Ontmenselijking

“De ‘idiote barbaren’, ‘de griezels’ die de aanslagen hebben gepleegd, verklaarde de premier, hebben louter tot doel ‘onze westerse samenleving te destabiliseren en haat en angst te zaaien’.” Een uitspraak van premier Rutte in zijn reactie op de tragische gebeurtenissen in Parijs. Rutte gebruikt hier woorden die overeenkomen met de reactie van de Engelse premier Cameron op de dood van Jihadi John. Cameron noemde hem een “menselijk dier’. Woorden die menigeen van ons op de lippen liggen als we aan de daders van deze gruwelijkheden denken. Woorden waarmee de daders en ook Jihadi John buiten de mensheid worden geplaatst.

Maar …

Is het wel verstandig om op deze manier mensen te ‘ontmenselijken’? Zou dit een vorm van ‘terrorisme’ met woorden zijn? ‘Terrorisme omdat we zo mensen buiten de gemeenschap van mensen plaatsten? Vernietigen we zo niet alle bruggen? Bruggen die een mogelijkheid bieden voor de ‘IS-aanhangers om terug te keren op hun schreden? Bruggen die ons de mogelijkheid bieden om IS-aanhangers te beïnvloeden?

Zou het niet juist een van de sterke punten van een democratische rechtstaat moeten zijn om mensen een tweede kans te geven? Dit natuurlijk wel nadat de daden volgens de regels van die rechtsstaat zijn berecht? Zouden we van onze gezagsdragers niet mogen verwachten dat zij deze boodschap uitdragen in plaats van het ‘ontmenselijken’ van mensen? Zouden we van onze gezagsdragers niet mogen verwachten dat zij juist in tijden van crisis met kracht ervoor pleiten om het recht te laten zegevieren en niet de wraak?

Wolven

Foto: eef.inaandacht.nl

Huist niet in ieder van ons een goede en kwade kant? Of zoals Rutger Bregman schreef toen hij een stukje van Mathieu Ricard aanhaalde: “Zoals een oude Cherokee-indiaan eens tegen zijn kleinzoon zei: ‘Er speelt zich een gevecht in mij af. Het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De een is slecht, boos, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De ander is goed – hij is gelukkig, rustig, liefdevol, aardig, hoopvol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar. Deze wolven vechten ook in jou en in ieder ander persoon. De jongen dacht even na en zei toen: ‘Welke wolf zal winnen?’ De oude Cherokee hoefde niet lang na te denken. ‘Diegene die je voedt.’” Voeden onze gezagsdragers met dergelijke uitspraken niet de verkeerde wolf? 

Angst, IS en het marktplein

markt(Foto: denhaagfm.nl)

“Zolang jullie blijven bombarderen, zullen jullie niet in vrede leven. Jullie zullen zelfs bang zijn om naar de markt te gaan.” Dit schijnt in een videoboodschap van IS aan Frankrijk  gezegd te zijn, zo las ik in de Volkskrant. Na de treurige gebeurtenissen in Parijs werd die video vrijgegeven. Inderdaad kan IS aanslagen plegen en mensen doden. En ja, dat kan het op een gruwelijke en laffe wijze. Laf om een theater of restaurant binnen te lopen en daar in het rond te gaan schieten op ongewapende mensen. Laf om de redactie van een krant binnen te vallen en daar hetzelfde te doen. Dat kan het allemaal. En ja, er zullen vast nog meer van dergelijk treurige acties volgen. Acties die ons weer zullen schokken.

Eén ding kan IS in ieder geval niet! Het kan niet bepalen dat wij bang zijn! Die macht heeft IS niet. Die macht heeft niemand! Dat bepaalt ieder van ons voor zichzelf! Wij bepalen zelf of we bang zijn om naar de markt te gaan! Of we bang zijn om naar het theater, een restaurant of een voetbalwedstrijd te gaan!

