Uitgelicht

Witwasprogramma

“‘Ik zie geen kleur.’ Zeven jaar geleden zei ik zelf nog vol overtuiging als het over racisme ging. Nu, zeven jaar later, schaam ik me als ik het teruglees. En schaam ik me plaatsvervangend als ik het iemand hoor zeggen.” Zo begint een artikel van Rob Wijnberg bij De Correspondent. In het artikel legt Wijnberg uit wat hij heeft geleerd van het: “luisteren naar wat mensen die er daadwerkelijk ervaring mee hebben erover zeggen.” Nu gaat het mij niet om Wijnbergs verandering van gedachten, maar om een reactie van OluTimehin Adegbeye. Zij schrijft voor de Amerikaanse versie The Correspondent. Ik moest een paar keer slikken toen ik las wat ze schreef.

WORD LEADERS ARE BRAINWASHING ALL MANKIND" | Um... WORLD LE ...
Bron: Flickr

Adegbeye in haar reactie: “And because of the way racism functions, white people are socialised to dismiss, disbelieve or discredit the ideas and words of black people or people of colour.” Daar wordt nogal wat beweerd: ‘door de manier waarop racisme werkt, zijn blanken gesocialiseerd om ideeën en woorden van mensen met een andere huidskleur ter zijde te schuiven, niet te geloven en in diskrediet te brengen.’ Blanken worden dus gehersenspoeld door racisme? En het wordt niet geformuleerd als een vraag, nee het wordt geponeerd als een feit.

Zoals menigeen terecht beweert, moet je over racisme niet debatteren, je moet het bestrijden. Wat we echter wel moeten bestrijden zijn de bijzondere theorieën die de, om ze zo maar te noemen, activisten hanteren. Wat hebben we al voorbij zien komen? In mijn vorige Prikker besteedde ik aandacht aan de bijzondere redenering dat racisme door zwarte mensen tegen blanken niet bestreden hoeft te worden. Al meer dan eens heb ik het bijzondere ‘culturele archief’ van Gloria Wekker besproken. Recentelijk nog in een Prikker met die naam. Of het gemak waarmee achterstanden van mensen worden verklaard door ‘racisme’ te roepen. Ook de sociale theorie van de ‘intersectionaliteit’ heb ik al meer dan eens van kritische kanttekeningen voorzien. Helaas wordt kritiek op hun theorie door de aanhangers ervan meestal geïnterpreteerd als een bevestiging van hun gelijk. Een bevestiging die een inhoudelijke reactie op de kritiek niet meer nodig maakt. En ook het gebruik om ‘op de man’ te spelen door niet op de kritiek in te gaan maar de degene die de kritiek levert te diskwalificeren.

Agdebeye gaat nog een stapje verder. Ze beweert dat blanken worden gehersenspoeld om mensen met een andere huidskleur in diskrediet te brengen en aan de kant te schuiven. Wie heeft dan dat, om het zo te zeggen, ‘witwasprogramma’ bedacht waarmee de blanken worden gehersenspoeld? En, wanneer is dat bedacht en ingevoerd? Nee, ik vrees dat deze theorie gewoon in het rijtje met de ‘5G en corona’, ‘pizzagate’ en de ‘flat earthers’ past. En wat bijzonder is, niemand van haar mede-correspondenten bevraagt haar hierover en stelt wat zij zegt ter discussie.

En wat het echt bijzonder maakt. Agdebeye maakt deze opmerking in een gesprek over racisme. Grenst haar opmerking niet aan racisme? Worden blanken hier niet gestigmatiseerd?

Grensland

Bij de Correspondent doet Rob Wijnberg een interessante exercitie. Hij stelt de vraag wat er overblijft van Nederland als er geen buitenland zou zijn. De top veertig zou een groot deel van de liedjes verliezen. We hadden geen tulpen. Van het Nederlands elftal zouden maar vier spelers overblijven. En zo gaat hij nog even door. Nederland is, zoals hij terecht constateert, een: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen.”

BelgieIllustratie: stamboombernaards.nl

Dit riep bij mij de vraag op of er zonder buitenland wel een landsgrens zou zijn? Een grens is immers een duidelijke afbakening van ‘binnen’- en ‘buiten’land. Bestaat het binnenland daarmee niet juist bij de gratie van het buitenland? Ontstaan grenzen niet juist door botsingen? Botsingen waarbij vreedzaam of met geweld (oorlog) tot een overeenkomst wordt gekomen. Een overeenkomst met een tijdelijk karakter: immers tot het conflict weer oplaait.

