De don en The Don

Miljardair en Amazon-oprichter Jeff Bezos wil de opiniepagina’s van zijn krant naar zijn hand zetten. Tot afgrijzen van veel van zijn werknemers besloot Bezos dinsdag dat er voortaan alleen nog opiniestukken mogen verschijnen die het belang van ‘persoonlijke vrijheden en de vrije markt’ verdedigen.” Zo is te lezen in de Volkskrant. In de Verenigde Staten maken ze zich erg druk over vrijheid. Terecht dat vrijheid centraal wordt gesteld. Toch gebeurt er iets bijzonders.

Bron: flickr.com

Een tekenend voorbeeld hiervan gaven de Amerikaanse president Trump en zijn vicepresident Vance bij hun ontvangst van de Oekraïense president Zelensky op vrijdag 28 februari 2025. Zelensky kreeg door de beide heren de mantel uitgeveegd. De Oekraïners vechten voor hun vrijheid en Trump en Vance verwijten Zelensky dat hij de wereldvrede op het spel zet en een derde wereldoorlog riskeert. Heel bijzonder om de aangevallen partij te verwijten met vuur te spelen. Dat lijkt verdacht veel op het beschuldigen van de verkrachte vrouw dat ze een te kort rokje droeg.

De Oekraïners, onder leiding van Zelensky vechten voor vrijheid in de ouderwetse interpretatie. Trump, Vance, Musk en nu ook Bezos maken zich druk om een verkeerd geïnterpreteerde moderne interpretatie van vrijheid. In haar boek Vrijheid. Een woelige geschiedenis beschrijft Annelien de Dijn aan de hand van de negentiende-eeuwse schrijver Francs Lieber in het kort de beide interpretaties. De Dijn: “Wat is vrijheid dan? In plaats van deze vraag rechtstreeks te beantwoorden begon Lieber, zoals het een professioneel academicus betaamt, met een lange uitweiding over de geschiedenis van vrijheid. In het bijzonder wilde hij duidelijk maken dat de definitie van vrijheid sinds de oudheid wezenlijk veranderd was. ‘Wat de antieken onder vrijheid verstonden’, schreef hij. ‘verschilde wezenlijk van wat wij, modernen, burgerlijke vrijheid noemen.’ Voor de antieken was vrijheid gebaseerd ‘op de mate van deelname aan het bestuur.’ Daardoor beschouwden ze vrijheid als iets wat alleen te verwezenlijken was in en via de staat. De modernen begrepen vrijheid echter totaal anders, op een manier die vrijwel tegenover de antieke denkwijze stond. Moderne mensen stelden vrijheid gelijk aan ‘de bescherming van het individu en het ongestoord handelen van de samenleving in haar kleinere en grotere kringen.’ In tegenstelling tot de antieken geloofden de modernen dan ook dat vrijheid niet te verwezenlijken viel via de staat maar door de staat uit het leven van individuen te weren.1

De ‘oude interpretatie’ van vrijheid is een randvoorwaarde. Alleen als mensen zelf invloed hebben op hoe ze worden bestuurd, ontstaat er ruimte om je als individu te ontplooien, kun je als individu tot op zekere hoogte ‘ongestoord handelen in kleinere of grotere kringen’. Dat zelf beïnvloeden hoe je wordt bestuurd, kan alleen via de staat. De Oekraïners vechten voor de vrijheid om zelf deel te nemen aan hun eigen bestuur. Zij vechten voor hun eigen staat en voor het recht om die op hun eigen manier vorm te geven. Zij vechten tegen Poetin die zijn manier van besturen aan hen wil opdringen en sinds Zelenski’s bezoek aan Trump, vechten zij ook tegen Trump. Want ook die wil hen een manier van besturen opdringen.

Trump en de zijnen hangen een doorgeschoten versie van de moderne interpretatie aan. Het ‘vrije individu’ dat op een ‘vrije markt’ handelt zonder tussenkomst van wie of wat dan ook. Voor velen roept dat een positief beeld op: ‘ik kan doen wat ik wil, niemand die me daarbij hindert.’ De andere zijde van deze medaille is echter dat dit niet alleen voor ‘ik’ geldt, maar ook voor iedere andere mens. Aangezien niet iedere mens even sterk is en over dezelfde mogelijkheden beschikt, leidt dit tot het recht van de sterkste. Dat Vance, Musk en Trump zo tekeer gaan tegen de Europese Unie (EU) is omdat de EU niet wil meewerken aan het ‘recht van de sterkste’. De EU wil regels waaraan iedereen zich houdt en vooral regels die de zwakkeren, en dat is het gros van de mensen, ook de mensen die nu met Trump weglopen, beschermen tegen de sterkere. Die sterkeren dat zijn precies de bedrijven van Musk, Bezos, Zuckerberg, Thiel en anderen.