Laten we ons bang maken? Laten we ons angst inpraten, waardoor we niet meer naar de markt durven? Als we dat doen dan heeft IS gewonnen. Of zeggen we: ‘wij gaan gewoon naar de markt, een restaurant en naar een sportwedstrijd! Wij gaan want dit is onze manier van leven en die laten we ons door jullie niet afnemen’!

Laten we onze kracht inzetten! Ons geloof in de vrije open samenleving! Als het waar is wat Adjiedj Bakas in februari in de Volkskrant schreef dat: “Wat IS betreft is nu de tweede geprofeteerde kalifaatperiode begonnen. Die luidt ook het begin in van het Einde der Tijden, dat gepaard gaat met een massale en apocalyptische strijd tussen de troepen van het kalifaat en de ongelovigen. Laten we dan massaal naar de markt gaan en IS uitnodigen om ook te komen. Dan kunnen we met elkaar in gesprek gaan. Dan kan IS ons met woorden proberen te overtuigen van hun gelijk. Mocht hen dat niet lukken en IS wil het uitvechten, laten we het dan op de markt uitvechten. Uitvechten met blote handen! Dan bekorten we de strijd en kunnen we daarna verder! Als IS werkelijk gelooft in de kracht van haar boodschap dan neemt ze deze uitnodiging aan!

Wilders’ wilde wereld

In de Volkskrant van 6 november 2015 geeft Wilders, PVV, zijn visie op de wereld en de oplossing voor alle Nederlandse problemen. In het kort komt het erop neer dat Nederland nu naar de verdoemenis gaat en dat is de schuld van de politieke elite. Die elite handelt steevast tegen de wil van het volk en de enige manier om dit op te lossen is de macht terug te geven aan het volk en te besturen per referendum. Het is ieders goed recht om een pleidooi te houden voor zijn ideeën, ook de fractievoorzitter van een van de grotere politieke partijen. Toch knelt er iets. Of eigenlijk, iets meer.

f7555588ef9d84473250c4dff892ea85

(Foto: funvending.nl)

Het knelt, omdat Wilders betoogt: “De Nederlanders willen hun identiteit behouden.” Identiteit is het eigen karakter. Om iets te behouden moet je weten wat dat iets is. In dit geval wat die Nederlandse identiteit is? Wat is dat eigen karakter? Een vraag waar Maxima in 2007 ook al mee worstelde. En de vraag is of je die identiteit wel moet behouden zoals die is? Of ontwikkelt een karakter zich en wordt het gevormd door ervaring? Als dat zo is, dan zou het behouden van een identiteit betekenen dat die identiteit over een tijdje uit de tijd is. Ze heeft zich immers niet ontwikkeld.

Het knelt omdat hij schrijft: “De politieke elite doet precies het tegenovergestelde van wat de mensen willen.” Als hij met de politieke elite onze gekozen volksvertegenwoordigers bedoelt, inclusief hijzelf, dan is dat het goede recht van die vertegenwoordigers. Zij worden namelijk gekozen om zonder last of ruggespraak te handelen namens het volk. Betekent zonder last en ruggespraak niet dat zij de vrijheid hebben hun eigen afweging te maken? Een afweging waarbij ze zich door niets of niemand hoeven te laten leiden. Ook niet opiniepeilingen die aantonen dat 99% van de mensen het anders wil. Moeten we niet blij zijn en het stimuleren dat volksvertegenwoordigers afstand kunnen nemen van de ‘waan van dag’? Dat zij actief zoeken naar argumenten voor en tegen? Naar alternatieven en vooral naar het beste alternatief en niet het populairste? Zou de kracht van de democratie niet juist hierin moeten zitten? En zijn verkiezingen niet het moment dat het volk oordeelt over het handelen van haar vertegenwoordigers?

