De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
“Je zou verwachten dat als een van de grootste nettobetalende leden van een vereniging vertrekt, de contributie aan het bestaande budget ook omlaag gaat.” Een zin uit een schrijven van Derk Jan Eppink op de site van Forum voor Democratie. De vereniging waarover Eppink schrijft is de Europese Unie en het nettobetalende lid dat vertrekt is Groot Brittannië. Ik moest toch even achter mij oren krabbelen toen ik dit las. Het vertrek van een lid moet ertoe leiden dat de contributie voor de andere leden omlaag gaat. Hoe zou de penningmeester van een amateurvoetbalclub dit zien?
De club heeft een aantal velden, kleedlokalen en een kantine die moeten worden onderhouden. Wellicht moet er nog een lening op die gebouwen worden afgelost. Ze moet betalen voor gas, water en licht, maar ook voor ballen en andere materialen. Dit alles wordt betaald uit de contributie die de leden betalen. Zouden die kosten dalen en dus de contributie kunnen worden verlaagd als er een lid vertrekt? Ik vrees eerder dat het omgekeerde het geval is.
Nu is de Europese Unie een bijzondere vereniging. Zij probeert iedereen, ieder land en iedere streek binnen haar vereniging ‘op te stoten in de vaart der volkeren’ om het zo te noemen. De totale uitgaven voor dat ‘opstoten’, moeten worden betaald door alle leden. Dat gebeurt, door ieder land te laten bijdragen. Het ene gebied, Nederland bijvoorbeeld, is al verder ‘opgestoten’ dan het andere, bijvoorbeeld Roemenië. Dit betekent dat de Unie meer investeert in Roemenië dan in Nederland. Roemenië krijgt dan meer geld dan het bijdraagt en Nederland minder. Nederland is, zoals dat wordt genoemd, een ‘netto-betaler’, Roemenië een ‘netto-ontvanger’. Groot-Brittannië was ook zo’n ‘netto-betaler’ en die verlaat de club. Daarmee vervallen alle ‘investeringen’ van de Unie in Groot-Brittannië en ook de bijdrage van de Britten aan de Unie. Omdat de Britten een ‘netto-betaler’ zijn, ontstaat er een gat in de begroting van de Europese Unie. De vraag die Eppink helemaal buiten beschouwing laat, is de vraag achter het ‘netto-betalerschap’ Als ‘opstoten in de vaart der volkeren’ het doel is van de Unie, moeten we in Nederland dan niet blij zijn dat we ‘netto-betaler’ zijn? Dat betekent immers dat we het verst zijn ‘opgestoten’.
Zou dat gat opgevuld kunnen worden door een verlaging van de contributie voor de overige leden? Zoals iedere penningmeester van een vereniging weet, is het erg lastig om een tekort te dekken door de inkomsten te verlagen. Het enige wat er dan gebeurt is dat het tekort verder oploopt.
Het gat kan op drie manieren worden gedicht. Als eerste door in de uitgaven te snijden en de inkomsten gelijk te houden. Een eenvoudige en pijnloze manier van ‘snijden’ heeft de Unie al laten liggen. Namelijk het snijden in parlementsleden. De ‘stoeltjes’ die de Britten verlaten, worden verdeeld over de andere landen. Eppinks partij profiteert hiervan, ze krijgen er een stoeltje bij. Ware het niet dat die toevalt aan een aanhanger van ‘ketter’ Otten. Hierover heb ik geen partij gehoord. Snijden betekent dat er minder ‘opgestoten kan worden in de vaart der volkeren’. Als je dat rechtvaardig wilt doen dan snijd je in steun aan gebieden die het verst zijn ‘opgestoten’, bijvoorbeeld Nederland en ontzie je gebieden, zoals Roemenië die nog wel wat ‘opstoting’ kunnen gebruiken. Gevolg hiervan zal zijn dat de ‘netto-betalers’ nog grotere ‘netto-betalers’ zullen worden. De uitgaven aan de Unie blijven immers gelijk en de inkomsten uit de Unie dalen. De Roemenen zullen er niets van merken. Hun inkomsten en uitgaven blijven gelijk.
De tweede manier om het gat te dichten is door, bij gelijkblijvende uitgaven, de inkomsten te verhogen. Ieder land betaalt dan meer contributie bij gelijkblijvende bijdragen uit de Unie. Nederland wordt ook dan een grotere ‘netto-betaler’. Roemenië betaalt meer contributie bij gelijkblijvende inkomsten uit de Unie. De pijn wordt op deze manier verdeeld over alle leden. De derde manier om uitgaven en inkomsten weer in evenwicht te brengen, is een combinatie van de eerste twee manieren. Ook in dat geval zal ‘netto-betaler’ Nederland meer gaan bijdragen. Welke variant het meest eerlijk en rechtvaardig is, laat ik graag aan anderen over. Helder mag zijn dat Nederland in alle drie de scenario’s meer moet betalen. Hoeveel meer, geen idee.
Laten we blij zijn dat Eppink geen ‘penningmeester’ is. Wat meer zorgen baart, is dat dergelijke ‘logica van de koude grond’ er bij het Forum voor Democratie in lijkt te gaan als gods woord in een ouderling.
“Het is genoeg. Nederland moet uit de EU. En daarom gaan wij een denktank opzetten om dit proces van uittreding te versnellen. We gaan de zaak promoten van een vrij en onafhankelijk Nederland. Wij maken samen met u een vuist tegen de macht van Brussel. Wij hebben uw ideeën en uw inzet hard nodig. U hoort snel van ons.” De laatste woorden van het visiedocument van de ‘Nexit-denktank’ van Rutger van den Noort. In een schrijven bij Opiniez geeft hij aan waarom die ‘danktank’ nodig is: “Natuurlijk zijn er een hele hoop nadelen aan een Nexit en deze zijn voldoende bekend. Toch is er geen goed beeld van de Nederlandse toekomst zonder EU. Welke randvoorwaarden zijn er nodig voor een soeverein land dat op een goede manier handel kan drijven met zijn buurlanden?” Ik moest denken aan het boek The Globalization Paradox van Dani Rodrik. Op het waarom kom ik later terug. Eerst het visiedocument.
“Jarenlang onderdeel uitmaken van de Europese Unie heeft Nederland lui gemaakt,” lezen we in de eerste alinea. Een stelling die niet wordt onderbouwd. Geen al te sterk begin voor een visiedocument.
Die zin wordt gevolgd door: “Door de EURO is het makkelijk om te betalen als je op reis bent, maar de kracht van de eurozone is laag. Uitwassen in Brussel en Straatsburg leiden tot voortdurende frustratie. De waardeoverdrachten vanuit Nederland naar Zuid/Oost-Europa maken ons arm.” Eerst die makkelijke euro. Die valt bij een Nexit weg en dan wordt het lastiger op reis. Dan moet de Nederlander zijn gulden, want ik neem aan dat Van den Noort die dan terug wil, inwisselen voor de valuta van het land waarnaar wordt gereisd. Als midvijftiger weet ik maar al te goed wat dat betekent. Nee, ik begin niet over de volle beurs met veel vreemde munten want we leven immers in het digitale tijdperk. Nou ja, niet overal, zelfs niet in Europa. Wat het wel betekent: extra kosten voor het wisselen, steeds prijzen moeten omrekenen: ‘hoeveel guldens gaan er in een pond, euro of dollar?
Dan het tweede deel, het populaire verhaal dat het ‘Noorden’ wordt uitgemolken door het ‘Zuiden’. Wat wordt vergeten is dat tegenover die ‘waardeoverdrachten’ een positieve Nederlandse handelsbalans staat naar die landen. Die landen gebruiken dat geld om onze producten te kopen en ons zo aan het werk te houden. Hoe zou dat na een Nexit zijn? Dan moet er een wisselkoers worden vastgesteld tussen die nieuwe gulden en de euro. Wat die koers ook wordt, het kost Nederland ergens export. Of export naar Duitsland, het land waarmee we het meeste handel voeren. Of export naar die Zuid Europese landen. De ‘waardeoverdrachten’ vallen weg, maar ook het handelsoverschot en dus banen van mensen die de betreffende producten maken.
