De schaduw van Baudet

Het Forum voor Democratie vertelt een ‘prachtige versie’ van de geschiedenis van Nederland. Je moet het Baudet nageven, op een bombastische wijze weet hij dat verhaal te vertellen. Een verhaal van ‘grootsheid’ dat bedoeld lijkt om mensen ‘trots’ te laten zijn op Nederland. Omdat verhalen mensen binden en het leven zin geven zoals ik in mijn vorige Prikker schreef, is het goed om dat verhaal eens te bestuderen. Zeker omdat de vertellers van verhalen over een verleden van ‘grootsheid’ en ‘trots’ vaak een bedoeling in het heden hebben. 

Baudet vertelt een prachtig verhaal waaraan toch enkele paragrafen en zelfs complete hoofdstukken ontbreken. Slavenhandel bijvoorbeeld en de moordpartijen van Coen in de Oost. Die zouden toch zeker een plekje mogen krijgen. Want als je de VOC en Coen noemt, dan moet je het complete verhaal vertellen. Niet dat Nederland hierin afweek van de mores in die tijd. Neem de Mongolen van Dzjengis, die stonden erom bekend dat zij hen die verzet boden uitmoordden. Werkte je mee dan kon je op hun welwillendheid rekenen. Nee, het uitmoorden van mensen die zich tegen je verzetten, was redelijk gebruikelijk in die tijd. Oorlogen waren voor de overwonnenen geen pretje. Plunderen, roven en het ondertussen verkrachten en vermoorden leverde het soldij voor de soldaten. Die leefden van het veroverde land. Dat iets gebruikelijk was, wil echter niet zeggen dat we het bij de beschrijving van de geschiedenis niet hoeven te vermelden. Wat hij er ook bij vergeet te vertellen is dat die ‘grootse geschiedenis van die Gouden Eeuw’ het resultaat is van immigratie vanuit het huidige België, vanuit Frankrijk en Spanje en op ‘seizoensarbeiders’ voor de landbouw en scheepvaart vanuit de Duitse landen.

Foto: Pixabay

Wat Baudet voor het gemak vergeet, is dat het ‘trotse’ Nederland na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig alleen op de kaart verscheen omdat de toenmalige ‘Powers that Be’ Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen zochten naar een machtsevenwicht dat Frankrijk in toom moest houden. In de ‘herschikking’ die daarop volgende, werden de grenzen in Europa flink veranderd. Zo ontstond er een compleet nieuw land: het koninkrijk der Nederlanden. De oude Republiek uitgebreid met de Oostenrijkse Nederlanden. Oostenrijk kreeg als ‘compensatie’ wat gebieden in Italië. Weg waren ongeveer 200 jaar republikeins bewind omdat die ‘Powers that Be’ alleen vertrouwden in de oude adel. 

Die hertekening van ‘grenzen’ was niet de eerste en zeker ook niet de laatste wijziging van grenzen. In kaart en animatie is te zien hoe grenzen in Europa door de tijd veranderden. Voor Baudet en andere ‘trotse’ Nederlanders er is zelfs een animatie die zo’n vierduizend jaar teruggaat. Dit is trouwens niet iets wat specifiek Europees is, ook in Azië, en zelfs in Afrika en Amerika schoven grenzen. 

Als we het over schuivende grenzen hebben dan is Baudets nationale geschiedenis van Coen en de VOC, maar één van de verhalen die je kunt vertellen. Een verhaal met een sterk Hollandse inslag. Voor de toenmalige inwoners van bijvoorbeeld de huidige gemeente Venlo zag dat verhaal er heel anders uit. De Oost en zelfs Amsterdam en de VOC waren ver weg. Sterker nog, voor een groot deel van het grondgebied van de huidige gemeente Venlo gold dat het tot een heel ander land, of eigenlijk landen, behoorde. Zo hoorde Tegelen en Steyl bij het Graafschap Gulick en sloten zij pas in 1817 aan bij het koninkrijk der Nederlanden. Juist ja, toen de “Powers that Be’ daartoe besloten. Een van die ‘Powers’ de Pruisen moest daar een veer laten want ook zij wilden de plaats erbij hebben. Dit gebeurde met het Traktaat van Aken. Hierin werd de grens tussen het koninkrijk en Pruisen bepaald door een kanonschot vanaf de oever van de Maas. Nederland zou dus een stuk groter zijn geweest als de kanonnen in die tijd wat verder hadden geschoten dan ongeveer 5 kilometer. Voor Arcen, Lomm en Velden ligt dat weer anders. Die behoorde eerst bij Spaans Gelre, na de Spaanse successieoorlog vielen ze toe aan Pruisen en sinds dat beruchte ‘kanonschot’ tot het koninkrijk der Nederlanden. 

Illustratie: Wikipedia

Wat voor alle dorpen gold, was dat er geregeld legers voorbij trokken. Legers op weg naar de ‘hoofdprijs’ de stad Venlo. Die stad wisselde gedurende de Tachtigjarige Oorlog geregeld van eigenaar. Dan weer  was het Spaans, dan weer republikeins. Aan de Spanjaarden heeft de stad de restanten van het Spaanse fort Sint Michiel ten westen van de Maas te danken. Dat fort moest de stad beschermen tegen aanvallen vanaf de overkant (de westelijke kant) van de Maas. Met de Vrede van Utrecht in 1713 werd Venlo aan de Republiek toebedeeld, werd het een onderdeel van de Generaliteitslanden en zo min of meer een kolonie van de Republiek. Een kolonie omdat die Generaliteitslanden werden bestuurd door de Raad van State, een raad waarin ze zelf geen zeggenschap hadden.  