Het knel, omdat Wilders betoogt: “De meeste Nederlanders beseffen dat massa-immigratie geen verrijking is, maar leidt tot verlies van welvaart, veiligheid en identiteit.” Beseffen suggereert dat er sprake is van een feit. Is hetgeen Wilders hier betoogt wel een feit? Was de Hollandse Gouden Eeuw niet gebaseerd op massa-immigratie vanuit wat nu België heet? En op ‘gelukzoekers’ uit de Duitse landen die als huurling in het leger of op de VOC-schepen dienden? Is de welvaart van de Verenigde Staten niet gebaseerd op massa-emigratie? En hoe zit het met China? Al is het in dat geval binnenlandse migratie. Maar hoe binnenlands is het als een Oeigoer vanuit het westen van China naar Shanghai verhuist?

Het knelt, omdat daarna valt te lezen: “De burgers willen de grenzen dicht. Maar wat krijgen ze? Open grenzen en méér asielzoekers.” Hoe weet de heer Wilders wat de burgers willen? Heeft hij ze allemaal gesproken? Zou het niet kunnen zijn dat veel burgers wat anders willen? Mij als inwoner van Wilders’ geboorteplaats Venlo, lijken gesloten grenzen verdomde lastig. Ze beperken mijn mogelijkheden. Zouden er niet ook asielzoekers komen met gesloten grenzen? In de jaren vijftig waren onze grenzen gesloten en toch kwamen er veel asielzoekers binnen uit Hongarije, het geboorteland van Wilders’ vrouw.

Ietsje verder knelt het weer: “Ze willen veiligheid. Maar krijgen méér islam en méér criminaliteit.” Suggereert Wilders hier dat er een relatie is tussen de islam en veiligheid? Tussen de islam en criminaliteit? Wat is die relatie?

Een zin verder knelt het weer: “Ze willen betere zorg en meer aandacht voor de ouderen. Maar moeten betalen voor migranten en Grieken.”  Is het wel een keuze tussen zorg aan de ene kant en Grieken en migranten aan de andere kant? Wie werden er gered door het vele geld dat naar Griekenland ging? De Grieken? Als de Grieken ermee geholpen zouden zijn, hoe komt het dan dat het grootste deel van de Griekse bevolking er door die ‘hulp’ alleen maar op achteruitgaat? Waren het misschien niet de Grieken maar de banken die werden gered?

Welke partijen er ook de regering vormden, steeds werd er bezuinigd op, en gesneden in de zorg en de aandacht voor ouderen. En ook voordat we de Grieken moesten ‘redden’ werd er al stevig op zorg beknibbeld. Willen we wel betere zorg? Of hebben we liever belastingverlichting van vijf miljard?

Nog wat verder in het betoog knelt het weer: “Het regime in Den Haag is wereldvreemd en spreekt niet langer namens het volk.” Ik neem aan dat hij met het regime de volksvertegenwoordigers en de door die volksvertegenwoordigers gecontroleerde regering bedoelt. Is het wel mogelijk om namens het volk te spreken? Hoe weet je dan wat er gezegd moet worden? Is het de taak van volksvertegenwoordigers om namens het volk te spreken? Handelen namens het volk is de taak van een volksvertegenwoordiger, spreken namens niet. Hebben Wilders en met hem vele andere politici begrepen wat het betekent om volksvertegenwoordiger te zijn? Begrijpt hij onze democratie wel?

Een bijzonder knelpunt: “De asielcrisis en alle andere problemen van Nederland kunnen alleen worden aangepakt als we de macht teruggeven aan het volk.” Heeft het volk niet de macht en gebruikt zij die macht niet bij het kiezen van haar vertegenwoordigers? Is er ooit een periode in de geschiedenis van Nederland en laat ik het wat ruimer nemen, van het grondgebied wat nu Nederland is, geweest dat het volk de macht had op een andere manier dan sinds 1917 via algemene verkiezingen? Zijn er in de Middeleeuwen of in enig ander tijdvak in het verleden referenda gehouden?

