‘Ellende-ladder’

Identiteit, ik schreef er eind vorig jaar een Prikker over met als titel Hans, en de vraag ‘Wie ben ik’?.  In die Prikker sloot ik me aan bij een uitspraak van Kwame Anthony Appiah: “Ik vind dat je identiteit licht moet dragen….” Omdat: “De aanname dat we een eeuwig, onveranderlijk ik zouden hebben, (…) hoogst twijfelachtig” is. De afgelopen tijd waren we getuige van prachtige voorbeelden van die twijfelachtigheid. Voorbeelden geleverd door Henk Krol en de Kamerleden van Denk. Over die voorbeelden wil ik het niet hebben. Wel over redeneringen en hun gevolgen.

Correspondent Identiteit Valentijn de Hingh vraagt zich in een artikel bij De Correspondent af: “Hoe los je racisme, seksisme en homofobie op? Allemaal tegelijk.” Daarvoor onderzoekt hij ‘Identiteitspolitiek. “Identiteitspolitiek wil zorgen voor meer gelijkheid voor groepen die op basis van bijvoorbeeld ras, etniciteit, seksuele gerichtheid, sekse of genderidentiteit in een maatschappelijke minderheidspositie zitten, en die daardoor in hun dagelijks leven te maken krijgen met allerlei vormen van onrecht en onderdrukking.” In dit artikel komt hoofddocent Literaire en Culturele Analyse Murat Aydemir aan het woord. Volgens Aydemir is: “identiteitspolitiek oorspronkelijk wél bedoeld als brede systeemkritiek.”  Volgens Aydemir hebben we de term te danken aan: “het Combahee River Collective (CRC), een groep Afro-Amerikaanse lesbische feministen uit Boston.” Deze groep legde een relatie tussen ras, gender en klasse. Hun kritiek: “Het feminisme was in die tijd vooral een project van witte vrouwen, waardoor racisme vrijwel onbesproken bleef. De burgerrechtenbeweging had weinig aandacht voor seksisme en homofobie, terwijl de arbeidersbeweging voorbijging aan de manier waarop al deze vormen van onrecht invloed hadden op de economische positie van zwarte vrouwen.” Daaruit concludeerden ze: “If black women were free, it would mean that everyone else would have to be free since our freedom would necessitate the destruction of all the systems of oppression.” Dus: “Door solidair te zijn met zichzelf als zwarte vrouwen, waren de leden van het CRC dus in feite solidair met een heleboel: met vrouwen, personen van kleur, LHBTQIA’ers én mensen in een economische minderheidspositie – hun identiteit verbond ze aan al deze politieke belangen tegelijkertijd.” De Hingh concludeert hieruit: “Goede identiteitspolitiek richt zijn pijlen dus niet op één vorm van onrecht, maar op alle vormen tegelijkertijd. En gaat dus wel degelijk over breed gedragen maatschappelijke verandering.” Laten we deze hele redenering eens wat beter bestuderen.

Wat het CRC zegt is dat je, als je de wereld wilt verbeteren, moet beginnen met het verbeteren van de positie van de Afro-Amerikaanse lesbische feministen. Die worden immers het meest achtergesteld. Als zij het beter krijgen, krijgt iedereen het beter. Immers om hun positie te verbeteren moet je alle ‘systemen’ en ‘belemmerende’ factoren opruimen. De grote denker over rechtvaardigheid John Rawls zou zich hierin kunnen vinden. Zijn uitgangspunt is immers dat iedere maatregel de positie van hen die het slechtst af zijn, het meeste moet verbeteren. 

