‘Overwinning van de democratie’

In drie Duitse deelstaten werden afgelopen zondag verkiezingen gehouden voor het parlement. De nieuwe partij AfD komt in alle drie de parlementen. De kiesdrempel van 5% bleek geen belemmering voor deze nieuwe partij. Sterker nog, de partij haalde veel meer dan die 5%. In de deelstaat Saksen-Anhalt zelfs 20%. En zoals altijd na verkiezingen, zijn de druiven voor de verliezers zuur en staan de winnaars te jubelen. AfD is een van de winnaars, niet de enige.

AfD

Foto: ejbron.wordpress.com

In de Volkskrant was te lezen dat de leider van de AfD, Frauke Petry, de uitslag ‘een overwinning van de democratie’ noemde. Een bijzondere uitspraak want wie was dan de tegenstrever van de democratie?  Duitsland was ook voor gisteren toch gewoon een democratie waar geregeld volksvertegenwoordigers worden gekozen? Gisteren was het de beurt aan drie deelstaten om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen.

Een korte, niets zeggende zin. Niets zeggend, maar wel suggestief? Want wilde de spreekster, mevrouw Petry, duidelijk maken dat haar partij de enige is die voor de democratie is? Dan kan ze niet echt spreken van een overwinning van de democratie, omdat haar partij nergens meer dan 20% van de stemmen haalde. Dan heeft de democratie toch verloren? Mocht de AfD over vier jaar minder stemmen halen, verliest de democratie dan?

Wilde Petry aangeven dat door de overwinning van haar partij een nieuw geluid een plek krijgt en dat dit hét geluid van het volk is? Een suggestie waarvan Wilders en de PVV in Nederland zich ook vaak bedienen. Kunnen andere partijen niet met evenveel recht verklaren namens het volk te spreken?

Manoeuvreert Petry met deze korte zin haar politieke tegenstrevers in het ‘ondemocratische’ kamp en eigent ze zichzelf en haar partij de democratie toe? Is de democratie niet van ons allemaal en veel te kostbaar om ze te laten toe-eigenen door welke partij dan ook?

Wat belangrijker is, is democratie niet veel meer dan verkiezingen? Gaat het niet veeleer om wat wij doen op al die  dagen dat er geen verkiezingen zijn? Of om de Amerikaanse filmmaker Michael Moore aan te halen: “Democracy is not a spectator sport, it’s a participatory event. If we don’t participate in it, it ceases to be a democracy.”

Less is More

Soms lees je iets waardoor je van verbazing van de stoel valt. Vandaag was het weer zover na het lezen van een kort artikel in Trouw: ” Een persoon met een dergelijke autoriteit zou geen ideologische uitspraken mogen doen zonder enige wetenschappelijke grond, aldus de partij.”  Frissen is hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen en de partij is Wilders’ PVV. Frissen  heeft in een interview met de Limburgse zender L1 gezegd dat alle partijen Wilders moeten aanvallen, omdat hij bevolkingsgroepen apart zet en: “Het demoniseren van minderheden, het wij/zij denken, is het klassieke fascistische verhaal door de geschiedenis heen.” Vanwege deze uitspraken zou Frissen zijn professoraat als ook zijn decanaat van de Nederlandse  School voor Openbaar Bestuur moeten opgeven aldus de PVV.

zappaIllustratie: www.maxximize.nl

Is het niet bijzonder dat een partij die zegt te strijden voor de vrijheid en dat woord in haar naam voert, anderen in hun vrijheid wil beperken? Zeker als het de vrijheid van meningsuiting betreft, een vrijheid waar de partij pal voor zegt te staan? Een eerste, makkelijke verbazing.

Een slag dieper. Van een goed wetenschapper mag je verwachten dat hij zijn standpunten weet te onderbouwen en Frissen zal daarop geen uitzondering zijn. Maar dat je dat verwacht, wil nog niet zeggen dat het verplicht is voordat een wetenschapper een uitspraak mag doen. Want heeft een wetenschapper niet hetzelfde recht om een ‘wetenschappelijk ongefundeerde’ mening te uiten als ieder ander mens of politicus?

Weer iets dieper. Vormen ideologieën niet de basis van de sociale wetenschappen en is elke uitspraak van een sociale wetenschapper daarmee niet ideologisch getint? Is sociale wetenschap niet per definitie discussie tussen de verschillende ideologische invalshoeken? Is het daarom niet vreemd om van wetenschappers te verwacht geen ideologische uitspraken te doen? Dat zou betekenen dat alle economen zich niet meer in het openbaar over de economie mogen uitlaten. Dat zou betekenen dat sociologen zich niet meer mogen uitlaten over zaken die zij waarnemen en vanuit hun ídeologisch’ frame verklaren. Zou het dan niet oorverdovend stil zijn in de academische wereld?

En nu iets breder. Natuurlijk zou het goed zijn als mensen hun opvattingen en meningen goed onderbouwen en doordenken. Doordenken door er vanuit alle invalshoeken naar te kijken. Dat je het recht hebt om je mening te uiten, wil echter nog niet zeggen dat je die moet uiten. Zeker niet zonder eerst goed na te denken. Het zou goed zijn als ‘gewone mensen’, wetenschappers maar vooral politiek dit zich dit realiseren. Dat zou het publiek gesprek ten goede komen. Want geldt hier niet Less is More?