Uitgelicht

Witte zwanen, zwarte zwanen

“De pandemie, zegt Gerritsen, is een voorbeeld van een ‘ongetemd probleem’. Ongetemde problemen zijn inhoudelijk complex, veranderen voortdurend van aard, hebben noch een duidelijk eindpunt noch heldere oplossingen.” Erik Gerritsen is de voormalig hoogste ambtenaar van het ministerie van VWS. Volgens Gerritsen heeft, zo lees ik in een interview bij De Correspondent, het ministerie een topprestatie geleverd in het aanpakken van de pandemie. Want: “je kunt de beheersing van zo’n crisis niet simpelweg beoordelen op het resultaat. ‘Wat je moet doen, is kijken of de mensen op dat moment, met de kennis die ze toen hadden, het maximale hebben gedaan. Hebben ze goed geïmproviseerd?’” Daar heeft hij een punt waar ook premier Rutte in het begin van de pandemie op duidde toen hij zei dat besluiten moesten worden genomen met maar 50% van de benodigde informatie. Al betwijfelt Gerritsen die 50%: “Het was eerder 5 procent.” Een complex probleem maar toch. Ik moest denke aan De Zwarte Zwaan. De impact van het hoogst onwaarschijnlijke, een boek van Nassim Nicholas Taleb.

Zwaan Vogel Vijver Zwarte - Gratis foto op Pixabay
Bron: Pixabay

Taleb denkt en schrijft vooral over de invloed van toeval, kans en willekeur in onze samenleving in het algemeen en in het bijzonder in de derivatenhandel want daar heeft hij jaren in gewerkt. In die handel staan modellen centraal. Een model of theorie is een schematische weergave van de werkelijkheid, een nabootsing. Modellen zijn volgens de econoom Tomáš  Sedláček, en ik onderschrijf dit van harte: “Systemen met interne inconsistenties, die gedeeltelijk in strijd zijn met de werkelijkheid, die vaak zijn gebaseerd op louter en doelbewust onrealistische veronderstellingen, en die in hun uiterste consequentie tot absurde conclusies leiden, worden desondanks met succes toegepast.[1]”  Een weergave of nabootsing die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Sedláček vergelijkt het gebruik van modellen in de economische wetenschappen met de natuurkunde en ziet dat beide wetenschappen modellen op een andere manier gebruiken. Hij beschrijft dit als volgt: “De natuurkunde bedient zich van een volkomen andere hypothetische logica: die hypothesen worden opgetrokken als steigers, die het mogelijk maken het gebouw op te trekken, waarna de steigers met behulp van de gedachtenbouwsel weer worden afgebroken. … Als wij modellen bouwen dan moeten we wegkijken van de realiteit; maar zodra wij die modellen willen gaan toepassen op de realiteit, moeten we wegkijken van de modellen. Dan moeten de steigers als het ware worden afgebroken om te zien of het gebouw er nog staat.” In de sociale wetenschappen: “…lijken de veronderstellingen vaak niet weggenomen te kunnen worden – zelfs niet achteraf; het hele bouwwerk zou instorten.[2] Echter, zonder een model kunnen wij als mens de werkelijkheid niet bevatten. De wereld is te complex om te bevatten zonder hulpschema’s dat geldt voor de natuur en de natuurkunde, dat geldt voor onze leefomgeving en dat geldt ook voor onze samenleving.

Maar die sociaalwetenschappelijke modellen zijn slecht in het voorspellen van een crisis en ook slecht in het bepalen van de schade die een crisis veroorzaakt. Want deze modellen houden geen rekening met het onvoorspelbare en juist dat onvoorspelbare heeft de grootste gevolgen. Nassim Nicholas Taleb noemt deze gebeurtenissen Zwarte Zwanen (de hoofdletters zijn van hem overgenomen) en dat zijn gebeurtenissen met drie kenmerken: “Ten eerste is het een totaal onverwachte gebeurtenis, een uitschieter die buiten de normale gang der dingen valt omdat er vooraf geen duidelijke aanwijzingen waren dat zoiets kon gebeuren. Ten tweede heeft het zeer grote gevolgen (…). En ten derde zit de mens zo in elkaar dat we naderhand, ook al was het een totaal onverwachte gebeurtenis, verklaringen bedenken die de gebeurtenis begrijpelijk maken [3]Maar ook het tegenovergestelde, iets wat tegen alle verwachtingen in niet gebeurt, is een Zwarte Zwaan. Volgens Taleb is de geschiedenis van de mens te verklaren aan de hand van een klein aantal Zwarte Zwanen.