Sinds 1817 hoort het volledige grondgebied van de gemeente Venlo dus bij het Koninkrijk der Nederlanden en ging het op in de provincie Limburg. Of toch niet? Nee inderdaad toch niet. In 1830 stonden de Zuidelijke Nederlanden op tegen het Koninkrijk en scheidden zich af. Limburg, exclusief de stad Maastricht, sloot zich aan bij de opstandelingen. Een afscheiding die pas in 1839 formeel werd maar dan zonder het huidige Nederlands-Limburg. Dat werd afgesplitst en viel toe aan het huidige Nederland. Viel toe want het werd niet veroverd of terugveroverd op de Belgen. Nee, ook hier beslisten weer de ‘Powers that Be’. De Fransen, die toen weer bij die ‘Powers’ hoorden, trokken hun steun aan de Belgen in en daarop werd Limburg gesplitst. De inwoners werd niets gevraagd. Als die zouden mogen stemmen, dan zou Venlo, nu waarschijnlijk Belgisch zijn. Limburg was dan wel, een provincie, voor de Hollandse koning, bleef het, net als de overige Zuidelijke Nederlanden, toch een soort Generaliteitsland, een soort kolonie.  

Dat Baudet dit er niet bij vertelt is logisch. Het past niet in het verhaal dat hij wil vertellen. Het verhaal van die trotse koppige Nederlander die zijn mannetje staat in de wereld en die niet met zich laat sollen. Want met die trotse Nederlander werd wel degelijk gesold. Ook de laatste keren dat er werd gesold, komt in het trotste verhaal van Baudet niet naar voren. Aan de Duitse bezetting na een oorlog van vijf dagen, de jodenvervolging en de dekolonisatie besteedt hij geen aandacht.

Sollen dat is wat de ‘Powers that Be’ doen met degenen die niet bij die Powers horen. Dat is een constante in de geschiedenis. Alleen wie die ‘Powers’ zijn, verandert door de jaren heen. In 1815 waren dat Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen. Dat laatste land hoorde er voor het eerst bij. Terwijl ze toen op het toppunt van hun macht stonden, zouden de Oostenrijkers nu willen dat ze erbij hoorden. In één eeuw schopten de Oostenrijkers het van hero naar zero. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd het land opgedeeld, gedecimeerd en gedegradeerd tot niet eens een B-land. Die status had het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden al in 1815.

Illustratie: Pixabay

Sollen daar helpt het vertellen van verhalen over je trotse verleden niet tegen. Die ‘rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ om de waarschuwing bij beleggingsproducten aan te halen. Dat ‘trotse’ verleden is hooguit een schaduw en een schaduw wordt groter als de zon ondergaat. Tegenwoordig lijken we anders te denken over het verschuiven van grenzen. Voor onze huidige politici zijn landsgrenzen heilig. Die mogen niet ter discussie worden gesteld en het ene land mag zeker geen stukje van het andere inpikken. Zie bijvoorbeeld de Russische annexatie van de Krim. Die wordt niet getolereerd. Alhoewel heilige grenzen? Zijn die niet alleen heilig als het de huidige ‘Powers that Be’ uitkomt? Want hoe heilig waren de Servische landsgrenzen of een paar jaar eerder de Joegoslavische en de grenzen van de Sovjet Unie? Die landen mochten zomaar uit elkaar vallen en er mochten nieuwe landen ontstaan. De oude grenzen waren niet zo heilig. Je zou kunnen tegenwerpen dat er hier geen sprake is van het ene land, dat grondgebied van een andere land bezet omdat er ‘nieuwe’ landen ontstonden. De Rus kan dan weer tegenwerpen dat die inwoners van de Krim per referendum kozen voor aansluiting bij Rusland. Een keuze die de Venlonaren in 1839 niet kregen. 

Wat nu is zegt niets over de toekomst. Dat is ook wat de verschuivende grenzen uit het verleden laten zien. Is het nu ‘voor eeuwig’ vaststellen van grenzen niet een poging om ons ‘heden’ voor de toekomst vast te leggen? Een manier om het heden te vereeuwigen? Erger nog, zijn trotste verhalen, zoals dat van Baudet, niet pogingen om het verleden ook de toekomst te laten zijn? Een verleden dat bij nadere bestudering helemaal niet zo ‘groots en geweldig’ was als Baudet het laat klinken. Is ‘terug naar het verleden’  geen motie van wantrouwen aan de broek van onze kinderen en kleinkinderen? Ontzeggen wij hen daarmee niet het recht op hun eigen ‘verhalen’?

Wij geven de wereld door aan onze kinderen en kleinkinderen. Dat doorgeven doen we met ons verhaal. Zou dat verhaal er niet een van mogelijkheden moeten zijn? Een verhaal waarin het verleden een belangrijke maar duidelijk andere rol moet spelen dan het verhaal van Baudet. Geen verhaal van ‘trots op’ of ‘grootsheid’ van het verleden, maar een verhaal waarin we leren van het verleden door er patronen in het menselijk gedrag in te herkennen. Patronen zoals het sollen door de ‘Powers that Be’, het misbruiken van het verleden voor politiek gewin. 

