Hulde aan Redouan El Yaakoubi

Groepsdruk: “sociale dwang binnen een groep waardoor iemand tot bepaald gedrag kan vervallen.” We hebben er allemaal wel eens mee te maken. We geven er vast ook allemaal wel eens aan toe. Soms met tegenzin andere keren omdat het onderwerp de ellende van het niet toegeven niet waard is. Soms geven we er niet aan toe en verzetten we ons. De voetballer Redouan El Yaakoubi, tot voorkort aanvoerder van eredivisieclub Excelsior gaf recentelijk een mooi voorbeeld hiervan.

De Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) voert sinds enkele jaren onder de vlag van OneLove een: “campagne van het voetbal vóór verbinding en (dus) tegen elke vorm van discriminatie.” Onderdeel van die campagne is een actie waarbij in een bepaalde speelronde de spelers van beide teams voor de start van de wedstrijd achter een spandoek gaan staan en alle aanvoerders wordt gevraagd om met een ‘Onlove-aanvoerdersband’ te spelen. En in het weekend van 18 en 19 maart was het weer zover. In stadion De Koel zag ik er 19 maart alle spelers en ook de eerste tot en met vierde man plaatsnemen achter zo’n spandoek. Een dag eerder, op een ander veld, gebeurde iets bijzonders. Bij de wedstrijd van Excelsior tegen Cambuur weigerden twee spelers achter het dok plaats te nemen. Een ervan was aanvoerder Redouan El Yaakoubi. En niet alleen ging hij niet achter het doek staan, hij speelde ook niet met de speciale OneLove-aanvoerdersband maar met een band met het woord respect op. Dit alles was voor zijn club Excelsior aanleiding om met hem in gesprek te gaan en resultaat van dat gesprek is dat hij niet langer aanvoerder is.

Met een eerste, vluchtige blik denk je: wie is er nu tegen verbinding en discriminatie? Dus waarom doe je niet mee aan die actie? Ja, waarom niet? Hoe goed een actie ook is, het is aan ieder persoon zelf om af te wegen eraan deel te nemen. Bijzonder aan deze actie is dat degenen die de actie bedenken en die vinden dat ze gevoerd moet worden, de actie niet voeren. Het zijn niet de bestuurders van de KNVB die de actie moeten dragen. Nee, zij besteden de ‘hete kolen’ uit aan anderen. Ze besteden het via de clubs, uit aan voetballers van de clubs en de aanvoerders in het bijzonder. De bond zegt daarmee: ‘wij willen via jullie goede sier maken’. Of zoals El Yaakoubi het in een interview zegt: “Nu lijkt het voor mij meer op een marketing stunt.”

Bij dat uitbesteden komt groepsdruk om de hoek. Want hoe vrij ben je als speler in het algemeen en als aanvoerder in het bijzonder om te kiezen of je al of niet deelneemt? Je werkgever, want dat is een club, wil dat jij als werknemer actie gaat voeren voor iets. Hoe vrij is je keuze als degene die je salaris betaalt je ‘vraagt’ om actie te vooern? Maar dat is nog niet alles. Als speler van een profclub sta je voor tv camera’s. Hoe vrij voel jij je als speler om nee te zeggen en niet achter zo’n doek te gaan staan als het gevolg daarvan is dat jij moet uitleggen waarom je niet deelneemt? Bij normale acties zijn het de actievoerders die moeten uitleggen waarom ze actievoeren. Dat is hier niet het geval. Een dergelijke manier van actievoeren legt, in mijn ogen, ontoelaatbare druk op iemand. Dit is niet de manier om actie te voeren hoe goed je doel ook is.

Gelukkig is er dan iemand als Redouan El Yaakoubi die in het al aangehaalde interview helder uitlegt waar de schoen wringt. Hulde.

Kunstgras

Een EK zonder Nederland is even wennen. Zeker als de gemiddelde wedstrijd niet het kijken waard is. Maar ja, dat weet je pas als je zit te kijken. Toch zijn er ook lichtpuntjes. En wat opvalt is dat die lichtpuntjes vooral teams zijn en geen individuen. Neem Italië, het heeft goede spelers, geen bijzondere. Zo werd de spits, Graziano Pelle, een paar jaar geleden door Feyenoord bij de ‘voetbaldump’ gevonden. Er speelt geen van de spelers bij een Spaanse of Engelse topclub. Italië is een tactisch sterk team waarbij iedereen weet wat hij moet doen en dit met meer dan 100% inzet doet. Neem Wales, een goed team met een topspeler die in dienst van het team speelt en daardoor exceleert. En vooral IJsland, geen enkele ster, zelfs niet van het tweede garnituur. Wel een ijzersterk collectief met een berenconditie en eveneens tactisch sterk. Het bewijs dat je met conditioneel sterke, modale voetballers en een goede tactiek, ver kunt komen.

