Lijden aan vrijheid

Afgelopen weekend werden er in Hongarije verkiezingen gehouden. De zittende premier Viktor Orbán kwam weer als winnaar uit de bus. Afgelopen zondag besteedde Tegenlicht aandacht aan Hongarije. Een verhelderende documentaire met als titel Slag aan de Donau. Verhelderend omdat de documentaire inzicht geeft in het Oost-Europese en in het bijzonder het Hongaarse perspectief op de wereld.

Boris_Yeltsin_with_Bill_Clinton-1

Foto: Wikimedia Commons

Kijkend naar deze documentaire moest ik denken aan het boek de toekomst is geschiedenis van Masha Gessen. Een tijdje geleden haalde ik er al iets uit aan. Gessen beschrijft in haar boek het wedervaren van Rusland en haar inwoners van grofweg 1985 tot en met nu. Zij doet dit voornamelijk aan de hand van de levensverhalen van drie generaties Russen. Kinderen die nu tussen de twintig en dertig zijn, hun ouders en hun grootouders. Enkele bijzondere personen vanwege de posities die zij, hun ouders of grootouders bekleden en bekleedden. Kinderen zoals de dochter van de vermoorde politicus Boris Nemtsov en de zoon van politbureaulid Jakovlev. Hun levens en de manier waarop ze worden beïnvloed door de gebeurtenissen zoals onder andere ‘Jeltsin op de tank’, de oorlogen in Tsjetsjenië en de gijzeling in het Doebrovtheater in Moskou, geven een indringend beeld van het Russische leven. Zeer lezenswaardig en een must om het huidige Rusland te begrijpen.  

Aan de hand van hun verhalen zoekt Gessen naar verklaringen. Bij dat zoeken haalt ze de Duitse psychoanalyticus Erich Fromm en zijn boek Escape from Freedom aan. Fromm probeerde zijn boek de psychologische oorsprong van het nationaalsocialisme te beschrijven. Gessen citeert Fromm die de mens uit de Middeleeuwen beschrijft: “iemand was toen identiek met zijn rol in de maatschappij; hij was boer, ambachtsman of ridder, niet een individu dat daarnaast een beroep had. de sociale orde werd opgevat als aan natuurlijke orde en daarvan deel te zijn gaf een veilig gevoel erbij te horen. Er was betrekkelijk weinig competitie. iemand werd geboren in een zekere economische positie die een door traditie bepaald levensonderhoud garandeerde.” De reformatie beëindigde die zekerheid en zorgde voor vrijheid maar die kwam met een prijs: “ Door zijn vaste plaats in een gesloten wereld kwijt te raken verliest de mens het antwoord op de betekenis van zijn leven; het resultaat is dat hij twijfels heeft gekregen over zichzelf en het doel van zijn leven.” Volgens Gessen gaat dit ook op voor de late Sovjetmens en zijn opvolger de huidige Rus. De Rus lijdt aan vrijheid?

Zou Gessen gelijk hebben? Zou dat dan niet ook voor de Hongaren en de Oost-Europeanen kunnen opgaan? Zouden ook westerlingen kunnen lijden aan vrijheid?

Leren is (niet gelijk aan) oordelen

Bij de Correspondent een bijzonder lezenswaardig stuk van Karin Amatmoekrim. Amatmoekrim beschrijft een stukje geschiedenis van de Hollandse invloed op Nieuw Amsterdam en later New York. De rol van slavernij heeft hierbij haar bijzondere aandacht. Enige minpunt in haar artikel is dat zij het verleden interpreteert vanuit dat wat erna komt. In een (schrijf)gesprek dat ik hierover met haar voerde geeft zij aan waarom: “In die zin denk ik ook dat het argument om de geschiedenis niet af te meten aan onze huidige normen, niet volstaat. Dat impliceert immers ook dat we nooit zouden kunnen leren van het verleden. Terwijl het erkennen van het gemak waarmee wij in wrede systemen verglijden ons zou kunnen leren hoe we aan moeten sturen op de best mogelijke toekomst.”  