Of over de rol van migratie in de geschiedenis. Immers zonder migratie had Baudet zijn trotse verhaal niet kunnen vertellen. Sterker nog, dan hadden we nog steeds rondgelopen op de vlakten van het huidige Oost-Afrika. Nou ja we, hooguit een heel klein deel van de huidige mensheid want veel plek was er niet naast alle andere dieren. Heeft juist die migratie de mens gemaakt tot wat hij is? Een wezen dat grenzen verlegt? 

Illustratie: Wikipedia

Wat zeker niet mag ontbreken zijn verhalen over de rol die macht speelt en wat macht met mensen doet. Verhalen over mensen die macht moeten ondergaan. Mensen waarmee wordt gesold. Verhalen over economische macht van het ene land over het andere. Dus verhalen over de rol van imperialisme en kolonialisme van de oude Egyptenaren tot nu. Want imperialisme en kolonialisme zijn er zo ongeveer sinds de mens zich voor het eerst vestigde in steden. 

Maar vooral ook verhalen over de economische macht van de ene mens over anderen. Dus verhalen over de rol van slavernij en feodalisme vroeger en nu en de manieren waarop onze voorvaderen zich hiertegen teweer stelden. Welke manieren succes hadden en welke niet. manieren zoals de meent. Commons in het Engels en vooral bekend door het artikel The Tragedy of the Commons van Gareth Hardin. Gronden, bos of wateren nabij een dorp waarvan iedereen gebruik mocht maken. Een ouderwets systeem dat ervoor zorgde dat de keuterboeren konden overleven. Een systeem waarbij ieder zijn deel kreeg en dat onderhevig was aan regels die ook door de eigenaar van de grond, de landheer, werden gerespecteerd. 

Een interessante casus over wat mensen samen kunnen bereiken en ook hoe dat teloor kan gaan. Hardin redeneerde als volgt. Het inkomen van de herders wordt bepaald door de omvang van hun kudde. Eén schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Dat ene schaap verhoogt immers zijn inkomen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus zijn een schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Herder A en met hem de andere herders zitten vast in een systeem dat hen langzaam maar zeker naar de ondergang dringt. Hardin zag onze voorvaderen met een huidige economische bril. Een bril van concurrentie en streven naar winst en die winst kan al zijn dat je iets meer hebt dan je buurman. In werkelijkheid heeft het systeem van de meent eeuwenlang zeer goed gefunctioneerd zonder dat het tot uitputting van die gronden leidde. De keuterboeren, onze voorvaderen dachten helemaal niet aan winst en groei. Zij dachten aan samen overleven. 

Hardin heeft gelijk dat hebzucht de meent vernietigde, alleen niet de hebzucht van de keuterboertjes, maar de hebzucht van de landheren. Het systeem van de meent functioneerde eeuwenlang omdat niemand het kon veranderen, de keuterboeren niet en ook de landheer niet. Dat veranderde met het steeds democratischer worden van het landsbestuur. Het parlement kreeg wetgevende macht en kon het gewoonterecht van de meent wel wijzigen. En wie zaten er in het parlement? De landheren en die grepen in de 18e en begin 19e eeuw hun kans. Vooral de Engelse situatie is zeer goed gedocumenteerd. In Engeland nam het parlement ‘Acts of Enclosure’ aan. Wetten die de landheer het recht gaven om zijn land te omheinen en zo af te schermen voor gebruik door anderen. Zo’n omheinde meent betekende het einde voor de keuterboeren. Die konden niet meer overleven.

Illustratie: Flickr

Met het verhaal van de meent kunnen we nu en in de toekomst naar de wereld kijken. Je zou de meent kunnen zien als een ‘basisinkomen’ avant la lettre. Als een manier om naar patenten te kijken of naar (belasting)wetgeving voor het bedrijfsleven. Maar ook een manier om naar de rol van belangengroepen en parlementen te kijken en vooral als waarschuwing dat niet alle belangen een ‘groep’ hebben die gehoord en vertegenwoordigd is. 

Hardin met zijn Tragedy of the Commons, maar ook Baudet met zijn verhaal over het ‘grootse en trotse Nederland’ zien, geven een voorbeeld van de rol die verhalen spelen in het denken van mensen. Verhalen die mensen binden. Maar laten ze niet ook zien dat het goed is om die verhalen te onderzoeken, ter discussie te stellen en er andere verhalen tegenover te stellen? Verhalen die ook weer onderzocht en bediscussieerd moeten worden? Dat het voor de huidige mens, net als zijn Afrikaanse voorvaderen, goed is om zijn grenzen te verleggen, nieuwsgierig tet zijn en ‘migrant’ in denken te zijn?


Klimaat en klimaat

Ik schrijf al een paar jaar ‘Prikkers’ om mensen aan het denken te zetten. Prikkers die je kunt zien als kritiek op iets of iemand. Na het lezen van een artikel van Tim Engelbart bij DDS vraag ik me af of dat eigenlijk wel mag. Waarom? Wie ben ik om iemand de maat te nemen?

