Op de man spelen, maar dan anders

                “Jongens, ik ben moe. Ben jij moe? Ben je het niet zat om die eendimensionale karikatuur te zijn van een man die de wereld ons vertelt te zijn? Het soort dat snel zijn vuisten gebruikt, zich vast en bang voelt maar dit niet kan laten zien. Het soort dat stoer en sterk is, dat geen zwakte toont, altijd in controle is. Ik ben het zat dat we elkaar, onszelf en vrouwen pijn doen.” Die vragen stelt Mohammed Saiah bij Joop. Vervolgens geeft hij dertien acties die ik als man kan ondernemen om het geweld tegen vrouwen te stoppen en als dat niet lukt, in ieder geval te verminderen. Wel meneer Saiah, om antwoord te geven op uw eerste vraag of ik moe ben: Nee, ik ben niet moe, in bent HET wel moe.

Bron: Pixnio

Ik ben HET moe om te worden aangesproken op een ‘eendimensionale karikatuur’ van wat het ‘man zijn’ inhoudt, waarin ik me totaal niet herken.

Ik ben HET moe dat mij wordt verweten dat ‘we elkaar, onszelf en vrouwen pijn doen’.

Ik ben HET moe om als een klein kind de les gelezen te worden via ‘dertien acties’ die ik kan ondernemen. Tips als: “Accepteer en neem onze verantwoordelijkheid dat geweld tegen vrouwen niet zal eindigen totdat mannen deel uitmaken van de oplossing om het te beëindigen. We moeten een actieve rol spelen bij het creëren van een culturele en sociale verandering die niet langer geweld tegen vrouwen tolereert.” Geweld tegen een ander, man, vrouw of kind wórdt niet getolereerd. Het is bij wet verboden. En tips als: “Stop met het ondersteunen van het idee dat mannelijk geweld tegen vrouwen te wijten is aan psychische aandoeningen, gebrek aan vaardigheden voor woedebeheersing, chemische afhankelijkheid, stress, enz. Geweld tegen vrouwen is geworteld in de historische onderdrukking van vrouwen en de uitgroei van de socialisatie van mannen.” Als geweld werkelijk alleen wordt veroorzaakt door de ‘socialisatie van mannen’, dan gaat er toch veel mis. Een flinke meerderheid van de mannen gebruikt immers geen geweld.

Ik ben HET moe dat ik steeds weer verantwoordelijk wordt gesteld en gehouden voor daden van anderen. Dat ik een blanke man ben, daar kan ik niets aan doen. Zo ben ik geboren. Dat blanke mensen (net zoals trouwens mensen met een andere huidskleur) er soms een puinhoop van maken, dat:  “Negen op de tien plegers van fysiek of seksueel geweld tegen vrouwen (…)een man” is, maakt mij daar niet voor verantwoordelijk. Daarvoor zijn de daders van dat geweld verantwoordelijk. Die dienen daarop te worden aangesproken. Er is geen: “huidige cultuur van mannelijkheid die dit toestaat.” Er zijn wetten die dit verbieden. Die wetten zijn de gestaalde kaders van onze cultuur. Dat is onze ‘cultuur’ en niet alleen van mannelijkheid.

Ik ben HET moe om door anderen in een groep te worden geduwd waar ik niet bij wil horen en niet bij hoor. JA, ik ben een man. Maar NEE, ik ben niet: “ bang dat (ik) het niet goed (zal) doen, dat iemand (mij) niet mag, dat (ik) er zwak uit zie.” Ik ben nietbang om te zeggen: “Ik hou van je”, of “Het spijt me”, of “Ik kan het niet”, of gewoon, “Gast, kan je alsjeblieft stoppen met willekeurige vrouwen op straat na te roepen?”  En NEE, ik ga me niet aansluiten bij: “een beweging van mannen die niet bang zijn om geweld tegen vrouwen te stoppen.”

Ik BEN het moe om met een grove bezem op een hoop te worden geveegd zoals Petra Meese in haar artikel bij Joop: “Waarom zijn Limburgers zo? Diep in mijn hart zeg ik, dat het met name door de onwetendheid komt dat men zo denkt. Dus de oplossing hiervan is: beter onderwijs, betere voorlichting.”

Kortom ik BEN het moe om te worden ‘geprofileerd’ en ‘gekarikaturiseerd’. Ik wil worden gezien als de mens en individu die ik ben. Niet als een ‘kruispunt’ van kenmerken als huidskleur, sekse, gender et cetera volgens de ‘intersectionaliteitstheorie’. Een ‘kruispunt’ waaraan vervolgens allerlei vooroordelen worden gehangen. Toch bijzonder dat strijders tegen raciale vooroordelen niet de mens en het individu willen zien, maar een verzameling van vooroordelen.

Magere Hein

“’Voltooid leven’ wil de figuur van de levenseindebegeleider introduceren. Dat wil zeggen een persoon die betaald wordt om mensen te helpen hun leven te beëindigen, maar dan wel op een ‘beschermde’ en ‘zorgvuldige’ manier. Wat ik me afvraag is: wat voor bescherming kun je verwachten van iemand die dagelijks levens helpt beëindigen?”  Deze vraag stelt Daan van Schalkwijk zich in de Volkskrant. Van Schalkwijk stelt deze vraag in reactie op de uitspraak van Daniel Boomsma van de Hans van Mierlo Stichting, de denktank van D66. De ‘levenseindebegeleider’ is een rol waarvoor mensen worden opgeleid. “Uitgangspunten (…) dienen zelfbeschikking, bescherming en zorgvuldigheid te zijn,” zo citeert Van Schalkwijk Boomsma. Van Schalkwijk heeft ook het antwoord op zijn vraag: “met een levenseindebegeleider die mensen regelmatig de dood in helpt, kan niemand een vertrouwensrelatie aangaan. Ik stel voor dat we elke Nederlander bij wet tegen dit soort mensen beschermen.”