Nieuw AmsterdamIllustratie: Wikipedia

Een bijzonder argument. Amatmoekrim zegt dat je alleen kunt leren van de geschiedenis als je er een oordeel over velt want dat is wat je doet als je er vanuit ons heden en met onze huidige normen naar kijkt. Dan leg je het verleden langs de maatlat van het heden en geeft aan waar het verleden tekortschiet. Wat moeten we dan doen als we tot de conclusie komen dat het heden tekortschiet? Moeten we dan terug naar het verleden? Dat even terzijde.

Is het werkelijk zo dat je alleen leert als je ergens een oordeel over hebt en dat je niet kunnen leren van iets waar je geen oordeel over hebt? Om bij Amatmoekrims aandachtsgebied te blijven, kan ik alleen leren van de geschiedenis van de slavernij als ik er een oordeel over heb, als ik het verleden en vooral de mensen die toen leefden veroordeel?

Zouden we niet het meeste van het verleden leren als we proberen te begrijpen hoe iets is gebeurd? Door te onderzoeken welke patronen er werkzaam waren en door vervolgens te kijken of we de patronen ook in het heden kunnen herkennen? Als  die patronen ook nu werkzaam zijn, zouden we dan niet kunnen zoeken naar mogelijkheden om die patronen te veranderen? Leren we niet van het verleden door te door- en overdenken wat de gevolgen van een huidige daad zouden kunnen zijn, rekening houdend met de ontdekte patronen? Leren we niet door ons te realiseren dat iedere ontwikkeling positieve en negatieve gevolgen heeft? Door niet te vallen voor ‘juichverhalen’ van ‘uitvinders’ van nieuwe zaken want die bagatelliseren de negatieve aspecten.

Huxley, Orwell en twee Russen

“Lig je languit op de bank te chillen begint je horloge te piepen: je beweegt te weinig. Voor de derde opeenvolgende dag alweer, dus je weet dat je gegevens automatisch worden doorgestuurd naar Apple, waar je je zorgverzekering hebt afgesloten. De data worden uiteraard ook toegevoegd aan je medische dossier dat veilig in de iPhone 20 is opgeslagen. Je voelt de onrust in je opborrelen. En dan, een nieuw piepje: stress op komst”  De eerste alinea van een uitgebreid artikel in de Volkskrant over de opmars van data in de gezondheidszorg. 

1984

Illustratie: Flickr

Bij die stress kan ik me iets voorstellen. Al die ‘piepjes’ die je eraan herinneren dat je iets moet, daar zou ik stress van krijgen. Zeker als de zorgverzekeraar dat ook allemaal registreert en het verwerkt in de premie die ik moet betalen. Leven volgens de ‘piepjes’ betekent minder premie want ik loop minder risico. Vanuit het oogpunt van de gezondheidszorg en vooral de beheersing van de kosten ervan is dat het ‘Walhalla’. Toch geeft dit mij, om een passend Duits woord te gebruiken een ‘unheimisch’ gevoel. 

Ik krijg er Huxliaanse ‘brave-new-world-beelden’ gecombineerd met Orwelliaanse ‘1984-beelden’ bij. De ‘piepjes’ als het soma uit Huxleys Brave new World. Als ik ze volg leef ik lang, gezond en gedraag ik me vooral verantwoord. “Mensen voelen een verantwoordelijkheid naar hun gezin, naar hun bedrijf, hun omgeving: ik kan het me niet permitteren niet in de gaten te houden of ik gezond ben,” zoals Erik de Heus CEO van Skinvision het in het artikel zegt.  Wiens leven leef ik dan? Mag ik niet voor ‘mezelf’ leven en daarin de keuzes maken die mij een goed gevoel geven? Een goed gevoel maar wellicht ook slecht voor mijn gezondheid?