Illustratie: Pixabay

Volgens Engelbart mag ‘weerman’ Gerrit Hiemstra geen kritiek leveren op Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Engelbart: “klimaatverandering bestaat en wordt door de mens een weinig opbeurend handje geholpen. Dat zijn gewoon de feiten, en het is inderdaad onverantwoordelijk van Thierry Baudet dat hij zich tegen deze wetenschappelijke consensus keert.” Maar, zo beweert Engelbart: “het is niet de taak van de NOS om hele politieke partijen door het slijk te halen. Daarvoor zijn weer andere politieke partijen, maar niet de weermannen van het Achtuurjournaal. Schoenmaker, blijf bij je leest!” Gelukkig ben ik Ballonnendoorprikker die zichzelf de opdracht heeft gegeven om rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak te stellen. Dus bij deze.

Hiemstra mag geen kritiek leveren op de ‘klimaat en milieuanalyse’ van Baudet want hij is geen politieke partij. Sterker nog, hij is ‘de NOS’ en dat moet een ‘bolwerk van politieke neutraliteit zijn. Een vreemde redenering om drie redenen.

Als eerste wordt Hiemstra vereenzelvigd met de NOS. Dus iemand die voor een bedrijf werkt is dat bedrijf. Iemand die twee baantjes heeft is dus twee bedrijven. Een bijzondere redenering. Dit zou betekenen dat onze premier Nederland is. Onze koning trouwens ook, net als de koningin. 

Als tweede, omdat Hiemstra ‘de NOS’ is, moet hij zijn mond houden. De NOS moet immers neutraal zijn en dat betekent, als ik Engelbart goed begrijp, dat de mensen die er werken geen mening mogen uiten. Als zij hun mening uiten dan schenden ze de neutraliteit van de NOS. Neutraliteit is het hebben van geen mening? Zou neutraliteit niet ook kunnen betekenen dat je verschillende ‘meningen’ een platform geeft om met elkaar in gesprek te gaan? 

Dan het derde en belangrijkste punt. Volgens Engelbart mogen alleen politici andere politici de maat nemen en aanspreken op eventuele ‘onzin’ die ze uitkramen. Laten we het eens omdraaien. Mag Baudet zich dan wel uitspreken over klimaatverandering? Is klimaatverandering dan niet het exclusieve terrein van klimaatwetenschappers? De geschiedenis het exclusieve terrein van historici en stukadoren van stukadoors? Daarom vroeg ik mij af of ik eigenlijk wel stukjes mag schrijven.

Zijn de samenleving, het maatschappelijk klimaat, de wetenschap, het klimaat en vooral de politici er niet juist bij gebaat dat mensen van divers pluimage met elkaar in gesprek gaan? Dat een klimaatdeskundige, historicus of natuurkundige een politicus aanspreekt? Dat zij zich in het debat mengen en dit voorzien van de wetenschappelijke inzichten?

Realisme

Volgens Geerten Waling worden we doodgegooid met ‘ismen’. Tenminste als we de titel boven zijn bijdrage bij Elsevier mogen geloven. ’Ismen’ die je niet zelf voert, maar die je door anderen worden opgeplakt.

exchange-of-ideas-222788_960_720

Illustratie: Pixabay

In zijn artikel haalt hij drie ‘ismen’ aan. Als eerste neoliberalisme: “een term die moet verwijzen naar een ongebreideld marktdenken door grootkapitalisten die zich niet bekommeren om de arme burger die het slachtoffer wordt van hun privatiseringen, handelsverdragen en marktliberalisatie.” Kritiek op die marktwerking snijdt best hout, maar het woord is: “een etiket dat we graag plakken op beleid dat ons niet bevalt (of dat anders uitpakt dan we hadden gehoopt).” Ook een ander ‘isme’, het populisme vertroebelt het debat. Het is: “een scheldwoord, dat bedenkelijke motieven suggereert bij je tegenstander, zoals volksmennerij, simplisme en opportunisme,” aldus Waling. Als laatste het ‘islamisme’. Waling: “Hoewel zo’n ‘islamist’ zichzelf eerder zal kwalificeren als ‘goede moslim’, niet als aparte categorie binnen de islam, helpt het onderscheid om een militant deel van de gelovigen te onderscheiden, zonder de andere moslims van de samenleving te vervreemden.” Om die reden heeft dat woord nog enig nut, volgens Waling.

Inderdaad worden er veel ‘isme’-etiketten geplakt. Zo wordt racisme te pas en te onpas gebruikt om iemand te diskwalificeren. Of neem Sid Lukkassen, die heeft het vaak over cultuurmarxisme. Een plakkertje dat hij, en met hem Paul Cliteur en Thierry Baudet, graag op andersdenkenden plakt. Een vasthoudend iemand met een uitgesproken mening is al snel een ‘fundamentalist’. Een woord waar je weer allerlei woorden voor kunt zetten zoals milieu of islam. Allemaal ‘ismen’ die je door anderen opgeplakt krijgt om je in een hoek te zetten. In een hoek te zetten zodat de ‘plakker’ niet op je argumenten hoeft in te gaan. 