Het beroep van Trump, Vance en hun volgelingen op vrijheid en vooral de vrijheid van meningsuiting is misplaatst. De ‘sociale’ mediaplatforms zijn veel, maar niet het summum van de vrijheid van meningsuiting. Sociale tussen aanhalingstekens omdat deze platforms alles zijn maar niet sociaal. Ze tasten juist onze vrijheid aan door onbeperkt gegevens van ons te verzamelen, die te verkopen aan de hoogste bieder en in het geval van Musks X je ook nog te bestoken met halve en hele onwaarheden. De platforms zijn zo geprogrammeerd dat ze je vrijheid beknotten met als doel om je langer door de door hun bepaalde en aangeboden berichten te laten scrollen. Ze zijn verslavend en als een verslaafde iets niet is, dan is het vrij.

Het recht van de sterkste is precies ook waarvan we getuige waren tijdens het bezoek van Zelenski aan Trump. Trump en Vance hadden zich voorgenomen om Zelensky duidelijk te maken dat hij niets te vertellen heeft, dat hij geen macht heeft en dat hij god op z’n blote knieën mocht bedanken dat hij op bezoek mocht komen. ‘Bedanken’ want Zelensky en in zijn kielzog alle Oekraïners moesten zich realiseren dat ze niets voorstellen in de wereld van sterke mannen. Schrijnend voorbeeld hiervan de volgende uitspraak van Trump: “Let me tell you, Putin went through a hell of a lot with me. He went through a phony witch hunt where they used him.“ De ‘they’ die, volgens Trump, Poetin gebruikten waren de democraten onder Hillary Clinton en Biden. Nogal cru om de wel oog te hebben voor de hel waar Poetin al of niet door is gegaan en de werkelijke hel van de oorlog met de vele slachtoffers niet te noemen.

In Trumps wereld van ‘sterke mannen’ staat hij bovenaan op de ‘apenrots’ en dansen alle anderen, ook Poetin, naar zijn pijpen. Dat zou voor iedereen voldoende garantie moeten zijn. Trumps wereldbeeld lijkt verdacht veel op de maffia. Een apenrots met bovenaan ‘don Corleone. In de onderwereld is het gevaarlijk om te vertrouwen op het ‘woord’ van de ‘don’. Er wordt immers continu aan zijn stoelpoten gezaagd en uiteindelijk is de ‘don’ ook maar gewoon een mens die een keer overlijdt. Het overlijden van het hoofd van een maffiafamilie leidt meestal tot oorlog en strijd. En wat voor de ‘don’ geldt, geldt ook voor ‘the Don.’ Na zijn verscheiden als president op welke manier dan ook, komt er een andere en misschien zit die wel niet bovenop de rots.

Dit geschreven hebbend, kwam er één vraag bij mij op: wat als Trump niet bovenaan op de apenrots staat? Wat als, zoals menigeen suggereert, hij bij Poetin ‘onder de plak zit? Dan zou Xijin Ping bovenaan op de rots zitten.

1Annelien de Dijn, Vrijheid. Een woelige geschiedenis, pagina 318-319

Corona en de Wilde Weldoeners

Ook in deze corona-tijd zijn ze er weer. De filantropische miljardairs die geld geven voor de zoektocht naar een geneesmiddel, een vaccin of voor medische hulpmiddelen voor ziekenhuizen. Neem Melissa en Bill Gates die via hun foundation $100 miljoen geven. “The organization will immediately direct $20 million to groups including the US Centers for Disease Control and Prevention and the World Health Organization, which last week declared the coronavirus outbreak a global public health emergency.” En zo ontvangen verschillende landen verspreid over de wereld geld. Menigeen zal denken ‘wat goed van die Gatesjes’. Laten we dat eens wat nader bekijken. Dat nader bekijken doe ik aan de hand van het boek Doing Good Better. A Radical New Way to Make a Difference van William Macaskill. Sommige lezers zal het deels bekend voorkomen en dat kan. Ik schreef al eerder over Macaskills boek. Dit is een lang artikel maar de moeite van het lezen waard. Al zal iedere schrijver dat over zijn werk zeggen.

