Frame, framen, geframed

In een artikel bij TPO blikt Forum-voor-Democratie-leider Baudet terug en vooruit. Terug op het afgelopen politieke jaar en vooruit op belangrijke zaken. Een bijzondere tekst.

Baudet: “Onvermijdelijk gaat dit alles ook gepaard met groeistuipen, rimpels en plooien. Met onverwachte successen of momenten van tegenslag. Soms is het zoeken naar de juiste toon. Of wordt een tweet, citaat of gedraging tot belachelijke proporties uitvergroot in de media. De framing is enormDe link in dit citaat leidt naar de website van de partij alwaar twintig labels (frames) worden aangekaart en ontkracht. Nou ja frames. Is de opvatting dat de persoonlijke vraag over huilen, die Baudet aan Rutte stelde in hun debat ongepast was, een frame? 

Bron: Wikimedia Commons

Bijzonder is dat Baudet zich in zijn schrijven ook van frames bedient. Zo spreekt hij over: “heethoofdige opwarmingstheorieën en zeespiegelprognoses die de discipelen van Al Gore ons voorhouden.” En iets verder: “onder al het milieuactivisme ligt dus vaak een diepe spirituele leegte.” Mensen die zich op een voor Baudet afwijkende manier zorgen maken om het klimaat zijn heethoofdig zonder veel diepgang. Ook met betrekking tot het onderwijs gebruikt Baudet zijn inmiddels bekende frame. Goed onderwijs begint: “met het stoppen van linkse indoctrinatie.” Een  frame op zich die weer verwijst naar het cultuurmarxisme-frame’

Een eindje verderop in zijn betoog: “Uiteindelijk is ons doel het veranderen van de weg-met-ons mentaliteit die onze politieke, culturele en journalistieke elites doordrenkt. De oikofobie. Want die verklaart de slappe knieën van kartelpolitici, de schaamte voor onze geschiedenis, het weggeven van onze gulden, de sfeerloze, liefdeloze architectuur.”  Zo dat zijn aardig wat frames in een passage ‘weg-met-ons-mentaliteit’ en ‘oikofobie’ twee keer hetzelfde frame maar anders verwoord. En wie maakt zich daaraan schuldig? ‘Onze politieke, culturele en journalistieke elite’, alweer een frame bedoeld om mensen buiten de orde te plaatsen. Want wie behoort er tot die groep? Behoort Baudet nu niet ook tot de ‘politieke elite’? Of het woord ‘kartelpolitici’ en dan vooral in combinatie met ‘slappe knieën’. Hoezo is er sprake van ‘schaamte voor onze geschiedenis’ als je de wat minder positieve aspecten ervan voor het voetlicht brengt?

Baudet: “Daarmee zijn we dus tegen elke vorm van identiteitspolitiek: we willen mensen niet inkaderen op grond van ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur, enzovoorts – maar juist als individu tot hun recht laten komen.”  Een mooi standpunt. Alleen stelt hij iets eerder in zijn betoog de vraag: “Waarom blijkt het nu eigenlijk zo moeilijk om bij uitstek islamitische immigranten te integreren?” Een bijzondere vraag als je ieder mens als individu wilt zien en niemand wilt ‘inkaderen op grond van ‘ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur enzovoorts’.

Binnen zijn partij is er plek voor discussie en verschil van mening: “Annabel Nanninga (heeft) gelijk als ze zegt dat we de acute noden van de kiezer nooit mogen vergeten; maar (…) Freek Jansen (heeft) óók gelijk als hij jongeren diezelfde middag oproept zich te verdiepen in de politiek-theologische achtergrond van de huidige crisis. Nausicaa Marbe heeft gelijk als ze stelt dat we een open, tolerant en pluriform patriottisme moeten uitdragen; maar Paul Cliteur heeft óók gelijk dat we bepaalde waarden – de Verlichtingswaarden – nooit mogen loslaten.” En enkele alinea’s verder: “Ook op het gebied van persoonlijke stijl kunnen meningen uiteen lopen, en we waarderen het dat daarover óók gesproken kan worden binnen onze partij. Het is een onderdeel van de Nederlandse cultuur die we koesteren en voelen in onze vezels: wars van overdreven formaliteiten, open, eerlijk, het hart op de tong en evenveel meningen als mensen. Met grote ruimte voor andersdenkenden en een stip op de horizon waarheen we varen.” Hoe verhoudt die trots en hoog opgeven van Baudet over die Nederlandse cultuur zich tot zijn uitspraken die ik in de vorige twee alinea’s aanhaalde? De frames die hij gebruikt om zijn tegenstanders om het stevig te zeggen, buiten de orde te plaatsen?

Welk beeld, of meer in stijl frame, roept Baudet op als hij, door zijn opponenten te ‘framen’, zich verzet tegen de manier waarop hij wordt ‘geframed’? Of zou Baudet werkelijk geloven dat zijn frames, geen frames zijn maar de waarheid?

Goede god! God het Goede?

Vervang god door Goed en met het klimaat komt het goed! Dat is in het kort de boodschap die Juliaan van Acker schetst in een artikel bij TPO. Klimaatverandering is, volgens Van Acker: “metafysisch probleem,”, het gaat boven het waarneembare uit en daarom moet de oplossing niet worden gezocht in de fysica, de wetenschap. Gelukkig dat dit probleem zo makkelijk op te lossen is. Of …?

Volgens van Acker zijn er drie manieren om met het klimaat om te gaan. Als eerste de heidense manier. Volgens die manier is: “er een mythologische relatie van de mens met de wisselvalligheden van het klimaat. De mens is er afhankelijk van en is onmachtig tegenover de krachten van de natuur. Wil de mens ontsnappen aan de gevaren die de natuur teweegbrengt dan kan hij ofwel die krachten proberen gunstig te stemmen door offers te brengen, ofwel doet hij een beroep op magie om die krachten te bezweren.” Die biedt geen oplossing.

Copernicus geschilderd door Jan Matejko. Bron: Wikipedia

Als tweede de wetenschappelijke benadering: “Volgens de wetenschappelijke benadering wordt de natuur niet meer bezield door vreeswekkende krachten, maar de natuurlijke verschijnselen zijn onderworpen aan mathematische wetmatigheden. De natuur kan met behulp van mechanische wetten bestudeerd worden. De mens kan dankzij inzicht in die wetten, proberen invloed op de natuur uit te oefenen.”  Die manier schiet volgens Van Acker tekort: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, lijkt niet precies gedetermineerd te worden door vaststaande wetmatigheden. Om die reden werd de chaostheorie hierop toegepast. Dit laatste wil zeggen dat bij het klimaat er een zeker determinisme is, maar het wisselvallige is dominant. Hoe het klimaat en bijvoorbeeld het weer zich ontwikkelen, is een kwestie van waarschijnlijkheid.” 

