‘Krachtige democraten’

“Het beschermen van democratie in digitale tijden is niet eenvoudig.” Dit constateert D66-Europarlementariër Marietje Schaap in de VolkskrantZij ziet hierbij niets in “Snelle maatregelen die de vrije meningsuiting inperken, of technologiebedrijven de sleutels van vrije meningsuiting geven.” Wel moet er iets ondernomen worden tegen geautomatiseerde internet-accounts die zich als mensen voordoen en het denken proberen te beïnvloeden en tegen: “politieke advertenties op basis van micro-targeting.” Want, zo beweert Schaap: “Alleen op basis van transparantie en verantwoording kunnen we onze democratie ook online bewaken.” Een logisch verhaal?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikipedia

Schaap heeft gelijk dat maatregelen die de vrijheid van meningsuiting aantasten ons verder van huis brengen. Ook het geven van de ‘sleutels aan technologiebedrijven’ door: “bedrijven zoals Facebook en Twitter verantwoordelijk te maken voor het stoppen van de verspreiding van nepnieuws.” is geen goed idee. Laten we eens naar haar oplossing kijken. Transparantie en verantwoording als oplossing, dat klinkt mooi. Maar ….

Was de democratie in tijden voor de komst van het Internet zo transparant? Waren we toen gevrijwaard van ‘nepnieuws’? Was er toen niemand die de mening van mensen wilde beïnvloeden? Was toen precies duidelijk wie ons op welke manier probeerde te beïnvloeden? Was in die tijd alles transparant en legde iedereen eerlijk verantwoording af over het handelen? Laten we eens een recent analoog voorbeeld nemen: de afschaffing van de dividendbelasting. Nu, achteraf wordt er gereconstrueerd en worden de lijntjes duidelijk, alleen legt niemand verantwoording af. Als we Schaaps oplossing volgen, dan zouden die lijntjes ook al vooraf duidelijk moeten zijn, want dat is wat transparantie inhoudt. 

Zou de democratie niet beter af zijn met ‘krachtige democraten’? Met weerbare en nieuwsgierige burgers? Burgers die niets meteen voor ‘waar’ aannemen? Burgers die hun eigen denken ter discussie stellen? Burgers die met elkaar in gesprek gaan, die de dialoog met elkaar aangaan? Zouden we de democratie maar vooral onszelf als mensen niet een geweldige dienst bewijzen door onderwijs dat veel meer is gericht op het ontwikkelen van kritisch denkvermogen en veel minder op ‘arbeidsmarktvaardigheden’? Zou die arbeidsmarkt daar trouwens niet ook baat bij hebben?  

Magere Hein, popmuziek en internet

Twee berichten. Twee verschillende onderwerpen. Het eerste bericht in de Volkskrant gaat over gestorven popsterren: “Nooit eerder ontvielen ons in één jaar zo veel grote popsterren. Toeval of niet?” Inderdaad stierven er veel, Bowie, Prince, Leonard Cohen, George Michael en Lemmy de voorman van Motörhead om er slechts een paar te noemen. Het tweede bericht, ook in de Volkskrant, meldt dat het internetgebruik van75-plussers flink is toegenomen: “Had vier jaar geleden iets meer dan 40 procent van de Nederlanders van 75 jaar en ouder thuis toegang tot internet, dit jaar is dat toegenomen tot 60 procent.” 

magere-hein

Illustratie: Shutterstock

Als we het oude adagium dat alleen het bijzondere nieuws is hanteren, dan zou er sprake moeten zijn van twee bijzondere gebeurtenissen. Zijn dit wel zo’n bijzondere gebeurtenissen?

Neem de overleden popsterren. Natuurlijk stierven George Michael en Prince relatief jong, voor anderen geldt dat minder, Bowie was al zeventig en Cohen eenentachtig. Maar toch, popmuziek is een fenomeen dat in de jaren vijftig ontstond en vanaf de jaren zestig groot groeide. Er kwamen steeds meer bands en dus muzikanten. Waren ze bij het begin van hun carrière net twintig, dan zijn ze nu de vijfenzestig ruim gepasseerd. Is het gezien de minder gezonde levensstijl die de gemiddelde muzikant erop nahoudt, verwonderlijk dat Magere Hein hen komt halen? En vooral dat er steeds meer gehaald worden? Moeten we verbaasd opkijken als 2017 het record van dit jaar gaat verbreken?

