Same zinge

Vastelaovend, ut is weer zoë wiet. Met de ‘ganse stad’ zingen we weer die goeie ouwe liedjes en niet alleen oude, ieder jaar worden er weer nieuwe juweeltjes gemaakt. De beste zijn tijdloze liedjes, liedjes die ‘ut geveul van Vastelaovend’ perfect weergeven. Vasteloavend beter bekend van de ondertitel Sjiengele boem! uit 1950 is zo’n liedje met de legendarische zin: “Zet alle zörg netjes op en ein kesje, heb toch maling aan d’n driét.”

Vastelaovend.jpeg

In andere liedjes kun je de tijdgeest aflezen. De Vastelaovend Disco Dens is er een voorbeeld van uit het discotijdperk met de prachtige openingzin: “Baer is al achenzeventig toere, maar as der bal is zitte veuraan. Nao ein van dreejendertig te loere, want dreej kier ellef det sprik um waal aan.” Dit begeleid door opzwepende discodreun. Het beste voorbeeld is toch De Kiepe van vrouw Fiepe. Een liedje uit 1984 met de emancipatie als thema. Een thema dat nu ineens weer actueel is. Want: “Die kiepe van vrouw Fiepe, maar waat stelle die zich aan want die wille neet miër kakele maar kreije.”

Een bijzondere categorie betreft liedjes handelend over Venlonaere in den vreemde die met Vastelaovend de ‘lokroep’ van de Venlose Vastelaovend niet kunnen weerstaan. Zo is er de prins van 2017, Lex I, die zijn heerschappij ‘bekroonde’ met het liedje Nao ’t Zuuje. Een liedje dat het voor mij nipt aflegt tegen Veur altijd eine Venlonaer uit 1994. De zin “ Ik kreeg ’t haos te kwaod , man wat deej det pien um met Vastelaovend neet in Venlo te zien,” geeft dat gevoel treffend weer. Een gevoel dat alleen nog wordt overtroffen door in de stad te zijn en door ziekte niet mee te kunnen zingen. 

Dan zijn er liedjes die de stad Venlo of delen ervan bezingen. Het eerste waaraan ik dan moet denken is Venlo Stedje van Fons van Grinsven uit 1936. Maar ook In ’t Jaomerdal een lied over de elfjes en feeën die “Dao achter de bovenste Meule. Wao knienkes en inketskes  speule,” ’s avonds bal hebben en de liefde bedrijven. Topper in deze categorie is en blijft echter As de sterre dao baove Straole. het bijzondere aan dit lied zit in het begin van het refrein: As de sterre dao baove Straole, en as de maon dao baove Haerunge hingk.” Een lied dat ook een Nederlands vertaling kent, Als de sterren daarboven stralen. Alleen mist die vertaling precies dat wat het lied bijzonder maakt. Want naast dat die ‘sterren daarboven stralen’, hangen ze ook boven Straelen een Duitse plaats op enkele kilometers van Venlo en de maan hangt boven het Duitse grensdorpje Herungen. Probeer dat maar eens te vertalen.

Ik heb er zin in. “Doezend stumme klinke as ein” zingen de makers van same zinge en dat zal ook deze Vastelaovend weer gebeuren. Achteraf weten we pas welk liedje het lied van 2018 wordt, vooraf kun je alleen maar gokken. ik gok op Geaf ’t Door.

Hiddema, het parlement en de rechter

“Als wij dat debat willen, is het prettig dat je met een rechterlijk vonnis kunt komen. Want die rechter oordeelt niet langs politieke voorkeuren.” Dit zegt de tweede man van het Forum voor Democratie, Theo Hiddema, zo lees ik bij Elsevier. Dat debat zou dan moeten gaan over het al of niet racistisch zijn van uitspraken van leden van het Forum voor democratie. Over die uitspraken en het al of niet racistische karakter ervan wil ik het niet hebben.

Hiddema

Foto: Wikimedia Commons

Waarover wel? Over het alleen willen voeren van een debat over de gedane uitspraken als er een rechterlijke uitspraak ligt. Is dat niet een zeer bijzondere opvatting voor een lid van het parlement? Zijn het niet juist de leden van het parlement die voorop moeten gaan in het voeren van het debat? Kiezen wij de leden van het parlement niet juist om het maatschappelijk debat te voeren, om daarin voor te gaan en vervolgens op basis van dat debat te besluiten of en zo ja hoe er gehandeld moet gaan worden?

Hoeveel vertrouwen heeft het Forum voor Democratie in de democratie als zij pas een debat wil voeren na een rechterlijke uitspraak? Welk nut heeft een debat nog wanneer eerst de rechter om een uitspraak wordt gevraagd?

Wat fundamenteler. Als we de redenering van Hiddema doordenken, pleit hij dan niet gewoon voor een samenleving waarin rechters bepalen wat er moet gebeuren? En zijn redenering helemaal doorvoerend, pleit hij hier voor afschaffing van het parlement? Immers een debat voeren waarvan de uitkomst al vaststaat, de rechter heeft immers ‘zonder politieke voorkeuren’ besloten wat we moeten vinden, lijkt zinloos. Als hij het dan toch zo ziet, waarom stapt Hiddema niet gewoon uit het parlement en probeert het gehele partijprogramma van het Forum via de rechter gerealiseerd te krijgen?