De derde manier is geloven in god: “Het klimaat wordt hier gezien als een zaak tussen het lagere en het hogere. God heeft de sleutel van de natuur en de mens heeft er geen meesterschap over. In elk geval is duidelijk dat de mens de regen en het klimaat niet in handen heeft.”  En door nu god te vervangen door ‘het Goede’ biedt deze manier een oplossing. Dan zijn: “we bereid gehoor te geven aan het gebod dat van Hoger komt om het Goede te doen.” Want, zo schrijft Van Acker: “Wie dit aanvaardt zal gemotiveerd zijn om zijn gedrag aan te passen, in het belang van de natuur.” Dan is klimaatverandering: “niet meer een kwestie van klimaatverdragen en ook geen probleem dat de politici voor ons moeten oplossen.” In de dagelijkse werkelijkheid komt dat erop neer dat we ons: “Bij elke handeling (…) de vraag (moeten) stellen of het verantwoord is, in het licht van het behoud van een leefbaar klimaat.”  Enige probleem: “hoe in een goddeloze wereld de mensen motiveren om hun geweten te volgen?”

Een goed advies om je bij elke handeling de vraag te stellen wat die actie voor invloed heeft op het klimaat. Daar is echter geen god voor nodig noch een god die we ‘het Goede’ noemen. Die vraag kun je jezelf ook als goddeloze stellen. Zelfs een heiden kan die zich die vraag stellen voordat hij, om Van Ackers voorbeeld aan te halen, zijn geweten sust: “met eieren voor Sint Clara.”   

Sterker nog ik denk dat heel veel wetenschappers die, anders dan emeritus hoogleraar Van Acker, wel de wetenschappelijke benadering volgen, zich die vraag ook stellen. En bij hun antwoord zullen zij zich baseren op de laatste wetenschappelijke inzichten. En daarbij zullen ze zich realiseren dat: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, (…) niet precies gedetermineerd (lijkt) te worden door vaststaande wetmatigheden.” Die gedachte zal hen aansporen om verder te onderzoeken en de bestaande wetmatigheden ter discussie stellen en zo zoeken naar ‘wetmatigheden’ die een betere verklaring bieden. Wetende dat dit de manier is waarop kennis zich ontwikkelt: stapje voor stapje door het bekende ter discussie te stellen. Zo verzon Copernicus een theorie die de aarde van haar centrale positie in het zonnestelsel beroofde. Hij nam geen genoegen met de bestaande verklaring en kwam met een theorie die de werkelijkheid veel beter verklaarde dan de door god en zijn kerk geboden dogma’s.

Zo wil de wetenschapper een steeds beter antwoord geven op die vraag en dat lijkt mij een goede zaak. Want waarop baseert Van Acker zijn antwoord op de vraag welk effect een handeling heeft op het klimaat? Welk antwoord geeft ‘het Goede’ volgens Van Acker? En is het antwoord dat ‘het Goede’ volgens Van Acker geeft wel hetzelfde antwoord dat ‘het Goede’ volgens Jantje, Pietje of Marietje geeft? Als we kijken hoe het monotheïsme met god als het goede zich heeft ontwikkeld, dan zien we dat er verschillende goden zijn en dat ieder van die goden ook nog eens met zeer veel verschillende tongen spreken. Ik vrees dat dit met ‘het Goede’ als god ook zal gebeuren. Ik vraag me af of het klimaatprobleem daardoor wordt verholpen.

Als ongelovige ontsnapt me bijna (en nu dus helemaal) de kreet: Goede god! God het Goede? Dan toch maar mijn vertrouwen stellen in de twijfelende en zoekende wetenschappers


Uitzondering en regel

“Millennials zijn ‘screwed’: kom in actie!” De titel boven een artikel van Fabian Dekker bij Joop. Dekker over dat ‘screwed’ zijn: “jonge mensen zijn financieel de klos, doen het slechter op de woningmarkt, werken steeds vaker in onzekere banen en zien hun inkomsten dalen. Mede onder invloed van invoering van het sociaal leenstelsel bedraagt de studieschuld in Nederland inmiddels ruim 11 miljard euro. Het eigenwoningbezit daalt door stijgende prijzen en aangescherpte leennormen met name onder 35-minners. En –naast studenten met een flexibele bijbaan – stijgt het aandeel flexibele werknemers met name in de leeftijdsgroep tussen 25 en 45 jaar van circa 10% naar 19% in de periode 2003-2018.” En de gevolgen hiervan? “Voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog is er een generatie dertigers die minder verdient dan hun ouders, zo becijferden onderzoekers van de Universiteit Tilburg en het ministerie van SZW vorig jaar!” 

Bron: Wikimedia Commons

Inderdaad allemaal zaken die niet in het voordeel zijn van de ‘millennial’, mensen geboren tussen grofweg 1985 en 2000. Al denk ik dat het eigenwoningbezit van 35 minners voor andere generaties ook erg laag was. De gehele jaren tachtig lag de hypotheekrente boven de 8% met uitschieters tot 13% en moest je zelf ook een zak geld meenemen om een huis te kunnen kopen. Zelf kocht ik midden jaren negentig als begin dertiger een huis. De tijd waar hypotheekverstrekkers je een ‘beleggingshypotheek-oor’ aan probeerden te naaien en de huizenprijzen, net als nu fors stegen. Maar daar gaat het mij niet om. Ook niet over al die andere zaken die het leven van de millennial bemoeilijken, waartegen protest welkom is en alternatieven mogelijk zijn. Het gaat mij om ‘minder verdienen’ dan hun ouders. 

Niet dat ik de conclusie van de onderzoekers van de Universiteit Tilburg bestrijd. Nee, ik ga ervan uit dat hun onderzoek en ook hun conclusies correct zijn. Het gaat mij om iets anders. De ‘millennials’ zijn een keerpunt. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een generatie die er ten opzichte van hun ouders niet op vooruit gaat en misschien zelfs wel een klein beetje op achteruit. Voor de millennial is dat natuurlijk vervelend en waarschijnlijk ook voor hun ouders. Die willen immers dat het hun kroost goed gaat en goed dat is meestal beter dan dat ze het zelf hadden op die leeftijd. Dan is het erg vervelend als dat niet het geval is.

De manier waarop Dekker het stelt, en dat is waarschijnlijk ingegeven door het Tilburgse onderzoek, is dat de millennials daarmee een uitzondering worden op de regel. De regel dat we het steeds beter krijgen, dat kinderen hun ouders ‘voorbij streven. Ik denk echter dat het eerder andersom is, dat hun ouders en eigenlijk iedere generatie sinds de Tweede Wereldoorlog tot de millennials de uitzondering op de regel waren. 

Als we geschiedenis bestuderen dan zien we dat kinderen in de regel hetzelfde lot trof als hun ouders. De zoon van een keuterboer werd keuterboer en zijn zus trouwde met een keuterboer. Soms hadden ze, net als hun ouders en hun latere kinderen een goed jaar en soms een slecht. Ze hadden het in het algemeen niet slechter en ook niet beter dan hun ouders. Zo gold het ook voor de zoon en dochter van de bakker, slager en landloper en edelman. Al kon die laatste door goede ‘huwelijkspolitiek’ van zijn ouders er wel op vooruitgaan. Achteruit trouwens ook als de rijkdom van de wederpartij toch voornamelijk schulden bleken te zijn.