Macaskill geeft een leidraad voor een altruïstisch leven. Een leven waarbij je zoveel mogelijk probeert andere mensen te helpen. Zoveel mogelijk voor andere mensen te doen. Hij biedt een interessante manier om naar hulp te kijken. Een manier die hij aan de hand van voorbeelden toelicht. Centraal in het boek staan de vragen, hoe kan ik zoveel mogelijk effect bereiken voor het geld wat ik inzet? En hoe kan ik mijn leven en carrière zo inrichten dat die het meeste effect hebben?

In de eerste helft van het boek gaat hij in op de vraag hoe je het meeste effect voor je geld krijgt. Deze vraag valt uiteen in vijf deelvragen. Als eerste hoeveel mensen profiteren ervan en hoe groot is het profijt? Bij het beantwoorden ervan staat het begrip QALY centraal: Quality-Adjusted Life-Year. Mijn goede daad kan ervoor zorgen dat iemand langer leeft, maar het kan ook dat de kwaliteit van zijn leven verbetert. Deze maatstaf combineert beiden. Stel er is een persoon die, als we niets doen, 60 jaar leeft met een tevredenheid van 70%. En nu kan ik iets voor hem betekenen en dat kan op twee manieren. Als mijn actie ervoor zorgt dat iemand 10 jaar langer leeft, ook met 70% tevredenheid, dan voegt mijn daad 7 QALY’s toe (10 jaar x 70%). Als mijn actie ervoor zorgt dat de kwaliteit van leven van 70% naar 90% gaat in de 60 jaar dat hij leeft, dan voegt die daad 12 QALY’s toe (60 jaar x 20%). Ik zou dan voor het laatste moeten kiezen, omdat mijn daad dan het meeste resultaat oplevert.

De tweede deelvraag luidt: is dit het meest effectieve wat ik kan doen? Er zijn vele manieren om te helpen. Macaskill pleit ervoor om die manier te kiezen die het meeste QALY’s per geïnvesteerde euro oplevert. Als ik €10.000 te besteden heb en ik kan daarvoor 2.000 malarianetten distribueren die per 1.000 netten één persoon het leven redden en die persoon leeft gemiddeld 30 jaar langer met 80% tevredenheid, dan voegt die actie 2.000 : 1000 = 2 en vervolgens 2 x 30 x 80% = 48 QALY’s toe. Dat is €10.000 : 48 = €208 per QALY. Als ik voor dat bedrag één AIDS patiënt van medicijnen kan voorzien waardoor de kwaliteit van dat leven gedurende de 40 jaar die hij nog leeft toeneemt met 25%, dan voegt die actie 40 x 25% = 10 QALY’s toe. Dat is €10.000 : 10= €1.000 per QALY. Ik zou dus netten moeten kopen.

Als derde de vraag of het terrein of werkveld wordt verwaarloosd. Even doorbordurend op de netten. Stel dat er zoveel geld is voor netten, dat ieder bed in malariagebied kan worden ‘behangen’ met twee netten? We zagen dat de netten veel meer QALY per euro opleveren, maar als er voldoende geld is voor netten, wat voegt mijn bijdrage dan nog toe?

Als vierde de vraag wat er zou gebeuren als we niets doen op het gekozen terrein? Macaskill geeft hier het voorbeeld van een TV-programma waarbij jonge crimineeltjes een tour door een echte gevangenis krijgen.  Het Amerikaanse programma heet Scared Straight en was in Nederland ook te zien via FOX te zien. Een tour waarbij de grote criminelen hen toeschreeuwen wat ze allemaal met hen gaan doen als ze ook in het gevang komen. Dit met als doel de crimineeltjes op het rechte pad te brengen. Omdat er altijd wel een kind is dat afziet van verdere criminele activiteit en vertelt welke indruk het op hem heeft gemaakt, lijkt dit een zeer goede en succesvolle methode. Onderzoek toont echter aan dat het programma recidive niet voorkomt en alleen mooie tv oplevert. Sterker nog, de recidive kans wordt zelfs wat groter na zo’n gevangenisbezoek. Soms levert niets doen dezelfde resultaten op als wel iets doen en dan is niets doen te prefereren. Het is immers goedkoper.

