Uitgelicht

Ik werk dus in ben!

“Working 9 to 5, what a way to make a living. Barely gettin’ by, it’s all taking and no giving. They just use your mind and they never give you credit. It’s enough to drive you crazy if you let it.” Het refrein uit 9 to 5, de hit waarmee Dolly Parton in 1980 de hitlijsten bestormde. Een lied over een eenvoudige arbeidster die probeert wat van haar leven te maken maar niet echt vooruit komt. Working 9 to 5, een beperkt deel van dag werken om zo geld te verdienen om te leven. Werken om te kunnen leven. De motivatie om te werken lag in de mogelijkheid die het bood om te leven. Tegenwoordig is dat anders, zo betoogt Andreas Reckwitz in zijn boek The Society of Singularities waarover ik in een recente Prikker ook al schreef. Toen over het enige wat tegenwoordig schaars lijkt, namelijk aandacht. Werken is tegenwoordig veel meer.

coaching text decor, coaching, business, success, coaching business, business coaching, business coach, inspire, motivation, coach
Bron: pxfuel

Werk: “has turned (…) into one of the main sources of a meaningful life.” Het: “not only increases our satisfaction on the job but also tends to encourage self-exploitation in a typically late modern way.” Gevolg hiervan is dat werk kwantitatief en kwalitatief steeds meer plek inneemt in ons leven. Daar waar de werklui in de tijd dat Parton de hitlijsten bestormde hun motivatie haalden uit de financiële beloning, is dat tegenwoordig heel anders. Als werk je doel in het leven is, dan is alleen financiële beloning erg mager. En omgekeerd, dan is alleen die financiële beloning geen goede motivatie om te gaan werken. Die motivatie moet dan uit jezelf komen. Dan moet je intrinsiek gemotiveerd zijn en dat houdt het risico in, zo betoogt Reckwitz: “that the work itself will no longer have any limits and that working subjects will have nowhere to retreat on account of the dissapearing distance between professional self-actualization and personal identity.[1] Om het kort samen te vatten en Descartes te parafraseren: ‘‘ik werk dus ik ben!”

En ik ‘ben’ alleen als ik succesvol optreed, want volgens Reckwitz is werk steeds meer te vergelijken met een toneelvoorstelling: “the praxis of of late-modern working culture has been reorienting itself more and more toward the format of performance and away from objective achievement.[2] Daar waar de arbeider in de oude 9 to 5 tijden werd afgerekend op zijn productie in een bepaalde tijdseenheid, is het succes nu afhankelijk van de waardering van ‘het publiek’ dat de ‘voorstelling’ bijwoont. Dat begint al bij de selectie van medewerkers. Diploma’s en andere redelijk objectieve maatstaven doen er veel minder toe, dit ten faveure van competenties die niet objectief te meten zijn. Aan de hand van de ‘voorstelling’ die je geeft tijdens het sollicitatiegesprek, wordt ingeschat of je de gewenste competenties bezit. Ben je al wat verder in je loopbaan, dan zijn eerdere ervaringen belangrijk.

Kijken met Reckwitz bril dan zijn er twee zaken die goed kunnen worden verklaard. Zo hoeft het grote aantal mensen dat overwerkt met een burn-out thuiszitten niet te verbazen. Als je voor je eigenwaarde afhankelijk bent van de subjectieve beoordeling door anderen, en die beoordeling vooral afhankelijk is van je laatste voorstelling, dan ligt een burn-out op de loer. Als tweede de wildgroei aan ‘personal coaches’. Het lijkt wel alsof er tegenwoordig meer coaches zijn dan gecoachte mensen. Reckwitz over coaching: “This is no langer just a matter of providing general recipes for self-management; rather, it involves analyzing the complex capabilities and desires of individual personalities in order to discover untapped potential, to refine and develop personal visions, and to figure out alternatives, opportunities and risks within the aim of developing career strategies.[3]

Nu is dit niet het hele verhaal. In een wereld waarin je bent wat je werkt, ben je niet veel als je een baan hebt zoals de persoon in Dolly Partons 9 to 5. En dat is wat we ook in onze huidige samenleving zien. Veel werk is nog steeds van het 9 to 5 soort en is onmisbaar om de samenleving goed te laten draaien. Schoonmaken, vuilophalen, het verplegen en verzorgen van mensen, de post en pakketten bezorgen, de winkelschappen vullen, allemaal onmisbaar, maar waar je in een wereld die, zoals Reckwitz het noemt : “Massively desires the uniqueness of working personalities,[4]” niet mee scoort. Dan rest als enige motivatie (en waardering) je salaris en laat het daaraan nu ontbreken. Moet het dan verbazen dat we kampen met een tekort aan personeel in de zorg, het onderwijs, bij de politie enzovoorts?


[1] Adreas Reckwitz, The society of singularities, pagina 157

[2] Idem, pagina 150

[3] Idem, pagina 155

[4] Idem, pagina 160

Hoe inclusief is inclusief?

In de Volkskrant een interview met Annemarieke Nierop van de Wiardi Beckman Stichting. Zij doet onderzoek naar de voortgang met het creëren van banen voor mensen die gebruikmaken van de sociale werkvoorziening (SW). Om te voorkomen dat in de Participatiewet die op 1 januari 2015 inging, een wettelijk quotum voor het in dienst hebben van SW-ers kwam, hebben de werkgeversorganisaties beloofd om uiterlijk in 2026, 100.000 banen voor SW’ers te creëren. Eind 2015 zouden de eerste 1.600 zijn gerealiseerd, dit is niet gehaald. Nierop herhaalt het doel van de wet:“We willen een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet. Daar sta ik volledig achter. Over twintig jaar kijken we net zo terug op het betrekken van mensen met een beperking bij de arbeidsmarkt als we nu terugkijken op het betrekken van vrouwen bij de arbeidsmarkt.”

inclusie

Foto: www.hln.be

Mooie woorden een inclusieve samenleving, een samenleving waar iedereen bij hoort. Hoe zit het dan met gedetineerden, waarvan we zeggen dat we ze, al dan niet tijdelijk, uit de samenleving verwijderen? Impliceert dat niet dat een gevangene niet bij de samenleving hoort? Hoe verklaren we dan het gebruik van het woord allochtoon? Is dat niet een woord dat mensen uitsluit? Creëren we daarmee niet meerdere verschillende samenlevingen op het Nederlandse grondgebied? En moslims, hindoes en boeddhisten, horen die erbij? Nederland heeft immers een joods-christelijke cultuur?

Horen werklozen erbij? Die moeten immers ook reïntegreren, maar dan op de arbeidsmarkt? Sinds wanneer horen werklozen trouwens niet meer bij de arbeidsmarkt? Nierop lijkt dit ook te onderschrijven, want SW’ers moeten net als vrouwen werken, anders horen ze er niet bij. Is werken dan het doel van het leven?

Afgelopen week haalden PSV-supporters het nieuws omdat ze bedelaars voor geld lieten kruipen. Een obligate reactie hierop kwam al snel: dat zijn geen echte supporters. Deze reactie kwam ook toen een Ajax-supporter een opblaaspop verkleed als Kenneth Vermeer ophing en toen Feijenoord-supporters fonteinen in Rome vernielden. Het lijkt wel of niet passende zaken altijd buiten de ‘samenleving’ worden geplaatst.

Dat maakt de vraag wat dan wel passend is, belangrijk. Hoe inclusief is die inclusieve samenleving eigenlijk als ze mensen om verschillende redenen buiten lijkt te sluiten?