Als we kijken naar de economische groei door de eeuwen heen dan was die in Europa tot ongeveer 1700 gelijk aan 0. En zoals we weten is groei nodig om het beter te krijgen dan je ouders. Natuurlijk waren er plekken waar rijkdom zich ophoopte, dat betekende echter niet dat mensen het beter kregen want daarvoor is groei alleen niet voldoende. Daarvoor moet die groei ook worden verdeeld over iedereen.  Als alle groei terecht komt bij de Amsterdamse handelaren dan heeft de Keuterboer in Drenthe daar niets aan. Net zoals de hamburgerflipper bij MacDonalds niets merkt van toenemende rijkdom van bijvoorbeeld Bill Gates.

Tussen 1700 en nu groeide de economie gemiddeld met 1%.  Dat betekent dat de Europese economie nu ongeveer 16 maal zo groot is als in 1700. Nu wijkt Nederland iets af van het Europese gemiddelde. Die afwijking betreft vooral de periode voor de twee wereldoorlogen. Nederland (de Republiek) was in 1700 aanzienlijk rijker dan de rest van Europa. Als we ons realiseren dat de bevolking van Europa in die periode ongeveer is vertienvoudigd dan is een groot deel van die groei opgegaan aan de extra monden die gevoed moesten worden.

Duiken we wat dieper in de cijfers dan blijkt dat de Europese economie tot 1820 groeide met 0,1%. Dit betekent dat de economie in 1820 bijna 13% groter was dan in 1700. Die groei was niet eens voldoende om die extra monden te voeden. Hieruit kun je gevoeglijk concluderen dat kinderen het in die periode zeker niet beter, eerder slechter hadden dan hun ouders. Tussen 1820 en 1950 groeide de Europese economie met 0,9%. Dat betekent dat de economie in 1950 ongeveer 3,6 keer zo groot was als in 1700. Als we ons realiseren dat de bevolking tussen de iets kortere periode (1750 en 1950) 3,35 keer zo groot werd, dan zou je, als de groei eerlijk over iedereen werd verdeeld, kunnen concluderen dat een jongere uit 1950 het even goed had als zijn leeftijdsgenoot uit 1700. 

Bron: Wikimedia Commons

Alleen de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu kende groeicijfers die langdurig boven de 1% uitkwamen, namelijk gemiddeld 1,9% en van 1950 tot 1970 zo’n 3,8%. De economie van 2012 was 4,28 keer zo groot als die in 1950. De bevolking groeide gedurende die jaren met 1,35%. En, laat die periode, in ieder geval de eerste dertig jaar nu ook de periode zijn dat die toegenomen welvaart eerlijker werd verdeeld. Er werd een sociaal stelsel opgetuigd dat vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw weer langzaam wordt afgebroken. Dat maakt dat kinderen het beter kregen dan hun ouders. Ouders die hun kinderen langer, meer en hoger lieten studeren waardoor hun uitgangspositie steeds beter werd. Een hogere opleiding die de groei nog wat aanwakkerde.

Alleen kan dat niet oneindig doorgaan. Kinderen van universitair geschoolde ouders kunnen niet nog hoger worden opgeleid waardoor er nog betere banen in het verschiet liggen. Sterker nog, die hogere opleiding is al geruime tijd geen garantie op beter werk. Hoger opgeleiden die ‘onder hun niveau’ werken zijn eerder regel dan uitzondering. Alleen was dat werk voor hun ouders nog altijd een vooruitgang ten opzichte van hun grootouders. Dat is nu in toenemende mate niet meer het geval.

Als we het vanuit dit perspectief bekijken dan is de situatie van de huidige millennials de regel en waren hun ouders en grootouders de uitzonderingen op de regel. De regel dat kinderen het over het algemeen niet beter en ook niet slechter hebben dan hun ouders. 

Maar, beste millennia, laat dit je niet weerhouden om in actie te komen. Want een deel van je slechtere positie is het gevolg van de afbraak van het stelsel van sociale voorzieningen. Dat deel is een keuze en er kan ook wat anders worden gekozen. Een sociaal leenstelsel dat tot schulden leidt is zo’n keuze die anders kan. Het invoeren van een basisinkomen voor iedereen is een keuze die we kunnen maken om ‘flexbanen’ minder onzeker te maken. De Woningmarkt kan er anders uitzien, als we andere keuzes maken. En beste millennial als jullie hiervoor willen strijden dan kunnen jullie op de sympathie en steun van de Ballonnendoorprikker rekenen.

De cijfers over de economische groei komen uit Capital in the Twenty-First Century van Thomas Piketty (pagina 94).

De grammofoon en Spotify

Lezers die de Ballonnendoorprikker al lange tijd volgen, zullen soms denken: ‘maar dat heeft hij toch al eens geschreven.’ En dat klopt dan meestal ook wel. Er zijn onderwerpen die geregeld terugkomen. Vandaag ook weer zo’n onderwerp. Toen ik het las, dacht ik: ‘laat maar voorbij gaan anders word je zo’n oude grammofoonplaat die steeds op eenzelfde plek overslaat.’ Het onderwerp: de rol van slaven, slavernij en slavernij producten in de Nederlandse geschiedenis.

Bron: Pixabay

Deze week berichtte de Volkskrant over een onderzoek van twee historici, Pepijn Brandon en Ulbe Bosma van het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis, naar het ‘slaaf aandeel’ in de economie van de Republiek. Het Volkskrantartikel opent met: “Economisch gewicht slavernij veel groter dan gedacht; ‘verdiensten in 1770 ongeveer vergelijkbaar met haven Rotterdam nu.” In de erop volgende alinea wordt het toegelicht: “Slavernij leverde het gewest Holland op zijn toppunt zo’n 10 procent van het bbp op, en heel Nederland 5 procent, hebben historici berekend. Van scheepsbouwers tot notarissen en koffieverkopers: allemaal profiteerden ze van de handel in mensen en hun werk op plantages.” 

Vaste deelnemer in het debat, historicus Piet Emmer, reageerde snel: “Ze moesten wellicht stevige conclusies trekken om de NWO-financiering van hun onderzoek te rechtvaardigen, maar wetenschappelijk gezien vind ik dit te ver gaan. Ik heb ooit berekend dat de slavernij gedurende het tijdvak 1650-1850 gemiddeld zo’n 3 procent van het bbp heeft opgeleverd – en dat is waarschijnlijk nog te hoog. Ik zie geen reden om die conclusie bij te stellen naar aanleiding van dit onderzoek. De auteurs beweren dat het jaar 1770 representatief is voor een langere periode, maar ik betwijfel dat. Ze hebben een piekjaar gekozen en zijn van daaruit gaan extrapoleren.” 

Ongeveer op hetzelfde moment wil de meerderheid van de gemeenteraad van Amsterdam excuses aanbieden voor het slavernijverleden van de stad. Op de NOS-site is te lezen dat: “er volgend jaar op 1 juli, bij de herdenking van het slavernijverleden, excuses worden aangeboden namens de hoofdstad.” Of excuses iets toevoegen weet ik niet, wat ik wel weet is dat als je excuses aanbiedt dat je dan wel moet weten waarvoor en bij wie je excuses aanbiedt. 