Eén ‘isme’ past niet in deze rij, het ‘realisme’. Het past niet omdat je het niet opgeplakt krijgt, maar het jezelf opplakt. Het woord wordt door velen gebruikt om hun eigen standpunten kracht bij te zetten. Kracht bij te zetten omdat het suggereert dat iemand die het niet met je eens is, irreëel is. Irreëel of nog erger, een idealist. Een zwever of dromer en op diens argumenten hoef je ook niet te reageren. Moeten we niet juist oppassen voor mensen die zichzelf de stikker ‘realisme’ opplakken? 

Baove alles Venlonaer!

“Dat wordt gecontrasteerd met een flatbouw uit Polen, waar aan zo’n beetje alle gevels een Poolse vlag hangt. De boodschap is duidelijk: Polen is een land dat geen grote massa-immigratie gekend heeft de afgelopen tientallen jaren, maar Duitsland wel. En dat heeft ervoor gezorgd dat de nationale identiteit van Duitsland wordt aangetast, waar tegenover die van Polen gewoon intact is gebleven.” Een passage uit een artikel van Tim Engelbart bij De Dagelijkse Standaard. Engelbart schreef dit artikel naar aanleiding van een tweet van Thierry Baudet. De Poolse identiteit is in tact gebleven, de Duitse niet en, zo bedoelen Baudet en Engelbart, de Nederlandse ook niet. 

vlaggen

Illustratie: Pixabay

Identiteit, het “eigen karakter”. Een persoon heeft een eigen karakter en daarmee een eigen identiteit. Zou het werkelijk zo zijn dat alle Polen, Duitsers of Nederlanders hetzelfde ‘eigen karakter’ hebben? Al kun je je dan wel afvragen hoe ‘eigen’ dat eigen karakter dan is. 

Laat ik het eens op mezelf betrekken. Ik ken redelijk wat mensen, ik ben echter nog niemand tegen gekomen met een ‘eigen karakter’ dat precies gelijk is aan het mijne. Geen Nederlander en ook geen Duitser, Pool, Turk, Marokkaan of persoon van welke nationaliteit dan ook. Nu kan het dat ik een uitzondering ben op de regel en dat alle andere Nederlanders wel eenzelfde ‘eigen karakter’ hebben. Zou ik daarmee de Nederlandse identiteit aantasten? 

Nu woon ik, zoals jullie wellicht al weten, in Venlo en door Venlo stroomt de Maas. En aan de andere kant ligt Blerick dat ook tot de gemeente Venlo behoort. Een ‘echte Venlonaer’ zal zeggen dat ‘die van Blierick’ heel anders zijn. Of zoals ze met Vastelaovend zingen: “ik bin zoë gaer, baove alles Venlonaer.” Wellicht zal hij zelfs zeggen dat hij er nog niet begraven zou willen liggen. Andersom kan ook en beiden zullen zich afzetten tegen de inwoners van Tegelen, de Tegelse, die ook bij de gemeente horen. Als je vervolgens alleen naar Venlonaeren kijkt, dan zal iemand van Op Stalberg zich helemaal niet kunnen ‘ identificeren’ met iemand uit Geneuj. En zo kunnen we doorgaan. 

Zou er dan werkelijk een Poolse, Duitse of Nederlandse identiteit’ bestaan die aangetast kan worden? Of zou juist het groepsdenken dat ten grondslag ligt aan het ‘identiteitsdenken’ onze samenleving aantasten? Of, zoals ik vorig jaar al eens schreef: “ Leidt een discussie over wat wel en wat niet tot de ‘Nederlandse identiteit’ hoort er niet juist toe dat mensen tegen elkaar worden opgezet? Immers door te bepalen wat ‘erbij’ hoort, bepaal je ook wat er niet bij hoort.” 

Baudet en gelijkwaardigheid

“Precies wat Gerard Joling zegt in dit interview met @Playboy: mensen die hierheen komen moeten zich houden aan ons rechtssysteem en onze normen en waarden respecteren. Zo simpel is het! “ Een tweet van Thierry Baudet die te lezen is bij ThePostOnline. Inderdaad moet iedereen in dit land zich aan de wet houden. En ja, ook normen en waarden dienen te worden gerespecteerd, niet alleen de ‘onze’ (wie dat ook mogen zijn) van Baudet maar ook die van anderen dan die ‘onze’. Zou Baudet dat ook bedoelen? 

gelijk

foto: Wikimedia Commons

Vijf minuten na deze tweet, gooide Baudet er een volgende tegenaan: “Om daarop ook daadwerkelijk te handhaven heeft #FVD de “tolerantiewet” gepresenteerd: vijf Nederlandse kernwaarden waarmee niet gemarchandeerd mag worden en die ook de islamitische gemeenschap nu moet gaan onderschrijven in dit land.” Nu gaat het bij die vijf kernwaarden om zaken die allang bij wet zijn geregeld en waar dus iedereen zich al aan moet houden. Een wet om andere wetten te bevestigen een overbodige actie? Hoe verhoudt deze tweet zich tot de vierde van de vijf kernwaarden: “Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele geaardheid?”