Deze uitspraak kent nog een andere knelpunt, namelijk dat problemen alleen opgelost kunnen worden als het volk de macht heeft, dus in een directe democratie. Kan Wilders aantonen dat problemen alleen opgelost kunnen worden als de macht wordt teruggegeven aan het volk? Worden in een, al dan niet verlichte, dictatuur geen problemen opgelost? Of in een autocratie? Betekent deze bewering dat alle problemen uit het verleden nog bestaan?

Ook zijn oplossing knelt: “Nederlanders moeten veel vaker de kans krijgen in referenda rechtstreeks over hun eigen lot te beslissen.”  Een directe democratie, en dat is regeren per referendum, lijkt op en top democratisch, maar is dat wel zo? Is een goede democratie niet meer dan besluiten per meerderheid? Wordt in een goede democratie niet ook rekening gehouden met de belangen van de minderheid? Hoe wil hij ervoor zorgen dat in een ‘referendumsamenleving’ rekening wordt gehouden met de belangen van minderheden? Is een democratie per referendum geen dictatuur van de meerderheid?

Leidt JA of NEE zeggen wel tot die duidelijke besluiten? Zou er aan een uitspraak niet meer betekenis gegeven kunnen worden? Het NEE tegen een Europese grondwet werd immers ook geïnterpreteerd als een NEE tegen meer Europa. Hoe duidelijk is dan een uitspraak? Zou een JA, MAAR niet hetzelfde kunnen zijn als een NEE, TENZIJ? Zijn bij een referendum ook compromissen of win-win oplossingen mogelijk? Zou het niet kunnen, dat iets wat een minderheid, al is het maar één persoon, inbrengt van meer waarde is dan de mening van 80% van het volk? Hoe zorgen we ervoor dat die inbreng in een referendum naar boven komt?

“Die talrijke verkiezingen zijn de uitdrukking van de volkswil,” valt iets verderop te lezen. Is het wel de volkswil die we krijgen als we referenda houden? Is de uitkomst van een referendum niet alleen het optellen van de individuele meningen teruggebracht tot een JA of een NEE? De volkswil of algemene wil is een term afkomstig van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij legt dit begrip anders uit dan Wilders. De volkswil is, dat wat in het belang is van het volk en dat is wat anders dan de mening van het volk. De volkswil is alleen te achterhalen als het volk kan kiezen of stemmen met volledige kennis van zaken, heldere redenering, een zuiver oordeelsvermogen, en een ingesteldheid die het gemene goed nastreeft. Wie van het volk voldoet aan al deze voorwaarden?

En een laatste knelpunt: “De Zwitsers zijn een trots en patriottisch volk dat zich nooit heeft willen uitverkopen aan Brussel.” Wilders doet het voorkomen alsof alle landen zich willoos aan ‘Brussel’ hebben uitgeleverd. Hebben de andere landen zich uitverkocht’ aan Brussel? Is ‘Brussel’ geen resultaat van onderhandelingen tussen de betrokken landen? Waren de deelnemende landen er, in de persoon van de democratisch gekozen regeringen, niet zelf bij? Stemden de democratisch gekozen parlementen niet zelf in? Waren die landen en hun bevolkingen (voor het grootste deel) niet hartstikke blij met ‘Brussel’?

Toch nog even bezinnen voordat we met Wilders’ wilde wereld beginnen?

Realisten

”Burgers bij te staan die geconfronteerd worden met het vluchtelingenbeleid. Die bezwaar willen maken tegen de komst van een AZC en niet weten hoe dat moet,” dat is het doel van de Limburgse tak van AZC-Alert. In een democratische samenleving is het helpen van burgers bij het opkomen voor hun belangen een nobele taak. Dat zouden zelfs tegenstanders van het doel van de stichting moeten erkennen.

tegenstelling(Illustratie: compassbooks.ca)

In een interview met Dagblad de Limburger (Zaterdag 24 oktober 2015) lichten zij dit toe en zeggen van zichzelf: “Wij zijn geen fascisten, maar realisten.” Met deze woorden creëert de organisatie een bijzondere tegenstelling. Niet de tegenstelling tussen fascisme en realisme, want dat zijn twee onvergelijkbare grootheden. Of de organisatie fascistisch is, daar gaat het niet om. Het gaat om het woord realisten. Een realist is, “iemand die alleen rekening houdt met de feiten.”