Zwarte Zwanen zijn niet te voorspellen extremen. We weten dat ze komen maar er is geen mogelijkheid om te voorspellen wanneer er een komt en al helemaal niet hoe die gebeurtenis eruit ziet. En met die Zwarte Zwaan ben ik waar ik wilde zijn. Of beter gezegd, ik ben er bijna. Dat we worden verrast door Zwarte Zwanen en dat die zeer veel schade kunnen veroorzaken, hoeft ons niet te verbazen. Gerritsen noemt de pandemie een ‘ongetemd probleem’, een Zwarte Zwaan om Taleb aan te halen.

Maar is een virusuitbraak wel een Zwarte Zwaan, een ongetemd probleem? Dat het Covid-19 virus uitbrak, was niet te voorzien. Dat er op enig moment een virus zou uitbreken dat een pandemie veroorzaakt, mag toch geen ‘totaal onverwachte gebeurtenis’ zijn. De recente en minder recente geschiedenis kent tal van virusuitbraken. Zo werden onze voorouders verschillende keren geteisterd door de pest, veroorzaakte de Spaanse griep ruim een eeuw geleden voor een pandemie en kenden we sindsdien verschillende uitbraken van vogelgriep. Dus dat er besmettelijk virus de kop op zou steken, was te verwachten. Een pandemie als gevolg van een virus is daarmee eerder een ‘Witte Zwaan’. Te verwachten maar dat betekent niet dat de gevolgen ervan niet zeer groot kunnen zijn, zoals we nu ervaren. Die gevolgen hadden veel minder ernstig kunnen zijn als we ons er goed op hadden voorbereid.

Daarmee kom ik op het punt waar Gerritsens betoog spaak loopt. Hij noemt bijvoorbeeld de mondkapjes en het dreigende tekort: “‘Toen gingen ze naar ons kijken’, zegt Gerritsen, die benadrukt dat mondkapjes niet tot het takenpakket van zijn ministerie behoorden. ‘Het was dus niet zo van: “Waar bemoeit het ministerie zich mee? Waarom laten ze het niet over aan de mensen die er verstand van hebben?” Nee, de zorg keek naar ons: VWS, help!’”  Dat bij een pandemie beschermingsmateriaal essentieel is om hulpverleners te bescherming, is geen verrassing. Dat er daarvan veel nodig is, hoeft ook niet te verrassen. Daar kun je je dus op voorbereiden door flinke voorraden aan te leggen. Een soort magazijn waar je bijvoorbeeld een voorraad hebt liggen voor een half jaar normaal gebruik. Om ‘bederf’ te voorkomen lever je in normale tijden aan de voordeur uit aan de ziekenhuizen en vul je die via de achterdeur weer aan. Voor ander bij de behandeling van een pandemie benodigd materiaal, zoals beademingsapparatuur, leg je ook een voorraad aan. Je kunt zelfs ziekenhuislocaties inrichten die alleen bij een pandemie of andere noodsituatie worden gebruikt.

De woorden van Gerritsen duiden nog op een ander gebrek aan voorbereiding. Discussies over verantwoordelijkheden en ‘kijken naar iemand om het op te lossen’, duiden erop dat er niet tevoren is nagedacht over wie er in geval van een pandemie waarvoor verantwoordelijk is. Onze ‘beschermingsinfrastructuur’ niet gebouwd op een langdurige crisis. En zeker geen crisis met een virus als oorzaak. Onze beschermingsinfrastructuur is van onderop geregeld terwijl een pandemie vraagt om centrale sturing. Ook op het gebied van voldoende handjes en hoofdjes om te helpen bij testen, vaccineren en allerlei ander werk, is voorbereiding mogelijk. Daarvoor zou een Bescherming Bevolking structuur zoals we die tijdens de Koude Oorlog kenden, een voorbeeld kunnen zijn.