Orwells 1984 komt om de hoek kijken bij ‘Apple waar je je zorgverzekering hebt afgesloten.’ Wil ik dat mijn verzekeraar alles weet en vooral meet? Een andere ‘deskundige, Lucien Engelen van het Radboudumc, maakt zich daarover geen zorgen: “Ik heb nog altijd meer vertrouwen in de grote techbedrijven dan in twee Russen op een zolder die ergens een appje in elkaar knutselen.” Nu was mijn vertrouwen in de ‘goedertierenheid’ van techbedrijven nooit erg groot, door de onthullingen rond Facebook van de afgelopen weken, is dat er niet beter op geworden. Toeval wil dat die ‘grote techbedrijven’ waar Engelen zoveel vertrouwen in heeft, eerst heel klein waren en zijn ontstaan uit ‘appjesknutselaars’ op zolders en in garages. Google door Page en de Rus Brin, Facebook door Zuckerberg en nog wat studiegenoten, Apple door Jobs en Wozniak, Microsoft door Gates, Amazon door Bezos.

Roos en de Filistijnen

“Ik heb een uitgesproken hekel aan domme mensen met een uitgesproken domme mening.” De eerste zin uit de wekelijkse column van Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard. In die column geeft Roos zijn visie op het Israëlisch Palestijns conflict. Domme mensen met domme meningen, wat dom is hangt vaak af van de opvattingen van degene die oordeelt. Laten we eens, zonder etiketten te plakken naar Roos’ betoog kijken. Volgens Roos zijn er: “maar twee redenen om antipathie te hebben ten aanzien van de enige democratie in het Midden-Oosten. Eén: omdat je denkt dat er ooit een Palestina heeft bestaan en de Joden dat land hebben ingepikt. Of twee: omdat je gewoon een hekel aan Joden hebt.” Vervolgens gaat Roos in op de beide redenen waarbij de eerste een bijzondere redenering oplevert.

Illustratie: wikipedia.org

Ergens schrijft hij: “Laten we beginnen met het Palestijnse volk. Dat bestaat namelijk niet en heeft in de huidige vorm nooit bestaan. Ook het land Palestina is pas veel later verzonnen. De streek Palestina, vernoemd naar de inwoners van toentertijd, de Filistijnen, bestond echter wel al. Deze Filistijnen zijn overigens in het niets verdwenen na de verovering van het gebied door de Babyloniërs. Oftewel: de huidige Palestijnen zijn helemaal niet de oorspronkelijke bewoners van het gebied Palestina.” Het Palestijnse volk bestaat niet? 

Inderdaad heeft het land ‘Palestina’ in het verleden nooit bestaan en is het een recente uitvinding. Geldt dat trouwens niet voor de meeste landen? Kosovo bestaat nog maar kort, net als Oekraïne, Azerbeidzjan en Kazachstan. Het land Israel bestaat ook pas sinds 1948. Trouwens ook Nederland is van vrij recente datum en ‘bestaat’ pas sinds 1814 en in de huidige omvang sinds 1839 toen België en Luxemburg ‘apart’ gingen. Het hele begrip ‘land’ zoals wij het kennen, is van recente datum.

Gelukkig realiseert Roos zich dat de streek Palestina, genoemd naar de Filistijnen, wel al zeer lang bestaat. Zouden inwoners van een streek geen ‘volk’ kunnen zijn? De wereld wemelt van de ‘volkeren’ die geen land hebben. Neem bijvoorbeeld de Xhosa en de De Hausa, die bestaan echt, ‘Hausanië of Xhosaland niet. Het land Friesland heeft ook nooit bestaan, bestaat er dan volgens Roos ook geen Fries volk?

Volgens Roos zijn de Filistijnen ‘in het niets verdwenen’ en zijn zij die zich Palestijn noemen dus ook niet de oorspronkelijke bewoners van dat gebied. Zouden de Filistijnen werkelijk van de aardbodem zijn verdwenen? Ik weet niet of Roos ooit  een Arabier Palestina heeft horen uitspreken, dan hoor je toch echt iets wat op ‘Filistijn’ lijkt.

Of Roos ‘een dom iemand is met een domme mening’ laat ik graag aan anderen. Op zijn argumentatie valt in dit geval het een en ander af te dingen.