Ijsland

Foto: www.nu.nl

Bij het zoeken naar oorzaken voor dit succes komt de Volkskrant met het volgende: “Het ging IJsland economisch zo goed dat de overheid vanaf 2000 ruimhartig investeerde in de bouw van indoor voetbalhallen. Nog voordat de voorspoed uit elkaar klapte in de zeepbel die Icesave heette, was het hele eiland een verwarmd walhalla van kunstgras.” Begrijpelijk, de IJslanders konden zo het hele jaar door voetballen en trainen, terwijl er vroeger maar een paar maanden gevoetbald kon worden.

Maar toch, kunstgras? Nog niet zolang geleden presenteerde de KNVB het rapport Winnaars van morgen. Een van de onderwerpen in het rapport, het voetbal op kunstgras dat in Nederland flink groeit. In de Volkskrant zei KNVB-manager Jelle Goes hierover het volgende: “Het is totaal ander voetbal. De bal stuitert en rolt anders op kunstgras. De aanname is anders. We moeten hier kritisch naar kijken.” Goes is niet de enige die kritisch kijkt naar kunstgras. Aan de ‘biertoog’ van het nationale voetbal, laten ‘goeroe’ Johan Derksen en Rene van der Gijp zich geregeld denigrerend uit: de achterstand komt door het kunstgras.

Zou het Nederlandse falen dan toch ergens anders aan liggen dan aan kunstgras?

Creativiteit en voorspelbaarheid

Adviezen heb je in soorten en maten. Soms lees je er een en vraag je je af wat ze nu bedoelen. Het rapport Winnaars van morgen, opgesteld onder leiding van de KNVB is er zo een. Tenminste, dat wat erover in de Volkskrant is verschenen.

Met de voor velen in Nederland belangrijkste bijzaak, het voetbal, gaat het immers niet zo goed. Komende zomer ontbreekt Nederland op het Europees kampioenschap waar de helft van alle landen aan deel neemt. Nederlandse clubs schoppen in de Europese competities geen deuk in een pakje boter. Ook is, volgens de deskundigen, het voetbal in de Eredivisie niet om aan te zien.

VoetbalFoto: www.bet.nl

Vele nationale en internationale toptrainers zijn gevraagd om hun mening en inbreng. Hun analyse en advies: “laat jullie voetbalcultuur niet los, de cultuur van aanvallend, dominant, creatief en positief arrogant voetbal, maar het moet beter. Jullie zijn te voorspelbaar, in je aanvallende en creatieve voetbal.” En toen kwamen de vraagtekens. ‘Te voorspelbaar in je creativiteit’? Creativiteit: het vermogen om iets te scheppen. Iets dat er niet was, iets nieuws. Hoe kun je te voorspellen zijn in creativiteit? Creativiteit is toch onvoorspelbaar?

“En we moeten stoppen met al die balletjes achteruit en breed. De bal moet goed en functioneel vooruit. Middenvelders in het jeugdvoetbal kijken vaak niet eens meer naar voren, en aanvallers rekenen niet eens meer op de bal.” Een uitspraak van de technisch manager van de KNVB, Jelle Goes. Hier is ‘voorspelbaarheid’ te lezen en een gebrek aan ‘creativiteit’. Zou dat de werkelijke analyse zijn? Dit lijkt een goede beschrijving van het Nederlandse voetbal.

Even naar het andere uiterste, naar Barcelona. De club van Messi. De club die wordt geroemd om haar creatieve voetbal. Alleen ontbrak die creativiteit een paar wedstrijden en zag het er in de kwartfinale van de Champions League tegen Atletico Madrid behoorlijk voorspelbaar uit. Het leek wel het Nederlands elftal, Ajax (met als extreem voorbeeld de wedstrijd tegen De Graafschap waar de club het kampioenschap miste) of een andere Nederlandse club. Rondspelen om de bal in bezit te hebben. Oorzaak, de creatieve spelers Messi en Neymar waren niet in vorm. Is creativiteit niet afhankelijk van creatieve individuen als Messi, Neymar en vroeger Maradonna, Cruijff en Pelé? Spelers die iets doen wat niemand verwacht?