Over naar de tweede alinea: “Nederland staat bekend om zijn handel. Met onze handelsgeest, een belangrijke haven en een strategische agrarische ligging zijn we goed voorgesorteerd om internationaal zaken te doen. Veel van onze handel gaat naar andere EU landen, maar de toekomst van de handel ligt vooral in Noord Amerika, Azië (Belt & Road) en Afrika. Honderden jaren doen we al zaken wereldwijd en met of zonder de EU zullen we zaken blijven doen. We zijn een handelsnatie!” De ligging van Nederland, in een rivierendelta, zal niet veranderen bij het verlaten van de Europese Unie. De Rotterdamse haven zal blijven liggen waar ze nu ligt. Maar zal die haven net zo belangrijk blijven? Van den Noort noemt in zijn opsomming van de toekomst van de handel ‘Belt & Road’. Laat dat Chinese initiatief nu net bedoeld zijn om de goederen via verschillende routes te laten stromen. Een vorm van Chinees kolonialisme’, divide et impera’ om een Latijnse spreuk te gebruiken. De Spaanse havenstad Algeciras, op dit moment de vijfde haven van Europa, zou een Nexit kunnen aangrijpen om haar positie op de Afrikaanse markt te versterken. Ook Antwerpen en Hamburg, respectievelijk de tweede en derde Europese havens, zouden flink van een Nexit profiteren. Een Nexit betekent immers één extra grens en dus een extra barrière voor Rotterdam.
Bij een ‘agrarische ligging’ kan ik me niet zoveel voorstellen. Maar als Van den Noort bedoelt dat de agrarische sector het makkelijker krijgt op de wereldmarkt, dan is daar nog wel wat over te zeggen. Het afzetgebied voor agrarische producten uit Nederland bevindt zich vooral in de Europese Unie. 72% van alle agrarische handel gaat naar tien landen waarvan er zeven (ik tel de Britten al niet meer mee) in de Europese Unie liggen. Een kwart gaat naar Duitsland gevolgd door onze zuiderburen met 11%, de Britten met 10% en de Fransen met 9%. Zouden grenzen de export makkelijker maken? Oh maar wacht eens, iets verderop lees ik dat het wel mee zal vallen want ‘we’ worden: “een Nederland met slimme technologisch georganiseerde grenscontroles, hoogwaardige handel met nieuwe handelspartners, maar bovenal een open houding naar andere Europese landen.” Even terzijde, hoe open is je houding als je de deur voor de ander sluit? Want dat is wat er gebeurt bij een Nexit. De techniek gaat dus oplossen wat we nu, omdat we deel uitmaken van de Europese Unie, al hebben opgelost. Als die ‘slimme techniek’ er is, waarom wordt die nu dan niet ingezet voor de bewaking van de grenzen? Hoe kan het dat Nederland dan wordt ‘overspoeld’ met drugs? Drugs die via onze havens het land binnenstromen en vervolgens ook het land weer verlaten.
Hoe komt de boer en vooral de tuinder aan zijn arbeidskrachten? Die komen nu veelal uit andere, met name Oost Europese landen. “In de agrarische sector is, door de vele seizoensarbeid, de afhankelijkheid van werknemers uit Oost-Europa het grootst. Van de MOE-landers in Nederland werkt 26,4% in de land- en tuinbouw, gevolgd door de uitzendbranche met 20,8% (waar het ook vaak om agrarische werkplekken gaat),” zo is te lezen in een artikel op de site boerenbusiness. Een artikel waarin wordt gesproken over een tekort aan arbeidsmigranten omdat: “Door de sterke economische groei in Oost-Europa (…) minder Oost-Europeanen werk (zoeken) in West-Europa. Daarnaast gaan de hier reeds gevestigde arbeidsmigranten er sneller voor kiezen om terug te keren.” De agrarische sector staat hierin niet alleen. In de vele ‘logistieke blokkendozen’ die Nederland en vooral Venlo en omgeving telt, werken veel arbeidsmigranten. Die ‘dozen’ staan hier vanwege een goede ligging ten opzichte van het, Duitse en Europese achterland. Goed want zonder belemmeringen ontsloten via weg, rail en water. Wie gaat er na een Nexit werken? Maar wacht eens? Zou dat probleem in de logistiek zich niet vanzelf oplossen? Een Nexit zorgt immers voor belemmeringen, een grens. Dan zou onbelemmerd vervoer via Antwerpen en Hamburg wel eens aantrekkelijker kunnen zijn.
In de derde alinea van het visiedocument lezen we het volgende: “Lang is er hoop geweest dat de EU hervormbaar zou zijn. Dat met genoeg tegenkracht de megalomane projecten zoals de Green Deal kunnen worden afgezwakt. Dat het gebrek aan slagkracht rondom de bewaking van de buitengrenzen van de EU wel zou worden opgelost. Maar deze wens tot hervorming, tot rationalisatie van het Europees beleid blijkt ijdele hoop. De Brusselse bureaucratie wil maar één kant op: verdere integratie en verdere eenwording.” Bijzonder. Aan de ene kant (green deal) wordt de Europese Unie verweten dat ze alleen maar verder wil integreren en meer macht naar zich toe wil trekken. Iets wat schijnbaar niet afgeremd kan worden. Aan de andere kant (bewaken van de buitengrenzen) dat ze te weinig centraliseert of in de termen van het document, ‘te weinig slagkracht ontwikkelt’. Daar is er blijkbaar toch ‘iets’ wat de zaak kan afremmen.
Als we even afzien van deze ‘kronkel’, hoe zou dat zijn in een Nederland na de Nexit? Zou Nederland dan voldoende ‘slagkracht’ hebben om de eigen grenzen te bewaken? In de huidige situatie met slechts een deel van de grenzen die er bewaakt moeten worden, zee- en luchthavens, blijken de grenzen, zie het hiervoor genoemde voorbeeld van de drugs, voor goederen al een redelijk lek mandje. Uit mijn eigen jeugdervaringen, weet ik dat het vóór ‘Schengen’ ook al niet lukte om de grenzen voor mensen potdicht te houden. Als jeugdigen ondervonden we weinig problemen bij het illegaal de grens over te steken om in Walbeck te gaan zwemmen. En als dat wel lukt door, net als Trump en Israel, een soort muur te bouwen, dan weet ik niet of we daar in Venlo heel gelukkig van worden. Dat betekent namelijk dat wij zelf ook ingesloten zitten. Eventjes naar de Krickenbecker Seen wandelen en een kopje koffie drinken in het ouderwetse kroegje in Leuth of een wedstrijd van in de Bundesliga van Borussia Mönchengladbach bezoeken, wordt dan onmogelijk.
Ietsjes verderop is te lezen:“Wij willen geen machtsconcentratie in een centraal geleide, ondemocratisch bestuurde EU. Wij willen weer onze eigen baas zijn.” Het is tegenwoordig populair om je af te zetten tegen de Europese Unie en die overal de schuld van te geven. Iets wat in dit visiedocument ook gebeurt. In dat afzetten doen woorden als ‘centraal geleid, ondemocratisch en machtsconcentratie’ het bijzonder goed. Net als: “Steeds verder sluit het net van Europese regelgeving zich rondom de nationale besluitvorming. 70% van de wetgeving in Nederland heeft een Europese component. Ons eigen parlement staat buitenspel en onze eigen regering tekent bij het kruisje. We kiezen een Europees parlement dat in de praktijk weinig te vertellen heeft en niet kan opboksen tegen ongekozen Brusselse bestuurders.” Hoe is het in de praktijk?