Waarom moeilijk doen …

Topsalarissen. Politiek Nederland maakt zich er geregeld druk om. Nu komt minister Hoekstra, zo lees ik in de Volkskrant, met het idee om: “topsalarissen van bestuurders van banken en verzekeraars (te) kunnen terugvorderen zodra hun bedrijven in de problemen komen en daardoor aangewezen zijn op staatssteun.”  Daarnaast zoekt hij naar mogelijkheden om topbestuurders te verplichten om aandelen waarin ze worden uitbetaald voor een periode vast te laten houden. Hoe lang die periode is, moet nog nader worden bepaald: “Het belang van de bestuurders wordt daarmee volgens de minister meer in lijn gebracht met het langetermijnbelang van de bank en de maatschappij.”

belastingdienst

Foto: Flickr

Een deel van de Kamer vindt dit niet genoeg: “GroenLinks wilde er eerder met een wet voor zorgen dat bestuurders niet langer hun vaste beloning in aandelen kunnen krijgen. Ook drong de partij aan op een vetorecht voor de minister van Financiën over salarisverhogingen bij ‘cruciale banken’ zoals ING.” Dat kan volgens Hoekstra niet. Hoekstra’s wil bij de verdere behandeling van zijn plannen: “rekening houden met de concurrentiepositie van Nederland in Europa.” Daarom worden: “Alle relevante partijen zoals aandeelhouders, vakbonden, deskundigen en commissarissen (…) bij de vormgeving van eventuele wetsvoorstellen betrokken.” Of dat veel goeds beloofd daaraan kun je, met de plotselinge afschaffing van de dividendbelasting in het achterhoofd, twijfelen. Daar bleken immers alleen de multinationals in het algemeen en Shell en Unilever in het bijzonder, relevante partijen te zijn. Dit even terzijde.

Waarom zoeken onze politici toch naar moeilijke, lastig uit te voeren en controleren maatregelen? Dit terwijl er zeer eenvoudig uit te voeren maatregelen zijn die meteen een einde maken aan bovenmatige beloning en dat niet alleen als een bedrijf staatssteun moet aanvragen. Waarom kiezen onze volksvertegenwoordigers niet voor een forse verhoging van de inkomstenbelasting bij salarissen van boven de Balkenende-norm? Een verhoging tot bijvoorbeeld 90% ? Een tarief dat de Verenigde Staten tot in de jaren zestig hanteerden. Dan levert ieder miljoen dat een topman meer krijgt van zijn werkgever, de staat 9 ton op. Als er daarnaast wordt ingezet op het minder ‘cruciaal’ maken banken, dan wordt het ook nog eens makkelijker om een bank te laten omvallen. Iets wat niet verkeerd zou zijn.

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Kroegovaja poroeka

“Maar wie zich moslim voelt, hoort duidelijk afstand te nemen van de kwaadaardigheid van de opvattingen van deze man. Want anders spreekt hij ook namens u en dan neemt u, door uw stilte, een hele zware verantwoordelijkheid op uw schouders.” Een zin uit een betoog van Keyvan Shahbazi in de Volkskrant. Het betoog is geschreven met de commotie rond de uitspraken van imam Jneid als aanleiding. Shahbazi vraagt zich af namens wie Jneid: “deze putlicht” verspreidt. “Zelf beroept hij zich op de islam.” Als dat zo is en Nederlandse moslims delen zijn opvattingen: “Dan is het nogal laf dat deze man door hun stilte elke keer zo in de steek wordt gelaten! “ Is het niet zo: “Waarom claimen ze (de Moslimgemeenschap) hun zo dierbare geloof niet en roepen ze deze Jneid niet tot orde?”

Schermafbeelding 2018-04-02 om 10.26.26

Een bijzondere vraag. Moet een moslim alle zin of onzin die iemand namens zij geloof zegt te verspreiden met woord en daad ondersteunen of ontkennen? Wordt hetzelfde gevraagd van iedere gereformeerde, hervormde, katholiek, hindoe of jood? Moet iedere Nederlander zich laten horen als er weer eens iemand namens ‘de Nederlander’ of ‘het volk’ zegt te spreken? Volgens Shahbazi wel want: “Behorend bij deze vrije samenleving met democratische rechtsorde, hebben wij allen verantwoordelijkheden. Gelooft u nog in de islam, maar deelt u de uittreksels van deze man niet? Spreekt u zich uit! Wanneer als gevolg van zijn uitspraken opnieuw slachtoffers vallen, zult u na de gebeurtenissen van 2004 niet meer geloofwaardig zijn.”