Dan de internettende 75-plusser. Het internet is inmiddels een goede twintig jaar ingeburgerd. De kans dat iemand die nu 75 wordt, met internet in aanraking is gekomen en er in meer of mindere mate bedreven mee kan omgaan wordt steeds groter. Over een jaar of vijf tot tien, zal er zo ongeveer geen 75-plusser meer zijn zonder internet, behalve natuurlijk als hij er zelf voor kiest. Aan de andere kant, in die afgelopen vier jaar is dezelfde Magere Hein die de muzikanten bezocht, ook bij veel 75-plussers langsgekomen en dan vooral bij de oudsten onder hen. Laat die oudsten nu juist het minste gebruik maken van internet. Is het dan zo verwonderlijk dat het internetgebruik door 75-plussers toeneemt?

En voor de liefhebber: Lemmy op z’n best:

‘Het complot van Bert Brussen’

‘Pas op voor, en doorzie het complot!’ Dat is de boodschap van Bert Brussen bij ThePostOnline. Brussen fulmineert tegen de Nederlandse kranten en de publieke omroepen: “Kennelijk nemen de Nederlandse ‘kwaliteitscouranten’ de rol die de NPO normaal speelt over in de zomer. Iemand moet de burger blijven voeren met de juiste propaganda natuurlijk.” De kranten brengen kennelijk niet het nieuws waarop Brussen zit te wachten, of dat zijn goedkeuring kan dragen.

morozov

Sterker nog: “de Nederlandse agendajournalistiek, die sinds 1968 zo actieve innige verstrengeling tussen linkse politiek en moralistische journalistiek, is nog altijd springlevend.” En daarmee is ook het ‘meesterbrein’ achter het complot bekend: de linkse politiek. Bij zijn betoog een paravoorpagina’s van kranten. Een ervan, De Telegraaf, staat nu niet echt bekend als vrienden van die linkse politiek. Van de: “gewillige knipmessende policor journalisten, lakeien van het Grote Morele Gelijk, die straks allemaal een baantje als persvoorlichter bij een politieke partij willen,” zoals Brussen ze noemt. Daarom adviseert Brussen: “Laat je niets voorliegen: Lees geen kranten. Kijk geen NPO. Lees internet. Zoek je eigen nieuws. Omdat je recht hebt op de waarheid. De volledige, ongesluierde, onbewerkte, realistische, harde waarheid. En vanuit die waarheid kun je zelf je conclusies trekken en zelf je (politieke) richting bepalen.” Is het internet wel betrouwbaar?

Wie kan mij garanderen dat wat ik op internet lees en vind ‘de volledige, ongesluierde, onbewerkte, realistische, harde waarheid’ is? Iedereen kan er zijn ‘waarheid’ op vermelden en daarmee kan een gebeurtenis tot meerdere ‘volledige enzovoorts’ waarheden leiden. En op basis van ieder van die ‘waarheden’ kan ik ‘conclusies trekken en mijn (politieke) richting bepalen’. Alleen kunnen die verschillende waarheden tot tegenstrijdige conclusies leiden. De IS waarheid leidt tot een andere conclusie dan de CIA-waarheid.

Maakt het bovendien niet nogal wat uit of een ‘waarheid’ op de eerste pagina van Google staat of op de honderdzevenendertigste?

Hoe bepaalt Google die volgorde? De meest aangeklikte ‘waarheid’, hoeft niet de meest betrouwbare te zijn. In het boek The Net Dillusion laat Evgeny Morozov zien dat het internet een goed instrument kan zijn voor dictators. Een instrument om hun versie van de ‘waarheid’ te promoten en andere versies te onderdrukken. Dit boek biedt, zoals terecht op de kaft staat vermeld: “a rare note of wisdom and common seance, on an issue overwhelmed by digital utopians.”

 

Revolutionaire waskracht

Gisteren schreef ik over de onderwijsplannen van Maurice de Hond. De Hond sprak over een andere wereld waarin onze kinderen opgroeien dan de wereld waarin mensen van boven de veertig zijn opgegroeid. Door deze zin moest ik denken aan het derde Venlo College dat ik afgelopen week bezocht. Een van de sprekers, crisiscommunicatie-specialist Hans Siepel, sprak over de bijzondere tijd waarin we leven. We staan op een kruispunt  tussen ‘eerlijke’ communicatie en ‘mannetjesmakerij’, zoals ik het interpreteer. En er is nu zo’n druk vanuit de samenleving, dat de eerlijke communicatie gaat winnen van het machtsdenken van de ‘mannetjesmakerij’. Barbara Tuchman heeft een boek geschreven over dat machtsdenken door de eeuwen heen. Conclusie: de mens blijkt hardleers.

wassenFoto: www.ehabweb.net

Nu horen we dat vaker: we leven in bijzondere tijden en de ‘Brave New World’ ligt binnen handbereik. Uitspraken waarbij de nadruk wordt gelegd op het bijzondere van het huidige tijdsgewricht. Aan het eind van het vorige millennium gingen we bijvoorbeeld het tijdperk van de ‘nieuwe economie’ in. Een tijdperk van eeuwigdurende economische groei mogelijk gemaakt door de dot.com revolutie en dat eindigde met een knappende ballon.