Het venijn van deze tweet zit hem in het laatste stukje van die tweede tweet: de islamitische gemeenschap die iets moet gaan onderschrijven. Nu kun je je afvragen wie dat dan namens die islamitische gemeenschap zou moeten gaan doen? Zou er iemand zijn die hiertoe het mandaat heeft of krijgt? Je kunt je zelfs de vraag stellen of dé islamitische gemeenschap wel bestaat. Belangrijker is de vraag welke gemeenschappen die kernwaarden nog meer moeten gaan onderschrijven. Zou dat ook aan de christenen, hindoes, joden of aanhangers van de wicca worden gevraagd? 

Ik kan me niet herinneren dat ik ze ooit heb moeten onderschrijven terwijl het niet zeker is dat iemand die in Nederland wordt geboren zich automatisch aan deze ‘waarden’ houdt. De enigen die zoiets moeten onderschrijven, zijn nieuwkomers als ze de ‘participatieverklaring’ ondertekenen. Iets wat ik als geboren Nederlander niet hoef terwijl het niet zo hoeft te zijn dat ik me houdt aan wat daarin wordt genoemd en wat dus als ‘Nederlands’ wordt gezien. Sterker nog, onze eigen overheid houdt zich er niet aan, zij wil immers mensen met een beperking minder dan het minimumloon betalen terwijl de verklaring toch aangeeft dat er bij werk tenminste minimumloon hoort. 

Hoe fundamenteel gelijkwaardig zijn mensen in Baudets Wereld?

Vrijheid en slavenmoraal

“Door het ontstaan van fusiepartijen als het CDA, Christen Unie en GroenLinks zijn de onderlinge verschillen tussen de politieke partijen verdwenen. Er is een sociaal-liberaal midden ontstaan dat ons land al een halve eeuw regeert, waarbij het weinig uitmaakt of dat uit centrumlinkse of centrumrechtse partijen bestaat.” Zo begint Henk Strating zijn betoog op de site Opiniez. Als Strating bedoelt dat de vele partijen weinig van elkaar verschillen, dan heeft hij een punt.

Nietzsche-Denkmal_Naumburg_2013

Foto: Wikipedia

Gelukkig zijn er sinds de eeuwwisseling alternatieven, aldus Strating: “Fortuyn, Wilders en Baudet hebben er met hun LPF, PVV en Forum voor Democratie een bres in geslagen.” Die hebben, zo beweert Strating, het lef om zich te onderscheiden. De essentie van dat onderscheiden vat Strating in één woord samen: “vrijheid. En dan vooral het vrije denken en de vrijheid van meningsuiting. Pim Fortuyn sprong daarvoor in de bres en wilde daarom het verbod op belediging en discriminatie afschaffen. De PVV voert vrijheid zelfs in de naam van de partij. Maar het meest duidelijk is het bij Thierry Baudet van het Forum voor Democratie.” 

Heb ik het dan helemaal verkeerd gezien, gelezen en gehoord de afgelopen jaren? Verkeerd gezien dat de partij die vrijheid in haar naam voert, wel heel erg vaak het woord verbieden in de mond neemt. Bijvoorbeeld als het gaat over een hoofddoek, de bouw van een moskee of het bezoek van een imam. Verkeerd gelezen dat diezelfde partij en ook nieuwkomer Baudet wel erg vaak pleiten voor het optreden tegen, of het ontslag van bijvoorbeeld een politieagent, leerkracht en anderen als die hun mening uiten en die mening niet overeenkomt met hun mening. Verkeerd gehoord dat als er iets wordt gezegd dat de ‘leiders’ van deze partijen onwelgevallig is, het woord ‘demoniseren’ heel snel valt. Dit met de bedoeling om die ander de mond te snoeren. Dat het bovendien niet bij woorden alleen blijft, nee er worden aangiftes gedaan.

Is dit in lijn met de uitspraak waarmee Strating eindigt en die aan de Franse denker Voltaire wordt toegeschreven: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen?” Of is dat een kenmerk van wat Nietsche, zoals Strating hem parafraseert: “een slavenmoraal (noemt), waarin vrije geesten verstikken, omdat afwijkende meningen taboe verklaard zijn?” 

Hiddema, het parlement en de rechter

“Als wij dat debat willen, is het prettig dat je met een rechterlijk vonnis kunt komen. Want die rechter oordeelt niet langs politieke voorkeuren.” Dit zegt de tweede man van het Forum voor Democratie, Theo Hiddema, zo lees ik bij Elsevier. Dat debat zou dan moeten gaan over het al of niet racistisch zijn van uitspraken van leden van het Forum voor democratie. Over die uitspraken en het al of niet racistische karakter ervan wil ik het niet hebben.

Hiddema

Foto: Wikimedia Commons

Waarover wel? Over het alleen willen voeren van een debat over de gedane uitspraken als er een rechterlijke uitspraak ligt. Is dat niet een zeer bijzondere opvatting voor een lid van het parlement? Zijn het niet juist de leden van het parlement die voorop moeten gaan in het voeren van het debat? Kiezen wij de leden van het parlement niet juist om het maatschappelijk debat te voeren, om daarin voor te gaan en vervolgens op basis van dat debat te besluiten of en zo ja hoe er gehandeld moet gaan worden?

Hoeveel vertrouwen heeft het Forum voor Democratie in de democratie als zij pas een debat wil voeren na een rechterlijke uitspraak? Welk nut heeft een debat nog wanneer eerst de rechter om een uitspraak wordt gevraagd?