Als de Europese Unie al ‘centraal geleid’ wordt, dan wordt het ‘politbureau’, om die oude Sovjet term maar eens te gebruiken, toch echt gevormd door de Europese Raad, de vergadering van de regeringsleiders. Die zitten aan de knoppen en bepalen wat er gebeurt. Namens Nederland zit premier Rutte daar ieder kwartaal aan tafel en bepaalt mee welke kant het op gaat. Er gebeurt niets zonder instemming van de Europese Raad. De regeringsleiders in de Raad willen de macht die ze hebben natuurlijk niet kwijt. Net zoals de parlementen van de landen ook geen machtig Europees parlement boven, of naast zich willen. Dan zouden ze een soort ‘provinciale staten’ worden. Zou dat de reden kunnen zijn dat het niet wil vlotten met dat democratische gehalte van de Europese Unie? Is de belangrijkste makke van de Europese Unie niet juist een gebrek aan macht en centrale leiding? Neem die grensbewaking als voorbeeld. Als de landen van de Unie werkelijk zouden kiezen voor slagkracht bij het bewaken van die buitengrens, dan zouden ze hun huidige douanecapaciteiten bundelen en onderbrengen in Frontex. Dan zou die organisatie uitgroeien tot de enige Europese douanedienst. Dat dit niet gebeurt, laat zien dat er niet ‘centraal’ wordt geleid. Alle macht die Brussel’ heeft, is macht die haar door de landen is gegeven. Gegeven door de regeringen en parlementen van de deelnemende landen. Door landen die ‘eigen baas’ zijn. Als ‘we’ iets van ‘Brussel’ moeten, dan is dat omdat ‘we’ daar zelf voor hebben gekozen. Het beperkte democratische gehalte van de Unie is een gevolg van besluiten in ‘Den Haag’, ‘Berlijn’, ‘Parijs’ en ook ’Brussel’, maar dan als hoofdstad van België. Een visiedocument dat de werkelijkheid wat geweld aandoet. Dat geeft te denken.
De passage hierboven wordt afgesloten met de zin: “Hoewel we op veel thema’s verschillen van de grote landen, wordt er veelal bij meerderheid besloten.” Hierboven hebben we gezien dat besluiten worden genomen in de Europese Raad. En, zo is te lezen op de site van de Europese Unie: “Besluiten worden gewoonlijk genomen bij consensus, maar soms ook bij unanimiteit of gekwalificeerde meerderheid. Alleen de staatshoofden en regeringsleiders kunnen stemmen.” Gewoonlijk dus bij consensus en dat: “wil zeggen dat een voorstel alleen aangenomen kan worden wanneer alle lidstaten het eens zijn. Er wordt niet gestemd, maar overlegd tot iedereen het met het voorstel eens is.” Alleen als in een verdrag is geregeld dat een besluit op een andere manier moet worden genomen, wordt hiervan afgeweken. Dan wordt er bij ‘unanimiteit’, of zoals het ook wordt genoemd, eenparigheid van stemmen besloten. Dit houdt in dat: “een voorstel alleen kan worden aangenomen als alle EU-landen, in het kader van de Raad bijeen, het eens zijn.” Of via een ‘gekwalificeerde meerderheid’. Dit betekent dat: “55% van de EU-landen (…) voor (is) – d.w.z. 16 van de 28” het voorstel steunen en die landen: “minstens 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen.” Een ‘versterkt gekwalificeerde meerderheid’ kan ook. Dan moet 72% van de landen vóór stemmen en die landen moeten minstens 65% van de bevolking vertegenwoordigen. Een visiedocument dat de werkelijkheid nog wat meer geweld aandoet. Dat geeft nog meer te denken.
“e zijn ook niet bang om samenwerkingsverbanden die niet werken te ontmantelen. En misschien worden we wel de founding father van de nieuwe EU.” Iedereen die zijn huis wel eens heeft verbouwd weet dat het veel moeilijker is en veel meer tijd kost om iets op te bouwen. Afbreken is makkelijk. Pak de sloophamer en binnen een paar uur is ‘dat muurtje’ weg. Een nieuwe muur optrekken, stuken en texen is een ander verhaal. Natuurlijk kan de huidige Europese samenwerking beter en vooral democratischer. En dan kom ik bij Dani Rodrik en het echte probleem. Het echte probleem is er een van schaalverschillen. Volgens Rodrik zijn markten (economie) en overheden complementair. Overheden, zo schrijft hij op pagina 19: “are necessary to establish peace and security, protect property rights enforce contract, and manage the macroeconomy. It is also because they are needed to reserve the legitemacy of markets by protecting people from risks and insecurities markets bring with them.” Overheden moeten de markt in toom houden. Alleen is er de afgelopen decennia iets veranderd. De markt is steeds meer en sneller geglobaliseerd. Ze heeft een andere schaal gekregen dan de overheid. De markt is de wereld geworden en dat betekent dat marktpartijen (bedrijven) die plek in de wereld zoeken waar ze het meeste winst kunnen behalen of het meeste van hun winst kunnen behouden. De markt overheerst de overheid. Rodrik noemt dit ‘the golden straijacket’, de gouden dwangbuis. Op pagina 201 beschrijft hij die wereld als volgt: “governments persue policies that they believe will earn them market confidence and attract trade and capital inflows: light money, small government, low taxes, flexibel labor markets, deregulations, privatization, and openness all arround.” Dit lijkt verdacht veel op onze huidige samenleving.
In ons huidige tijdsgewricht is de markt te dominant. De markt heeft de overheden, om het plat te zeggen, in de achterzak. De ‘dividendbelasting’ is een goed voorbeeld hoe bedrijven proberen landen tegen elkaar uit te spelen. De winnaars bij dit uitspelen zijn die multinationale bedrijven. De landen en hun inwoners verliezen. De enige manier om macht van de markt te beteugelen en te voorkomen dat we tegen de Belgen en Duitsers worden uitgespeeld, is door de Europese overheid te versterken. Versterken van de overheid kan in onze contreien alleen door het versterken van de democratie. Sterke democratische Europese instellingen van en voor de inwoners. Kunnen we onze energie niet beter hierin steken dan samen met ‘Don Quichot’ Van den Noort en zijn rammelende visie te vechten tegen windmolens?
“De coalitie van FvD, SGP en PVV moet daarom de nieuwe coalitie van nuchter Nederland gaan worden.” Een van de laatste zinnen uit een betoog van student politicologie en SGP raadslid in Oldenbroek Tom de Nooijer bij Opiniez. Waarom het tijd is voor die coalitie? Omdat het “tijd (is) voor een nieuw politiek thuis van het redelijke midden.” Wat kenmerkt die coalitie en dus ‘nuchterheid’ en ‘redelijkheid’? Zou dat wat voor mij zijn?
Makgadikgadizoutvlaktes in Botswane. Bron: WikimediaCommons
Ik drink af en toe een glas bier. Zo ook gisteren tijdens de wedstrijd van VVV-Venlo tegen Emmen. Zou dat een belemmering zijn? Dronken was ik zeker niet, maar helemaal nuchter? Aan het einde was ik trouwens dronken van geluk en met mij vele anderen in het stadion omdat VVV won. Die betekenis van het woord ‘nuchter’ zal De Nooijer niet bedoelen. Ook niet de eerste betekenis in de Vandale, “zonder nog te hebben gegeten”. Hij zal eerder verwijzen naar de derde omschrijving: “verstandig en kalm, koel-zakelijk.” Laten we zijn betoog eens ontleden. Wellicht dat we dan kunnen ontdekken wanneer je tot de ’dronken’ en dus onverstandige, hysterische en warm-emotionele coalitie behoort. Die coalitie kan zich op verschillende plekken in het politieke spectrum bevinden. Die kan zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant huizen. Maar ook in het midden. En als er een ‘redelijk midden’ is dan zou er ook zo maar een ‘onredelijk midden’ kunnen zijn. Net zoals er een ‘redelijk’ rechts en links kunnen zijn, zelfs in de meest extreme variant. Eens kijken of zijn analyse duidelijk biedt.