Magere Hein

Foto: Pixabay

Maakt Van Schalkwijk niet een karikatuur van de plannen van D66? Hij doet het voorkomen alsof de ‘levenseindebegeleider’ eropuit is om mensen de dood in te praten, of erger nog, om ze te doden, hij ‘helpt ze immers de dood in’. Die als: “begeleidingspersoon iemand is die regelmatig tegen mensen zegt: o, u wilt uitstappen? Geen probleem, ik zal even overleggen met mijn collega die dit ook vaker doet, en dan help ik u de afgrond in.” Met zo iemand kun je geen relatie opbouwen, dus moet de wet mensen beschermen tegen dit soort mensen.

Nu is in discussies tegenwoordig goed gebruik om een karikatuur te maken van de opvattingen van anderen en het verhaal van Van Schalkwijk past in deze lijn. Hij noemt de ‘levenseindebegeleider’ nog net geen magere Hein, om de karikatuur af te maken. U weet wel die angstaanjagende figuur met de zeis in zijn handen die de dood moet verbeelden.

Nu is Van Schalkwijk een persoon die veel houvast vindt in het geloof, zo valt te lezen bij opusdei.nl. Zou Van Schalkwijk zich realiseren dat hij met een verbod op de ‘levenseindebegeleider’ ook de dominee en de pastoor bij het grofvuil zet. De dominee en de pastoor? Ja, want houden die zich niet ook bezig met het begeleiden van mensen aan het einde van hun leven? Doen zij niet ook aan stervensbegeleiding? Staan zij niet ook mensen bij in een heel kwetsbare periode. Is dat niet voor velen: “een vertrouwd persoon (die) iemand ter zijde (staat, zodat), de angstige persoon gekalmeerd kunnen worden en loopt alles goed af.” Tegen ‘dit soort mensen’ moet de Nederlander toch bij wet worden beschermd.

Karikaturale discussie

Als je je eigen standpunt kracht wil bijzetten en het ontbreekt je aan argumenten, dan kun je nog altijd een karikatuur maken van je tegenstrevers. De Amerikaanse verkiezingscampagnes staan er bol van. Ook student health economics, policy & law aan de Erasmus Universiteit Sebastiaan van Meggelen kan er wat van.

efficientieindezorg

Illustratie: medischeethiek.blogse.nl

In de Volkskrant zet hij zijn bezwaren tegen het afschaffen van de eigen bijdrage in de zorg uiteen. Zijn eerste en enige argument: “Zonder eigen risico wordt de zorg feitelijk gratis. Wanneer dit het beleid wordt, zullen wij in 2040 als land en als individu de helft (!) van ons inkomen uitgeven aan zorg, waar dat nu ongeveer 15 procent is.” Ik schreef er eergisteren ook over. 

Beste Sebastiaan, ook met eigen bijdrage zal in 2040 veel meer dan die vijftien procent aan zorg worden uitgegeven. Het aantal hulpbehoevenden zal stijgen en daarmee de kosten ervan. Dat meerdere zal iemand moeten betalen, of er moeten mensen afzien van zorg omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen betalen. Je kunt je afvragen of zorg mijden verstandig is. De vraag is of we het grootste deel door de zorgbehoevenden laten betalen via een eigen bijdrage, wat erg cru is als je chronisch ziek bent, of dat ‘gezonden’ solidair zijn. Of er moeten echt goedkope, innovatieve manieren van zorg worden ontwikkeld. En een tweede of, en dat is ook een mogelijkheid, als er op een andere manier naar gezondheidszorg in de laatste levensfase wordt gekeken.

En Sebastiaan, ook zonder eigen bijdrage wordt de zorg niet gratis, zelfs niet feitelijk. Het enige wat er verandert is de financiering ervan. Daar valt het kleine beetje eigen bijdrage weg en wordt het deel dat uit premies en belastingen wordt betaald wat groter. En wie betalen die premies en belastingen?

Sebastiaan, daarna vlieg je uit de bocht en verwijt je je tegenstrevers iets wat ook voor je eigen standpunt geldt. Volgens jou betekent afschaffing van de eigen bijdrage: “… terug naar de jaren tachtig en negentig. Weet u nog, de tijd van het ziekenfonds en particuliere verzekeringen, waarin de rijken meer en betere zorg kregen dan Jan Modaal.”  Onstaat juist door die eigen bijdrage niet een tweedeling tussen degenen die het kunnen betalen en zorg blijven krijgen en degenen die het niet kunnen betalen en dus geen zorg krijgen? Net zoals uitgeklede verplichte basispakketten en aanvullende pakketten waarvoor vrij kan worden gekozen, tot een tweedeling leiden?

Sebastiaan, echt karikaturaal wordt het als je je tegenstrevers verwijt dat ze terug willen naar: “De tijd dat u, wanneer het budget van een ziekenhuis op was, tot het volgende jaar moest wachten voor uw behandeling, wat leidde tot wachtlijsten van hier tot Tokio.” Ook in het huidige systeem zijn er wachtlijsten. Wachtlijsten zijn geen gevolg van een eigen bijdrage, maar van organisatiekeuzes. Organisatiekeuzes kun je via financiële prikkels sturen. Alleen wat is het verband tussen een eigen bijdrage en deze organisatiekeuzes. Zou je niet ook zonder eigen bijdrage en marktwerking bedrijfsmatig, efficient en doelmatig kunnen werken en met marktwerking en eigen bijdrage verspillend zoals de Amerikaanse econoom Robert J. Gordon aantoont?  Ik hoop dat de Erasmus Universiteit je beter leert beargumenteren en nadenken dan op deze karikaturale manier.