Wat fundamenteler. Als we de redenering van Hiddema doordenken, pleit hij dan niet gewoon voor een samenleving waarin rechters bepalen wat er moet gebeuren? En zijn redenering helemaal doorvoerend, pleit hij hier voor afschaffing van het parlement? Immers een debat voeren waarvan de uitkomst al vaststaat, de rechter heeft immers ‘zonder politieke voorkeuren’ besloten wat we moeten vinden, lijkt zinloos. Als hij het dan toch zo ziet, waarom stapt Hiddema niet gewoon uit het parlement en probeert het gehele partijprogramma van het Forum via de rechter gerealiseerd te krijgen?

Een laatste vraag aan Hiddema. Wat als de rechter anders oordeelt dan u hoopt? Als de rechter u ongelijk geeft en er geen sprake is van smaad of laster? Als de rechter Ollongren naspreekt en zegt: “De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes …, het praten over rassen in het politieke debat?”  Wat doet u dan? Beschuldigt u dan, in navolging van Wilders, de rechters van het hebben van ‘politieke voorkeuren? Van het behoren tot het ‘elite-kartel’ dat het volk eronder houdt?

Plek in de geschiedenis

Nepnieuws, er gaat bijna geen dag voorbij of er is weer iemand die het woord gebruikt om een ander te beschuldigen. Het lijkt wel of het een uitvinding is van de afgelopen twee jaar. Dat mensen elkaar proberen te beïnvloeden door zaken net wat anders voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn, dat ze zichzelf in een gunstig daglicht willen plaatsen, is echter niets nieuws. Het is van alle tijden, daarover schreef ik al eerder.

Peppi en Kokki (1974)

Foto: Wikimedia Commons

Jan Roos, de voormalig verslaggever van PowNed, of was hij nu entertainer want tijdens een verkiezingsdebat ontkende hij dat hij journalistiek bedreef. De Peppi, of was het Kokkie, die samen met zijn vriend Thierry (Baudet) het land doortrok om te voorkomen dat de Europese Unie een associatieverdrag met Oekraïne zou sluiten. Beiden gingen na deze campagne de politiek in als lijsttrekker van een partij. Roos met weinig succes en nu schrijft hij zijn gal iedere week van zich af in een column bij De Dagelijkse Standaard. In zijn column schrijft hij deze keer over nepnieuws.

De met publieke geld betaalde media krijgen er flink van langs: “Blijkbaar komen de dictaten uit Brussel eerst terecht op de burelen in Hilversum om het nodige kneedwerk te verrichten voordat het totalitaire denken als oplossing wordt verspreid. En allemaal in de zogenaamde strijd tegen nepnieuws uit Rusland.” Dit terwijl Rusland de ‘verkeerde vijand’ is. Volgens Roos is de strijd tegen nepnieuws: “een rookgordijn om de grip op burgers te vergroten.” Wie wil die grip vergroten? De Europese Unie natuurlijk, de ‘oude vijand’ uit zijn glorietijd als campagneleider Peppie, of was het Kokkie? De Europese Unie wil de rechten van vrije burgers schenden: “Niet nepnieuws uit Rusland is het startsein geweest voor deze schending van vrije rechten, maar het Oekraïnereferendum.” Immers: “juist toen zag de bestuurlijke elite het gevaar van internet in. Want zo is dat hele referendum er natuurlijk gekomen.”

Ik begrijp dat Roos zich zorgen maakt over vrijheden in het algemeen en op het internet in het bijzonder. Over ‘sleepwetten’ en andere aantastingen van mijn privacy en vrijheid, maak ik me ook zorgen. Het gemak waarmee privacy en vrijheid worden geofferd onder de vlag van ‘veiligheid’ en de ‘strijd tegen het terrorisme’ baart mij zorgen.

Die strijd is echt niet begonnen met Peppie (of toch Kokkie) die de strijd aanbond. Die strijd is al zo ‘oud als de weg naar de Peel’, zou mijn moeder zeggen. Het internet is echt niet het eerste middel dat aan de stoelpoten van machthebbers zaagt. Verhalen, liederen, toneelstukken, boeken, kranten, radio, televisie en nu vergeet ik vast nog wel iets, gingen het internet al voor.

Maar ja, wie kan het Roos kwalijk nemen dat hij probeert zijn eigen (plek in de) geschiedenis zo belangrijk mogelijk te maken?

Klein pikje

“Deze man zou moeten worden ontslagen.”

Een tweet van de fractievoorzitter en partijleider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet. De man die ontslagen moet worden is Gerrit Hiemstra, de weerman. “Eén tweet met 4 keer onzin. Wie kan hier overheen?”  Zo reageerde Hiemstra op de volgende tweet van Baudet: “Welnee, die film van Gore slaat echt werkelijk helemaal nergens op. Er is geen toename in extreme weersomstandigheden. Het klimaat warmt veel minder op dan altijd voorspeld. Meer CO2 heeft geweldig positief effect op plantengroei. Smog in India heeft niets met CO2 te maken. Etc.” Dit alles las ik bij Joop.

