Uitgelicht

Fascisme en Trump

En ik zeg het ook als aanmoediging. Voor wie zich afvraagt wat je zelf kunt doen tegen fascisme, is het eenvoudigste antwoord: je uitspreken. Laat anderen hardop weten dat jij dit krankzinnige, autoritaire machtsvertoon walgelijk en onacceptabel vindt en schaar je, openlijk of in een inbox, achter mensen die dat ook doen.” Dit schrijft Rob Wijnberg in een artikel bij De Correspondent. Dat fascisme komt van de Amerikaanse president Trump. Een president die Wijnberg in een eerder artikel: “het grootste gevaar voor de wereld sinds Adolf Hitler,” noemde. Trump en fascisme, die combinatie hoor je vaker. Terecht?

Bron: Wikipedia

Even vooropgesteld wat Trump uitspookt en hoe hij handelt, daar kun je niet genoeg tegen opstaan, je tegen uitspreken en tegen protesteren. En dat gebeurt veel te weinig en dan vooral door mensen met macht. Mensen die vorige week in Davos waren verzameld. Het was een gotspe dat de crème de la crème van de zakelijke en politieke wereld daar naar anderhalf uur leugen, laster en achterklap bleef luisteren zonder Trump publiekelijk tegen te spreken en vervolgens de zaal te verlaten. Nee, men bleef zitten en klapte na het anderhalf uur. Dat was het moment om op te staan, je uit te spreken en te protesteren. Wat dat betreft past de benaming “maffiabaas’ voor Trump die Wijnberg in zijn laatste artikel geeft beter. Een maffiabaas spreek je niet tegen, die laat je niet merken dat je het niet met hem eens bent. Doe je dat wel dan loop je immers het risico om ‘een paardenhoofd’ naast je in bed te vinden of erger.

Dat gezegd hebbende. De VS van nu vergelijken met het fascisme slaat de plank op belangrijke aspecten van het fascisme mis. Kern van het fascisme was het staatscorporatisme. Het wilde een synthese zijn tussen het kapitalisme en het socialisme door arbeid per bedrijfstak te organiseren. Het belangenconflict tussen arbeid en kapitaal zou zo opgeheven moeten worden. Privébezit werd in stand gehouden maar wel met een stelsel van sociale zekerheid. Dit met verplicht overleg tussen werkgevers en werknemers. Eigenlijk zoals het Nederlandse model met aan top de SER jarenlang heeft gewerkt. Maar in plaats van een SER aan de top, stond bij het fascisme de staat aan de top. Die bepaalde wat er geproduceerd moest worden. En aan de top van die staat stond de grote leider. Afgezien van de ‘grote leider’ zien we in de VS niets van dit alles. Sociale zekerheid is er een vies woord. Sterker nog op economisch gebied, bestaat er in de VS geen staat en groeit het land steeds meer toe naar het libertarisme.

Voor wie een beeld wil van een libertaire samenleving, lees de mooie verhalen over de ‘zelfbesturende eilanden’ van Peter Thiel en anderen. Of, lees Atlas Shrugged van Ayn Rand. Een boek dat voor vele neoliberalen en libertariërs als inspiratie heeft gediend. Het na de bijbel best verkochte boek in de VS. In dat boek beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast de grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog seks moeten hebben? Daar zit niet zijn of haar meerwaarde. Als zijn of haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou hij of zij wel sekswerker zijn geworden. Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Terug naar het fascisme. Dat verzette zich tegen het christendom. Het christendom ziet het geluk van de mens in het leven na de dood. Het fascisme wil dat geluk in het hier en nu. Het fascisme wilde het christendom vervangen door ‘de nieuwe mens’. Die ‘nieuwe mens was in ieder geval geen liberale individualist, het zou een mens moeten zijn die leefde en werkte in het belang van het grotere geheel en dat grotere geheel was de natie. Trump en de zijnen dwepen juist met religie en dan vooral het christendom. Zie de heiligverklaring van Charlie Kirk, een omhoog gevallen influencer die leefde van controverse. Geen reden om hem dood te schieten maar ook zeker geen reden om hem heilig te verklaren. Ze dwepen ook met het individualisme. De ‘nieuwe mens’ is ver te zoeken net zoals de ‘nieuwe samenleving’ waartoe de ‘nieuwe mens’ zou leiden. Het fascisme was een collectivistische politieke stroming, het Trumpisme is een individualistische.

Het fascisme was een bijzondere politieke stroming. Het wilde op revolutionaire wijze terug naar een verleden dat nooit heeft bestaan maar waarin de natie de natuurlijke orde der zaken was. Dat van die natie zien we ook bij Trump en project 2025 maar Trump heeft niets revolutionairs. Wat Trump en de zijnen met het fascisme gemeen hebben is een verheerlijking van geweld. Het ‘Ministerie van oorlog’, ICE dat boven de wet staat en bruut geweld als modus operandi heeft.