Als we dan toch bezig zijn dan denk ik dat die 5% volgens de één en 3% volgens de ander veel te laag is. Als we toch breed van “scheepsbouwers tot notarissen en koffieverkopers” kijken, dan missen we in de discussie zoals die in Nederland wordt gevoerd nog het een en ander.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen. Ik denk, zonder dat ik er specifiek onderzoek naar heb gedaan, dat het percentage van de economie van de Republiek dat ‘slaafgerelateerd’ was, veel hoger is. Dat denk ik niet omdat de onderzoekers naar de transatlantische ‘slavenbijdrage’ slecht werk hebben geleverd en ze iets vergeten zijn. 

Waarom ik dat denk? De hele discussie over slavernij spitst zich toe op het transatlantische deel. Het deel waarbij vanuit Afrika getransporteerde slaven een rol speelt. En of het nu 5% was of 3% zoals Emmer beweert, het concentreert zich op slechts een aspect van de handel. De bulk van de handel betrof de handel in onder andere granen en hout met het Baltisch gebied (Polen, Lijfland, Pruisen en Rusland). En waardoor kenmerkten die gebieden zich? Door het feodale stelsel. En wie verzorgde de bulk van het werk? De lijfeigenen en horigen. En wat was dat? Dat was een vorm van slavernij. Alleen lijkt het maar niet tot de huidige discussie te willen doordringen dat er ook héééél veel slaven waren die niet uit Afrika kwamen.

Het lijkt mij goed dat ook deze vorm van slavernij aandacht krijgt in een nog op te richten slavernij-museum. Immers om haar naam eer aan te doen zal dat museum de rol van slaven en het denken over slavernij door de gehele geschiedenis van de mensheid heen moeten laten zien. Dus ook de slavenhandel van de Noormannen, de rol van slaven in het oude Romeinse rijk om maar iets te noemen. In zijn boek de Zijderoutes wijdt Peter Frankonpan een hoofdstuk aan de slavenhandel. De Noormannen vervullen een hoofdrol in dat hoofdstuk en over het Romeinse rijk schrijft hij: “Recent onderzoek lijkt erop te wijzen dat het Romeinse rijk op het hoogtepunt van zijn macht elk jaar zo’n 250.000 à 400.000 nieuwe slaven nodig had om het slavenbestand op pijl te houden.” Maar ook de oude Grieken, China, India, Afrika, de Inca’s en Maya’s mogen er niet in ontbreken. 

Het museum zou ook aandacht moeten besteden aan hedendaagse slavernij. Zoals Qatar waar de voetbalstadions voor de WK van 2022 worden gebouwd onder omstandigheden die erg veel weg hebben van slavernij. Of de Noord-Koreanen die in Rusland werken onder dubieuze omstandigheden. Of de werkwijze in sommige fabrieken in Zuid-Oost Azië. Maar ook loonslavernij en schuldenslavernij zouden een plek moeten krijgen. De slavernij-discussie mag dan een oude haperende grammofoonplaat lijken. Het thema is verre van weg. Sterker nog, het is net zo actueel als een Spotify-playlist.

Let’s talk about money, money …

Geld. Wie het heeft uitgevonden daar zullen er nooit achter komen. Dat maakt ook niet uit. Wat we er in ieder geval over kunnen zeggen is dat het op vertrouwen is gebaseerd en dat het meerdere functies vervult. 

Zo is het een middel dat het ruilen van goederen vergemakkelijkt. Door geld te gebruiken wordt het voor mij makkelijk om een broek of schoenen te verkrijgen. Zonder geld zou ik in gesprek moeten met de kleer- of schoenmaker en moeten uitvinden of zij een ‘beleidsadvies’ kunnen gebruiken, want dat is het product waarin ik in mijn werkzame leven handel. Nu is de kans klein dat zij behoefte hebben aan zo’n advies. Dat zou het voor mij heel omslachtig maken om een broek of schoenen te verkrijgen. Geld maakt dat makkelijk, het maakt ‘uitgesteld’ ruilen mogelijk. De schoen- of kleermaker ruilt het paar schoenen of de broek tegen geld en van dat geld kunnen zij op het moment dat zij dat willen iets anders verkrijgen. Dan ruilen zij bijvoorbeeld het geld tegen een brood bij de bakker. Bijkomend voordeel hierbij is dat geld ook een rekenmiddel is. Dat voorkomt dat de schoen- of kleermaker bij de bakker moet onderhandelen hoeveel broden een broek of en paar schoenen waard zijn. 

Romeinse munten. Bron: Pixabay

Eeuwenlang bestond geld uit materialen (goud en zilver) die als waardevol werden gezien. Een munt bevatte een bepaalde hoeveelheid van het materiaal en daardoor kon je er overal mee betalen. Zo kon er bijvoorbeeld in het oude India worden betaald met munten uit het Romeinse Rijk. Die hoeveelheid edelmetaal gaf vertrouwen. Tegenwoordig bestaat geld uit vrij waardeloze materialen. Het papier waarop dollars en euros worden gedrukt is veel minder waard dan het bedrag dat erop staat. Toch accepteren we het. We accepteren het zolang we het vertrouwen hebben dat het zijn waarde behoudt of in ieder geval slechts zeer langzaam verliest. Dat wordt anders als ik voor mijn euro morgen nog maar voor een halve euro boodschappen kan doen. Als dat gebeurt dan zal ik vragen om iets wat wel waarde behoudt. Dan vraag ik om goud, zilver of geld uit een ander land dat wel ‘waarde vast’ is. 

Nu hebben we voor grote delen van Europa een en dezelfde munt, de euro. Dat was vroeger wel anders. Als je in de beurs van een laat Middeleeuwse koopman keek, dan trof je diverse soorten munten aan. Veel steden sloegen hun eigen munt maar omdat die munt die hoeveelheid goud of zilver bezat, kon je er toch overal mee betalen. Het kwam geregeld voor dat de hoeveelheid goud of zilver naar beneden werd bijgesteld. Dan zat je met twee munten die er hetzelfde uitzagen (bijvoorbeeld dezelfde ‘koning’ erop) maar die toch verschilden in waarde. Dan maakt die ene euro voor veel landen het betalen een stuk makkelijker. 

Toch wordt aan dat gemak getornd en dan bedoel ik niet door mensen als Baudet die willen dat Nederland de euro verlaat en weer een eigen munt invoert. Nee, het tornen komt van een geheel andere kant. Van de kant van cryptomunten. Digitale munten uitgegeven door …, ja door wie eigenlijk. Nou bijvoorbeeld door Facebook. Dat bedrijf maakte bekend dat het vanaf 2020 een eigen cryptomunt uitbrengt, de libra. Al is uitbrengen een vreemd woord voor iets wat je niet vast kunt pakken. Nu zijn we er tegenwoordig al aan gewend dat je geld niet meer vastpakt. Het meeste geld is immers giraal en bestaat alleen op papier of eigenlijk als ‘nullen en enen’ in een computerbestand. Alleen kan ik die ‘nullen en enen’ uit de muur trekken in de vorm van een briefje van twintig euro.