Inderdaad hebben we in in onze democratische rechtsorde naast rechten, zoals het recht op vrije meningsuiting waar Jneid gebruik van maakt, allemaal verantwoordelijkheden. Dat wij vrij onze mening mogen uiten, betekent niet dat we dat ook moeten doen. Soms is het beter om te zwijgen. Zou dat in het geval Jneid misschien niet ook de betere optie zijn geweest? Door de aandacht die hij en zijn uitspraken nu krijgen, wordt hij belangrijker gemaakt dan dat hij is. Om het met ‘tuinieren’ te vergelijken, je bemest het onkruid en dan gaat het groeien.

Onze rechtstaat gaat echter niet zover dat mensen hun geloofwaardigheid verliezen als ze niet reageren op zin of onzin die andere ‘namens de godsdienst of het volk’ uitkramen.  Onze democratische rechtsorde kent geen ‘kroegovaja poroeka’ zoals het in het Russisch heet, letterlijk vertaald ‘rondgaande aansprakelijkheid’. Het fenomeen dat een gemeenschap aansprakelijk wordt gesteld door de daden van een individu. Gelukkig niet als je De toekomst is geschiedenis van de Russische journaliste Masha Gessen leest. Een zeer lezenswaardig boek dat inzicht geeft in het Rusland van tegenwoordig. Inzicht dat voor vele ‘meningenmannetjes’ en politici ook geen overbodige luxe is.

Kaag, vluchtelingen en het kabinet

Opvang in de regio. Een van mijn allereerste prikkers schreef ik toen VVD-kamerlid Malik Azmani dit plan lanceerde. Ik moest aan deze prikker denken toen ik in de Volkskrant las dat minister Kaag oproept om de Libische detentiecentra voor vluchtelingen te sluiten. “De centra, die niet geschikt zijn voor menselijk verblijf, moeten dicht,” aldus de minister. Dat lijkt mij niet meer dan normaal. Kaag komt tot die conclusie na een tour langs centra in diverse landen.

eritrea-105081_960_720

Foto: pixabay.com

De Volkskrant beschrijft hoe Kaag het wel wil: “Kaag hoopt samen met andere landen de druk op Libië op te voeren om open asielzoekerscentra te maken waar migranten niet worden opgesloten, maar waar ze in en uit kunnen lopen. En waar hulpverleners toezicht kunnen houden. Ook wil ze dat het aantal vluchten wordt verdubbeld voor migranten die willen terugkeren naar hun thuisland.” Volgens Kaag is er geld genoeg, maar: “Het probleem zit in de bureaucratische afhandeling. Libië en Afrikaanse landen moeten sneller zorgen voor de juiste reispapieren.”

Nu zou je tegen kunnen werpen dat Kaag maar eens eerst haar Europese collega’s onder druk zou moeten zetten om voor fatsoenlijke opvang overal in Europa te zorgen. Maar ook dat zij vluchtelingen die nu klem zitten in vooral Griekenland en Italië op te nemen in de andere Europese landen. Op beide punten schort er nogal wat aan de Europese aanpak. Dat zou terecht zijn, alleen doen we Kaag ermee tekort omdat zij ervoor pleit dat  Nederland zich uitspreekt over uitbuiting en dwangarbeid. Kaag: “Wij hebben ontzettende mazzel gehad dat wij in Nederland zijn geboren. In die positie kunnen we wat terugdoen. Daar hoort een humaan asielbeleid bij. Dit is niet humaan.”

Midden vorig jaar schreef ik een open brief aan de Europese leiders waarin ik me afvroeg of het Europese vluchtelingenbeleid geen voorbeeld is van rationele irrationaliteit: een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang maatschappelijk gezien tot irrationele resultaten leidt. Kaag lijkt dat te bevestigen en de Volkskrant signaleert: “Kaags oproep om de centra te sluiten plaatst niet alleen haar Europese collega’s, maar ook haar coalitiegenoten van VVD, CDA en ChristenUnie voor een dilemma.” En precies het dilemma dat GroenLinks deed besluiten om niet met VVD, CDA en D66 in een kabinet te gaan.

Zou Kaag het pleit van haar collega’s en coalitiepartners winnen?