Dan de vraag hoe je je leven en carrière zo in kunt richten dat je maximaal goed doet? Wat word je? Dokter, wetenschapper, leerkracht in Afrika of toch politicus? Hoe kun je het meeste goed doen? Als arts in Afrika kun je natuurlijk veel levens redden en dat lijkt een goede keus. Maar is dat wel zo? Stel ik ga en daardoor kan een andere arts niet gaan? Voeg ik dan die waarde toe? Ja, als ik veel beter ben dan alle andere, maar wat als dat niet het geval is? Wat als die andere arts veel beter zou zijn? Vraag je af: hoe goed ben ik? Kan ik het verschil maken? Ook bij het kiezen van een filantropische carrière adviseert Macaskill je, dezelfde vragen te beantwoorden als bij het kiezen van een goed doel.

Maar er is meer. Als je net van school komt, zal je impact veel minder groot zijn dan later in je carrière. Macaskill adviseert jongeren om dát werk te kiezen dat hun vaardigheden en/of hun netwerk fors vergroot. Want dat netwerk en die vaardigheden komen later in je carrière goed van pas en vergroten je impact bij het goed doen. Ook als je die ervaring op doet op een terrein dat ver af staat van het goede doel dat je voor ogen hebt.

Het boek lezend, is het advies dat voor de meeste mensen het meest passend is: zoek werk waar je zoveel mogelijk verdient, omdat je dan zoveel mogelijke kunt geven aan dat effectieve en efficiënte doel. Kies alleen voor een ander pad als je exceptionele kwaliteiten bezit en je in de gelegenheid bent die op de juiste plek in te zetten.

Maximaal rendement uit je geld halen en in dit geval zo maximaal mogelijk goed doen voor je geld is een voorbeeld van utilitarisme. Utilitarisme, het maximeren van nut (welzijn) stelt, om Michail J. Sandel (Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze? pagina 42 te citeren: “… dat de morele kwaliteit van een handeling uitsluitend afhangt van de gevolgen van dat handelen. Juist handelen is datgene doen waar, alles bij elkaar genomen, de beste situatie uit voortkomt.” Het utilitarisme gaat ervan uit dat een mens streeft naar zoveel mogelijk genot en zo min mogelijk pijn. Geluk is datgene wat tot genot leidt en pijn vermijdt. En als we dat voor een samenleving willen bepalen dan moeten we de individuele gelukssommen optellen. De intentie waarmee je handelt doet er niet toe, het resultaat wel. Als door mijn handelen, bijvoorbeeld het stelen van een zak appels, het totale geluk toeneemt, dan is dat stelen rechtvaardig. Een verdeling is, volgens het utilitarisme, rechtvaardig als die zorgt voor het grootste totale geluk.

Maar wat is geluk? Hoe meet je geluk, genot of pijn? Dit is het grote probleem van het utilitarisme. Met andere woorden, hoe meet je hoeveel geluk een kopje koffie brengt? En brengt een kopje koffie iedere keer evenveel geluk? Soms weet je van te voren wat de gevolgen ervan zijn, vaak ook niet. Ook het meten van pijn is problematisch. Hoeveel pijn iets veroorzaakt kan per persoon verschillen. Neem migraine. Als samenleving moeten we kiezen tussen een middel waarbij de patiënt minder aanvallen heeft maar wel zwaardere en langere en een ander middel waarbij die patiënt meer maar wel lichtere en kortere aanvallen krijgt. Welk middel wordt gekozen? Zou dat niet per patiënt verschillen?

Macaskill lost dit probleem op door te kiezen voor de QALY. Een oplossing die er op papier goed en gedegen uitziet. Kies zoveel mogelijk QALY’s per euro, zo luidt zijn advies. Maar is die QALY wel zo eenduidig? Voor jou als filantroop wellicht wel, je maximaliseert immers je QALY’s. Maar hoe zit het met de ontvanger van je hulp? Als jij als filantroop kiest voor ‘minder maar zwaardere aanvallen’ omdat de gemiddelde migrainepatiënt dat als het prettigst beoordeelt, wat doe je dan de patiënt aan die dit juist het meest ellendige vindt? Meest ellendig maar wel iets beter dan geen medicijnen. Hij heeft geen keus want die heb jij voor hem gemaakt. Hoe zou jij het vinden als een ander zo’n keuze voor jou maakt? Als je er geen weet van hebt dat er een andere mogelijkheid was, dan zul je blij zijn. Maar als je het wel weet, hoe zou je je dan voelen? QALY’s zijn gemiddelden en gemiddelden ontstaan juist door een samenspel van extremen.