Nu had de goede voorbereiding niet kunnen voorkomen dat er besluiten genomen hadden moeten worden op basis van 5 of 50% van de benodigde informatie. Ze had er wel voor gezorgd dat er andere keuzes mogelijk waren. Is de werkelijke Zwarte Zwaan van deze pandemie er niet een van een heel andere orde? Volgens Taleb neemt met het verstrijken van de geschiedenis en het complexer worden van de samenleving het aantal Zwarte Zwanen toe. Want: “Complexiteit leidt tot een opeenstapeling van ketens van onverwachte gevolgen,[4]aldus Taleb en hij pleit daarom voor eenvoud. Is het gebrek aan juist die eenvoud niet de werkelijke Zwarte Zwaan of om met Gerritsen te spreken het ‘ongetemde probleem’?


[1] Tomáš Sedláček, De economie van goed en kwaad, pagina 213 (Sedláček benadrukt in dit citaat twee woorden die hij cursiveert. Ik cursiveer citaten en om de nadruk van Sedláček te behouden schrijf ik deze woorden normaal).

[2]Tomáš Sedláček, De economie van goed en kwaad, pagina 346

[3] Nassim Nicholas Taleb, De Zwarte zwaan, pagina 2

[4] Nassim Nicholas Taleb, Antifragiel. Dingen die baat hebben bij wanorde, pagina 8

Geen leven zonder risico’s

Als de werkelijkheid minder positief of negatiever is dan je verwacht, dan ligt teleurstelling op de loer. Met extreem hoge verwachtingen is de kans op teleurstelling dan ook erg groot. De grote man bij de DeDagelijkseStandaard, Michael van der Galien heeft extreem hoge verwachtingen: “Dit soort vreselijke rampen gebeuren vaker, maar met de technologie én de welvaart van nu kan de staat er in theorie toch echt wel voor zorgen dat het ze niet meer voorkomen; dat er zo’n sterke verdedigingslinie ligt, dat die nagenoeg onbreekbaar is.” Van der Galien is dan ook ernstig teleurgesteld, getuige de titel van zijn klaagzang: “Zoals altijd faalt de overheid.”

De vreselijke rampen waar Van der Galien het over heeft: “Er worden miljarden, nee triljarden!, uitgegeven aan allerlei projecten om mensen gratis cadeau’s te geven en aan onzinnige plannen die helemaal niets doen om “het klimaat” ook maar een fractie te verbeteren. Maar ondertussen wordt er niet genoeg gedaan om mensen te beschermen – niet tegen de natuur, niet tegen buitenlandse vijanden (de krijgsmacht staat op instorten), en niet eens tegen binnenlandse criminelen (een misdaadverslaggever die op klaarlichte dag wordt afgeslacht).” Zo, die kan de overheid zich in de zak steken.

Alle moorden voorkomen is een illusie tenzij we in de toekomst de perfecte precogs kunnen ontwikkelen. Voor degenen die de film niet hebben gezien, in de film Minority Report zijn er drie genetisch gemodificeerde mediums die misdaden kunnen voorspellen. Daarop gaan de agenten, Tom Cruise is er een van, van het bureau Pre-crime aan de slag en arresteren de dader die nog niets heeft gedaan. Die wordt vervolgens gestraft. Dat die precogs niet perfect zijn, daar komt Cruise achter als hij als toekomstige dader wordt aangemerkt. Dan komt hij erachter dat de voorspellingen van de precogs niet altijd eensluidend zijn en dat er een minority report is. Het bestaan van zo’n rapport ondermijnt het geheel omdat er dus meerdere ‘toekomsten’ mogelijk zijn.

Dat er meerdere toekomsten mogelijk zijn, maakt ook meteen duidelijk hoe hoog Van der Galiens verwachtingen zijn. Als je alles wilt beheersen, dan moet je alle mogelijke ‘toekomsten’ weten. Pas dan kun je gebeurtenissen  voorkomen. Nou ja, voorkomen. Dan kun je iets proberen om die gebeurtenis te voorkomen. Al moet je je dan ook meteen weer realiseren dat je ingrijpen gevolgen heeft en om toekomstige schade door je ingrijpen te voorkomen moet je ook alle mogelijke toekomsten die een gevolg zijn van je ingrijpen kennen. En zo kun je doorgaan. Dat wordt een heel lastige want het aantal mogelijke toekomsten is eindeloos en na ingrijpen is er weer een eindeloze reeks toekomsten mogelijk.