Ijsjes en idealen

In de Volkskrant een artikel van René Romer waarin hij de verkiezingsoverwinning van Denk en Nida verklaart aan de hand van demografische gegevens. Die tonen aan dat ‘stemmend’ Nederland snel verandert: “In Zuid-Holland heeft 31 procent van de bevolking een migratieachtergrond; landelijk heeft 30 procent van alle 20- tot 40-jarigen een migratieachtergrond. Bij deze cijfers is de derde generatie niet meegerekend.” Romer, directeur van een marketingbureau, adviseert: “PvdA, SP en GroenLinks zich eens goed te verdiepen in de demografische veranderingen die ons land de komende decennia ondergaat. Doen ze dat niet, dan kan hun prominente rol in de toekomst uitgespeeld raken.” Een goed advies van Romer?

ice-2789928_960_720

Foto:pixabay.com

Nu zal menigeen zeggen dat de rol van de PvdA al uitgespeeld is. Dat die partij een hopeloze zaak is. Iets wat voetbalcoach Co Adriaanse ‘scorebordjournalistiek’ zou noemen. Voor een marketeer is het een duidelijk verhaal, als je je product wilt verkopen dan moet je met je boodschap aansluiten bij je doelgroep. Doe je dat niet dan verkoop je niet veel. Toch knelt er iets.

Als ik de redenering van Romer goed begrijp dan moeten die partijen een boodschap en wellicht een programma zoeken dat aansluit bij de zich wijzigende demografische omstandigheden. Zeg je dan niet dat je ideeën moet zoeken die aansluiten bij mensen of een bepaalde groep mensen? Dat je je aanbod moet afstemmen op de vraag? Dat je je visie en programma moet afstemmen op wat mensen of bepaalde groepen mensen, willen? Zou het falen van vele politieke partijen en politici niet juist een gevolg zijn van deze manier van denken?

Zouden politici die politiek bedrijven op basis van hun idealen niet succesvoller zijn? Politici die op basis van een visie op het goede een programma opstellen dat hun idee van het goede dichterbij brengt? Die met hun idealen en programma de boer op gaat en mensen met hun passie voor die idealen proberen te overtuigen?

Zouden idealen te vergelijken zijn met een ijsje?

‘Pak ze waar het pijn doet’

“Formaties duren voort totdat VNO-NCW en hun grote leden tevreden zijn.” Dit schrijft Syp Wynia in Elsevier in een artikel waarin hij de dominante invloed van de grote bedrijven op het kabinetsbeleid bekritiseert. “zo daalde de vennootschapsbelasting in Nederland deze eeuw van 35 procent naar 25 procent en gaat het derde kabinet-Rutte daar weer 4 procent vanaf halen. Daarbovenop wordt de dividendbelasting afgeschaft, uitsluitend om de multinationals en hun buitenlandse aandeelhouders te plezieren.” De slachtoffers? “Het midden- en kleinbedrijf verpietert onder de lobby- en chantagekracht van VNO-NCW,” en: “de welvaart van een land als Nederland.” De leidende politici winnen omdat ze: “als (ze) uitgeregeerd zijn, (…) plaats(nemen) in de lobbymachine van de multinationals. Zo zijn de Nederlandse manieren.” 

johan-falk-tyst-diplomati.36448

Illustratie: Subscene

Dat dit niet alleen de Nederlandse manier is, lieten Joseph Stiglitz in The Price of Inequality en Joseph Vogl in Het Financiële regime al zien. Vogl voegde er voor de financiële sector al een historische component aan toe door terug te gaan naar de tijden van de Republiek. Een historische component die in De onzichtbare hand van Bas van Bavel centraal staat. Een boek dat ik kort geleden behandelde. Het afschaffen van de dividendbelasting is hiervan een mooi voorbeeld. Geen onderwerp van welk verkiezingsprogramma dan ook en wel een van de eerste maatregelen die een nieuw kabinet neemt. Als kiezer en burger sta je machteloos. Je enige kans ligt bij de volgende verkiezingen alleen duurt het nog een jaar of vier voordat het zover is en wie denkt er dan nog aan?

