Goed voorbeeld

“Volgens een woordvoerder van de Nationale Politie moet er echter niet al te zwaar aan de huisbezoeken worden getild. Door even op visite te komen wil de politie de burger slechts laten weten welk effect een post of tweet op internet kan hebben.’’ Een inwoner van Sliedrecht kreeg politiebezoek, nadat hij enkele tweets had geplaatst waarvan dit er een is: “Het college van #Sliedrecht komt met een voorstel om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Wat een slecht plan! #KominVerzet”. Zo valt op Joop te lezen. VU hoofddocent Jaap Timmer constateert dat de politie ook de eenentwintigste eeuw heeft bereikt: “Als iemand vroeger in een café zei dat hij ging demonstreren en dat de ruiten eruit zouden gaan, zou diegene ook een huisbezoekje krijgen.”

VoorbeeldIllustratie: rawforbeauty.com

In het artikel wordt vermeld dat de persoon veel twittert, het artikel bevat alleen dat ene voorbeeld. En als dat de inhoud van de tweets is, waar zit dan de overeenkomst met de ‘kroeguitspraak’? Als de Sliedrechtenaar had opgeroepen de ramen van het gemeentehuis in te gooien, dan was het een ander verhaal. Dan was het te vergelijken. Maar oproepen om in verzet te komen?  Moet de Ballonnendoorprikker zich dan ook zorgen maken omdat hij mensen aan het denken zet en dat denken wel eens tot andere handelingen kan leiden? Handelingen die bijvoorbeeld de economie kunnen schaden? Of tot verzet tegen slecht nadenkende politici?

Nu kom je uitspraken als die van de Sliedrechtenaar vaker tegen in ‘gewone’ en op de ‘sociale’ media, maar ook op spandoeken. Krijgen al die mensen politiebezoek en een goed gesprek over de gevolgen van hun uitspraken? Als iemand bedreigingen uit, dan is een politiebezoek te rechtvaardigen. Dan moet worden aangegeven dat we elkaar in dit land niet bedreigen.

Maken niet bijna alle politici zich schuldig aan het doen van dergelijke en vaak nog veel ernstigere uitlatingen? Denk aan uitlatingen als ‘minder-minder’, de ‘testosteronenbommen’ en hetzelfde ‘#KominVerzet’ door Wilders.  Maar ook de ‘borstvergroting’ van Zijlstra en vele andere vormen van halve en hele leugens en verdraaiingen. Zouden die geen ‘effect’ kunnen hebben waar die politici zich niet bewust van zijn? Heeft de politie hierover al een gesprek gevoerd met Wilders, Zijlstra en de andere?

Of is dat onderdeel van het vrije politieke debat? Als dat zo is, waarom mogen burgers daar dan niet op eenzelfde manier aan deelnemen? Als dat zo is, zouden politici dan niet het voorbeeld moeten geven hoe het wel moet, net zoals ze nu het voorbeeld geven hoe het niet moet?

Think different

In zijn boek Over Vrijheid behandelt de Engelse filosoof John Stuart Mill de relatie tussen het individu en de publieke opinie. Mill: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” En als we de geschiedenis bezien, dan staan dwarsdenkers inderdaad steeds aan de basis van vernieuwing en ontwikkeling. Daarom hebben democratische machthebbers, volgen Mill, de plicht om in tijden dat de druk van de publieke opinie groot is naar dit individu te luisteren: “Juist in deze omstandigheden moeten uitzonderlijke personen niet afgeschrikt, maar aangemoedigd worden om anders te handelen dan de massa.*”

Think DifferentIllustratie: gazoz5.deviantart.com

Hieraan moest ik denken bij het lezen van een artikel in Elsevier. Een artikel waarin de krant bericht over een interview van de NRC met Frits Bolkestein. In dat interview pleit Bolkestein voor het afsluiten van de buitengrens van de Europese Unie. Volgens Bolkestein kan de EU het aantal vluchtelingen niet aan en zal het tot integratieproblemen leiden.

Het gaat mij niet om de grenzen sluiten of de eventuele (on)mogelijkheid van integratie. Ook daar is een en ander over te zeggen. Het gaat om de volgende zin: “Er is allerwegen op Orbán gescholden vanwege onmenselijk gedrag maar hij doet tenminste waar wij allemaal om vragen.”

Bolkestein spreekt blijkbaar namens een groep die allemaal hetzelfde wil. Wie zijn die ‘wij’ waar Bolkestein het over heeft? Zijn dat alle Nederlanders of slechts een deel ervan? Behoor ik ook bij die ‘wij’? Mij is niets gevraagd en hoe kan Bolkestein dan weten wat ik wil? Vraag ik om hekken om Europa? Daar was ik me niet van bewust. Hoe groot is die ‘wij’? Dat lijkt me wel belangrijk om te weten.

En vooral waarom vragen ‘wij’ dat? Welke redenering en welke argumenten gebruiken ‘wij’? En welke alternatieven zijn mogelijk? Zouden dat niet de vragen zijn die een politicus en landsbestuurder zou moeten stellen, alvorens tot actie over te gaan? En kan dat er niet toe leiden dat bestuurders wel eens anders moeten handelen dan ‘wij’ vragen? Is het dan niet de taak van de leider om dat besluit uit te leggen ook als dat tot veel onbegrip leidt? Is dat niet wat wij van leiders vragen?

Computerfabrikant Apple had het in 1997 goed gezien: Think different

* Zie John Stuart Mill, Over Vrijheid Uitgeverij Boom 2009, pagina 115

Denken en gevolgen

In een klein boekje Leidraad voor het Verstand geeft de filosoof John Lock handvatten voor helder en logisch denken. In dit boekje komen ook hinderpalen bij het helder en logisch denken aan bod. Aan dit boekje moest ik denken toen ik in de Volkskrant het interview met VVD-kamerlid Malik Azmani las.

Azmani is de man achter het VVD vluchtelingenbeleid waarin opvang in de regio centraal staat. Een beleid waarvan het belangrijkste begrip, de regio, niet is gedefinieerd. Is het beleid daarmee niet op drijfzand gebaseerd? Is dit niet een voorbeeld van een redenering die is gebaseerd op een ondeugdelijk principe?

Helder redenerenIllustratie: carful.wordpress.com

Azmani constateert dat succesvol integreren of inburgeren soms lastig is: “Het heeft te maken met: onbekend maakt onbemind. Het is een menselijk automatisme om elkaar leuk te vinden op basis van wat overeenkomt. Zoals wij hier samen thee zitten te drinken, vinden we elkaar leuk. Integratie is ook: hoe communiceer je met elkaar?”  Contact en tweerichtingsverkeer lijken voor Azmani daarmee vereist. Maar op de vraag of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor de integratie, antwoordt hij vervolgens: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.”  Geen antwoord op de vraag, maar wel iets waar een NEE in doorschemert terwijl je een duidelijk JA zou verwachten op basis van de eerdere uitspraak. Hoe logisch en helder denkt Azmani? Of zegt Azmani de logica vaarwel omdat het niet in het wereldbeeld van zijn partij past of niet aansluit bij de algemene opinie?

Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

Jammer dat deze vragen, die de stevigheid van Azmani’s denkwerk onderzoeken, niet werden gesteld. Want denken leidt tot keuzes en keuzes hebben gevolgen. En wat zouden de antwoorden betekenen voor de keuzes?

“Koppigheid komt niet voort uit aanhankelijkheid aan de waarheid, doch uit onderwerping aan vooroordelen,” aldus Lock. Zou Azmani hieraan lijden?