Teleurstelling ligt ook op de loer bij Van der Galiens vertrouwen in onze mogelijkheden om een ‘nagenoeg onbreekbare verdedigingslinie’ te creëren met onze ‘technologie en welvaart’. Als ons verleden iets laat zien dan is het dat technologie problemen oplost en vervolgens weer nieuwe creëert. De vuistbijl was handig bij het villen van dieren. Maar als je er dieren mee kunt villen, dan kun je er ook mensen mee villen. Hetzelfde kun je zeggen van de pijl en boog. Daarmee kun je van een afstandje een hert doden, maar ook een mens. De mens is immers niets anders dan een dier. Neem de moderne technologie van de ‘geautomatiseerde algoritme’. Dat kan wonderen doen bij het opsporen van kanker. Het kan ook zorgen voor dystopische zaken zoals etnisch profileren. De introductie van fossiele energie leverde een geweldige welvaarts-boost op, het leidde echter ook tot de opwarming van het klimaat waarvan de verschroeiende zomers van de afgelopen drie jaar en de overvloedige regenval van dit jaar een gevolg zijn.

Van der Galien gelooft kennelijk in een volledig ‘planbaar’ leven en een ‘planbare’ samenleving.  Bij zo’n uitspraken moet ik denken aan Nassim Nicholas Taleb, de oud derivatenhandelaar en nu wetenschapper en auteur. Een van die boeken, De zwarte zwaan, handelt over ‘zwarte zwanen’. Nee, niet die beesten met vleugels. Een zwarte zwaan is een gebeurtenis met drie kenmerken: “Ten eerste is het een totaal onverwachte gebeurtenis, een uitschieter die buiten de normale gang der dingen valt omdat er vooraf geen duidelijke aanwijzingen waren dat zoiets kon gebeuren. Ten tweede heeft het zeer grote gevolgen (…. En ten derde zit de mens zo in elkaar dat we naderhand, ook al was het een totaal onverwachte gebeurtenis, verklaringen bedenken die de gebeurtenis begrijpelijk en voorspelbaar maken.[1] Precies die gebeurtenissen die Van der Galien allemaal wil voorkomen en indammen. Een tweede boek van Taleb, Antifragiel handelt over en zo luidt ook de ondertitel Dingen die baat hebben bij wanorde. Wanorde die, zo betoogt Taleb, bij het leven hoort en waarmee je moet leren om te gaan. Dat omgaan doe je door ‘antifragiel’ te worden. Door te zorgen dat je tegen een stootje, of liever stoot, kunt. Want zo sluit hij dat boek af: “De beste manier om te verifiëren of je nog leeft, is door te kijken of je van variantie houdt. Bedenk dat voedsel niet zou smaken zonder honger; resultaten betekenen niets zonder inspanning, vreugde niets zonder verdriet, overtuigingen niets zonder onzekerheid en dat er geen ethisch leven kan bestaan zonder persoonlijke risico’s.” Waarna hij afsluit met de woorden: “En nogmaals, lezer, bedankt voor het lezen van mijn boek.[2] En daar heb ik niets aan toe te voegen behalve: bedankt voor het lezen van deze Prikker!


[1] Nassim Nicholas Taleb, De Zwarte Zwaan. De impact van het hoogst onwaarschijnlijke, pagina 2

[2] Nassim Nicholas Taleb, Antifragiel. Dingen die baat hebben bij wanorde, pagina 413

‘Events dear boy, events’

“Events dear boy, events.” Aan die uitspraak van Harold Macmillan,  premier van Groot Brittannië tussen 1957 en 1963, moest ik denken na het lezen van een artikel van politicoloog en bestuurskundige Frank Jansen op de site Opiniez. Macmillan gaf dit antwoord aan een journalist die hem vroeg waardoor zijn regering de meeste kans maakte om te ontsporen. ‘Events’, onverwachte gebeurtenissen die het leven onvoorspelbaar maken. Je kunt er veel geld mee verdienen en zelfs een carrière als schrijver en ‘goeroe’ op bouwen. Zo laat Nassim Nicholas Taleb zien met zijn boeken De Zwarte Zwaan en Antifragiel.  

