Wegstemmen

“Migratiestop is het beste voor zowel Europa als Afrika.” De kop boven een opiniebijdrage van Agnes Dinkelman in de Volkskrant. Dinkelman houdt er wel een heel bijzondere manier van redeneren op na.

Dinkelman: “De vraag is of de politieke partijen die nu bij de formatierondes betrokken zijn voldoende erkennen dat onjuist handelen op dit gebied populisten in het zadel helpt – met de ontmanteling van de rechtsstaat tot gevolg. Dat te voorkomen is de allereerste taak voor het nieuwe kabinet.” En wat moeten die partijen doen om te voorkomen dat die populisten in het zadel worden geholpen? “Onze politieke leiders moeten zich laten corrigeren door het volk. Ze hebben nog één regeerperiode te gaan om de kiezers ervan te overtuigen dat ze niet populistisch hoeven te stemmen om gehoord te worden. Als de politici zich niet laten beïnvloeden, worden ze door het volk weggestemd en zetten ze de rechtsstaat op het spel.”

Om meerdere redenen een bijzondere redenering. Als eerste roept het de vraag op hoe die politieke leiders kunnen weten wat ‘het volk’ wil. Spreekt ‘het volk’ duidelijk en met één mond zodat die politieke leiders weten in welke richting ze zich moeten laten ‘corrigeren’? Of eigent Dinkelman, net iedereen die zich beroept op ‘de wil van het volk’, de kennis toe om te weten wat ‘het volk’ wil? Het sluiten van de grenzen voor migranten in dit geval. ‘Het volk’ heeft zich op vijftien maart uitgesproken en de uitslag maakt één ding duidelijk en dat is dat ‘het volk’ erg verdeeld is over de richting waarin de ‘politieke leiders’ zich moeten laten corrigeren.

Het meest bijzondere is de redenering dat de politieke leiders zich moeten laten corrigeren door ‘het volk’. Corrigeren zodat ze dat doen waarvan de populisten zeggen dat ‘het volk’ het wil. Als de politieke leiders dat niet doen, zo beweert Dinkelman, dan stemt ‘het volk’ de volgende keer op de populisten en dan doen die het wel (in dit geval het sluiten van de grenzen) zo concludeert een goede lezer zonder dat Dinkelman het schrijft. Dus de politieke leiders moeten de ideeën en voorstellen van ‘de populisten’ overnemen. Als die politieke leiders dat doen, waarin verschillen ze dan van ‘de populisten’? Zijn het dan niet ook gewoon populisten? Stemmen de ‘politieke leiders’ zich niet zelf weg als ze het voorstel van Dinkelman volgen?

De wens en de gedachte

Een wel heel bijzondere conclusie op basis van het Oekraïnereferendum werd getrokken door Gerry van der List in Elsevier. In zijn column De heilzame invloed van de volkswil onderschrijft hij dat referenda nadelen hebben, zeker in een vertegenwoordigende democratie als de Nederlandse. Van der List: “Het volk is in meerderheid nogal behoudend. Het heeft in elk geval een relatief scherp oog voor de nationale belangen.” Deze conclusie is om meerdere redenen bijzonder.

Het volkIllustratie:www.lambiek.net

Als eerste heeft bij dit referendum 32% van de stemgerechtigden de stem uitgebracht. Indien dit een representatieve steekproef was, dan zouden er wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden. Het betreft echter geen steekproef. De opzet van het referendum is zodanig, dat het voor een tegen-stemmer duidelijk was wat doen. Een vóór-stemmer kon kiezen uit twee mogelijkheden: vóór stemmen of niet stemmen. Hoeveel van de niet-stemmers niet stemden, omdat ze tegen waren, is niet duidelijk en dat maakt dat er geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden.

Ten tweede concludeert Van der List dat de meerderheid van het volk behoudend is. Waarop is deze conclusie gebaseerd? Dat kan niet op basis van de referendumuitslag. Waarom iemand stemt zoals hij stemt, is niet gevraagd en niet bekend. En iemand kan om progressieve of conservatieve reden zowel vóór als tegen stemmen.

Van der List concludeert dat het volk in meerderheid behoudend is. Misschien is dit zo of wellicht varieert die ‘behoudendheid’ per onderwerp? Misschien wil hij graag dat de meerderheid behoudend is, hard maakt hij het niet en op basis van de referendumuitslag kan dat ook niet.

De bijzonderheid neemt verder toe, als hij stelt dat die ‘behoudende meerderheid’ een ‘scherp oog’ heeft voor nationale belangen. Van der List doet het voorkomen alsof het nationaal belang een objectief vaststelbaar feit is, maar is dat wel het geval? Konden zowel voor- als tegenstanders niet met even veel recht en rede verdedigen dat hun positie ten opzicht van het associatieverdrag in het nationaal belang is?

Of is bij Van der List de wens, de vader van de gedachte? Wil hij zijn behoudende denkbeelden versterken door het volk achter zich te scharen en deze denkbeelden objectiveren door ze tot nationaal belang te bombarderen?