‘Nuchter’ is: “Centrum-rechts, vaak wonend in de provincie en vanuit calvinistische overblijfselen een tikkeltje gematigd en conservatief.” Aha, links is dronken en woont vaker in een stad en bijna het hele Zuiden van het land valt al af vanwege het katholieke verleden. De ‘calvinistische overblijfselen’ zijn daar immers als de wel bekende speld in een hooiberg. Wel vreemd dan dat de PVV zo goed scoort in het Zuiden. Oké, misschien is daar een andere verklaring voor.
“Vaak worden onderwerpen genoemd als de achterblijvende koopkracht of het irrationele klimaatbeleid van Nederland,” aldus De Nooijer als het gaat over zaken die de stemkeuze bepalen. Maar dat is niet alles: “opvallend is dat de zorgen steeds vaker gaan over culturele, waarschijnlijk zelfs existentiële, thema’s, die betrekking hebben op de lange termijn van ons land (of Avondland, zo u wilt). Hierbij staan immigratie en de alsmaar toenemende macht van de Europese Unie centraal. Uitzoomend, vallen al deze onderwerpen grofweg onder te brengen onder twee grote zorgen, namelijk zorgen over de identiteit en de soevereiniteit van Nederland.” Het redelijke en nuchtere moet dus ergens in deze thema’s verstopt zitten.
Als eerste neemt De Nooijer immigratie onder de loep. Hij analyseert aan de hand van het stemmen over het Marakeshpact. “Enige tegenstanders: FvD, SGP, PVV en 50+” Oké, redelijk en nuchter is dus tegen dit pact zijn omdat het pact vol staat met: “bizarre teksten die zelfs GroenLinks nog niet zou opschrijven in hun verkiezingsprogramma.” GroenLinks is, volgens De Nooijer, dus ‘bezopen’ en ‘onredelijk’. En daarbij draait het allemaal om: “artikel 13, waarin staat dat immigratie ‘in essentie voor iedereen iets goeds is, zolang het maar goed verloopt’.” De vraag is wat er zo bizar is aan deze tekst? Is immigratie slecht? Zonder immigratie zouden er in Nederland geen mensen zijn. In het grootste deel van de wereld trouwens niet. De homo sapiens vindt, naar de laatste wetenschappelijke inzichten, zijn oorsprong: “ongeveer op de plek waar nu de Makgadikgadizoutvlaktes liggen.” En emigreerde zo’n 130.000 jaar geleden van daaruit. Dus om te beweren dat migratie slecht is, gaat wel erg ver. Nu zal De Nooijer dat als rechtgeaard staatkundig gereformeerde waarschijnlijk anders zien en verklaren dat de Aarde nog niet zo oud is.
Of zou het tegenwoordig anders zijn? Was immigratie ooit goed en is het nu slecht? Als dat het geval is, dan moeten de grenzen dicht. Maar dan ook twee kanten op. Dus ook geen Nederlander meer die naar ‘Silicon Valley’ gaat om daar zijn ‘geluk’ te beproeven. Als immigratie slecht is, is emigratie dat immers ook. Dat is de keerzijde van de medaille. Immers en dat moet De Nooijer bekend voorkomen: ’Wat gij niet wilt dat u geschiedt …”
Wellicht valt De Nooijer over de passage ‘in essentie voor iedereen’ en vindt hij dat immigratie voor sommige mensen niet goed is. Of het goed is voor de immigrant, kan alleen die immigrant bepalen. Misschien is het slecht voor mensen op de plek waar naartoe wordt geïmmigreerd? Dat zou kunnen, daarom ook ‘zolang het maar goed verloopt’. Zolang het maar gereguleerd gebeurd en dat is nu niet het geval. Wat er waarom redelijke en nuchter is, maakt De Nooijer niet echt duidelijk.
Dan het tweede onderwerp, het klimaat. “Enige tegenstanders: FvD, SGP, PVV (en PvdD, die vonden het niet ver genoeg gaan).” De redelijke en nuchtere positie is dus tegen deze wet zijn en niet omdat die niet ver genoeg gaat. Waarom? Omdat: “ De klimaatwet (…) hét politieke besluit (was) waarin definitief duidelijk werd wie zich wel en niet schaarde achter de groene gekte. In deze wet staat dat er in 2030 49% CO2-reductie moet zijn, en 95% in 2050. Koste wat het kost. De heiligheid van deze getallen is zo groot, dat ze kennelijk zelfs per wet moesten worden vastgelegd.” Waarin zit die gekte en wat is dan ‘nuchter’? Als we Baudet mogen geloven is de klimaatverandering positief. De wereld wordt groener omdat planten het goed doen op kooldioxide. Ook is het volgens Baudet, maar de vraag of de huidige opwarming wel een gevolg is van menselijke activiteit. Hoe redelijk en nuchter die positie is, dat is de vraag.
Feit is dat de concentratie kooldioxide in de de atmosfeer toeneemt en dat die toename steeds sneller gaat. Een toename die vooral een gevolg is van menselijke activiteiten en dan vooral het verbranden van kolen, olie en gas. Ook een feit is dat de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Ze is de afgelopen 130 jaar met ongeveer 1,0 ° graad Celsius gestegen. Kooldioxide houdt warmte vast in de atmosfeer en werkt daarmee temperatuur verhogend. Ook dat is een feit. Zonder broeikasgassen in de atmosfeer zouden wij hier niet kunnen leven. Dan zou de gemiddelde temperatuur op Aarde ver onder het vriespunt liggen. Iets wat in de geschiedenis van de Aarde ook al is voorgekomen. Dat menselijke activiteit van invloed is op de gemiddelde temperatuur, is daarmee zeer waarschijnlijk. Dat verandering van dat menselijk gedrag dus ook invloed zal hebben, is zeer aannemelijk. Of de klimaatwet daarmee ‘groene gekte’ is en de ‘heiligheid van getallen’ te groot is, is zeer de vraag. Wat is daarmee ‘redelijk’ en nuchter’?
Wat we ‘redelijk’ en nuchter’ kunnen constateren, en daarmee combineren we de eerste twee onderwerpen, is dat klimaatverandering tot migratie leidt. De plek waar nu de Makgadikgadizoutvlaktes liggen, zag er vroeger heel anders uit. Als het toen ook al zoutvlaktes waren, dan waren er waarschijnlijk geen homo sapiens geweest. Zoutvlaktes zijn immers slechte plekken om te wonen. Ooit vormden die zoutvlaktes: “een enorm meer, dat door plaattektoniek langzaam veranderde in moerasgebied.” En moerasgebieden zijn ideale gebieden voor levende wezens. Alleen veranderde dat, de meren droogden op. Waarschijnlijk als gevolg van een draaiing van de aardas waardoor het klimaat veranderde. Dat was de eerste keer dat de mens migreerde vanwege klimaatverandering. De eerste maar zeker niet de laatste. Zo droeg ‘klimaatverandering’ ook bij aan de val van het Romeinse Rijk. Die Hunnen gingen niet voor hun lol op trektocht naar Europa. Nee, diep in de Aziatische steppen veranderde het klimaat waardoor het leefgebied van de daar wonende mensen verslechterde. Zij trokken weg en veroorzaakten wat wij nu de ‘grote volksverhuizing’ noemen. De Nooijer zal ook hiervoor, als staatkundig gereformeerde, weer andere verklaringen hebben. Eentje waarin god een hoofdrol speelt.
