‘Politiek correct’

Politiek correct. Een begrip dat mij al een hele tijd bezighoudt, maar waar ik geen touw aan vast kan knopen. Het enige wat mij opvalt, is dat het wordt gebruikt om niet inhoudelijk op de argumenten van iemand in te hoeven gaan. Je noemt iemand ‘politiek correct’ en daarmee is die persoon meteen gediskwalificeerd en staat hij of zij buitenspel. Gelukkig is er nu een boek Over Politieke correctheid van Gert Jan Geling en Gerben Bakker. Ik heb het nog niet gelezen, maar ik las wel het interview van Ewout Klei van Jalta met de beide auteurs.

Lukassen.jpg

Bakker definieert het begrip als volgt: “Als je kijkt naar waarom iemand politiek correct genoemd wordt, onderscheiden we wel twee uitgangspunten. Dogmatische politieke correctheid betekent dat je de samenleving moreel wil corrigeren vanuit eigen heilige overtuiging. Het dogmatische wil zeggen dat je daarin compromisloos bent: bijvoorbeeld, kolonialistische taaluitingen moeten weg omdat ze fout zijn. De term verwijst er in dit soort kwesties naar dat men nieuwe taboes schept, of zelfs moet scheppen om de samenleving moreel beter te maken. Conformistische politieke correctheid, zoals we de tweede betekenis noemen, heeft daar ook weer mee te maken. Dan gaat het om angst en kuddegedrag. Mensen passen zich aan omdat ze geen gevoelige snaar willen raken. Dit komt heel veel voor maar is moeilijk te meten.” Veel woorden om een begrip te omschrijven, maar wat staat er nu eigenlijk?

Als we naar de omschrijving van dat dogmatische deel kijken, gaat dat dan niet voor iedereen op? Wil niet iedereen de wereld corrigeren naar de eigen heilige overtuiging? Neem premier Rutte, die is er heilig van overtuigd dat afschaffing van de dividendbelasting goed is en hij heeft er alles aan gedaan om de wereld op dit gebied te ‘corrigeren’. Of Wilders, die is er heilig van overtuigd dat moslims een probleem zijn en wil Nederland ‘ontislamiseren’. Ook hij doet er alles aan om de wereld, of in ieder geval Nederland, op dit gebied te corrigeren. Of neem de adepten van Johan Cruijff, die het voetbal willen corrigeren. Allemaal zijn ze daarin compromisloos. Geldt dat niet voor bijna iedereen met idealen? 

Dan het conformistische deel, de angst en het kuddegedrag en daarom geen gevoelige snaar willen raken? Hoe zou de wereld eruit zien als iedereen overal altijd een punt van maakte? Als we iedere gevoelige snaar bespeelden? Dan zouden we constant met elkaar overhoop liggen. Om Jesus te parafraseren: ‘hij die nog nooit een gevoelige snaar onbespeeld heeft gelaten, werpe de eerste steen’. Trouwens, zoals de gebroeders Lucassen in hun boek Vijf eeuwen migratie laten zien, werden alle ‘gevoelige snaren’ die in die ‘links politiek correcte’ periode niet geraakt zouden zijn, al bespeeld. Meestentijds door ‘links’.

“Politieke correctheid is niet neutraal en daarom haast niet objectief te definiëren,” aldus Bakker. Staat hier niet gewoon dat het een kwalificatie is waartegen het moeilijk vechten is. Een kwalificatie die, zoals ik begon, iemand poogt buitenspel te zetten? 

Multiculturalistische onzin?

“De term ‘multiculturalist’ lijkt in sommige kringen vandaag de dag wel een scheldwoord geworden te zijn,” zo schrijft Gert Jan Geling in een artikel bij ThePostOnline. Dit terwijl het multiculturalisme in Nederland in veel kringen nog springlevend is, zo beweert hij. In zijn artikel betoogt Geling dat multiculturalisme een onliberale ideologie is terwijl het jarenlang populair is geweest in liberale kringen en was het: “de achterliggende ideologie aan de hand waarvan we decennialang hebben geprobeerd onze diverse samenleving te managen.” En die ideologie luidde dat de overheid niet alleen de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen dient te erkennen, nee: “zij dient hierin verder te gaan, en deze culturele en religieuze groepen in stand te houden, waarbij de unieke groepsidentiteit gekoesterd wordt.”

integratie

Illustratie: Plazilla

De overheid die als plicht heeft om de groep koptische Egyptenaren, winti Surinamers of sjiitische Irakezen in stand te houden? Wanneer is dit ooit een doel van het overheidsbeleid geweest? Als dat zo was, waarom heeft de katholieke kerk dan geen aanspraak gemaakt op ‘overheidshulp’ om de leegloop van de kerken tegen te gaan? Dat zou inderdaad strijdig zijn met de liberale nadruk op het individu. Maar, maakt Geling hier niet een karikatuur van de werkelijkheid?