Een laatste vraag aan Hiddema. Wat als de rechter anders oordeelt dan u hoopt? Als de rechter u ongelijk geeft en er geen sprake is van smaad of laster? Als de rechter Ollongren naspreekt en zegt: “De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes …, het praten over rassen in het politieke debat?”  Wat doet u dan? Beschuldigt u dan, in navolging van Wilders, de rechters van het hebben van ‘politieke voorkeuren? Van het behoren tot het ‘elite-kartel’ dat het volk eronder houdt?

Oude wijn

Politiek Nederland is al een paar weken in de ban van de ‘Wet Dijkstra’. Het initiatiefvoorstel van D66-kamerlid Pia Dijkstra over de orgaandonatie. Het voorstel waardoor iedereen donor is tenzij je aangeeft het niet te willen zijn. “In feite hebben de nabestaanden dus het laatste woord, alhoewel ze geen vetorecht hebben.” De cruciale zin uit de brief waarmee Dijkstra haar collega’s probeert te overtuigen van haar goede bedoelingen en vooral van de noodzaak van deze wet. Een bijzondere zin.

wine-1574493__340

Foto: Pixabay.com

Bijzonder omdat deze wet, volgens de initiatiefnemer, nodig is om ervoor te zorgen dat er voldoende donoren zijn. Voldoende zodat er niemand hoeft te ‘creperen’ op de wachtlijst. Alleen de Eerste kamer moet nog instemmen met de wet en omdat die Kamer er deze weken over spreekt, berichten de media er volop over.

Voldoende donoren is het doel, een doel dat ook met deze nieuwe wet al twijfelachtig is, zoals ik me vorige week afvroeg. Twijfel die door deze passage alleen maar toeneemt. ‘Nabestaanden’ impliceert dat het meer dan één persoon kan zijn. Stel dat die van mening verschillen, naar wie wordt dan geluisterd? Welke ‘nabestaande’ geeft dan de doorslag?

Wat verandert er door deze nieuwe wet nu werkelijk? In de oude situatie had je je geregistreerd of niet en in beide gevallen werden de nabestaanden gevraagd of ze akkoord waren met donatie van organen. De nabestaanden hadden ‘dus het laatste woord’. In de nieuwe situatie hebben de nabestaanden nog steeds het laatste woord. Wat verandert er?

Wat is nu überhaupt het nut van een donorregistratie? Waarom iets registreren als de keuze van de persoon vervolgens ook maar een mening is? Een mening die vervolgens minder zwaar weegt dan die van de nabestaanden?

Een wetsvoorstel waar politiek Nederland de afgelopen jaren veel tijd en energie aan heeft gespendeerd en wat is er veranderd? Een gevalletje van ‘luchtverplaatsing’ of beter nog: oude wijn in nieuwe zakken? Zonde van de tijd en energie. Of zie ik het verkeerd?

Inburgeringsexamen

Het rijbewijs, dat was in mijn jeugdige jaren het bewijs dat je erbij hoorde. Bij de ‘onafhankelijke’ mensen van de wereld die zomaar ergens naar toe konden gaan als er maar een weg naar toe liep. Natuurlijk moest je dan wel een auto hebben, want met een rijbewijs alleen kun je niet rijden.

Rijbewijs_1928

Foto: Wikimedia Commons

Om zo’n bewijs te krijgen moet je het rijexamen met goed gevolg afleggen en dat bestaat uit een theorie- en een praktijkdeel. Bij het theoriedeel leer je de regels en in het praktijkdeel moet je die toepassen. Als ik me goed herinner heb ik een keer of drie, vier examen moeten afleggen alvorens ik het begeerde papiertje bezat. Vooral de eerste keer staat mij nog goed bij. Op een mooi tijdstip zo rond tien uur moest ik me melden. Ik was er helemaal klaar voor alleen het weer niet, zeer dichte mist en daarop werd mijn examen verplaatst naar een andere dag. Op die dag werd ik rond vijf uur verwacht, na een zware schooldag, werd dat geen succes. De tweede poging maakte ik een fout en ook de derde poging ging in twee keer omdat sneeuw met ijzel maakten dat ook die poging moest worden verplaatst. Maar uiteindelijk kreeg ik het begeerde bewijs en toen ik het papiertje in bezit had, kon ik zo instappen en rijden. Ik hoorde erbij.

Ik moest hieraan denken toen ik bij Binnenlandsbestuur las dat minister Koolmees van Sociale Zaken heeft besloten om het eindgesprek over de arbeidsmarkt te schrappen uit het inburgeringsexamen. Niet om inhoudelijke redenen, maar omdat er te weinig examinatoren zijn. Je kunt je afvragen of dat eindgesprek dan wel belangrijk was als je het ook zonder kunt? Waarom is het ooit onderdeel geworden van het examen als het niet zo belangrijk is?