Naast een geniaal voetballer en trainer is Cruijff ook bekend om zijn vele uitspraken. Uitspraken zoals: ‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken.’ Een waarheid als een koe. Alleen heb je daar weinig aan als je speelt tegen super fitte spelers als die van Atletico Madrid. Door hun fitheid zijn ze eerder bij je en heb je nog steeds te weinig tijd om goed rond te kijken. Dat bewees de halve finale wedstrijd van die club tegen Bayern München. De Bayern spelers werden zo opgejaagd dat hen de tijd ontbrak om te kijken. En ook bij Bayern waren de ‘Messi’s’ er niet (Robben) of onder de maat (Ribéry). Is creativiteit dan toch afhankelijk van individuen?

De verbetertips: “… de kwaliteit van trainers, cursussen, het opleiden van echte verdedigers, hogere weerstand door sterkere competities te formeren, waarin de besten elkaar vaker treffen.” Dit lezend, denk ik aan Manchester City,  Chelsea. Teams die bestaan uit grote, sterke en fitte spelers. Spelers met een conditie om twee wedstrijden achter elkaar te spelen. Ze hebben alles behalve creativiteit. Dit lezend denk ik aan structuur, organisatie en discipline, aan alles behalve creativiteit. Creativiteit voelt zich niet thuis in structuren, zou dat niet ook voor voetballers gelden? Zou je creatieve voetballers niet vrij moeten laten en ze niet vangen in structuren? Neem Cruijff, die liep waar hij wilde, waar hij dacht dat het nodig was en deed vanaf die plek iets wat niemand verwachte. Sterker nog, hij werd niet eens op die plek verwacht. En Maradonna, die was ook niet aan een positie te binden en gebonden. Doet Messi nu niet precies hetzelfde? Zwerft hij niet ook over het veld?

Dit schrijvend, moet ik denken aan het boek De Barbaren van Alessandro Baricco. In dit boek beschrijft Baricco het steeds oppervlakkiger worden van de samenleving. Het draait steeds meer om de kick van het moment en niet om diepgang. Om snelheid in plaats van creativiteit en schoonheid. Ook het voetbal komt in dit boek aan de orde in de persoon van Roberto Baggio. Voor degenen van jullie die het niet weten of niet meer weten, Roberto Baggio was een geniale ouderwetse nummer tien. Een spelmaker om je vingers bij af te likken, omdat hij oplossingen verzon die niemand zag en die niemand kon uitvoeren. Alleen jammer dat hij een van de spelers was die in de beslissende strafschoppenreeks in de finale van het WK van 1994 namens Italië een strafschop miste.

Baggio was een geniale specialist en die werden en worden steeds minder gewaardeerd. Generalisten zijn gevraagd. De back moet kunnen aanvallen en een voorzet geven, de centrale verdediger moet inschuiven, de aanvaller mee verdedigen. Ze moeten dus vooral fit zijn, veel lopen, de middenvelders nog het meest. Allemaal hebben ze een goede basistechniek, ze kunnen de bal redelijk snel onder controle krijgen en als ze de bal niet hebben, snel bij de man met bal zijn. Ze kunnen veel maar zijn niet creatief. Die opkomende back is blij dat hij de achterlijn haalt en slingert de bal dan blind voor. Hij heeft niet de rust en het overzicht van een ouderwetse buitenspits als John van ’t Schip. De rust en het overzicht om tijdens het hollen en draven rond te kijken waar de bal het beste naar toe kan. Maar ja, de John van ’t Schips verdedigden veel minder mee, ze spaarden hun energie. Alleen dat kan tegenwoordig niet meer, je moet immers mee verdedigen. Die middenvelder holt, weet misschien wel waar de bal naar toe moet, maar heeft niet de techniek en de rust om die man voor hem, op het verkeerde been te zetten en zo de ruimte te creëren om de bal daar te krijgen. Baggio kon dat wel. Maar ja, Baggio was grote delen van de wedstrijd afwezig. Dan leek het of hij droomde. Dat kan tegenwoordig niet meer, hij zou moeten meeverdedigen, gaten trekken, ruimtes afdekken. Daarom zat hij, tot groot verdriet van Baricco en anderen, in de latere jaren van zijn carrière, veel op de bank.