Nu keek ik gisteren een aflevering van de Zweedse politieserie Johan Falk. Een serie waar iedere aflevering ongeveer de lengte heeft van een speelfilm. In deze aflevering was de stiefdochter van politieman Johan Falk gegijzeld door Estse criminelen die haar biologische vader afpersten. Als kijker weet je dan dat ze dat beter niet hadden kunnen doen. ‘We moeten ze pakken waar het pijn doet’, sprak de leider van de politie-eenheid van Falk. Dat bleken drugs te zijn, zo bleek uit informatie van een Zweedse crimineel die inmiddels als informant voor de politie werkte. Hij wist te vertellen dat de Esten het grote geld verdienden met drugs en dat er een grote zending onderweg was per veerboot.

Hoe het afliep, vertel ik niet. Waar het mij om gaat is de uitspraak: ‘We moeten ze pakken waar het pijn doet.’ Zou dat niet ook voor die multinationals gelden? Als kiezer en burger is onze macht beperkt, maar hoe zit het met onze macht als consument? Hoe zouden die multinationals reageren als we hun producten inruilen voor die van een ander? Voor producten van kleine lokale bedrijven?

‘Een wethouder is niets’

‘Een wethouder is niets!’ Aan deze woorden van een voormalig collega en gemeenteambtenaar moest ik denken, toen ik bij Binnenlandsbestuur het volgende las: “Voor wethouders gaat wel een VOG-plicht gelden. Veel gemeenten laten al een risicoanalyse uitvoeren op de kandidaat, vaak door private partijen die ieder hun eigen standaard hanteren. De minister wil die vervangen door een basistoets integriteit.” Uit die toets moet blijken of: “de opgegeven diploma’s wel kloppen, of de wethouder mogelijk andere belangen heeft of dat er zaken uit het verleden zijn die zijn of haar functioneren mogelijk in de weg staan.”

Verklaring Omtrent Politiek Gedrag (geanonimiseerd)

Foto: Wikimedia Commons

“Een VOG voor raadsleden haalde het niet, want je kunt raadsleden die ooit een strafbaar feit hebben gepleegd niet het passief kiesrecht ontnemen.” Zou dat niet ook voor het wethouderschap moeten gelden? Een VOG voor wethouders, een goed idee? Een VOG is volgens de definitie van het ministerie van Justitie en Veiligheid: “een verklaring waaruit blijkt dat uw gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.” De verklaring zegt iets over het verleden. Logisch, toekomstig gedrag is niet te beoordelen. Probleem is dat zo’n verklaring alleen iets zegt over ‘bekend’ gedrag in het verleden. Het onbekende blijft buiten beeld totdat het bekend wordt.  Het al dan niet hebben van een diploma, maakt niets uit. Volksvertegenwoordigers, wethouders en ministers hoeven niets ‘te kennen en kunnen’. Er zijn geen functie-eisen voor. Als volksvertegenwoordiger word je gekozen en als wethouder en minister gevraagd.

Zit het bestrijden van ‘bestuurlijke corruptie’ en ‘gebrek aan integriteit’ niet al ingebakken in ons systeem? Die voormalig collega sprak de openingswoorden van deze Prikker tegen beginnende en soms ook gevorderde ambtenaren die terugkwamen van een gesprek met een wethouder met de boodschap dat ‘de wethouder had besloten dat het zo moest’. Hij maakte hun daarmee duidelijk dat een wethouder geen besluiten kan nemen omdat alleen bestuursorganen dat kunnen. Een wethouder is geen bestuursorgaan, hij is lid van het bestuursorgaan ‘college van burgemeester en wethouders’. Zijn het niet de collega bestuurders die de integriteit moeten bewaken? Is het niet de raad die hierop moet toezien?

Zegt niet-integer of corrupt handelen van één wethouder niet iets over de rest van het college en de raad in de betreffende gemeente? Hoe integer is een college en een gemeenteraad die niet optreden tegen een niet-integer handelende bestuurder of politicus? Als de niet-integere bestuurder van geen wijken wil weten, wat let de anderen dan om, net zoals voormalig burgemeester Winants van Brunssum, hun positie ter beschikking te stellen en af te treden?