BaudetFoto: Wikimedia Commons

Ik ben benieuwd naar wat Baudet op de plek van et cetera nog had willen zeggen, maar daar gaat het mij niet om. Ik wil het ook niet hebben over wie er gelijk heeft in de klimaatdiscussie. Daar denk ik het mijne van en het mijne ligt iets meer in de lijn van Hiemstra, maar daar wil ik het nu ook niet over hebben. Het gaat mij om Baudets tweet dat Hiemstra ontslagen zou moeten worden. Dit is al de tweede keer in korte tijd dat Baudet oproept om iemand te ontslaan. Een maand of twee geleden moest een leraar Nederlands het ontgelden. Baudet is niet de enige politicus die roept om het ontslag van mensen. Zij conculega Wilders riep ook al vaker op tot het ontslag van deze of gene ambtenaar, politieman of rechter als die iets deden of beweerden waar hij het niet mee eens was.

In tegenstelling tot Wilders ‘presenteert Baudet zich als ‘intellectueel’ of eigenlijk als ‘dé intellectueel’. Boeken schrijven, pianospelen, Latijns spreken in de Kamer. Kranten zegt hij niet te lezen en een TV heeft hij niet, zo beweerde hij onlangs. Geef hem maar Shakespeare en Puccini. Gesprekken met de omstreden Amerikaan Jared Taylor voert hij: “om zich te verdiepen in het gedachtegoed van de extreem-rechtse Amerikaanse ‘Alt-right’ beweging.” Maar hij en zijn partij willen met “dergelijke denkbeelden niets te maken hebben.” 

Hoe komt het dan over als je, als groot intellectueel, om het ontslag roept van een weerman of een leraar die het wagen om iets te zeggen wat je niet bevalt? Een groot intelectueel met een ‘klein pikje’ waar hij ook nog eens zeer snel op is getrapt?

Baudet, Beethoven en barbaren

“Ik lees al jaren geen kranten meer. De televisie heb ik twaalf jaar geleden de deur uitgedaan. Netflix: ik kijk dat allemaal nooit. Ik leef als een 19de-eeuwer. Als ik wat zie ben ik ’s nachts onrustig, bangig. Reclames ook: ik vind het allemaal zo indringend.” Een uitspraak van Thierry Baudet in een interview met de Volkskrant. Of we waarde aan deze uitspraak moeten hechten? Iets verder in het interview legt hij uit waarom hij Facebook en Twitter gebruikt: “Het is nodig omdat de gewone media zo slecht zijn, omdat er zo’n gekleurde berichtgeving is, omdat je niet meer door die politieke correctheid heen kan breken.” Je zou de vraag kunnen stellen hoe Baudet weet dat die media zo slechts zijn als hij ze al tien jaar niet meer raadpleegt en er alles aan doet om erin te verschijnen? Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om zijn kijk op de samenleving.

Baricco

“Wat wij onze kinderen toch aandoen, door ze die afgrijselijke populaire popcultuur maar op te leggen. In plaats dat wij Shakespeare en Puccini onderwijzen, wordt het gestimuleerd dat ze staan te schuren op schoolfeesten met Lil’ Kleine of hoe dat ook heet.” Vroeger was het allemaal beter, zo lijkt Baudet te zeggen. “Elegantie, puurheid en maat, die de basisprincipes van onze kunst vormden, maken geleidelijk plaats voor een nieuwe, frivole en pompeuze stijl die wordt gehanteerd door de oppervlakkige talenten van onze tijd. Hersenen die door opvoeding en gewoonte, nergens anders aan kunnen denken dan aan kleren, mode, roddels, romans lezen en morele losbandigheid zijn nauwelijks in staat te genieten van ingewikkeldere, minder koortsachtige geneugten van de wetenschap en de kunst.” Aldus een negentiende eeuwse kunstcriticus die Alessandro Baricco in zijn zeer lezenswaardig boek De barbaren citeert. Baudet zou het hem zo na kunnen zeggen. De Criticus gaat verder: “Beethoven schrijft voor dié hersenen, en daarin schijnt hij tamelijk succesvol te zijn, als ik de lofuitingen moet geloven die ik overal hoor opkomen voor dit laatste werk van hem.” Beethoven als de Lil’ Kleine van begin negentiende eeuw. Voor de negentiende eeuwse criticus was het vroeger ook allemaal beter.

Als we de lijn van Baudet en de criticus volgen, dan moet er ooit heel vroeger een tijd zijn geweest, dat alles perfect was. Zij sluiten aan bij een lange traditie die de geschiedenis als achteruitgang ziet. Een traditie die teruggaat tot de Griekse schrijver Hesiodos die dit verval, voor zover bekend, als eerste onder woorden bracht met zijn gouden, zilveren, bronzen en ijzeren geslachten.

Baudet zou het boek van Baricco eens moeten lezen. Hij ziet net als Baricco ‘barbaren’ die de hem geliefde en bekende wereld bedreigen. Baricco ziet ‘barbaren’ in de boekenwereld, in de wijnindustrie en het voetbal waarover ik al eerder schreef. In het laatste hoofdstuk blikt Baricco vanuit 2026 terug op de tijd dat hij het boek schreef en spreekt waarderend over die ‘barbaren: “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.” Geen achteruitgang, ook geen vooruitgang trouwens, maar aanpassen aan nieuwe opstandigheden.