Als derde en laatste ijkpunt van ‘redelijkheid’ en ‘nuchterheid’ neemt De Nooijer de Europese Unie. En dan vooral een initiatiefwet waaraan SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij maar liefst dertien jaar had gewerkt. “Een initiatiefwet die ervoor zorgt dat, wanneer er nieuwe bevoegdheden naar de EU gaan, er een tweederde meerderheid moet zijn in plaats van de helft plus een. Een gezonde drempel, om niet zomaar alle soevereiniteit over te dragen aan de EU. Zou je denken.” Hoe gezond een drempel van tweederde meerderheid is, laat onze Grondwet zien. Die kan alleen worden gewijzigd indien er in eerste instantie met gewone meerderheid over is besloten en na verkiezingen met tweederde meerderheid. Dit maakt majeure grondwetswijzigingen zeer zeldzaam en meestal gaat het maar over een klein detail. De laatste keer dat de Grondwet grondig werd herzien, was in 1983. En om die in perspectief te plaatsen, de discussie erover begon al in 1950. Dat is dus iets van zeer lange adem. Als we vervolgens bekijken wat ‘grondig’ inhield, dan valt dat ‘grondig’ wel mee. De echte ‘grondige’ voorstellen, werden afgewezen. Voorstellen zoals de invoering van een beperkt districtenstelsel, de verkiezing van de formateur, rechtstreekse verkiezing van de Eerste Kamer, een andere benoeming van burgemeesters en Commissarissen van de Koning. Zaken waarover nu nog steeds wordt gepalaverd.
Besluiten over het overdragen van bevoegdheden naar de Europese Samenwerking met een tweederde meerderheid betekent dat er niets wordt overgedragen. Tweederde meerderheid betekent dat alles bij het oude blijft. Als je vindt dat nu alles perfect is, is dat een begrijpelijke keuze. Alleen kunnen omstandigheden veranderen waardoor er iets anders nodig is. Als verandering noodzakelijk is, is het maar zeer de vraag of de keuze voor een tweederde meerderheid nog steeds ‘nuchter’ en ‘redelijk’ is. Besluiten met tweederde meerderheid komt in de buurt van dictatuur van de minderheid.
De Nooijer studeert politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Een studie die, zo is op de site van de Universiteit te lezen: “gaat over de wijze waarop gemeenschappen omgaan met conflicten, hoe zij besluiten nemen en hoe zij hun doelen realiseren.” De Nooijer heeft er in ieder geval geleerd zijn verhaal in woorden met een positieve klank te verpakken. Wie kan er nu bezwaar hebben tegen ‘redelijkheid’ en in het verlengde ervan ‘realisme’? En als jij de ‘redelijkheid’ of het ‘realisme’ claimt, is de ander al snel een ‘onredelijk idealist’ of ‘irreëel’. Op de ‘redelijkheid’ van de opvattingen van De Nooijer valt nogal wat af te dingen. Dat “politiek thuis van het redelijke midden” voor‘nuchtere’ Nederland kon weleens behoorlijk bezopen en onredelijk kunnen uitpakken. Bezopen nuchterheid?
“Timmermans ziet in die zin vooral een rol weggelegd voor burgemeesters. Die zouden meer de samenwerking met elkaar kunnen opzoeken om de Green Deal te laten slagen.” Zo is te lezen in een artikel bij binnenlandsbestuur.nl. “Bijvoorbeeld in inkoop. Een regio koopt misschien 100 of 200 schone bussen in. Als je dat met meerdere regio’s samen doet, levert dat misschien een bestelling van 5000-6000 bussen op en dat geeft volgens hem een hele andere propositie bij de inkoop. ‘Jullie kunnen dat gezamenlijk organiseren’.” Eurocommissaris Frans Timmermans deed deze uitspraken op een bijeenkomst van het Comité van de Regio’s. Timmermans; “We moeten de juiste beslissingen op het juiste bestuursniveau nemen.” Dus aan de slag burgemeesters!
Dat regio’s samen ‘meer bussen’ kunnen inkopen en dat dit hun een andere positie geeft, is logisch. En, als ze daar allemaal ‘klimaatneutrale’ bussen van maken, dan wordt het interessanter voor een ‘bussenbouwer’ om zo’n bus te ontwerpen. Als grote koper kun je meer afdwingen bij de ‘verkoper’. Even een stapje verder denken. Om die ‘bussenbouwer’ te stimuleren om ‘klimaatneutrale’ bussen te bouwen, moeten regio’s en steden gezamenlijk inkopen. Nu ken ik de overheids- en vooral de gemeentelijke wereld redelijk goed. Samenwerken tussen gemeenten kost zeer veel tijd omdat iedereen wil meepraten en eigen zaken wil inbrengen. Gemeentelijke samenwerking is, zoals ik in een eerdere Prikker schreef: “zo dicht mogelijk langs elkaar heen lopen.” Dat worden kostbare trajecten waarbij inkoopadviseurs en juristen hun vingers zullen aflikken.
Waarom trouwens alleen ‘meerdere regio’s samen’ en niet een heel land samen? Dan heb je een nog grotere macht om de ‘bussenbouwer’ in de goede richting te stimuleren. En nu we dan toch op dat nationale niveau zijn aangeland, waarom geen nationale wettelijke eisen waaraan een bus moet voldoen? Dat dwingt de ‘bussenbouwer’ ook die goede richting in zonder dat regio’s en gemeenten ze samen moeten inkopen.
Trouwens, beste meneer Timmermans, is de Europese Unie niet het ‘juiste bestuursniveau’ om de ‘juiste beslissing’ te nemen over ‘klimaatneutrale bussen’? Eén Europese wettelijke eis voor ‘klimaatneutrale bussen’. Dan is dat meteen voor de hele Europese Unie geregeld. Zou dat niet sneller gaan dan gemeenten en regio’s op te roepen om samen te werken?
“De Europese Unie, in haar huidige vorm, is de slechtst denkbare constructie om onze beschaving in de 21ste eeuw te behoeden voor verval.” Met die woorden opent Juliaan van Acker zijn artikel bij TPO. In dat artikel wijst hij China aan als het grote gevaar voor de wereldvrede. De Europese Unie ziet: “De dreiging van deze communistische dictatuur (…) niet (…) en daarom ontbreekt het aan een zinvolle politieke strategie.” Vervolgens legt Van Acker uit wat er allemaal niet deugd en concludeert hij dat als: “we onze Europese beschaving, onze vrijheid en onze ethiek, willen redden, dan moeten we het vertrouwen in de Europese Unie opzeggen.” Daarom moet: “Europa (…) opnieuw opgebouwd worden vanuit de natiestaten. Een confederatie ligt het meest voor de hand. Sterke nationale staten kunnen met elkaar op defensiegebied en inzake buitenlands beleid een alliantie aangaan om serieus tegenwicht te kunnen bieden aan de grootste bedreiging die op ons afkomt.” Een bijzonder betoog.
Niet zozeer omdat Van Acker niet duidelijk maakt waarom we de Europese Unie moeten opzeggen alleen om dat de dreiging vanuit China niet wordt gezien. Als Van Acker werkelijk een punt heeft, of denkt dat hij het heeft, wat let hem dan om die dreiging voor iedereen zichtbaar te maken. Wat let hem om politici te overtuigen van zijn gelijk en er bij hen op aan te dringen dat ze maatregelen nemen. Immers wie garandeert dat Van Ackers nieuwe statenbond die dreiging wel ziet?
Wel zo zeer omdat de Europese Unie de facto een confederatie, een bond van staten, is. Een statenbond van onafhankelijke staten die zijn overeengekomen om bepaalde zalen gemeenschappelijk te regelen. Een statenbond van ‘krachtige natiestaten’ die, als ze dat willen ook nu ook al in zake buitenlands beleid en defensie een alliantie aan kunnen gaan. Dat ze dat kunnen is niet zozeer het probleem. Het probleem is het willen. Die ‘krachtige natiestaten’ willen internationaal allemaal hun eigen toontje meeblazen in het internationaal concert. Ze zijn slechts in zeer beperkte mate bereid om op deze gebieden hun toontje af te stemmen met de anderen om zo tot een gezamenlijke voorstelling te komen. Ze accepteren geen ‘dirigent’. Dat is nu juist het kenmerk van het “Europees orkest’ . Zou een nieuwe ‘Van Ackerbond’ dit probleem oplossen?