Er is meer. Macaskill (pagina 46): “Suppose, hypothetically, we found that providing one guide dog (at the cost of $50,000) would give a 10% increase in reported well being for one persons life over nine years (the working life of the dog). That would be 0.9 WALY (Wellbeing-Adjusted Life-Year of een QALY maar dan eentje die welzijn meet/FK). And suppose that providing 5,000 books (at the cost of $50,000) provided a 0.001% increase in quality of life of 500 people for forty years. That would be 2 WALY’s. If we knew this, then we’d know that $50,000 on schoolbooks provided a greater benefit than spending $ 50,000 on one guide dog.” Rekenkundig is hier, afgezien van de vraag hoe je de percentages bepaalt, geen speld tussen te krijgen. Nu even naar het individu. De geleidehond zou tot een flinke verbetering van het leven van een persoon leiden. Het zou dat leven redelijk radicaal verbeteren. Zou hetzelfde opgaan voor een van die 500 mensen die tien boeken kreeg? Eenduizendste procent is niet veel. Het zou het leven van die persoon niet drastisch beïnvloeden en geldt hetzelfde niet ook voor de 499 andere personen? En denk nog eens terug aan de 60 jarige met 70% tevredenheid. De ene persoon zou kiezen voor 10  jaren erbij van 70%, een ander voor zestig jaar maar dan van 90%. Wat is hier de goede keuze?

Er is nog meer. En dat betreft het carrière-advies. Macaskill pleit vooral voor ‘earn to give’. Probeer zoveel mogelijk te verdienen, want dan kun je zoveel mogelijk geven op die effectieve en efficiënte manier (pagina 202): “Earning to give enables you to start having a significant positive impact via the most cost-effective organisations right from the beginning of your career.” Hij adviseert om een baan te kiezen waar je zoveel mogelijk verdient, bijvoorbeeld in de financiële sector of in de consultancy. Maar zit hier niet ook een andere kant aan? Welke schade richt je door het werk wat je doet aan? Stel je kunt het meeste geld verdienen bij een Private Equity fonds dat veel geld verdient in de wapenindustrie? Of bij een investeringsmaatschappij die vooral investeert in teerzand olie en andere milieuvervuilende activiteiten? Of je gaat als duur betaalde wetenschapper medicijnen ontwerpen die je werkgever, een grote farmaceut, vervolgens patenteert en duur verkoopt? Of bij een van de tech-bedrijven, bijvoorbeeld Facebook, zo’n bedrijf dat haar ‘klanten’ gebruikt om ze uit te melken? Zou dat geen schade opleveren die je eerst moet compenseren? Begint je liefdadigheidscampagne dan al niet met een schuld?

Macaskills voorstel lijkt gebaseerd op de Giving Pledge van enkele miljardairs onder aanvoering van Bill Gates. Op pagina 206 verwijst hij hier ook naar. Deze miljardairs hebben beloofd om de helft van hun vermogen aan liefdadigheid te besteden en proberen andere rijken ook zover te krijgen.

Maar moeten die niet ook eerst beginnen met compenseren? Want hoe komen die nieuwe miljardairs als Zuckerberg, Bezos, Gates, wijlen Jobs en vele anderen aan hun geld? Dat komt van doodnormale mensen. Mensen, die in het geval van Facebook, hun ziel en zaligheid (informatie) gratis beschikbaar stellen. Een model dat onder andere ook Google hanteert. En waar de eenvoudige gebruiker alles gratis moet doen. Vragen bedrijven als Microsoft van Gates en Apple van Jobs, niet flink geld voor hun producten en buiten ze zo hun bijna monopoliepositie maximaal uit? Goed werkende programma’s worden plotseling niet meer ondersteund, omdat er een ‘verbeterde’ nieuwe versie is. Een versie waarvoor weer flink betaald moet worden. Versies die er vervolgens voor zorgen dat het apparaat niet meer goed draait en dus ook vervangen moet worden. Hoe goed behandelt Bezos zijn medewerkers?

Bron: Flickr

Nog op een andere manier beginnen deze miljardairs, maar ook de gevers van Macaskill, met een achterstand. Want misbruiken zij de belastingen niet voor hun filantropische uitstraling? Misbruiken door hun vermogen aan ‘liefdadigheid’ te schenken door het in een eigen stichting of bedrijf te zetten, en zo te onttrekken aan belastingbetaling. En wie moet daardoor meer belasting betalen? Juist, de rest die mag meebetalen aan de goedgeefsheid van de filantropen.

