De drie B’s van Van der Galien

Het is nu alweer bijna dertig jaar geleden dat ik door een vriend en een toen voor mij onbekende persoon werd benaderd met de vraag of ik me wilde inzetten voor het behoud van een markant gebouw in Venlo. Dit sloop mijn gedachten binnen bij het lezen van de eerste zin van een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard: Het is ongelooflijk, helaas, maar we staan tegenwoordig voor een enorme strijd in ons land.” ‘Een bijzonder artikel.

Nedinsco gebouw eind jaren twintig van de 20ste een. Bron: Wikimedia.Commons

Voor degenen die de Rotterdamse Van Nelle fabriek kennen, het Venlose gebouw dat gered moest worden, is in dezelfde stijl, nieuwe bouwen genaamd, gebouwd. Het is tussen 1920 en 1929 gebouwd en daarmee ouder dan de  op de Unesco werelderfgoedlijst staande Van Nelle Fabriek. Een bouwstijl waarbij het gebouw werd gemodelleerd naar de functie die het moest gaan vervullen. Het Venlose gebouw, bekend als het Nedisncogebouw is specifiek ontworpen voor de productie van persicopen voor duikboten en daarmee komen we bij de bijzondere geschiedenis. Die geschiedenis begon met vrede van Versailles en de beperkingen die deze vrede de Duitsers oplegde. Hun leger werd ingekrompen en verschillende soorten fabrieken mocht het land niet meer hebben. Het mocht ook geen optische apparatuur voor wapensystemen meer bouwen. Een van de bedrijven die hierdoor werden beperkt was Carl Zeiss uit Jena, een bedrijf dat tegenwoordig nog steeds een grootmacht is in optische apparatuur. Om de beperkingen die het bedrijf waren opgelegd te omzeilen, werd in Nederland een bedrijf opgezet, de Nederlandsche Instrumenten Compagnie (Nedinsco). Maar ik dwaal af. Het pand staat er nog, is opgeknapt en is herbestemd mede dankzij onze inzet. Ik moest denken aan dat gesprek omdat ik tijdens een kleine reünie met bezoek aan Jena vorig jaar een boek op de kop heb getik. Een boek van de Duitse journalist Christian Jakob met als titel Endzeit. Die neue Angst vor dem Weltuntergang und der Kampf um unsere Zukunft. Aan dat boek moest ik denken toen ik dat van die ‘enorme strijd in ons land’.

Terug naar die ‘enorme strijd’. Van der Galien:“Ja, het is duidelijk dat we in een bijzonder belangrijke situatie verkeren in ons land. We moeten nu opstaan – met elkaar – of het gaat helemaal mis.” Maar je kunt er wat aan doen en dat is De Dagelijkse Standaard steunen want die gaat voorop in de strijd. Daar voeren ze:  “ELKE DAG WEER de goede strijd. De strijd voor Nederland, voor onze cultuur, voor onze waarden… kortom, voor ons volk. Net als jij zijn wij patriotten. Liefhebbers van ons vaderland. En ja, net als wij hebben wij een hekel aan het boeren-hatende, vrijheidshatende, onderdrukkende, digitaliserende kartel.”

In zijn boek onderzoekt Jakob het ondergangsdenken dat tegenwoordig velen in hun greep heeft: “Waar ooit het geloof in vooruitgang overheerste, zien steeds meer jongeren nu een toekomst vol somberheid.[1] Angst voor een kernoorlog, pandemieën, kunstmatige intelligentie, instorting van de economie, stroomuitval, financiële ineenstorting,  een klimaatramp, het einde van de mensheid of een deel ervan en met dat deel ervan kom ik bij Van der Galien en zijn strijd voor ‘onze cultuur, waarden en volk. “Niet iedereen vreest het einde van de beschaving als geheel. Sommigen zijn alleen bezorgd over de ondergang van dat deel van de mensheid waartoe ze zichzelf rekenen: het uitsterven van de blanke man.[2]” Met die woorden begin Jakob zijn vijftiende hoofdstuk. Een hoofdstuk met als titel Laatste generatie voor de dood van het volk: het omslagpunt van de migratie. Jakob over die angst: “De enige mensen die hier wakker van kunnen liggen, zijn degenen die geloven dat blanken recht hebben op een natuurlijke suprematie – die ze mogen verdedigen.”  Maar dat is, zoals Jakob terecht schrijft: “Maar dit is een feilloos extreemrechts argument dat al vele jaren in een of andere vorm naar voren wordt gebracht door eenzijdige kringen.[3]