Een goede ontwikkeling? Een late Middeleeuwer zal, afgezien van het digitale aspect ervan, niet vreemd opkijken dat een machthebber, zoals Facebook, een eigen munt gaat uitgeven. Dat is hij immers gewend.  En, in tegenstelling tot in zijn tijd, zal het omrekenen van de ene naar de andere munt makkelijk zijn. Dat zal zijn ‘mobieltje’ voor hem doen. Alleen zal die  late Middeleeuwer nog ergens van opkijken. Hij zal opkijken van een andere functie van geld. Hij zal ‘betoverd’ staan te kijken hoe geld zich tegenwoordig magisch lijkt te vermenigvuldigen. Geld verdienen met geld, dat is nieuw voor hem. Voor hem was geldlenen en uitlenen een zonde. Een goed christen mocht zich daar niet aan bezondigen. Voor een lening moest je bij niet-christenen zijn en dan vooral bij joden want ook in de islam ligt rente in rekening brengen lastig.

  Met dat nieuwe zijn we aangekomen bij het scheppen van geld. Vroeger was dat voorbehouden aan de centrale bank van een land. Die bepaalde hoeveel geld er in omloop was. Daar kwamen later de normale banken bij. Die creëren snel geld door mij bijvoorbeeld een hypotheek of een lening te verstrekken. Tegenwoordig  scheppen ook gewone bedrijven zoals autoproducenten maar ook de Wehkamp, op diezelfde manier geld. Gevolg hiervan is aan de ene kant dat de hoeveelheid geld enorm is toegenomen en aan de andere kant dat de schuldenberg gigantische proporties heeft aangenomen. 

Daar zijn de afgelopen tien jaar de ‘cryptomunten’ bijgekomen en nu start Facebook met haar eigen munt, de libra. En, als dat een beetje loopt dan volgen vast nog andere bedrijven. Ik begon ermee dat geld is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen in de oude munten zat in het erin verwerkte  goud of zilver. Bij ons huidige geld biedt de overheid dat vertrouwen. Moet ik bij de libra vertrouwen op Facebook? Wat als het slecht gaat met het bedrijf, zelfs zo slecht dat het failliet gaat? Dan zullen de bezitters hun libra omruilen in goud, zilver, euros of dollars. Trouwens hoe kom ik aan een libra? Moet ik die niet kopen met mijn zuur verdiende euros? Euros die Facebook, maar vooral Zuckerberg en de andere aandeelhouders, dan alvast in bezit hebben. Die hebben zo toch maar weer mooi een manier gevonden om zich ten koste van de Jan Modaal en Jo Sixpack te verrijken.

Bron: Flickr

Een bijzondere naam trouwens libra. Die suggereert iets van vrij zijn van vrijheid. Welke vrijheid die ik nu niet heb, biedt die libra mij? De enige die er ‘vrijheid’ bij krijgen in de vorm van euros en dollars zijn Zuckerberg en zijn aandeelhoudersvrienden.

Het doel en het middel

Deze week maakte de Technische Universiteit Eindhoven (TUE)  bekend dat zij wetenschapsbanen de komende tijd alleen maar openstelt voor vrouwen. “Pas als er na zes maanden nog geen geschikte kandidaat voor de baan is gevonden, wordt verder ook onder mannelijke kandidaten geworven.” Zo las ik in de Volkskrant. Waarom? Omdat er slechts weinig vrouwen een wetenschapsbaan hebben en “De maatregel (…) moet ertoe leiden dat volgend jaar al een op de vijf hoogleraren (20 procent) vrouw is.”

Bron: WikimediaCommons

Boudewijn van Dongen werkzaam aan diezelfde Universiteit, werpt in het blad van de TUE een ander licht op de zaak. De mensen die de 150 wetenschapsbanen moeten invullen, zouden in het collegejaar 2005/2006 moeten zijn afgestudeerd en dat jaar was: “Voor de categorie ‘Natuurwetenschappen/Informatica’ (…) slechts zeventien procent,” van de afgestudeerden vrouw. Zou die 17% genoeg zijn om die 150 vacatures te vervullen. 

Daar sta je dan als hooggekwalificeerde, in dat jaar, afgestudeerde man die een baan bij de universiteit ambieert. Je wordt gediscrimineerd, buitengesloten en bent kansloos. Brandon Pakker vindt, zo schrijft hij bij Joop, dat dit kan maar de: “Diversiteit moet een nastrevenswaardig doel dienen.” En dat doel is er, volgens Pakker. Immers: “Van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat wetenschap vooral een mannending is, en het vergt geen hogere wiskunde om daaruit te concluderen dat dit bijdraagt aan het in stand houden van de status quo.”  Dit terwijl: “verschillende studies (…)de voordelen van gendergelijkheid in de werksfeer aantonen.” En: “Laat (…) het aanstellen van vrouwen als hoogleraar (om het) masculiene beeld van de wetenschap” te verminderen, nu zo’n doel zijn. Heeft Pakker een punt?

Laten we aannemen dat hij een punt heeft dat het afnemen van “het masculiene beeld” discriminatie rechtvaardigt. Waarom dan alleen bij functies die nu in ‘hoog aanzien’ staan? Zijn er dan niet nog enkele andere beroepsgroepen waar een dergelijke maatregel moet worden ingevoerd? Denk bijvoorbeeld aan de bouw, de stratenmakerij, de vuilophaaldiensten, defensie, brandweer en de politie. Zullen we ook daar dan alleen maar vrouwen aannemen? Immers ook voor voor die sectoren geldt dat ‘van jongs af wordt aangeleerd dat het mannendingen’ zijn. Ook daar kan men wel wat voordelen van gendergelijkheid gebruiken en kan de aanstelling van alleen maar vrouwen het ‘masculiene beeld verminderen’.  

Als Pakker een punt heeft dan is met evenveel recht en rede te betogen dat het afnemen van het ‘feminiene beeld’ ook een reden is om een dergelijke maatregel te nemen en het ‘feminiene beeld’ van die beroepen te verminderen. Dan kunnen ook daar de voordelen van gendergelijkheid worden geplukt. Dus voortaan alleen maar mannen aannemen in de kinderopvang, als leerkracht op een basisschool, als pedi- of manicure, tandartsassistent, thuis- of kraamhulp en als verloskundige.

Pakker mag een punt hebben dat een minder masculien beeld van de technische wetenschappen een nastrevenswaardig doel is. Net zoals het voor de hierboven opgesomde sectoren nastrevenswaardig is. Belangrijker dan het doel is echter de vraag of dat doel dan het middel heiligt? Of heeft Elma Drayer een punt als ze in haar column in de Volkskrant schrijft: “Vrouwen buitensluiten, alleen omdat ze vrouwen zijn – het was een flagrante schande. Mannen buitensluiten, alleen omdat ze mannen zijn is dat evenzogoed”?

De herrezen Marx?