Niet alles met een sterke leider dat geweld verheerlijkt en toepast, is fascistisch. Het is, net als het fascisme, wel verwerpelijk. Het is verwerpelijk omdat het de mens als een middel ziet. Bij het fascisme is de mens een middel dat de staat ten doel staat en bij Trump een middel dat gebruikt mag worden om de ‘feodale heren’ nog meer rijkdom te doen toekomen. Hoe moeten we die $trump en $melania anders zien. Die laatste zou voor iedereen een waarschuwing moeten zijn dat er aan dit alles een luchtje zit.

Witwasprogramma

“‘Ik zie geen kleur.’ Zeven jaar geleden zei ik zelf nog vol overtuiging als het over racisme ging. Nu, zeven jaar later, schaam ik me als ik het teruglees. En schaam ik me plaatsvervangend als ik het iemand hoor zeggen.” Zo begint een artikel van Rob Wijnberg bij De Correspondent. In het artikel legt Wijnberg uit wat hij heeft geleerd van het: “luisteren naar wat mensen die er daadwerkelijk ervaring mee hebben erover zeggen.” Nu gaat het mij niet om Wijnbergs verandering van gedachten, maar om een reactie van OluTimehin Adegbeye. Zij schrijft voor de Amerikaanse versie The Correspondent. Ik moest een paar keer slikken toen ik las wat ze schreef.

WORD LEADERS ARE BRAINWASHING ALL MANKIND" | Um... WORLD LE ...
Bron: Flickr

Adegbeye in haar reactie: “And because of the way racism functions, white people are socialised to dismiss, disbelieve or discredit the ideas and words of black people or people of colour.” Daar wordt nogal wat beweerd: ‘door de manier waarop racisme werkt, zijn blanken gesocialiseerd om ideeën en woorden van mensen met een andere huidskleur ter zijde te schuiven, niet te geloven en in diskrediet te brengen.’ Blanken worden dus gehersenspoeld door racisme? En het wordt niet geformuleerd als een vraag, nee het wordt geponeerd als een feit.

Zoals menigeen terecht beweert, moet je over racisme niet debatteren, je moet het bestrijden. Wat we echter wel moeten bestrijden zijn de bijzondere theorieën die de, om ze zo maar te noemen, activisten hanteren. Wat hebben we al voorbij zien komen? In mijn vorige Prikker besteedde ik aandacht aan de bijzondere redenering dat racisme door zwarte mensen tegen blanken niet bestreden hoeft te worden. Al meer dan eens heb ik het bijzondere ‘culturele archief’ van Gloria Wekker besproken. Recentelijk nog in een Prikker met die naam. Of het gemak waarmee achterstanden van mensen worden verklaard door ‘racisme’ te roepen. Ook de sociale theorie van de ‘intersectionaliteit’ heb ik al meer dan eens van kritische kanttekeningen voorzien. Helaas wordt kritiek op hun theorie door de aanhangers ervan meestal geïnterpreteerd als een bevestiging van hun gelijk. Een bevestiging die een inhoudelijke reactie op de kritiek niet meer nodig maakt. En ook het gebruik om ‘op de man’ te spelen door niet op de kritiek in te gaan maar de degene die de kritiek levert te diskwalificeren.

Agdebeye gaat nog een stapje verder. Ze beweert dat blanken worden gehersenspoeld om mensen met een andere huidskleur in diskrediet te brengen en aan de kant te schuiven. Wie heeft dan dat, om het zo te zeggen, ‘witwasprogramma’ bedacht waarmee de blanken worden gehersenspoeld? En, wanneer is dat bedacht en ingevoerd? Nee, ik vrees dat deze theorie gewoon in het rijtje met de ‘5G en corona’, ‘pizzagate’ en de ‘flat earthers’ past. En wat bijzonder is, niemand van haar mede-correspondenten bevraagt haar hierover en stelt wat zij zegt ter discussie.

En wat het echt bijzonder maakt. Agdebeye maakt deze opmerking in een gesprek over racisme. Grenst haar opmerking niet aan racisme? Worden blanken hier niet gestigmatiseerd?

Grensland

Bij de Correspondent doet Rob Wijnberg een interessante exercitie. Hij stelt de vraag wat er overblijft van Nederland als er geen buitenland zou zijn. De top veertig zou een groot deel van de liedjes verliezen. We hadden geen tulpen. Van het Nederlands elftal zouden maar vier spelers overblijven. En zo gaat hij nog even door. Nederland is, zoals hij terecht constateert, een: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen.”