Nu denken mensen als De Hond dat er compleet andere tijden aanbreken. Tijden waarin de virtuele wereld de reële langzaam naar de achtergrond zal verdrijven. Het eerste Venlo College was eraan gewijd: “De technologische en digitale ontwikkeling gaat steeds sneller. Dit heeft grote gevolgen voor hoe we in de toekomst ons werk doen en hoe we in contact staan en communiceren met onze inwoners”, zo viel te lezen op de uitnodiging.

Is er sprake van een plotselinge verandering? Een algehele ommekeer? Of is het meer van hetzelfde? Werk vervangen door techniek is al zo oud als de vuistbijl. Informatie vastleggen om die voor het nageslacht beschikbaar te houden heeft ook al een lange baard. Wie kent er nog de oral history? De rotstekeningen? De kleitabletten? De papyrusrollen? De schilderijen? De gedrukte boeken? Is het niet een gestage ontwikkeling die alleen wat sneller gaat omdat we met wat meer mensen zijn?

Nu is het heel menselijk om de huidige tijd en de gebeurtenissen erin als revolutionair te zien. De Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang constateert dat in zijn boek 23 Dingen die je ze niet vertellen over het kapitalisme ook en brengt perspectief aan: … in termen van economische en sociale veranderingen die erdoor teweeg zijn gebracht is de revolutie van het internet (althans tot nu toe) minder belangrijk geweest dan die van de wasmachine en andere huishoudelijke apparaten, … .” 

Zou Chang een revolutionair waskracht-punt hebben?

Free to Choose

Maar de allergrootste boosdoener was toch wel internet, aldus het bedrijf zelf.” Zo valt te lezen in de Volkskrant En dat bedrijf is Macintosh, een conglomeraat van schoenenwinkels onder verschillende vlaggen. Al die verschillende ‘vlaggen’ zijn nu failliet en er wordt gezocht naar partijen die deze ‘vlaggen’ of delen ervan willen overnemen. Na V&D alweer een ‘winkelbedrijf’ dat het niet redt. Of met die reddingspogingen alle personeelsleden en vestigingen gered kunnen worden is de vraag.

EsscherIllustratie Esscher gevonden bij: william-wright.com

Als dit leidt tot sluiting van winkels in steden, dan zal de druk op die steden toenemen om ‘iets aan de leegstand’ te doen. De stad moet toch aantrekkelijk en leefbaar blijven? Daarover zullen zowel de achterblijvende winkeliers als de inwoners van die steden het eens zijn. De winkeliers, omdat zij een boterham willen verdienen en de inwoners, omdat die door een gezellige en levendige stad willen slenteren. Een stad met leuke winkels, restaurants en terrasjes.

Gingen kleine dorpjes de steden hierin niet al voor? Met als laatste de bakker die de deuren sloot? Een sluiting die tot verontwaardiging leidde want waar moest je nu je brood halen? De gemeente moest er toch iets aan doen? Maar waarom sloot die bakker? Sloot die niet de deur, omdat het grootste deel van de dorpelingen hun brood bij de supermarkt meenamen, dat was makkelijk en ook nog goedkoper? En was die bakker wel handig als je iets was vergeten?

Veranderend koopgedrag, die laatste bakker en alle andere winkeliers uit de kleine dorpjes die voor hem sloten, weten erover mee te praten. En zoals, uit de geciteerde zin blijkt, verandert het koopgedrag onder invloed van internet. Steeds meer wordt via het net gekocht.

Je kunt je geld toch maar een keer uitgeven? Gaat iedere euro aan schoenen via het net niet ten koste van een schoenenwinkelier in de binnenstad? Moet er dan niet iemand sneuvelen? En zal dat niet de winkelier zijn met personeel en een duur pand in een binnenstad? Want is een loods op een industrieterrein en wat logistieke medewerkers niet veel goedkoper? Leidt dat niet tot leegstand en een minder aantrekkelijke binnenstad? Iets waar de gemeente dan weer iets aan moet doen?

Ligt de sleutel hiervoor niet bij onszelf als consument? Willen we niet aan de ene kant het gemak en de lage prijs van internet en aan de andere kant een gezellige binnenstad? Is ook niet hier de universele paradox: you are free to choose but you are not free from the consequence of your choice, van toepassing?