Geboren in het Limburgse Velden en wonend in Venlo ben ik Nederlander. Als het iets anders was gelopen was ik Belg geweest. Als de eisen van de Belgen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren ingewilligd, dan was Limburg naar België gegaan. En als in 1839 de werkelijke situatie was bestendigd, dan had Limburg (op Maastricht na) toen al bij België gehoord.

Met hetzelfde gemak, was ik Duitser geweest. De grens tussen het koninkrijk der Nederlanden en Pruisen (dat toen de baas was in het Duitse Rijnland) is bepaald met de kanonskogel. Met een kanon mocht je de boten op de Maas niet kunnen raken. Waren de kanonnen iets minder ontwikkeld, dan was ik wellicht in Duitsland geboren. Hadden ze iets verder geschoten, dan was Nederland groter geweest. Had Nederland na de Tweede Wereldoorlog zijn zin gekregen, dan was dat zeker het geval geweest. Dan lag Venlo nu redelijk centraal in het land. Nederland wilde immers het gebied tot aan de Rijn als herstelbetaling.

En wie weet wat de toekomst brengt. Het lijkt absurd, maar waarom zou een Lexit (Limburg dat zich van Nederland afscheidt) niet ooit werkelijkheid kunnen worden? En wellicht gevolgd door een Vexit, Venlo dat zich van Limburg afscheidt? Want is ook een land zelf niet, om Wijnberg weer aan te halen, het: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen”?

Zoek eigen wind

In zijn wekelijkse column in De Volkskrant geeft Martin Sommer zijn analyse van de problemen van de traditionele politieke partijen. Deze partijen richten zich, op wat Sommer de ‘normale’ kiezer noemt. Deze kiezer bevindt zich op de mediaan van een normaalverdeling: “De mediaan heeft aan zijn linkerkant precies evenveel mensen als aan zijn rechterkant.   Maar de ‘normale’ kiezer bestaat niet meer volgens Sommer. Die is gespleten: “Jan Normaal is gescheurd langs de lijn tussen hoger en lager opgeleiden. Ze verdienen dus ongeveer hetzelfde, maar hoogopgeleid kiest voor 15 procent PVV, terwijl dat bij lager opgeleid 35 procent is. Bij de laatste groep staat de SP op de tweede plaats, maar die partij komt niet verder dan 12 procent. De Partij van de Arbeid vist overigens bij beide groepen achter het net met 5 procent.”

zijlenFoto: www.clubracer.be

Een interessante analyse. Bij De Correspondent geeft Rob Wijnberg een even interessante analyse van de Amerikaanse situatie. Volgens die analyse heeft met name het gedrag van de republikeinen ervoor gezorgd dat de partij feitelijk niet meer bestaat. Door hun keuze om de democratische president Obama tegen te werken en tegen bijna alle voorstellen van de democraten te stemmen, is de positie van de republikeinen extreem ideologisch geworden. En ideologie met pragmatisme beantwoorden, zoals Obama en de democraten tot nu toe probeerden, werkte niet. Daarom doet nu de ideologische Bernie Sanders het goed, aldus Wijnberg.

Voor de Nederlandse situatie schetst Sommer een beeld van partijen die naar een midden (‘normaal’) zoeken dat niet meer bestaat. Voor de VS schetst Wijnberg een beeld van politici en in hun kielzog partijen, die ideologisch extreme posities innemen. Verschillende analyses voor verschillende landen, maar wel eenzelfde resultaat. Politici als Wilders, maar ook Le Pen en Trump die zich extreem uiten, trekken veel volk. En ‘gematigde’ politici die zich aanpassen om als ‘light’ versie het extreme voorbeeld, de wind uit de zeilen te nemen en kiezers terug te winnen. Zou dat aanpassen niet de oorzaak van de misere van onze traditionele partijen kunnen verklaren? Leg je het als ‘aanpasser’ niet altijd af tegen de geloofwaardigheid van het origineel?

Kan een politicus of een partij niet beter een eigen ideologisch profiel opbouwen? Ervoor zorgen dat de partij of politicus het eigen geloofwaardige ‘orgineel’ is, in plaats van een afgeleide ‘light’ versie? Zou dat de oorzaak kunnen zijn van het succes van Wilders, maar ook van Sanders in de VS? Dus in plaats van wind uit de zeilen, een eigen koers bepalen en zoeken naar je eigen wind.