Tegenwoordig moet alles snel en daarover zegt Baricco het volgende: “Om ervoor te zorgen dat er alles kan gebeuren op elk deel van het veld, moet je snel rennen, snel spelen, snel denken. Middelmatigheid is snel. Genialiteit is traag. In middelmatigheid vindt het systeem een snelle omgang van ideeën en handelingen; in de genialiteit, in de diepzinnigheid van de edelste individu, wordt dat ritme doorbroken.” Waar zullen de verbetertips toe leiden? Tot creativiteit of voorspelbaarheid? Kun je genialiteit en creativiteit opleiden?

Zou een Cruijff doorbreken in voetbal waar de nadruk ligt op structuur, organisatie, discipline en vooral grote en sterke spelers? Welke trainer zou nu het gedrag van de jonge Cruijff accepteren, zou accepteren dat een broekie van zeventien zegt hoe het moet? De laatste eigenwijze topspeler (Clarence Seedorf) die ons land heeft voortgebracht, werd al op jonge leeftijd verdreven naar het buitenland en heeft nooit een belangrijke rol in het Nederlands elftal vervuld. Lezen we niet genoeg berichten van ‘lastige jeugdspelers’ die bij de topclubs de deur worden gewezen? Spelers als Oussama Tannane. Een creatieve dwarsligger, niet van het niveau Cruijff of Messi, maar wel eentje die iets bijzonders doet. Is de opgave niet om creatieve eigenwijze spelers de ruimte te geven? Ruimte die zij nodig hebben, maar er niet moet zijn voor alleen eigenwijze types?

Heeft Messi niet het geluk gehad dat Cruijff de lijnen had uitgezet bij Barcelona? Lijnen die ruimte boden voor Messi. De vraag is alleen of de ervaren, eigenwijze, oude Cruijff zijn jonge zelf de ruimte zou hebben geboden om tegen hem in te gaan?

Leadership from behind

In Dagblad de Limburger roept Sjoerd Mossou de voetbalsupporter op om in actie te komen. Volgens hem laten tienduizenden zich in de stadions gijzelen door een klein groepje idioten. Hij adviseert deze tienduizenden: “Loop massaal het stadion uit. Zing een ander – veel beter – lied. Ga in discussie met je buurman. Breng de humor terug in plaats van dat verstikkende oliedomme gebrek aan relativering. Verzin een ludieke actie.” Nu denk ik dat juist dat kleine deel dat ‘poppen ophangt’ etcetera, denkt dat dit ludiek is, een vorm van humor. Volgens Mossou is het verleidelijk en ook deels terecht om naar de KNVB, de club of de overheid te wijzen.

leiderschapIllustratie: www.michellesmirror.com

In de Volkskrant heeft Max Pam een ander, wellicht aanvullend idee: “Zo kan iedereen die getuige is van een voetbalwedstrijd waarbij zich ongeregeldheden voordoen en die daar op de een of andere manier niet tegen is opgestaan, worden beschouwd als een lid van een criminele organisatie.” En om dit kracht bij te zetten, stelt hij voor om de stadionbezoekers borg te laten betalen. Die krijgen ze terug als alles goed gaat, anders niet.

Opvallend is dat beide heren de eigen verantwoordelijkheid van de stadionbezoeker aanspreken. Dat is deels ook terecht. En als niets anders werkt, dan is dat een laatste redmiddel. Laatste, omdat er ook andere zijn. Laten we eens naar de beroepsgroep van Mossou en Pam kijken. Zou het niet meer verslaan van wedstrijden door alle media, een één na laatste redmiddel kunnen zijn? Dit betekent geen TV-gelden voor de clubs en sterk verminderde aantrekkelijkheid voor sponsors.

En met die sponsors komen we bij het op twee na laatste redmiddel. Wat als sponsors zich om die reden terugtrekken? En dan de scheidsrechters? Die kunnen een wedstrijd staken of niet laten beginnen. En daar weer voor de spelers en trainers. Wat zou er gebeuren als die niet verder spelen? En daarvoor de clubs. Zouden die gasten die zich misdragen niet de deur uit kunnen zetten? Het is immers hun huis. Indien nodig kunnen ze hiervoor politieondersteuning vragen. En daar weer voor de voetbalbond. Zou die geen gedragsregels kunnen uitvaardigen hoe te handelen in een dergelijke situatie?

Toont echt leiderschap zich niet juist in moeilijke tijden? Zien we niet een schrijnend gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef? Maar ja, waarom zou het voetbal een uitzondering zijn op het algehele gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij bestuurders, in de politiek en de samenleving? Zien we daar niet ook vormen van hooliganisme en wegduiken? Van het ontwijken en ontduiken van verantwoordelijkheid? Is dit het nieuwe ‘leadership from behind’?