“Terwijl een Turks offensief tegen de Koerden in Syrië in volle gang is, opent president Erdogan een ‘tweede front’ tegen Europa. Hij dreigt ‘de poorten open te zetten’ naar Europa voor de 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, als de EU haar kritiek op de inval niet inslikt” Zo is te lezen in een artikel van Arnout Brouwers in de Volkskrant. Brouwers doet verslag van het debat hierover in de Tweede Kamer en de Europese Unie en dat stemt tot treurnis. Dieptepunt, zo vindt de Ballonnendoorprikker, is de reactie van VVD-kamerlid Koopmans: “We moeten voorkomen dat sancties Nederlandse inkomens en banen raken.” Dat het maar duidelijk is, een Nederlandse baan is belangrijker dan het leven van een Koerd.
Tja… Nog niet eens zolang geleden stond het gros van de politici te juichen. Het was gelukt om de stroom vluchtelingen naar Europa te stoppen. In ruil voor vele miljarden zou Turkije de Syrische vluchtelingen opvangen. Een ‘prachtige’ deal tussen de Europese Unie en Turkije bereikt onder premier Ruttes voorzitterschap. Een deal die door toenmalig PvdA-leider Diederik Samsom ‘een blauwdruk voor andere routes’ werd genoemd. En inderdaad hangt het Europese migratiebeleid tegenwoordig van deals aan elkaar. Voor wie er een goed beeld van wil krijgen, lees het boek Niemand wil ze hebben van journalist Linda Polman.
“Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert?” Die vraag stelde ik in de Prikker van 15 april 2016. En nu is het dan zover. Het geld is overgemaakt en de vluchtelingen worden als machtsmiddel gebruikt. ‘Hou je bek, anders laat ik ze los’, schreeuwt Erdogan tegen de Europese Unie en meteen zijn de problemen die met de deal werd gemaskeerd weer zichtbaar. Recent schreef ik: “Als de geschiedenis iets leert dan is het dat de machtigen sollen met de minder machtigen.” Nu is de macht van Erdogan niet zo groot. Zijn macht lijkt groot door die onderlinge Nederlandse en Europese verdeeldheid. Die maakt Erdogan machtig. Ja, Turkije heeft een flink leger. Economisch is het een wankel land en intern is het tot op het bot verdeeld. En zoals zovelen voor hem probeert hij de interne zwakte te verbloemen door een ‘ gezamenlijke vijand’ te benoemen en een oorlog te beginnen.
Beste heren politici van welk pluimage dan ook. Het enige wat u nu moet doen, is de volgende vraag stellen: ‘Waar moeten we ze op komen halen?’ Die vraag maakt Erdogan ineens machteloos. Daarmee geeft u het signaal af dat Europa zich niet laat chanteren. Tevens corrigeert u daarmee de in 2016 gemaakte fout. Die 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen vangen we op en we zorgen ervoor dat ze een nieuw leven kunnen opbouwen.
Die vraag laat u volgen door de woorden: wij laten ons niet meer chanteren! Die miljarden die u voor deze vluchtelingen kreeg, waren de laatste die u van Europa zult ontvangen. Alle Europese investeringen in uw land worden met onmiddellijke ingang stopgezet. Wij bevriezen alle tegoeden van Turkije en haar inwoners. Alle handel met uw land wordt met onmiddellijke ingang stopgezet. Wij geven een negatief reisadvies voor Turkije en ontraden onze inwoners om naar uw land op vakantie te gaan. Als laatste achten wij ons richting Turkije niet meer gebonden aan artikel 5 van de NAVO.
Maar ja, in 2016 hadden onze leiders al zwakke knieën en gezien het gekrakeel en de angst voor een werkloze Nederlander, zal de schreeuwlelijk wel weer zijn zin krijgen. Leiderschap zal ook nu wel weer ver te zoeken zijn. Van principes kun je immers niet eten en dus is een Nederlandse baan belangrijker dan het leven van een Koerd.
Volgens Jelte Wiersma is wat er met de Britten gebeurt van groot belang voor de toekomst van Nederland: “Stel dat het Verenigd Koninkrijk wel in de Europese Unie blijft. Dan heeft het als niet-euroland per definitie een tweederangs status. Lid van de eurozone zal het niet worden. Aangezien de eurozone dé motor is waarmee macht naar Frankrijk wordt overgeheveld, wint Nederland weinig met dit scenario. Of stel dat het Verenigd Koninkrijk een Theresa May-achtig akkoord met de EU sluit en zo een EU-kolonie wordt – ook dat lost het probleem niet op van een verdergaande machtsoverdracht naar Frankrijk.” Zo schrijft hij in Elsevier. “Leedvermaak en schamper doen over premier Boris Johnson en de in veler ogen clowneske politiek in het Lagerhuis (…) vanuit Nederlands perspectief geen enkele zin.” Aldus Wiersma, die vervolgt: “Langzaam laat Nederland zich zo tot provincie van Frankrijk (en Duitsland) vormen.” Volgens Wiersma is Frankrijk de ‘baas’ in de Europese Unie. Nog niet zo lang geleden zeiden we hetzelfde over de Duitsers. Of de angst van Wiersma terecht is, zal de toekomst uitwijzen.
Bijzonder in het betoog van Wiersma is dat hij de werkelijkheid om lijkt te draaien. Wiersma: “Macron wil voorkomen dat het Verenigd Koninkrijk lid van de EU blijft en in de Unie de hoeder van de belangen van kleinere landen en vrijhandel is. Macron wil ook dat het Verenigd Koninkrijk geen prettig handelsverdrag met de EU kan sluiten, waardoor ook andere lidstaten zouden kunnen besluiten onder het Franse EU-gezag uit te willen, of in elk geval EU-integratie ten bate van de Franse macht te voorkomen.” Pardon? De Britten, met de ‘clowneske’ Johnson als boegbeeld, willen toch de Unie verlaten? Als de Britten willen blijven dan hebben de Fransen geen poot om op te staan. Ze zijn immers lid van de Unie en niemand kan hen eruit gooien. Dat kunnen ze alleen zelf doen. Als de Britten als nog kiezen voor blijven dan zijn er alleen drie jaar verspeeld met niets.
Ook het beeld van de Britten als hoeder van de kleine landen geeft hen erg veel krediet. Als we terugkijken dan zien we dat de Britten vooral opkwamen voor hun eigen belang. Denk maar aan het ‘I want my money back’ van Tatcher. Ze kreeg haar geld terug ten koste van, ja van de andere landen zoals het kleine Nederland.
Als ik het betoog van Wiersma goed lees, dan is Nederland ontstaan als een soort provincie van de Britten: “Het Koninkrijk der Nederlanden met een Oranje op de troon – waarop zoveel Nederlanders zo dol zijn – is zelfs een Britse uitvinding.” Daar heeft Wiersma een punt. Zonder het ‘Concert van Europa’ in 1814 had ons land niet bestaan. In Wenen beslisten de toenmalige grootmachten dat de ‘Franse ambities’ ingetoomd moesten worden. Oostenrijk, Pruisen, Rusland en de Britten tekenden daar de nieuwe kaart van Europa. Een kaart waarop ten Noorden van Frankrijk ineens het ‘Koninkrijk der Nederlanden’ verscheen met een ‘Oranje’ op de troon.
Inderdaad paste dit in het Britse Europa-beleid dat Wiersma goed omschrijft: “we moeten voorkomen dat één macht het Europees continent domineert. Waarom? Omdat het Verenigd Koninkrijk zelf Europa niet kan domineren en geconfronteerd met één continentale grootmacht daarvan een kolonie dreigt te worden.” Het paste echter ook naadloos in dat van de andere winnaars. Die waren beducht voor elkaar en daarom moest Frankrijk als een ‘macht’ blijven bestaan daarin paste een nieuw ‘koninkrijk der Nederlanden’. Al eerder schreef ik een Prikker over dit sollen en het daaruit ‘ontstaan’ van het ‘koninkrijk der Nederlanden’. Maakt dit de Britten tot ‘hoeder’ van de kleine landen? Nee, die kleine landen waren nodig om te voorkomen dat zij hun machtspositie in Europa en in het verlengde daarvan in de wereld verloren.
