Een land als een cel

  Bij Elsevier een artikel van historicus Christaan Hoekstra. Hoekstra breekt een lans voor de waarde van de grens. “Dat is niet per se een fysieke grens, maar een begrenzing in de aantasting van die kernsamenstelling van geschiedenis, taal en waarden. De elementen die Nederland groot hebben gemaakt. De grensbepaling zou daarom hardop bediscussieerd moeten worden,” zo sluit Hoekstra af.

Transmission electron micrograph of multiple bacteriophages attached to a bacterial cell wall. Bron: Wikipedia

Hoekstra vergelijkt een land met een cel: “Zoals in de biologie een cel een celwand nodig heeft om zijn celkern te beschermen, zo heeft een natie ook een begrenzing nodig om zijn kern tot volle bloei te laten komen.” Die kern wordt, zo betoogd Hoestra van vier kanten bedreigd: “Twee daarvan komen van binnenuit: visieloze politici en de flegmatiek van vele Nederlanders. Twee daarvan komen van buitenaf: de uitbreidende EU en de voortgaande massa-immigratie.”

Een land, de samenleving zien als een cel, een organisme, dat gebeurt vaker. In een cel of organisme hebben alle onderdelen een vaste plaats en weten ze wat ze moeten doen om de cel of het organisme te laten overleven. Voor Hoekstra bestaat de essentie, de kern van land uit: “drie kerneigenschappen. Het kent een eigen specifieke geschiedenis. Daaruit is een bijzonder en gedeeld waardenstelsel voortgekomen dat iedere burger kan verstaan, omdat hij onderdeel is van dezelfde taalgemeenschap. Dat geheel aan waarden is een specifieke uitdrukking van een land. Die zijn formeel vormgegeven in de wet. Informeel is dat een levenshouding, maar ook de vele gedragscodes en omgangsvormen.” 

Nu is er het nodig af te dingen op alledrie die kerneigenschappen. Om te beginnen die specifieke geschiedenis. Als historicus zou Hoekstra toch moeten weten dat dé geschiedenis van een land niet bestaat. Iedere gebeurtenis kan vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken, bestudeerd en gewaardeerd. Voor een diepgelovige christen zal god een belangrijke rol spelen, voor een communist ligt dat heel anders. Die verschillende invalshoeken leiden als vanzelf tot verschillende stelsel van waarden en ook dat mensen elkaar niet ‘verstaan’, ondanks dat dat ze dezelfde taal spreken. Het leidt ook tot verschillende gedragscodes en omgangsvormen.

Een land als een cel, een slechte metafoor en ook een risicovol? Maakt dat het heel verleidelijk om de vier bedreigingen ook in ‘biologische termen’ te bespreken? Wordt dan de cel (het land) niet van binnenuit bedreigd door veroudering (de flegmatiek van de burger) en kanker (visieloze politici) en van buiten door milieuverontreiniging (de uitbreidende EU) en virussen (migranten)? En wat doe je met ziektes? Die bestrijd je.

Allen die zich in Nederland bevinden …

“Mensen mogen hun eigen geloof uitoefenen en eigen waarden meenemen, maar het moet niet zo zijn dat ze daaraan tot het uiterste blijven vasthouden.”

Een uitspraak van Jorden van der Haas, de vicevoorzitter de CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. Van der Haas schaart zich hiermee achter CDA-leider Buma die in zijn HJ Schoo-lezing  betoogde dat nieuwkomers zich aan onze cultuur en waarden moeten aanpassen. Wat ‘onze’ cultuur en waarden zijn, wordt niet duidelijk.

grondwet

Foto: Wikimedia Commons

Buma en Van der Haas doen het voorkomen alsof ‘onze waarden en cultuur’ helder en duidelijk zijn voor iedereen. Alsof iedere Nederlander dezelfde waarden onderschrijft. Zou hij vergeten dat zelfs de honderdvijftig man die de Tweede kamer bevolken verschillende normen hanteren? Laat staan dat de ruim zeventien miljoen mensen die het stukje van de wereld, dat we Nederland noemen, bewonen daar een eenduidig beeld bij hebben. Daar gaat het me nu niet om.