Op de site Sociale vraagstukken analyseert Simon Roozendaal het huidige klimaatbeleid. Dat beleid leidt tot een gevaarlijke tweedeling in de samenleving. Het kent volgens Roozendaal een: “omgekeerde Robin Hoodeffect.” Dit omdat: “bij de subsidies voor duurzaamheid wordt het geld van de armen afgepikt om dat onder de rijken te verdelen. De mensen die zich zonnepanelen op het dak kunnen veroorloven, zijn huizenbezitters met tienduizenden euro’s op de bank. Mensen die in elektrische auto’s rijden, hebben een goede baan, bij een werkgever die aan zijn beste mensen een leaseauto ter beschikking stelt, of ze hebben een dikke bankrekening. Ze krijgen voor die windmolens, zonnecellen en elektrische auto’s veel subsidie. Die wordt opgebracht door de belastingbetaler, dus ook door de mensen zonder leaseauto’s, zonder eigen huizen waarop ze zonnecellen kunnen plaatsen en zonder lappen grond waarop ze een windturbine kunnen neerzetten.” Daarop concludeert hij: “Duurzaamheid functioneert zoals Karl Marx het kapitalisme zag: de rijken worden rijker en de armen worden armer.” 

Bron: Wikipedia

Op deze analyse is niets aan te merken. Toch slaat Roozendaal de plank mis als op die zin over Marx de volgende zin volgt: “In de tijd van Marx was dat overigens niet zo, zelden zijn de armen zo veel rijker geworden als aan het begin van de twintigste eeuw.” Inderdaad werden begin twintigste eeuw de stijgers geplaatst voor de verzorgingsstaat. Dit begon met het Kinderwetje van Van Houten, of om de echte titel van de wet aan te halen omdat die duidelijk maakt waarover de wet handelde, de Wet houdende maatregelen tot het tegengaan van overmatige arbeid en verwaarlozing van kinderen. Die wet werd in 1901 gevolgd door een Ongevallenwet, de eerste sociale verzekeringswet van Nederland, Daarop volgende wetten voor ouderdoms-, invaliditeits-  en ziektekostenverzekeringen. Na de Tweede Wereldoorlog werd hierop verder gebouwd. Al deze wetten zorgden voor een bodem in de ‘armoedeput’, je kon er niet meer zo diep invallen. Of de armen er rijker van werden, zoals Roozendaal suggereert, dat valt ernstig te betwijfelen. 

Zelfs als we dit over het hoofd zien, dan slaat Roozendaal de plank volledig mis. Volgens Roozendaal behoort het begin van de twintigste eeuw tot het tijdperk van Karl Marx. Marx overleed echter al ver voordat de twintigste eeuw aanving en wel op 14 maart 1883. Of zou Marx ook zijn herrezen? Die gemiste plank doet echter, zoals gezegd, niets af aan Roozendaals analyse.  

Moge gods zegen op uw werk rusten

“In naam van Allah, de meest barmhartige, de meest genadevolle.” Met die woorden begint de tekst op een verklaring die een Rotterdamse politieagent van een moskeebestuur ontving. Het Rotterdams gemeenteraadslid Tanya Hoogwerf valt bij Opiniez over die zin, over de betreffende agent die erover twittert en vooral over diens korpsleiding. Die zin maakt, volgens Hoogwerf, “meteen duidelijk (…) waarom aanvaarding ervan problematisch is.”

Bron: Flickr

Want: “zeker omdat de vraag gesteld moet worden sinds wanneer het in Nederland gebruikelijk is dat de politie haar werk moet doen in naam van Allah? Sinds wanneer is het opportuun dat politiemensen een stempeltje ‘halal’ verdienen? En sinds wanneer krijgt een wijkagent die dat stempeltje ‘halal’ propageert via sociale media niet genadeloos op zijn flikker van de korpsleiding omdat de gedragscode wordt overtreden die nog steeds stelt dat de politie ten alle tijde neutraliteit dient uit te stralen?”

Wel beste mevrouw Hoogwerf. De politie moet haar werk niet doen in naam van allah.  En nee, politieagenten hoeven geen stempel ‘halal’ te hebben. Dat iemand een politieagent bedankt en zijn dankwoord begint met die zin, zegt niets over de politie, het zegt alleen iets over degene die dankbaar is. Het zegt namelijk dat die dankbare overtuigd moslim is. 

Bij dit soort berichten moet ik altijd denken aan de mop over de boer en de pastoor. Die laatste kwam bij de boer op bezoek en wilde de velden van de boer wel eens zien. Als eerste liepen ze langs het prachtig geschoffelde bietenveld. De pastoor sprak zijn complimenten uit waarop de boer zei: “dat was hard werken.” De pastoor voegde eraan toe: “met gods hulp.” Iets verder een veld met graan dat er al even schitterend bij lag. Weer kreeg de boer de complimenten en antwoordde hij dat het veel werk was en weer vulde de pastoor aan: “met gods hulp.” Dit herhaalde zich nog een keer bij het aardappelen veld. Als laatste liepen ze langs een braak liggende akker waarop het onkruid welig tierde. Toen hij dit zag, vroeg de pastoor: “wat is dit voor rommel?” Daarop antwoord de boer: “hier heb ik god zijn gang laten gaan.” Dit even terzijde, terug naar Hoogwerf en haar betoog.

Ja, de politie moet neutraal zijn in haar handelen. Dat houdt in dat iedereen op eenzelfde manier moet worden behandeld. Dat zegt niet dat: “iftarren door de politie” niet mag.  Met mensen gaan eten of een religieus feest bezoeken en neutraal handelen zijn twee verschillende zaken. Een Iftar kun je wat dat betreft gewoon vergelijken met een kerstdiner en die bezoekt of organiseert de politie ook geregeld.  

Hoogwerf: “Het is de agenda van de politieke islam die hiermee uitgedragen wordt en bij iedere stap, iedere knieval in die richting zal de lat verder opgeschoven worden, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien. Wat we daar effectief mee realiseren is ondermijning van het gezag.” Die ‘tevredenheidsverklaring’ ondermijnt het gezag van de politie en doet het vlak weer verder overhellen naar, om even te overdrijven, ‘sharia-wetgeving.’ 

Ik weet niet of mevrouw Hoogwerf goed heeft opgelet tijdens haar beëdiging als raadslid. Als zij dat heeft gedaan dan heeft ze gehoord dat er raadsleden waren die daarbij uitspraken: ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig.’ Een tekst die vergelijkbaar is met de zin waarmee de ‘tevredenheidsverklaring’ en deze Prikker opende. Enige verschil is dat de hulp van god wordt ingeroepen door een volksvertegenwoordiger. Daar blijft het niet bij. Als ze goed naar de laatste troonrede heeft geluisterd dan hoorde ze de koning afsluiten met de zin: “U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Beatrix had altijd een ander einde, dat luidde: “Moge gods zegen op uw werk rusten.” Als ze een willekeurige wet erop naslaat dan kan ze lezen dat iedere wet opent met de zin: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” 

Weer even een zijsprong. Wat we moeten lezen op de plaats van de drie keer enz. is mij een raadsel en als iemand het antwoord weet dan hoor ik het graag.

Beste mevrouw Hoogwerf en velen met u. Uw betoog heeft een zeer hoog splinter en balk gehalte. Als die neutraliteit van de overheid u werkelijk zo na aan het hart ligt wanneer komt u dan met een voorstel om god uit de Nederlandse overheid te kieperen? Bij een dergelijk voorstel kunt u op mijn steun rekenen.