Een provincie van zowel Frankrijk als Duitsland. Dat roept ‘spoken’ uit het verleden op. Zeker in een jaar dat we herdenken dat we vijfenzeventig jaar geleden werden bevrijd van het zijn van een ‘Duitsche’ provincie. Wat verder terug, ten tijde van Napoleon, waren we een Franse provincie. Met de ‘kennis’ van nu, moeten we daar niets van hebben. Nu was het gebied waar wij wonen wel vaker een ‘provincie van’. Bijvoorbeeld van de Romeinen, de Franken, de Bourgondiërs, de Spanjaarden en delen van ons land ook nog van de Oostenrijkers en de Pruisen. Met het zijn van provincie hebben we genoeg ervaring.
Als de geschiedenis iets leert dan is het dat de machtigen sollen met de minder machtigen. En ja, daar heeft Wiersma een punt, dat gebeurt ook binnen de Europese Unie. Sterker nog dat gebeurt ook binnen Nederland. Zo gebruiken de vier grote steden hun ‘macht’ om extra voordelen binnen te halen. Dat even ter zijde. Als er in 1814 wat anders was gesold, dan was het gebied waar ik woon al een Duitse ‘provincie’. Was er na 1830 wat anders gesold dan was ik Belg geweest. Maar ja, dat was dan wellicht ook een Duitse, Franse of eigenlijk Britse provincie. Want Die Britten garandeerden de Belgische neutraliteit. Als Nederland haar zin had gekregen na afloop van de Tweede Wereldoorlog dan voetbalde Borusia Mochengladbach is de eredivisie. Dan had de grens een kilometer of veertig oostelijke gelegen. Maar ja, Nederland was machteloos er werd mee gesold.
Als het verleden iets laat zien dan is dat machthebbers sollen en dat grenzen tijdelijk zijn. Ook de huidige. Trouwens het verleden laat nog iets zien. Namelijk dat Nederland ook zonder de Britten in de Europese samenwerking kon. De Britten werden immers pas in 1973 lid. Nederland was er al vanaf het begin bij.
“Dit is nou het stemvee. Dit zijn ze nou, de mensen die door Rutte met zijn staf behendig over de heide worden gevoerd. Dit zijn nou die volwassenen die willens en wetens, ondanks een goede opvoeding en opleiding, niet eens de moeite willen nemen om uit te zoeken hoe het werkelijk zit.” Woorden van jou, YorienvdH, bij Opiniez. Wie dat stemvee zijn: “De grijze kopjes die net na de Tweede Wereldoorlog werden geboren, in een tijd van wederopbouw en welvaart, van emancipatie en technologie.”
Wat ze volgens u hebben gedaan? Nou ze hebben: “zich zonder noemenswaardige tegenwerking vrijwillig een federaal Europa in laten rommelen, de ouwetjes die niet geloven dat onze democratie en de vrijheid van meningsuiting door Ollongren (‘Wat een leuke vrouw is dat, hè’) worden ondermijnd, die niet warm of koud worden van het feit dat de soevereiniteit van dit land stelselmatig wordt leeggezogen, dat de kosten voor EU en klimaat buitenproportioneel zullen stijgen en hun pensioenen weldra worden ingekrompen.”
Vooraf even iets, beste YorienvdH. Al is mijn ‘kopje grijs’, ik ben niet van net na de oorlog, maar van zo’n twintig jaar later. Toch even iets over de ‘grijze kopjes’ die u bedoelt. Om te beginnen die ‘grijze kopjes’ werden geboren in een tijd van wederopbouw, de welvaart was voor velen toen nog ver te zoeken. Het was de tijd dat de Nederlandse regering dacht dat het beter was als flink wat mensen zouden emigreren omdat er in Nederland teveel zouden zijn om ooit welvaart te bereiken.
Het was ook de tijd dat het ‘Europese project’ zijn aanvang nam. Daar hadden zij nog geen invloed op. Zij zaten in de luiers of speelden met ‘knikker of bal.’ Hun ouders, met de ervaringen van vijf jaar oorlog en bezetting in het achterhoofd, hadden daar wel invloed op en die steunden dat met een overweldigende meerderheid. Zo werd er een proefreferendum, ja toen al, gehouden in Delft en Bolsward. De vraag luidde: “wenst u een VERENIGD EUROPA onder een EUROPESE OVERHEID met een DEMOCRATISCHE VERTEGENWOORDIGING te omschrijven in een EUROPESE GRONDWET?” De uitkomst van deze proef: meer dan driekwart van de kiesgerechtigden kwam opdagen en in Delft antwoordden 93% en in Bolsward 96,6% met JA. Die twee plaatsen zullen niet representatief zijn geweest voor ‘gansch het land’, toch zegt die uitkomst iets. Die ‘grijze kopjes’ erfden de EEG van hun ouders. Ouders die hen ook vertelden over die ‘rendementen’.
En beste YorienvdH, op een ander belangrijk moment, zo ten tijde van het verdrag van Maastricht in 1993 toen de Europese Unie het levenslicht zag, waren de kinderen van die ‘grijze kopjes’ al op een leeftijd dat ze konden stemmen. Neem uzelf, op uw site geeft u aan dat u: “In 1991 (…) een interessante wereld binnen(stapte) (Politie Groningen) en daar schreef (u) persberichten, journalistieke artikelen, nota’s, en hielp actief mee aan de fusie tussen gemeentepolitie en rijkspolitie.” U behoorde toen ook al tot het kiezersvolk. Kiezersvolk dat bij de verkiezingen van 1989 in totaal 134 zetels bezorgde aan vier partijen die instemden met de Europese koers. En na dat verdrag in 1994 verzamelden dezelfde vier partijen nog 126 zetels. Zou je daar niet uit mogen concluderen dat de kiezer de Europese koers vrij massaal steunde? Sterker nog, het zou zomaar kunnen dat u toen ook op een van die vier partijen stemde.
Ja maar, zult u zeggen, die lieten zich net als die ‘grijze kopjes’ nu: “vrijwillig (…) ringeloren door politiek en mainstream media.” De “makke lammetjes van ons land.” Zij hadden in die tijd immers geen internet en moesten het vooral doen met de ‘mainstream’ kranten. Kranten die werden gedomineerd door de “gevestigde partijen.” En die: “zullen in Den Haag en Brussel toch wel weten wat goed voor ons is.”
Ik ben de eerste om toe te geven dat er toen best ook ‘makke lammetjes’ zullen zijn geweest. Die waren er zeker, net zoals er nu ‘makke lammetjes’ zijn. Al denk ik dat ze niet alleen te vinden zijn bij de voorstanders van Europese samenwerking. Ze zijn er ook aan de geheel andere kant van het spectrum, de felle strijders voor een ‘onafhankelijk Nederland’. Ook daar kunt u ‘makke lammetjes’ vinden die blind achter praatjes van een ‘charismatische leider’ aanhollen. Die blind achter de meest bizarre meningen en complottheorieën die op het internet worden gedebiteerd als waarheden aanhollen.
Direct na de Tweede Wereldoorlog had iedere politieke stroming een eigen krant en dat leverde flinke polemiek op. Trouwens, het is maar helemaal de vraag of de overvloedig beschikbare informatie van tegenwoordig ook tot betere en beter beargumenteerde meningen van mensen leidt. Want als er tegenwoordig iets niet wordt ondermijnd dan is het wel de vrijheid van meningsuiting. Tegenwoordig kan iedereen heel snel en makkelijk zijn ‘waarheid’ uitventen via de niet ‘mainstream media’.
Een prachtig verhaal om die ‘grijze kopjes’ weg te zetten als naïevelingen en hen de schuld in de schoenen te schuiven van ‘Europa’. Of het in buurt komt van de werkelijkheid waag ik zeer te betwijfelen. ‘Grijze kopjes’ die in Engeland trouwens van het tegenovergestelde worden beschuldigd, daar hebben ze de Brexit veroorzaakt.