Waar het me wel om gaat, is die zin van Van der Haas waarmee ik begon. Ik zou hem willen vragen wanneer dat ‘uiterste’ is bereikt? Wanneer moet iemand zijn eigen geloof en eigen waarden opgeven? Wanneer is het punt bereikt dat een ander geloof en andere waarden echt niet meer kunnen? Een wellicht nog belangrijkere vraag. Wie bepaalt wanneer dat punt is bereikt? Wie heeft de ‘macht’ om mensen te ‘bevelen’ hun geloof en waarden af te zweren?

Dan de belangrijkste vraag. Hoe verhoudt zich dit tot de Nederlandse Grondwet? Die meldt immers in artikel 6 lid 1 dat: “Ieder (…) het recht (heeft) zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden.” Of ietsjes eerder in de Grondwet, in artikel 1: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”  Zegt Van der Haas niet dat niet iedereen in Nederland gelijk is? Dat mensen met een bepaalde religie en bepaalde waarden toch iets meer zijn?

Beste meneer Van der Haas, liggen de Nederlandse waarden niet vast in de Grondwet? In onder andere deze twee artikelen die u in deze ene zin opzij zet?

Postadres ‘witte Nederlandse cultuur

Beste meneer Kartosen-Wong, op de site Joop bekritiseert u de criticasters van de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. “De documentaire roept kennelijk al op voorhand zoveel ongemak op bij sommige critici dat zij zich in allerlei bochten wringen om deze te diskwalificeren,” zo schrijft u en daarom begrijpen zij de kern ervan niet. U hoopt toch dat: “witte Nederlanders zich dit realiseren en daardoor openstaan voor de inzichten die de documentaire aandraagt,” omdat die bewustwording uiteindelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem.

racisme

Beste meneer Kartosen-Wong,  wat is het probleem dat moet worden opgelost? Volgens mij komt het erop neer dat iedereen zich moet realiseren dat hij of zij vooroordelen heeft, dat er bij voorkeur wordt gekozen op gelijkenis en niet op verschil. Heel menselijk gedrag, dat onwenselijke gevolgen kan hebben. Net zoals we ons als samenleving moeten realiseren dat we heel voorzichtig moeten zijn met het baseren van beleidskeuzes op statistische gegevens.

Als ik u en de uwen moet geloven ligt het anders, dan is dat ‘ingebouwd racisme’ in de ‘westerse cultuur’ het probleem. “Uiteindelijk wordt ‘witte Nederlandse cultuur’ als voortbrenger van dergelijke vooroordelen aangeklaagd, en niet de individuele witte Nederlander wiens denken en handelen daar onbewust door worden gestuurd, zo schrijft u.

Een cultuur die een gevolg is van een ‘cultureel archief’ van de West-Europese landen: “waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen,” zoals Gloria Wekker bij De Correspondent beweert. Een bijzondere, of eigenlijk dubieuze, theorie omdat ze uitgaat van een vooropgezet plan van ‘witte West-Europeanen’ om de wereld te domineren. Alleen is de ‘plan-kaart’ of, zoals ik eerder schreef, het ‘Risk-opdrachtkaartje‘ nooit gevonden en lijkt het erop dat geschiedenis wordt aangepast aan het door u en de uwen gewenste frame. Bijzonder om nog een tweede reden en dat is dat ontkennen of ter discussie stellen van die theorie geen zin heeft, want dan lijd je aan ‘witte onschuld’ en daarmee toon je het gelijk aan van de theorie.

Als mensen zich niet aangesproken hoeven te voelen, wie dan wel? Waaruit bestaat een cultuur als ze niet uit mensen bestaat? Wie koestert dan dat: “nationale zelfbeeld van een moreel superieure Nederlandse cultuur en samenleving,” zoals u schrijft? Wat is dan het ‘postadres van de witte Nederlandse cultuur?

Zou het kunnen dat u en de uwen zoals Sunny Bergman, Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Gloria Wekker en anderen, eens in de spiegel zouden moeten kijken? Niet letterlijk om de huidskleur te bekijken, maar figuurlijk om uw eigen denken en de theorie die eraan ten grondslag ligt eens kritisch te beschouwen?