Door zichzelf tot realisten te benoemen, creëren zij een tegenstelling. Hiermee betitelen zij iedereen die een andere mening is toegedaan tot irreëel, of tot onwerkelijk. Mensen die geen rekening houden met de feiten.

Maar wat zijn ‘feiten’? Het aantal vluchtelingen, al is daar zelfs onduidelijkheid over. Het Hongaarse hek is een feit. Maar is de uitspraak dat ‘de islam in Nederland te veel invloed krijgt’ een feit? Is een veel gehoorde uitspraak als ‘ons land kan die hoeveelheid vluchtelingen niet aan’, een feit?  Is ‘dat de cultuurverschillen te groot zijn’ een feit?

Of AZC-Alert bewust deze tegenstelling creëert? Het is in ieder geval een manier van ‘framen’ die vaker wordt gebruikt. Vaker met woorden zoals realistisch, maar ook praktisch en pragmatisch. Woorden die worden gebruikt om de andere kant weg te zetten als ‘dromers’. Irreële, niet pragmatische en onpraktische dromende mensen en daarmee hoef je toch niet in gesprek te gaan?

Prikker, maandag 26 oktober 2015

Toeval en Geluk

Toeval, een niet te voorspellen geval en geluk een gunstige loop van omstandigheden. Twee woorden die mij te binnen schieten als ik de verslagen bekijk en lees van de diverse ‘bewonersavonden’ over de komst van asielzoekerscentra voor vluchtelingen. Twee woorden die tot nadenken stemmen. Twee woorden die we goed op ons in moeten laten werken. Waarom?

toeval

(Illustratie: dierentolk.nl)

We leven in voorspoed. In een land waar niemand van kou en honger hoeft te sterven. Ons klimaat is gematigd: niet te heet, niet te koud. Wij wonen in een vrij en veilig land. Een land waar we ‘bewonersavonden’ hebben en waar we onze bestuurders kiezen uit ons midden. Wij wonen in een van de prettigste plekken van de wereld. Al lijkt het soms anders als je de beeldvorming in de diverse media op je laat inwerken. De omstandigheden kennen voor ons een gunstige loop. We hebben het getroffen, we hebben geluk.

Maar waarop is dat ‘geluk’ gebaseerd? Hebben wij zelf bijgedragen aan die gunstige loop van de omstandigheden? Het klimaat en de daarop gebaseerde gunstige omstandigheden voor landbouw vallen, net als de gasbel en de vroegere kolen, in ieder geval buiten onze invloed. De delta van rivieren die ons land rijk is, hebben we ook niet zelf gebouwd.

Verder is ons geluk gebaseerd op het werk van de generaties voor ons. Zij hebben gestreden voor de democratie. Zij hebben gestreden voor die vrijheid. Zij hebben gezorgd voor een goed welvaartsniveau, wel vaak gebaseerd op uitbuiting van anderen. Zij hebben ons bedje gespreid. Natuurlijk werken wij hier zelf verder aan. Wij hebben het geluk dat we hierop voort kunnen bouwen en we niet vanaf de grond hoeven te beginnen.

Maar hebben wij er iets voor moeten doen om hier geboren te worden? Geluk gebaseerd op toeval?

Prikker, vrijdag 23 oktober 2015

Uitsluiten met woorden 2

“Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn.” Dit schreef ik in mijn vorige ‘prikker’ Daar behandelde ik het begrip participatiesamenleving. Nu wil ik stilstaan bij de  begrippen ‘integratie’ en het ermee samenhangende ‘inburgering’.  Het in in deze woorden roept een beeld op van samenheid, erbij horen op. Een positief beeld. Waar zit dan die uitsluiting?

