer materieel beschikt. Dat doen de Oekraïners slimmer, ze hebben de les van Gibson geleerd. Die vermijden de directe aanval en voeren strijd op plekken waar het materiele overwicht van de tegenstander het minste gewicht in de schaal legt. Dat zijn precies ook de plekken waar de kans op burgerslachtoffers het grootste is, namelijk de bebouwde omgeving. En hoe grotere en onoverzichtelijker die omgeving, hoe gelijker het speelveld. Sterker nog, hoe groter de puinhoop, hoe gelijker het speelveld. De eerste granaten op een flatgebouw tasten de structurele integriteit van het gebouw aan. Als het gebouw is vervallen tot een hoop beton en steen met hier en daar een ruimte waarin zich iemand kan verschuilen, richten granaten niet zoveel schade meer aan. Ter vergelijking. Een kogel doorboort gemakkelijk een pagina van een krant. Je erachter verschuilen heeft niet zoveel zin. Dat wordt anders als het een ouderwets telefoonboek betreft.

Strijden in steden heeft in deze moderne tijd nog een ander voordeel. Een van de manieren om steun voor je kant te verwerven, is via de publieke opinie in landen die niet aan de strijd deelnemen. Daarvoor zijn beelden die de gruwelijke daden van je tegenstander laat zien een goed middel. In de moderne tijd met een camera op elke straathoek en in iedere broekzak, zijn er beelden te over die de gruwelijkheid van de tegenstander laten zien. Beelden zoals de auto op een kruispunt die wordt getroffen door granaten uit een Russische pantserwagen. Of een door granaten getroffen ziekenhuis. Als ik ‘baas’ van Oekraïne was, dan zou ik het ook zo doen als ik werd aangevallen door een veel sterkere tegenstander zoals de Russen. Al die zaken zou ik breed uitmeten. Dat zouden mijn ‘kogels’ in de strijd om de ‘harts and minds’ van de rest van de wereld zijn.

Als ik daarentegen ‘baas van Rusland’ was. Dat ben ik niet want als ik het was geweest dan was er nu geen oorlog, maar even fort he sake of the argument. Als ik ‘baas van Rusland’ was, dan zou ik er in de strijd om diezelfde ‘harts and minds’ alles aan doen om de ander zo schadelijk mogelijk te laten overkomen. Dan zou ik ook reppen over biologische en chemische wapens en vooral een link leggen met de VS. Dat land heeft immers een verleden met het liegen over dergelijke wapens[1]. Dan zou ik de bom op dat ziekenhuis betreuren maar erop wijzen dat de tegenstander de stad en dus ook het ziekenhuis en die moskee gebruikt als een menselijk schild. Je geeft, geheel in lijn met majoor Gibson, de tegenstander de schuld. Die koos er uit ‘lafheid’ immers voor om Ben Tré en nu Marioepol tot de plek te maken om het gevecht aan te gaan en niet te kiezen voor een ‘eerlijke strijd’ op de open vlakte. En ja, dan kunnen er burgers sneuvelen en dan kan het wel eens noodzakelijk zijn om een stadje te vernietigen om het te redden uit handen van die laffe vijand.

Bij het winnen van die oorlog, hoort ook het ‘spelen’ met vredesbespreking. Als het voorspoedig gaat, dan heb je er geen behoefte aan en traineer je ze. Zit je in het nauw dan is het aantrekkelijk om ze tot een succes te maken. Probleem is dan dat de ander aan de ‘voorspoedige kant’ zit en er geen behoefte aan heeft. Vredesbesprekingen hebben de meeste kans op succes als er evenwicht is. Als voor beide partijen verdere inspanning meer kost dan het oplevert.

Humanitaire hulp en corridors zijn iets van recente datum. De Romeinen en Dzjengis Kahn kenden ze niet. Een land was in oorlog en dat betekende dat alle inwoners in oorlog waren. Rusland gebruikt humanitaire corridors, zo schrijft Smit: “Niet zozeer om burgers in veiligheid te brengen, maar om de inname van de stad te vergemakkelijken.” Dat zou betekenen dat ook dit nieuwe al een middel wordt om het doel, het winnen van een oorlog, te bereiken. Dat kun je next level, cynisch of misdadig noemen, verbazen hoeft het niet. Alles wordt in een oorlog gebruikt om hem te winnen.

Dat kun je vervelend vinden en daarbij vind je mij aan je zijde. Het verandert er echter niets aan. ‘Inter arma enim silent leges’, of in Nederlands: ‘In tijden van oorlog zijn de wetten stil.’ Hoe graag we het ook anders zouden willen.


[1] Voor de VN betoogde de VS in 2003 dat Irak ‘weapons of mass destruction’ had, waaronder chemische en biologische. Dit terwijl jarenlange inspectie onder auspiciën van de VN er geen had gevonden. De VS gebruikte de aanwezigheid van die wapens om het land binnen te vallen. Na die inval zijn dergelijke wapens niet aangetroffen.