Een probleem. De hele redenering staat of valt met de ‘ellende-ladder’. De wat? De ‘ellende-ladder’, een woord dat me net te binnen schoot. De Afro-Amerikaanse lesbische feministen van het CRC vinden dat hun ellende het grootst is, dat zij bovenaan staan op de ‘ellende-ladder’. Zij combineren huidskleur, geslacht en klasse en constateren dat zij overal in het nadeel zijn. Zij bedienden zich van ‘intersectioneel denken’ avant la lettre. Denken dat de mens in stukjes hakt: gender, ras, geaardheid, religie, handicap en nog veel meer. Ik schreef er al eerder over naar aanleiding van een artikel van Seada Nourhussen. Of hun positie werkelijk de meest ellendige is, is maar helemaal de vraag. Hoe bepaal je welke groep in de meest ellendige situatie verkeert? Maar ook wie bepaalt dat? In het CRC-denken is dat van belang. Is er immers een groep die nog hoger op de ellende-ladder staat, bijvoorbeeld de zwarte lesbische moslima, dan moet daar de ‘wereldverbetering’ mee beginnen. Het wordt zo belangrijk om de bovenste positie op de ‘ellende-ladder’ in te nemen. En dat is precies wat er gebeurt. Iedere groep ziet zijn positie al meest ellendige.

“Maar uiteindelijk is het wel zaak dat identiteitspolitiek in de toekomst aanstuurt op een allesomvattende, radicale omwenteling van het systeem, zoals het Combahee River Collective het voor ogen had,” concludeert De Hingh. De energie gaat echter op aan de wedstrijd ‘ladder klimmen’ en niet aan het bereiken van een ‘breed gedragen verandering’. Misschien zou het helpen als  ‘identiteit’ een veel minder belangrijke positie zou innemen. Als we onze ‘identiteit’, om Appiah na te spreken, wat lichter dragen en wat meer zoeken naar gezamenlijkheid, naar overeenkomsten. We zijn allemaal mensen die met respect en gelijkwaardig behandeld willen worden. Zou dat niet een goed beginpunt zijn?

Het ego van Henk Krol

De Volkskrant houdt een interview-estafette met de lijsttrekkers van de politieke partijen. Op zaterdag 11 februari 2017 was het de beurt aan Henk Krol, de lijsttrekker van 50Plus. Krol geeft hoog op over zijn kwaliteiten als taboe-doorbreker. Krol: “Je hebt toch ook wel gezien dat alle onderwerpen waar ik vier jaar geleden over sprak toen nog taboe waren? Er mocht niet gesproken worden over de AOW-leeftijd, over het indexeren van pensioenen, over werkloosheid onder ouderen. Allemaal taboe. En nu. Ik lach me dood. De ene na de andere partij neemt onze onderwerpen over, al zijn ze vaak ook verantwoordelijk voor de huidige situatie.”

egoisme

Illustratie: InSites Consulting

Wacht eens even, mocht er vier jaar geleden niet over de AOW-leeftijd worden gesproken? Wordt er niet al jaren over het al dan niet houdbaar zijn van het pensioenstelsel gesproken. Kreeg bijvoorbeeld een jaar of zes geleden Wilders al niet het terechte verwijt dat hij een verkiezingsbelofte brak. De belofte dat vijfenzestig, vijfenzestig zou blijven.

Werkloosheid onder ouderen?  Ja, dat is echt pas iets van de laatste vier jaar, met dank aan de heer Krol. “In 2007 waren 50 duizend ouderen in de leeftijd van 55 tot 65 jaar werkloos. Van hen waren er 39 duizend (78 procent) een jaar of langer werkloos. Het merendeel daarvan, 25 duizend, is twee jaar of langer werkloos. Ter vergelijking: 80 duizend jongeren (15 tot 25 jaar) waren werkloos, van wie 69 duizend kortdurig. Er zijn dus meer jongeren werkloos, maar anders dan bij ouderen is deze werkloosheid van korte duur.” Aldus een bericht van het CBS uit 2008. En als we verder teruggaan, dan wordt er ook al over werkloosheid onder ouderen gesproken.

Beste meneer Krol, er is niets mis met trots zijn op uw prestaties, maar dan moeten het wel uw prestaties zijn, want is het anders niet ego-opblazerij om ‘je dood om te lachen’? Is het hele interview trouwens niet om je dood te lachen? Want staat het naast het opblazen van uw ego, niet vol met ‘alternatieve feiten’, creatief ‘boekhouden’ met oorzaak en gevolg en gedraai met verantwoordelijkheden?