Een ‘volk’  dat moet strijden tegen een ‘zij’: ’het boerenhatende, vrijheidshatende, onderdrukkende, digitaliserende kartel.’ Nu vraag ik me af wie er tot die ‘wij’ van ‘het volk’ behoren en wie tot de ‘zij’. Ik voel me in ieder geval bij allebei niet thuis. Tot de ‘zij’ behoor ik niet en voel ik me al niet aangetrokken.  Van der Galiens ‘volk’ walmt de overdrachtelijke spruitjeslucht van de drie B: benauwd, bekrompen en burgerlijk van het hele kleine soort.


[1] Christian Jakob, Endzeit. Die neue Angst vor dem Weltuntergang und der Kampf um unsere Zukunft, pagina 8 (eigen vertaling)

[2]Idem, pagina 167 (eigen vertaling)

[3] Idem, pagina 168

Resistance is futile

Patriottisme, vaderlandsliefde, daarvoor pleit het CDA. In Trouw reageert Hans Janssens, hoofdcommunicatie van het CDA, in een warrig betoog op een column van Hans Goslinga in dezelfde krant. Als het erbij blijf de: “rechtsstaat, democratie, vrijheid en menselijke waardigheid te koesteren en uit te dragen,” dan zal Janssens op veel bijval kunnen rekenen.

BorgIllustratie: quotesgram.com

Blijft het daarbij? Goslinga bekritiseerde CDA leider Buma, die pleitte voor gezonde vaderlandsliefde met de dominantie van de joods-christelijke cultuur als fundament van onze samenleving. Volgens Goslinga moet de overheid zich verre houden van het uitdragen van een publieke moraal. Het publiek is immers pluriform. Volgens Janssens bieden: “Waarden en tradities (…) houvast in een wereld die razendsnel verandert en globaliseert.” En kan: “Alleen een samenleving die trots is op de eigen waarden en tradities, (…) van nieuwkomers verwachten dat zij deze ook willen delen.” Als die dominante joods-christelijke cultuur iets is wat bij het patriotisme hoort, gaan Janssens en Buma dan niet veel te ver? Hoe gezond is dergelijke vaderlandsliefde?

Is het niet veeleer ondanks, dan dankzij de christelijke cultuur dat  we trots kunnen zijn op de democratie, de rechtstaat, de vrijheid en de menselijke waardigheid? Zijn onze democratie, de rechtstaat, de vrijheid en menselijke waardigheid niet juist het resultaat van de strijd tegen de religie en tegen god? Een strijd om mensen zelf na te laten denken over hun leven en hun toekomst.

Verwachten zij dan ook dat ik die ‘waarden en tradities’ uitdraag? Dat ik daar trots op moet zijn? Welke christelijke en joodse waarden zijn dat dan? Hebben die twee stromingen niet een jarenlange niet zo fraaie geschiedenis? Zie bijvoorbeeld het denken van Luther over joden dat vorige week weer in het nieuws was. Maar ook welke tradities? Zijn dat die van de katholieke kerk, de joods orthodoxe, de remonstranten, de pinkstergemeente of nog andere?

Verwachten zij van nieuwkomers dan dat zij assimileren? Dat zij hun eigen waarden en tradities verloochenen? Of om de Borg, een van de vijanden van de Federation in de latere Start Trek reeksen, aan te halen: “We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile.” Met als enig verschil dat de Borg: “biological and technological distinctiveness”  toevoegen aan hun eigen, het CDA lijkt die te willen uitbannen. Gelukkig weten captain Picard en zijn vrouwelijke collega Janeway, de Borg te verslaan. Waaruit blijkt dat ‘resistance’ niet ‘futile’ is. Als dit het streven van het CDA is, hoort u dan ook bij de resistance?