BelgieIllustratie: stamboombernaards.nl

Dit riep bij mij de vraag op of er zonder buitenland wel een landsgrens zou zijn? Een grens is immers een duidelijke afbakening van ‘binnen’- en ‘buiten’land. Bestaat het binnenland daarmee niet juist bij de gratie van het buitenland? Ontstaan grenzen niet juist door botsingen? Botsingen waarbij vreedzaam of met geweld (oorlog) tot een overeenkomst wordt gekomen. Een overeenkomst met een tijdelijk karakter: immers tot het conflict weer oplaait.

Geboren in het Limburgse Velden en wonend in Venlo ben ik Nederlander. Als het iets anders was gelopen was ik Belg geweest. Als de eisen van de Belgen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren ingewilligd, dan was Limburg naar België gegaan. En als in 1839 de werkelijke situatie was bestendigd, dan had Limburg (op Maastricht na) toen al bij België gehoord.

Met hetzelfde gemak, was ik Duitser geweest. De grens tussen het koninkrijk der Nederlanden en Pruisen (dat toen de baas was in het Duitse Rijnland) is bepaald met de kanonskogel. Met een kanon mocht je de boten op de Maas niet kunnen raken. Waren de kanonnen iets minder ontwikkeld, dan was ik wellicht in Duitsland geboren. Hadden ze iets verder geschoten, dan was Nederland groter geweest. Had Nederland na de Tweede Wereldoorlog zijn zin gekregen, dan was dat zeker het geval geweest. Dan lag Venlo nu redelijk centraal in het land. Nederland wilde immers het gebied tot aan de Rijn als herstelbetaling.

En wie weet wat de toekomst brengt. Het lijkt absurd, maar waarom zou een Lexit (Limburg dat zich van Nederland afscheidt) niet ooit werkelijkheid kunnen worden? En wellicht gevolgd door een Vexit, Venlo dat zich van Limburg afscheidt? Want is ook een land zelf niet, om Wijnberg weer aan te halen, het: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen”?

Zoek eigen wind

In zijn wekelijkse column in De Volkskrant geeft Martin Sommer zijn analyse van de problemen van de traditionele politieke partijen. Deze partijen richten zich, op wat Sommer de ‘normale’ kiezer noemt. Deze kiezer bevindt zich op de mediaan van een normaalverdeling: “De mediaan heeft aan zijn linkerkant precies evenveel mensen als aan zijn rechterkant.   Maar de ‘normale’ kiezer bestaat niet meer volgens Sommer. Die is gespleten: “Jan Normaal is gescheurd langs de lijn tussen hoger en lager opgeleiden. Ze verdienen dus ongeveer hetzelfde, maar hoogopgeleid kiest voor 15 procent PVV, terwijl dat bij lager opgeleid 35 procent is. Bij de laatste groep staat de SP op de tweede plaats, maar die partij komt niet verder dan 12 procent. De Partij van de Arbeid vist overigens bij beide groepen achter het net met 5 procent.”

zijlenFoto: www.clubracer.be

Een interessante analyse. Bij De Correspondent geeft Rob Wijnberg een even interessante analyse van de Amerikaanse situatie. Volgens die analyse heeft met name het gedrag van de republikeinen ervoor gezorgd dat de partij feitelijk niet meer bestaat. Door hun keuze om de democratische president Obama tegen te werken en tegen bijna alle voorstellen van de democraten te stemmen, is de positie van de republikeinen extreem ideologisch geworden. En ideologie met pragmatisme beantwoorden, zoals Obama en de democraten tot nu toe probeerden, werkte niet. Daarom doet nu de ideologische Bernie Sanders het goed, aldus Wijnberg.

Voor de Nederlandse situatie schetst Sommer een beeld van partijen die naar een midden (‘normaal’) zoeken dat niet meer bestaat. Voor de VS schetst Wijnberg een beeld van politici en in hun kielzog partijen, die ideologisch extreme posities innemen. Verschillende analyses voor verschillende landen, maar wel eenzelfde resultaat. Politici als Wilders, maar ook Le Pen en Trump die zich extreem uiten, trekken veel volk. En ‘gematigde’ politici die zich aanpassen om als ‘light’ versie het extreme voorbeeld, de wind uit de zeilen te nemen en kiezers terug te winnen. Zou dat aanpassen niet de oorzaak van de misere van onze traditionele partijen kunnen verklaren? Leg je het als ‘aanpasser’ niet altijd af tegen de geloofwaardigheid van het origineel?

Kan een politicus of een partij niet beter een eigen ideologisch profiel opbouwen? Ervoor zorgen dat de partij of politicus het eigen geloofwaardige ‘orgineel’ is, in plaats van een afgeleide ‘light’ versie? Zou dat de oorzaak kunnen zijn van het succes van Wilders, maar ook van Sanders in de VS? Dus in plaats van wind uit de zeilen, een eigen koers bepalen en zoeken naar je eigen wind.