De ‘grijze kopjes’ van YorienvdH

“Dit is nou het stemvee. Dit zijn ze nou, de mensen die door Rutte met zijn staf behendig over de heide worden gevoerd. Dit zijn nou die volwassenen die willens en wetens, ondanks een  goede opvoeding en opleiding, niet eens de moeite willen nemen om uit te zoeken hoe het werkelijk zit.” Woorden van jou, YorienvdH, bij Opiniez. Wie dat stemvee zijn: “De grijze kopjes die net na de Tweede Wereldoorlog werden geboren, in een tijd van wederopbouw en welvaart, van emancipatie en technologie.”

Bron: PixaBay

Wat ze volgens u hebben gedaan? Nou ze hebben: “zich zonder noemenswaardige tegenwerking vrijwillig een federaal Europa in laten rommelen, de ouwetjes die niet geloven dat onze democratie en de vrijheid van meningsuiting door Ollongren (‘Wat een leuke vrouw is dat, hè’) worden ondermijnd, die niet warm of koud worden van het feit dat de soevereiniteit van dit land stelselmatig wordt leeggezogen, dat de kosten voor EU en klimaat buitenproportioneel zullen stijgen en hun pensioenen weldra worden ingekrompen.” 

Vooraf even iets, beste YorienvdH. Al is mijn ‘kopje grijs’, ik ben niet van net na de oorlog, maar van zo’n twintig jaar later. Toch even iets over de ‘grijze kopjes’ die u bedoelt. Om te beginnen die ‘grijze kopjes’ werden geboren in een tijd van wederopbouw, de welvaart was voor velen toen nog ver te zoeken. Het was de tijd dat de Nederlandse regering dacht dat het beter was als flink wat mensen zouden emigreren omdat er in Nederland teveel zouden zijn om ooit welvaart te bereiken.

Het was ook de tijd dat het ‘Europese project’ zijn aanvang nam. Daar hadden zij nog geen invloed op. Zij zaten in de luiers of speelden met ‘knikker of bal.’ Hun ouders, met de ervaringen van vijf jaar oorlog en bezetting in het achterhoofd, hadden daar wel invloed op en die steunden dat met een overweldigende meerderheid. Zo werd er een proefreferendum, ja toen al, gehouden in Delft en Bolsward. De vraag luidde: “wenst u een VERENIGD EUROPA onder een EUROPESE OVERHEID met een DEMOCRATISCHE VERTEGENWOORDIGING te omschrijven in een EUROPESE GRONDWET?”  De uitkomst van deze proef: meer dan driekwart van de kiesgerechtigden kwam opdagen en in Delft antwoordden 93% en in Bolsward 96,6% met JA. Die twee plaatsen zullen niet representatief zijn geweest voor ‘gansch het land’, toch zegt die uitkomst iets. Die ‘grijze kopjes’ erfden de EEG van hun ouders. Ouders die hen ook vertelden over die ‘rendementen’.

En beste YorienvdH, op een ander belangrijk moment, zo ten tijde van het verdrag van Maastricht in 1993 toen de Europese Unie het levenslicht zag, waren de kinderen van die ‘grijze kopjes’ al op een leeftijd dat ze konden stemmen. Neem uzelf, op uw site geeft u aan dat u: “In 1991 (…) een interessante wereld  binnen(stapte) (Politie Groningen) en daar schreef (u) persberichten, journalistieke artikelen, nota’s, en hielp actief mee aan de fusie tussen gemeentepolitie en rijkspolitie.” U behoorde toen ook al tot het kiezersvolk. Kiezersvolk dat bij de verkiezingen van 1989 in totaal 134 zetels bezorgde aan vier partijen die instemden met de Europese koers. En na dat verdrag in 1994 verzamelden dezelfde vier partijen nog 126 zetels.   Zou je daar niet uit mogen concluderen dat de kiezer de Europese koers vrij massaal steunde? Sterker nog, het zou zomaar kunnen dat u toen ook op een van die vier partijen stemde.

Ja maar, zult u zeggen, die lieten zich net als die ‘grijze kopjes’ nu: “vrijwillig (…) ringeloren door politiek en mainstream media.”  De “makke lammetjes van ons land.” Zij hadden in die tijd immers geen internet en moesten het vooral doen met de ‘mainstream’ kranten. Kranten die werden gedomineerd door de “gevestigde partijen.” En die: “zullen in Den Haag en Brussel toch wel weten wat goed voor ons is.”

Ik ben de eerste om toe te geven dat er toen best ook ‘makke lammetjes’ zullen zijn geweest. Die waren er zeker, net zoals er nu ‘makke lammetjes’ zijn. Al denk ik dat ze niet alleen te vinden zijn bij de voorstanders van Europese samenwerking. Ze zijn er ook aan de geheel andere kant van het spectrum, de felle strijders voor een ‘onafhankelijk Nederland’. Ook daar kunt u ‘makke lammetjes’ vinden die blind achter praatjes van een ‘charismatische leider’ aanhollen. Die blind achter de meest bizarre meningen en complottheorieën die op het internet worden gedebiteerd als waarheden aanhollen.

Direct na de Tweede Wereldoorlog had iedere politieke stroming een eigen krant en dat leverde flinke polemiek op. Trouwens, het is maar helemaal de vraag of de overvloedig beschikbare informatie van tegenwoordig ook tot betere en beter beargumenteerde meningen van mensen leidt. Want als er tegenwoordig iets niet wordt ondermijnd dan is het wel de vrijheid van meningsuiting. Tegenwoordig kan iedereen heel snel en makkelijk zijn ‘waarheid’ uitventen via de niet ‘mainstream media’. 

Een prachtig verhaal om die ‘grijze kopjes’ weg te zetten als naïevelingen en hen de schuld in de schoenen te schuiven van ‘Europa’. Of het in buurt komt van de werkelijkheid waag ik zeer te betwijfelen. ‘Grijze kopjes’ die in Engeland trouwens van het tegenovergestelde worden beschuldigd, daar hebben ze de Brexit veroorzaakt. 

Colony en boreaal genieten

Recentelijk bekeek ik de twee seizoenen van de serie Colony. Aan die serie moest ik denken toen ik  in de Volkskrant het verslag las van de bijeenkomst van de ‘grootste politieke jongerenvereniging’ van Nederland, de JFDV. Waarom ik aan die serie moest denken volgt later. Eerst de serie in het kort.

De wereld zoals wij die nu kennen bestaat sinds ongeveer een jaar niet meer. Buitenaardse wezens hebben de zaak overgenomen. Hiertoe hebben zij de wereld in ‘blokken’ verdeeld. De ‘Blokken’ worden van elkaar gescheiden door, Trump zou er blij mee zijn, heel hoge en brede muren. Ieder ‘blok’ wordt bestuurd door collaborerende mensen. De collaborateurs noemen de buitenaardse wezens ‘HOSTS’, een wat vreemde benoeming omdat ze eigenlijk gasten zijn. Belangrijkste taak van de collaborateurs is voldoende werklui leveren voor ‘The Factory’, de fabriek. Die fabriek ligt niet op de aarde en er is nog nooit iemand van teruggekeerd. In een aflevering krijg je er een kleine glimp van en dat ziet er niet best uit. Ieder blok doet dit op zijn eigen manier. De eerste twee seizoenen spelen zich voornamelijk af in het ‘blok’ Los Angeles. In het spotlicht staat een gezin (man, vrouw, twee zonen en een dochtertje). De jongste zoon is door toeval in een ander blok terecht gekomen. De man is een oud FBI agent die de slachting onder zijn collega’s heeft overleefd en zich met smokkel bezighoudt. Dat loopt fout en om zijn gezin te redden gaat hij voor de ‘bezetter’ werken. Zijn vrouw werkt voor het verzet en dat zorgt natuurlijk voor de nodige hachelijke momenten. 