Bij Elsevier een artikel van historicus Christaan Hoekstra. Hoekstra breekt een lans voor de waarde van de grens. “Dat is niet per se een fysieke grens, maar een begrenzing in de aantasting van die kernsamenstelling van geschiedenis, taal en waarden. De elementen die Nederland groot hebben gemaakt. De grensbepaling zou daarom hardop bediscussieerd moeten worden,” zo sluit Hoekstra af.
Transmission electron micrograph of multiple bacteriophages attached to a bacterial cell wall. Bron: Wikipedia
Hoekstra vergelijkt een land met een cel: “Zoals in de biologie een cel een celwand nodig heeft om zijn celkern te beschermen, zo heeft een natie ook een begrenzing nodig om zijn kern tot volle bloei te laten komen.” Die kern wordt, zo betoogd Hoestra van vier kanten bedreigd: “Twee daarvan komen van binnenuit: visieloze politici en de flegmatiek van vele Nederlanders. Twee daarvan komen van buitenaf: de uitbreidende EU en de voortgaande massa-immigratie.”
Een land, de samenleving zien als een cel, een organisme, dat gebeurt vaker. In een cel of organisme hebben alle onderdelen een vaste plaats en weten ze wat ze moeten doen om de cel of het organisme te laten overleven. Voor Hoekstra bestaat de essentie, de kern van land uit: “drie kerneigenschappen. Het kent een eigen specifieke geschiedenis. Daaruit is een bijzonder en gedeeld waardenstelsel voortgekomen dat iedere burger kan verstaan, omdat hij onderdeel is van dezelfde taalgemeenschap. Dat geheel aan waarden is een specifieke uitdrukking van een land. Die zijn formeel vormgegeven in de wet. Informeel is dat een levenshouding, maar ook de vele gedragscodes en omgangsvormen.”
Nu is er het nodig af te dingen op alledrie die kerneigenschappen. Om te beginnen die specifieke geschiedenis. Als historicus zou Hoekstra toch moeten weten dat dé geschiedenis van een land niet bestaat. Iedere gebeurtenis kan vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken, bestudeerd en gewaardeerd. Voor een diepgelovige christen zal god een belangrijke rol spelen, voor een communist ligt dat heel anders. Die verschillende invalshoeken leiden als vanzelf tot verschillende stelsel van waarden en ook dat mensen elkaar niet ‘verstaan’, ondanks dat dat ze dezelfde taal spreken. Het leidt ook tot verschillende gedragscodes en omgangsvormen.
Een land als een cel, een slechte metafoor en ook een risicovol? Maakt dat het heel verleidelijk om de vier bedreigingen ook in ‘biologische termen’ te bespreken? Wordt dan de cel (het land) niet van binnenuit bedreigd door veroudering (de flegmatiek van de burger) en kanker (visieloze politici) en van buiten door milieuverontreiniging (de uitbreidende EU) en virussen (migranten)? En wat doe je met ziektes? Die bestrijd je.
Vandaag mogen we naar de stembus om onze vertegenwoordigers in het Europees parlement te kiezen. Bij Joop een schrijven van drie personen, Sara Murawski, Geert Ritsema en Remine Alberts, die namens de SP ons in dat parlement willen vertegenwoordigen. De drie, maken zich zorgen over de, in hun en ook mijn ogen, te ver doorgeschoten marktwerking. Zij pleiten: “voor een nieuw Europees verdrag, waarin de interne markt begrensd wordt, nationale staten en de lokale democratie weer meer zeggenschap krijgen over de economie, en sociale rechten en het milieu altijd voorrang krijgen op de vrije markt. Want daar waar de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan, delven mensen, dieren en het milieu het onderspit – ook in onze prachtstad.” Die stad is hun woonplaats Amsterdam. Toch is er op hun redenering het nodige aan te merken.
“De steeds verdergaande economische integratie in de EU zorgt ervoor dat de sociale ongelijkheid tussen mensen groeit doordat overheden en gemeentes steeds minder ruimte hebben om in te grijpen in de markt.” Aldus de drie. Inderdaad zien we in Europa verdergaande economische integratie en toenemende sociale ongelijkheid. Dat betekent echter niet dat er ook een causaal verband is tussen die twee gebeurtenissen. Dat, zoals zij beweren, die integratie die ongelijkheid veroorzaakt. Een voorbeeld, de Verenigde Staten zijn altijd al een geïntegreerde economie en ook daar neemt de ongelijkheid toe. Als het verband van de drie opgeld doet, dan zouden de VS economisch moeten ‘desintegreren’ om de economische ongelijkheid te verkleinen. Het vreemde is dan wel dat het land in de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog veel ‘gelijker’ was dan nu en dat de ongelijkheid sindsdien toeneemt zonder verdere integratie.
Inderdaad delven mensen, dieren en het milieu het onderspit als de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan. Meer zeggenschap voor nationale staten en lokale democratie is volgens de drie de oplossing. Het verleggen van de zeggenschap van Europa naar land en lokaal, zoals drie beweren, is geen oplossing hiervoor. Die kleinere schaal is echter geen ‘garantie’ tegen ongebreidelde marktwerking. Ook kleine democratieën kunnen ten prooi vallen aan het neoliberale economische denken. Sterker nog, zou de door de SP-ers bepleiten ‘versnippering’ werkelijk effectief kunnen optreden tegen de de Googles, Facebooken maar ook de Shells, Volkswagens en Morgan Stanleys van deze wereld?
“Of het nu gaat om de post, het spoor of onze energiebedrijven, al deze zaken zijn onder druk van de liberaliseringsmachine die Brussel is geworden geprivatiseerd – met alle gevolgen van dien.” Beste SP-ers, liberaliseren is wat anders dan privatiseren. Liberaliseren betekent het openstellen van een markt voor andere partijen. De keuze om een staatsbedrijf te privatiseren, staat daar los van. Die keuze wordt niet in Europa gemaakt, maar in Nederland. Andere landen binnen dezelfde EU zijn nog steeds eigenaar van energiebedrijven. Zo is het Zweedse Vattenfall voor 100% eigendom van de Zweedse overheid en is de Franse staat nog steeds de trotse bezitter van spoorbedrijf SNCF, net als trouwens de Nederlandse staat eigenaar is van de NS.
De drie gaan verder: “Hetzelfde geldt voor belangrijke dienstverlening die gemeentes organiseren voor hun inwoners: het aangaan van lange-termijn relaties met bijvoorbeeld een betrouwbare thuiszorginstelling of een schoonmaakbedrijf is er niet meer bij, omdat gemeentes verplicht zijn om aan te besteden. Dit is vaak echter helemaal niet in het belang van de mensen die afhankelijk zijn van deze instellingen en juist behoefte hebben aan stabiliteit en een langdurige relatie. Zo pakt goedkoop vaak uit als duurkoop, ten koste van de meest kwetsbaren.” Ook hier is het niet de Europese Unie die de keuze maakt om van bijvoorbeeld de thuiszorg of de zorg voor de jeugd een markt te maken. Die keuze maken de gemeenten zelf. Maar als je de keuze maakt om er een markt van te maken, dan gelden ook de Europese regels voor de markt. Neem bijvoorbeeld de zorg voor de jeugd waar we in Nederland een ‘markt’ van hebben gemaakt. Binnen de EU laat ons buurland Duitsland zien dat het ook anders kan. De zorg voor de jeugd is daar belegd bij het Jugendamt, een onderdeel van de Kommunalverwaltung en dus een overheidsdienst.
Beste SP-ers, zoals gezegd deel ik jullie zorgen over de doorgeschoten marktwerking. De Europese Unie is hiervan echter niet de oorzaak nog een hinderpaal bij het oplossen ervan. De oorzaak is te vinden in de hoofden van jullie, de politici die namens ons de keuzes moeten maken. Jullie kunnen andere keuzes maken, in gemeente en provincie en het Europese Parlement maar vooral in de Nederlandse Staten Generaal. Want de belangrijkste en grootste invloed loopt nog altijd via onze regering. Sterker nog, het is niet Europa dat het landsbeleid bepaalt maar het zijn de landsregeringen die het Europese beleid bepalen.