Bijzonder cru wordt het als Macaskill spreekt over de Sweatshops. De fabrieken waar mensen onder erbarmelijke omstandigheden veel uren werken voor weinig geld. Macaskill (pagina 160): “In developing countries, sweatshop jobs are good jobs. The alternative are typically worse, such as back-breaking, low paid labour, scavenging, or unemployment. The New York Times columnist Nicholas D. Kristof illustrated this well when he presented an interview with Pim Srey Rath, a Cambodian woman who scavenges plastic from dumps in order to sell it as recycling. ‘I’d love a job in a factory,’ she said. ‘At least that work is in the shade. Here is where it’s hot.” Inderdaad zijn er slechtere plekken om te werken, maar dat doet niets af aan de erbarmelijke omstandigheden in die sweatshops. Zeker niet als het in onze macht ligt om die te verbeteren. Want zou goede liefdadigheid niet kunnen beginnen bij wat minder t-shirt voor je geld? Zou dat geen betere vorm van liefdadigheid zijn dan deze mensen eerst ziek te laten worden bij het maken van onze t-shirts en ze vervolgens via liefdadigheid medicijnen te geven tegen die ziekte? Zou het niet beter zijn een eerlijke prijs voor het t-shirt te betalen, waardoor zij voldoende geld hebben om zelf hun leven vorm te geven?

Macaskills benadering past heel goed bij de moderne manier van denken. Hij wil de grote en kleine filantroop handvatten bieden om zoveel mogelijk wel te doen voor hun geld. Hij redeneert hierbij wel heel erg vanuit de gever zelf, terwijl de wereld er voor de ontvanger heel anders uitziet. Dit is hem te vergeven omdat hij wel belangrijke punten maakt. Zo wordt er veel geld verspild aan zaken waarvan het nog maar de vraag is of ze enig effect hebben. Sommigen zouden zelfs wel eens een negatief effect kunnen hebben. Ook de Nederlandse heibel om de salarissen van managers stelt hij terecht in een ander daglicht. Dure managers die succesvolle programma’s organiseren konden hun geld wel eens meer dan waard zijn. Terwijl ‘vrijwillige’ managers van slechte programma’s wel eens heel duur konden zijn.

Waar hij echt uit de bocht vliegt, is bij zijn carrière-adviezen en dan vooral zijn advies om dan maar een baan te zoeken waar je heel veel kunt verdienen. Hij heeft hier in het geheel geen oog voor de schade die je kunt aanrichten in je jacht naar een zo hoog mogelijk inkomen.

Al met al biedt Macaskill een interessante manier om naar liefdadigheid te kijken. De vijf deelvragen die hij stelt als hij zoekt naar het antwoord hoe je het meeste waar voor je geld krijgt, zijn goede en terechte vragen. Alleen zou je bij het beantwoorden ervan verder moeten kijken dan de utilitaristische QALY-neus lang is. Het is één manier om te kijken, niet de enige. De keuze voor goede liefdadigheid ligt waarschijnlijk in de combinatie. Maar zou de beste keuze niet kunnen zijn, om zaken te doen met bedrijven die hun personeel goed behandelen en goed betalen? Betekent dat voor ons als consument niet het betalen van een eerlijke en rechtvaardige prijs voor producten? Is dat niet de manier om mensen in de ontwikkelingslanden zelf te laten kiezen hoe ze zich willen helpen? Dan kunnen ze zelf bepalen of ze een malarianet kopen, ontwormingspillen of schoolboeken. en dan kan hun overheid via de belastingen een goede onderwijs en gezondheidszorg opzetten.

Hoe goed is nu de daad van de Gatesjes en de andere filantropen? Ik begon dit artikel met twee organisaties waaraan de Gatesjes geld geven. Twee overheidsinstanties de US Centers for Disease Control and Prevention  en de  World Health Organization. Twee organisaties waarvoor de Amerikaanse regering de afgelopen jaren minder geld beschikbaar stelde. Twee organisaties die worden betaald met belastinggeld. De WHO met belastinggeld van over de hele wereld. Als die filantropen hun medewerkers en onderaannemers fatsoenlijk hadden betaald, als ze een normale prijs voor hun producten hadden gevraagd, als ze gewoon belasting hadden betaald, dan was hun filantropie onnodig geweest. Dan hoefden ze niet als ‘brandweer’ op te treden bij de ‘brand’ die ze met hun gedrag hebben veroorzaakt zoals Anand Giridharadas het bij Tegenlicht beschreef.

Maar ja, met belasting betalen  kun je geen mooie sier maken. Met filantropie wel. En met belasting betalen bepaal je niet zelf wat er met je geld gebeurt. Dat klopt, met belasting betalen bepalen we samen wat er met het geld gebeurt. En daarmee is niets mis.