LA TAPISSERIE DE L’APOCALYPSE uit 1375. Te bewonderen in Angers. Bron: eigen foto

Naast, als dat nodig is, brute repressie en die wordt steeds meer nodig, proberen de collaborateurs van het blok Los Angeles de inwoners rustig te houden door middel van …. godsdienst. Die godsdienst heet ‘the Greatest Day’ en bevat succesvolle ingrediënten van de oude wereldgodsdiensten. Als belangrijkste, het geloof in een nieuwe, betere wereld na deze wereld. Die betere wereld breekt uit na ‘de grootste dag’ en als je hierin gelooft en goed je best doet, dan sta je aan de goede kant op die ‘grootste dag’. Godsdienst bedoeld om mensen te indoctrineren en mak te houden. Dit geheel volgens het oude adagium van de pastoor en de fabrieksdirecteur: ‘hou jij ze arm, dan houd ik ze dom’.

Bij het lezen van het verslag van de bijeenkomst van de ‘Baudet-jongeren’ moest ik denken aan ‘The Greatest Day’. Een bijeenkomst met als slogan: “Boreaal genieten bij de grootste jongerenorganisatie van Nederland.”  Plagerig een dubieus label dat anderen op je plakken, gebruiken als een soort ‘logo’ voor jezelf. Precies zoals voetbalsupporters doen: word je uitgescholden voor ‘boer’ of ‘jood’, noem je dan ‘boer’ of ‘jood’.

Natuurlijk zijn er mensen die het met ons oneens zijn. Mensen die ons fascisten noemen, nazi’s en héél erg fout. Dat zijn de stormtroepen van de gevestigde orde. Ze leren ons dat de Nederlander niet bestaat, dat onze geschiedenis slecht is, dat we een onaflosbare erfschuld dragen waarvoor onze wereld tot een einde moet komen. Via de angst voor sociale isolatie dwingen zij ons apathisch in te stemmen met onze eigen afschaffing.” Aldus Freek Jansen de voorzitter van de JFVD. Dat klinkt eerder als een ‘verzetsstrijder’ dan een ‘predikant’. Al snel wordt het wat religieuzer: “De kracht is uit ons maatschappelijk lichaam gegaan. We zijn moreel verzwakt. Alles wat ons sterk maakt, breken we af… Het is de moraal van een zwakke bevolking, een bevolking die schaapachtig toekijkt terwijl de gevestigde machten hen in de hoek drijft. Een moraal waarin we alleen nog worden omgeven door alles wat zwak is en hulp behoeft en niet wat ons gezamenlijk verder brengt.” Net als zijn ‘messias’ Baudet ziet Jansen dat het bergafwaarts gaat. Een beschaving die ten onder gaat, dergelijk ‘apocalyptisch denken’ is onderdeel van vele religies.

Jansen gaat verder: “Wij gaan onze beschaving redden van de dreigende ondergang. Want wat hard lijkt voor sommigen, is noodzakelijk voor ons allemaal. We hebben doorzettingskracht nodig, discipline, overwinningsdrang, ja, zelfs overheersingsdrang .” ‘Geloof in ons, wij weten het.’ Dan scheidt een andere JFVD-er Massimo Etalle het kaf van het koren als hij hun club ziet als : “een gemeenschap die sterker is in geest, sterker in daad en vooral sterker in eenheid.” Die gemeenschap zal het goed hebben na ‘The Greatest Day’  want: “Winnen doen we immers niet voor de verliezers, maar voor onszelf. Ons doel is niet de emancipatie van het individu, maar de emancipatie van ons, als gemeenschap. Zodat we samen weer tot grootse dingen in staat zijn.” Als aanhanger van Baudet behoor je tot de uitverkorenen van die meebogen naar het ‘paradijs’. En de ‘ongelovigen’? Die kunnen hun borst al vast nat maken. Zij doen er niet meer toe.

“Deze eeuw wordt onze eeuw, de eeuw van de wedergeboorte.” Zo betoogt  Jansen. Dan breekt het ‘gods koninkrijk’, of in dit geval dat van Baudet, aan. Afsluitend adviseert de ‘profeet’ Baudet zijn volgers hoe tot die tijd te handelen. Ze moeten: “een ecosysteem bouwen waarin mensen die het grotendeels met ons eens zijn op belangrijke posten terechtkomen in het onderwijs, bij de rechterlijke macht, op redacties van kranten. Jullie moeten het dominante beeld doen kantelen. Het kan. Ik denk zelfs dat het vrij eenvoudig kan.”

Net als ‘The Greatest Day’ wordt er door Baudet en de zijnen vrolijk in verschillende religies ‘gewinkeld’ op zoek naar uitspraken, redeneringen en metaforen die bij hun doel passen. Vervolgens wordt het onderbouwd met loze kreten en de uitroep dat het allemaal zo gaat gebeuren “Omdat we fucking awesome zijn.”

Het tweede seizoen van Colony lijkt niet zo goed te eindigen voor de aanhangers van ‘The Greatest Day’. Ze worden verzameld om te worden ‘overplaatst’ naar een ander blok. Een blok waar meer voedsel is en het leven beter is, zo wordt de gelovigen verteld. Dat andere blok is echter ‘The Factory’. Lijkt omdat dit, zoals bij een serie gebruikelijk, een van de clifhangers is. Als we naar het doel van Baudet kijken, naar de wereld na zijn ‘Greatest Day’ dan is dat de ‘wedergeboorte van iets ouds. Welk ouds? Daar heeft Baudet zelf al een antwoord op gegeven in een Zwitserse krant. Hij wil terug naar iets wat op ‘The Factory’ lijkt: de bourgeois samenleving van de ‘ordinary people.’ Een uitspraak waarbij ik eerder al de nodige kanttekeningen heb geplaatst. 

Opmerkelijk dat mensen, zoals de JFVD, die  zo begaan zijn met de ‘echte’ geschiedenis van Nederland en die zo strijden tegen de ‘elite’ zo weinig kennis van de geschiedenis hebben dat ze blij worden van een ‘bourgeois samenleving’. Laten we ons troosten met de gedachte dat Christus nog steeds niet is wedergekeerd om het koninkrijk gods op aarde te vestigen. Dat al die andere ‘voorspellers’ met religieuze inslag er steevast naast zaten. Wikipedia geeft een lange lijst van voorspellers en momenten. Of die lijst klopt weet ik niet, maar al is maar de helft waar, dan zou de aarde deze eeuw alleen al verschillende keren zijn vergaan. De enigen die zijn ‘vergaan’ zijn bijna al die voorspellers.