Integratie betekent het opnemen in een groter geheel. Als er wordt gesproken over integratie dan wordt bedoeld het opnemen van migranten in de samenleving. Zoals ik in de vorige prikker al schreef, horen migranten alleen al door er te zijn bij de samenleving. Dit maakt dat de ‘integratie’ bij de aankomst in feite al is voltooid.

Door van migranten te eisen dat ze integreren in de samenleving, zeg je eigenlijk dat ze niet bij de samenleving horen waar ze naar toe gemigreerd zijn. Zo wordt een soort tweedehands burger gecreëerd. Tweedehands burgers waaraan eisen opgelegd worden zoals de eis tot inburgering,

apartheid(illustratie: www.fotolibra.com)

Probleem is echter dat die inburgering nooit leidt tot daar waar hij voor bedoeld is, namelijk tot integratie van de migrant. Ook als aan alle eisen is voldaan, blijven we de migrant, migrant noemen. Zelfs hier geboren kinderen en kleinkinderen. We onderscheiden immers tweede- en derdegraads Turken, Antilianen, Marokkanen enzovoort. Die horen nog steeds niet bij de samenleving. Zo blijft de migrant een aparte categorie die iets moet doen om erbij te horen.

Sterker, juist door het integratiedenken en het inburgeren zullen de migranten er nooit bijhoren. Achter deze woorden zit een beeld dat iedereen hetzelfde moet zijn en dat zal nooit lukken. Iedere mens is immers anders. Bij deze woorden staan verschillen centraal. Zoekend naar verschillen, vind je verschillen. Zo is er altijd iets waaraan de migrant moet werken. Geen samenheid maar apartheid.

Prikker, dinsdag 21 juli 2015

Uitsluiten met woorden

“Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid,” woorden van Edith Tulp, gastcollumniste in de Volkskrant. Muren zijn hard, je ziet ze en ze blokkeren je. Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn. Alleen zie je het niet, het werkt sluipend, maar is uiteindelijk net zo hard als een muur.

uitsluiten(illustratie: nl.123rf.com)

Een goed voorbeeld hiervan (er zijn er vele) is het begrip participatiesamenleving. In de diverse beleidsnota’s en brieven wordt dit begrip omschreven als een samenleving, waarin iedereen die dat kan, verantwoordelijkheid moet nemen voor zichzelf en zijn of haar leefomgeving. Dit klinkt positief. Waar zit dan die uitsluiting en intolerantie?

Die zit in de samentrekking van de woorden participatie en samenleving. Om te beginnen met samenleving. Van een samenleving maakt iedereen deel uit die zich erin bevindt; jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek, rijk en arm. Er zijn geen uitzonderingen. Alleen al door er te zijn, acteer je in de samenleving.

Door er participatie aan toe te voegen gebeurt er iets bijzonders. Participatie betekent deelnemen en zo staat er deelnemen aan de samenleving. Hierdoor  ontstaat ook de ontkenning ervan, het niet-deelnemen aan de samenleving. Iets dat eigenlijk niet kan, maar door het toevoegen van het woord participatie kan het ineens wel. Zo kunnen mensen en groepen worden benoemd die niet bij de samenleving horen, die niet deelnemen en kunnen mensen dus worden buitengesloten.

Wie worden er buitengesloten? Werkelozen, mensen met gebreken, mensen met een ander geloof, criminelen.  Mensen die afwijken van de norm. Mensen die ‘iets’ moeten doen en ‘aantonen’ om wel ‘bij de samenleving‘ te horen. Dit wordt bevestigd door een overheid die een wet ‘Participatiewet’ noemt. Een wet die aangeeft wat bepaalde mensen moeten doen om bij de samenleving te horen.

Prikker, maandag 20 juli 2015

Volksverlakkerij

“Als de gemeente Venlo lef heeft, moet ze een referendum houden onder de burgers in Tegelen of ze überhaupt een moskee willen in hun buurt,” aldus het Limburgse PVV–Statenlid Michael Heemels. Krachtige taal van het Statenlid: laat de inwoners bepalen welke activiteiten ze wel en niet in hun buurt willen. Krachtig of ligt het toch net iets anders?