In zijn artikel betoogt Jansen dat de kiezer bij nieuwe politieke onderwerpen buitenspel staat. Zaken die niet in verkiezingsprogramma’s staan en waar toch ‘ineens’ een besluit over wordt genomen. Als voorbeelden noemt hij de poging om de dividendbelasting af te schaffen en het wellicht komende landelijke vuurwerkverbod. Het eerste stond in geen enkel verkiezingsprogramma en het tweede bij maar een paar partijen: “Gezamenlijk hebben ze 25 van de 150 zetels in de Tweede Kamer, bij lange na geen meerderheid.”  Dat kan niet volgens Jansen: “De kiezer wordt zo compleet buitenspel gezet door de politiek, waarmee de ondermijning van de democratie een feit is. Deze fout in ons democratisch systeem moet dan ook snel worden rechtgezet.” 

Een referendum is volgens Jansen het enige geschikte instrument om over zaken die niet in de programma’s staan, toch een besluit te nemen. Maar dat kennen we in Nederland niet. Daarom, zo betoogt Jansen: “vind ik het zowel vanuit democratisch als moreel oogpunt niet in orde als het parlement deze onderwerpen in dezelfde kabinetsperiode toch behandelt. De politieke besluitvorming over deze onderwerpen zou dan wat mij betreft moeten worden uitgesteld tot de volgende verkiezingen. Als de behandeling toch plaatsvindt in dezelfde kabinetsperiode, dan hebben we te maken met machtsmisbruik, dat ook nog eens de facto wordt gelegitimeerd. Het vuurwerkverbod en het klimaatbeleid dienen hierbij als afschrikwekkende voorbeelden.” 

Nu is het maar de vraag of de drie voorbeelden die Jansen noemt, uit de lucht komen vallen. Neem het komende vuurwerkverbod. De maatschappelijke discussie over een verbod wordt al jaren gevoerd. Waarbij het vuurwerk steeds meer in de ‘maatschappelijke verdrukking’ kwam. Het plan van premier Rutte om de dividendbelasting af te schaffen mag dan uit de lucht zijn komen vallen, dat laat onverlet dat het tarief door de jaren heen een dalende trend vertoont. En inderdaad, het klimaatbeleid zoals het er nu ligt, stond in geen enkel verkiezingsprogramma. Het klimaat nam echter in bijna alle programma’s een belangrijke plek in.

Jansen gaat, net als de politieke partijen, uit van een ‘planbare wereld’. Een wereld waarin we onze ervaringen uit het recente verleden gebruiken en die in een vlaag van optimisme of al naar gelang de levensopvatting pessimisme, door trekken naar de toekomst. Om een metafoor die Taleb in De Zwarte Zwaan gebruikt te spreken, bekijkt Jansen de wereld door de ogen van de kalkoen voor Thanksgiving (pagina 53): “De vogel zal er elke keer dat hij voer krijgt vaster van overtuigd raken dat het de algemene regel is dat hij iedere dag gevoerd wordt door vriendelijke leden van de menselijke soort die, zoals een politicus zou zeggen, ‘opkomen voor zijn belangen’. Op woensdagmiddag voor Thanksgiving zal er echter iets onverwachts gebeuren met die kalkoen waardoor zijn overtuiging ruw onderuit wordt gehaald.” Dat onverwachte is het slagersmes dat een einde maakt aan het leven van de kalkoen.

Als je de geschiedenisboeken bestudeert, dan zie je dat die vol staan met ‘bijzondere gebeurtenissen’. Gebeurtenissen van natuurlijke aard zoals aardbevingen, grote stormen enzovoorts en vooral gebeurtenissen van ‘menselijke makelij’. Je zult ook zien dat de schrijvers van die boeken van die gebeurtenissen van ‘menselijke makelij’ een ‘logisch’ verhaal maken waardoor het lijkt of het zo wel moest gaan. Maar, zoals de titel van een al wat oudere Prikker luidt: Het leven wordt vooruit geleefd en achteruit verklaard.Daarmee bedoel ik dat op het moment zelf dat ‘logische verhaal’ ontbrak. Aan dat verbanden leggen maak ook ik mij ‘schuldig’. De verhalen moeten worden gezien als een poging tot een verklaring, niet als een exacte weergave van het gebeurde. Er zijn trouwens ook auteurs die hetzelfde doen met stormen en aardbevingen. Dat zijn vooral religieus gemotiveerde auteurs. Die maken er een ‘straf van god’ van. 