In zijn boek De Nieuwe Democratie bespreekt de socioloog Willem Schinkels ook de kritiek op het multiculturalisme. Een multiculturalisme dat in zijn ogen nooit heeft bestaan. Volgens Schinkels was het doel van wat achteraf multiculturalisme is genoemd, hetzelfde als het doel sla van het huidige beleid: “Het was gericht op assimilatie. … Het ging uit van het idee dat mensen het makkelijkst hogerop komen wanneer ze dat doen vanuit hun eigen kracht. Die werd, net als tegenwoordig heel essentialiserend, als ‘hun eigen cultuur’ gezien. Het idee was dat vervolgens mensen, wanneer ze succesvol waren en tot ‘maatschappelijke emancipatie’ kwamen, die ‘eigen cultuur’ vanzelf achter zich zouden laten en aangepast zouden zijn.” Daarom was de erkenning van de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen belangrijk. Dit nieuwe beleid dat nodig was omdat dat ‘gastarbeiders’ niet terug gingen, was gebaseerd op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 1979

Beleid dat door de achtereenvolgende kabinetten Lubbers door CDA, VVD en PvdA werd gedragen en waar de overige partijen in de Tweede Kamer in meegingen, de CD van Hans Janmaat uitgezonderd. Beleid dat juist zeer goed aansloot bij het liberalisme, het ging immers uit van het zich ontwikkelende individu.

Verkoopt Geling, net als vele andere ‘critici van het multiculturalisme’ geen multiculturalistische onzin?

Moreel Esperanto

Multicultureel, multiculturalisme, multiculturelativisme, woorden die centraal staan in een artikel van Gert Jan Geling bij ThePostOnline. Geling is  op zoek naar een midden positie in het debat over de multiculturele samenleving.

Moreel Esperanto

Foto: www.bnr.nl

Hij doet een poging om tot een middenpositie te komen tussen zij die alle culturen even veel waard vinden en zij die uitgaan van de superioriteit van een cultuur. Een positie die gebruik maakt van de voordelen van diversiteit en toch universele waarden benoemt. Geling pleit voor het promoten van: “model van de open samenleving als vrije markt van culturen en waarden.” Voor Geling is: “Het vellen van een oordeel over culturen .. bij uitstek het meest waardevolle aspect van diversiteit in een open samenleving waarbinnen diverse culturen naast elkaar bestaan.” 

Maar waarin verschilt de positie van Geling met de positie van degene die rangorde aanbrengen en dus ‘superieure’ culturen benoemt? Want is het vellen van een oordeel over culturen niet hetzelfde als een rangorde aanbrengen? Doe je dat niet door als waarden botsen: “ … te streven naar universele waarden die breed gedeeld worden in de samenleving.” zoals Geling betoogt? Door te zoeken naar: “een dergelijke set van waarden … die als het ware als een moreel Esperanto functioneert op het gebied van waarden”?

Hoe bepaal je daar waar waarden botsen, welke keuze de juiste is voor dat ‘moreel Esperanto’? Als de waarde ‘individuele ontplooiing’ botst met ‘broederschap’, wat weegt dan het zwaarst? Bepaalt niet juist de keuze hiertussen, de culturele ‘rangorde’? En bijna net zo belangrijk, wie gaat dat bepalen?

Is de open samenleving te zien als ‘een vrije markt van culturen en waarden’? Is het niet veeleer een samenleving van individuen? Dat individu kan onderdeel uitmaken van een cultuur. En gaat het niet juist mis als we ‘moreel Esperanto’ afstemmen op culturen en hun botsingen? Mis, omdat dan het individu in de knel komt? In de knel tussen zijn ‘cultuur’ en ‘Gelings moreel Esperanto’? Zou het ‘moreel Esperanto’ niet de geldende wetgeving zijn?