Referndum(illustratie: www.cyceron.net)

In Nederland kiezen we volksvertegenwoordigers die namens ons besluiten nemen. Heemels moet dat weten, hij is een van die vertegenwoordigers. In een gemeente heten die vertegenwoordigers raadsleden. Die raadsleden moeten, zo is bij wet geregeld, bestemmingsplannen vaststellen. In die plannen wordt vastgelegd welke activiteiten er waar plaats kunnen vinden.

Als iemand (individu, groep, bedrijf of geloofsgenootschap) op een plek iets wil en het bestemmingsplan staat dat toe, dan rest de gemeente niets anders dan dit toe te staan. Staat het bestemmingsplan iets niet toe, dan kan ervan worden afgeweken. Hierbij moet de in wet bepaalde procedure worden gevolgd. Een procedure die belanghebbenden de mogelijkheid geeft om hun belang te bepleiten. Een procedure die uiteindelijk zover gaat dat ze bij afwijking van het bestemmingsplan, hun schade op de gemeente kunnen verhalen. Een procedure die geen referendum kent. Als de gemeente Venlo het advies van Heemels volgt en de uitkomst van het referendum meeweegt in haar besluit om een activiteit al dan niet toe te staan, dan zal een rechter daar gehakt van maken.

Mag je van een volksvertegenwoordiger verwachten het geldende recht te kennen? Zeker als dit het functioneren van bestuursorganen betreft. Zou het bij Heemels aan die kennis ontbreken? Of slaat hij voor de bühne op de populistische, anti-islamtrom? Als dat zo is, dan moet hij zich als volksvertegenwoordiger realiseren dat hij de overheid, en daarmee ook de burger, schaadt.

Prikker, donderdag 16 juli 2015

Slechte raadgever

“Het is onacceptabel dat een veroordeelde terrorist spreekt in een Nederlandse moskee. Dat zeggen VVD-Tweede Kamerleden.” De Tweede Kamerleden hebben vragen gesteld, omdat een moskee in Geleen een voor terrorisme veroordeelde spreker heeft uitgenodigd. Op het eerste gezicht denk je: waar is die moskee mee bezig? En goed dat de Kamerleden in actie komen! Dat is ook de teneur uit het krantenartikel in De Limburger.  Toch wringt het.

democratie(foto: ejbron.wordpress.com)

Het wringt, omdat er met twee maten wordt gemeten. Een voor ontvoering, afpersing en vast nog meer misdaden veroordeelde Amsterdamse crimineel wordt op de nationale TV in de schijnwerpers gezet. Een voor terrorisme veroordeelde mag niet spreken in een moskee.

Het wringt, omdat iemand die veroordeeld is en zijn straf heeft uitgezeten in een rechtstaat een nieuwe kans moet krijgen. Door iemand te weigeren, omdat hij is veroordeeld, wordt hem die kans ontnomen. Zo wordt iemand voor altijd een paria met alle gevaren van dien.

Het wringt, omdat politici die zich hard maken voor de vrijheid van meningsuiting en die tegenwoordig vinden dat alles gezegd mag worden, nu iemand willen verbieden om te spreken.

Het wringt, omdat iemand het spreken onmogelijk wordt gemaakt zonder dat bekend is wat hij gaat zeggen. Ja, hij is veroordeeld voor terrorisme, maar wil dat bij voorbaat zeggen dat hij terrorisme gaat verheerlijken? Misschien wil hij wel het tegendeel doen en dan zou het een gemiste kans zijn. Wie kan beter iets vertellen over de waanzin van terrorisme en extremisme dan een op zijn schreden teruggekomen terrorist of extremist.

Je mag van politici verwachten dat ze vertrouwen hebben in onze democratische rechtstaat en dat ook uitstralen. De reactie van deze politici straalt angst uit en angst is een slechte raadgever!

Prikker, donderdag 9 juli 2015