Als we Jansen volgen, dan kan de regering niet omgaan met dergelijke gebeurtenissen. Die stonden immers niet in de verkiezingsprogramma’s. Sterker nog, ook redelijk voorspelbare gebeurtenissen zoals een economische crisis, staan niet in die programma’s. De regering zou de gevolgen van de economische crisis van 2007-2008, pas na de verkiezingen van 2010 hebben kunnen beperken. Regeren is, als we Jansen volgen, het uitvoeren van een plan en alles wat niet in het plan staat, dat wordt vooruitgeschoven. Zou politicoloog en bestuurskundige Jansen niet weten dat de volksvertegenwoordiging is gekozen namens het volk besluiten te nemen in zaken die zich aandienen, ook ‘ongeplande’ zaken?

Zouden die ‘verkiezingsprogramma’s en ook ‘regeerakkoorden’ niet veel minder belangrijk moeten zijn? Veel minder belangrijk dan de levensvisie en de daarbij horende waarden van de politicus en de politieke partijen? Dan nog treden de ‘events’ van Wilson op. Alleen weten we dan op basis van welke visie en normen politici handelen zo als ze handelen. Dat zou de ‘fout in ons democratisch systeem’ die Jansen signaleert wegwerken. Sterker nog, dan zouden we kunnen concluderen dat er niets mis is met het democratische systeem. Wat Jansen signaleert is immers geen systeemfout, maar een fout in de uitvoering.

Taleb-wet

Een politicus moet vrij zijn en vrij betekent: “niet gedwongen kunnen worden om te doen wat hij anders nooit gedaan zou hebben,” zoals Nassim Nicholas Taleb het omschrijf in zijn boek Antifragiel. Daar moest ik aan denken toen het VVD-Kamerlid Bart de Liefde bekend maakte het Kamerlidmaatschap in te ruilen voor een bestaan als lobbyist bij Uber. De Liefde is de laatste maar zeker niet de eerste en enige politicus die de Kamer verlaat voor een lobby en/of bestuursfunctie. Kamerleden weten hoe de politieke en ambtelijke hazen lopen, hebben de juiste connecties en dat maakt hen gewild voor deze functies. Zijn bestuurders niet ook lobbyisten? Dat even terzijde.

Taleb

Illustratie: verraes.net

In de Binnenhofse kringen wordt met onbegrip gereageerd op de overstap van De Liefde. Maar is jobhoppen tegenwoordig niet de norm? En wordt het Kamerlidmaatschap niet gezien als werk, als een baan? Is het dan niet logisch dat een Kamerlid hiervan gebruik maakt? Juist om de overeenkomst met andere banen te benadrukken is de wachtgeldregeling aangepast en meer in lijn gebracht met de reguliere ww. Moeten we dan niet blij zijn dat De Liefde nu overstapt omdat het zo wachtgeld bespaart?

Het kamerlidmaatschap of een ministerschap, is niet altijd een baan of werk geweest. Bij de oude Atheners was politiek iets voor vrije mensen. Want alleen een vrij man kon zijn eigen standpunten bepalen en was van niemand afhankelijk voor zijn levensonderhoud. Een afgeleide hiervan was het kiesrecht op basis van de hoogte van het inkomen, zoals het tot het einde van de negentiende eeuw dominant was. Politiek was iets voor de rijken en de armen moesten maar afwachten

De twintigste eeuw kende de politicus met een ‘roeping’. Na een korte carrière in het bedrijfsleven of de (semi)overheid, het bestuur in en nooit meer onder ‘de stolp’ uit. En nu kennen we de politiek als carrièrestap. Met als nadeel dat niet bekend is hoe ‘vrij’ de politicus is. Want wat is zijn vorige of volgende job en hoe beïnvloedt dit zijn handelen? Past hij, om Taleb te parafraseren ‘zijn overtuigingen aan zijn daden aan, in plaats van zijn daden aan zijn overtuigingen’?

Maar ja, hoe voorkom je dat het Kamerlidmaatschap als opstapje wordt gebruikt en de overtuigingen worden aangepast? Taleb doet de volgende suggestie: “Iedereen die een openbaar ambt bekleedt, zou verboden moeten worden daarna in een commerciële functie meer te verdienen dan de meestverdienende ambtenaar.” 

Zou dit helpen en moeten we een ‘Taleb-wet’ invoeren?