Als dat onderdeel niet zo belangrijk is, zouden er dan nog meer onderdelen zijn die niet zo belangrijk zijn? Het examen kent ook een onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Een onderdeel waar vragen worden gesteld en de kandidaat moet kiezen uit een aantal mogelijke antwoorden. Vragen zoals: Is Nederland vaak droog of nat? Volgens de toets is ‘nat’ het goede antwoord terwijl het aantal uren zonder regen het aantal met regen ver overschrijdt. Of de vraag hoelang de Nederlandse staat al bestaat, vijftig of vierhonderd jaar? Dit terwijl het koninkrijk der Nederlanden in 2014 haar tweehonderdjarig bestaan vierde. Daarvoor bestond er geen centraal gezag en dus geen Nederlandse staat.

Sterker nog en daarom moest ik aan het rijbewijs en het rijexamen denken, als je het inburgeringsexamen met goed gevolg aflegt en je hebt het diploma, ben je dan ingeburgerd? Ben je dan Nederlander? Hoor je er dan echt bij?

Van de muis en de olifant

“De situatie in Afrin is vreselijk, maar een veroordeling zal niets oplossen. Het klinkt misschien prachtig maar de moraal werkt hier contraproductief. Wij zijn een muis die praat tegen een olifant. Erdogan veroordelen zou geen effect hebben. Militair maken Erdogan en Rusland daar de dienst uit.” En uitspraak van Arend Jan Boekestijn in de Volkskrant. Boekestijn geeft de Minister van Buitenlandse Zaken Zijlstra gelijk dat hij Turkije niet scherp veroordeelt. Immers: “Er zit achter dat iedereen met Erdogan in gesprek wil blijven in de hoop hem te bewegen om niet nog meer gebied te bestoken. Het helpt dan niet als je hem eerst veroordeelt. Dat is een diplomatieke wet. Als de VS en de EU vanuit een moreel standpunt zeggen: wij veroordelen dit, dan heb je geen enkele invloed meer op Erdogan.”

mouse-1974360_960_720

Foto: pixabay.com

Een muis die een olifant aanspreekt, ja waarom zou die olifant luisteren? Eén tikje met zijn slurf en de muis ligt een paar honderd meter verderop. Eén poot van de olifant op de muis en de muis is een dooie muis. Waarom zou de olifant in een gesprek de muis wel serieus nemen als het weet dat de muis toch niet van zich afbijt als de olifant zich misdraagt? Waarom zou het Turkije van Erdogan zonder een veroordeling wel naar ons luisteren en verdere gebieden meer binnenvallen?

Boekestijn iets verderop in het artikel: “Ik heb het gevoel dat Erdogan weer een betere relatie met Nederland wil. Turkije heeft namelijk belangrijke economische handelsbetrekkingen met Nederland, er wonen veel Turken in ons land en bovendien heeft Erdogan bondgenoten nodig. Zijn buitenlandse politiek in het Midden-Oosten is namelijk vastgelopen nu Assad aan de winnende hand is.” De olifant die de muis nodig heeft? Als die olifant bondgenoten nodig heeft, zou hij zich dan niet anders, meer ‘muiselijk’ moeten gaan gedragen? Als dat zo is, zou de muis dan geen ‘eisen’ kunnen stellen, harde voorwaarden waaraan de olifant moet voldoen voordat hij van de diensten en de steun van de muis gebruik kan maken? Het citaat lezen kun je je zelfs afvragen of de muis aan het groeien is en de olifant aan het krimpen?

Wat fundamenteler. Zou de muis niet duidelijk moeten aangeven dat een bondgenootschap met de olifant er niet inzit zolang die olifant zijn ‘eigen kinderen’ terroriseert en opsluit omdat ze vragen stellen en zijn handelen ter discussie stellen?

Continuum

“We leven nu in de toekomst (zoals voorspeld in scifi-klassiekers) – is het echt zo somber?” De titel van een artikel in de Volkskrant waarin de volgende vraag centraal staat: “Het is 2018, we leven nú de toekomst van scifi-klassieker Rollerball. En 2019 is het jaar waarin Blade Runner zich afspeelt. Hebben we iets gehad aan al die sombere voorspellingen over ons huidige tijdperk?” Nu heb ik een voorliefde voor sciencefiction films omdat ze iets zeggen over hoe de makers ervan, naar hun eigen tijd kijken. Het is een uitvergroting van iemands kijk op het heden.

Continuum-TV-logo

Illustratie: Wikimedia Commons

De Volkskrant geeft een korte beschrijving van de film Rollerball uit 1975: “Het bedrijfsleven heeft de planeet overgenomen en monopolisten verdelen en heersen. Om het volk rustig te houden, gaan teams elkaar te lijf in het spel rollerball, een soort dodelijke combinatie van American football, stayeren achter een motor en freefighten.” Als we even afzien van het spel rollerball dat in de film een belangrijke rol speelt, is die ‘rollerballwereld’ werkelijkheid geworden? De film geeft geen gedetailleerd beeld van het ‘Rollerball 2018’ dat maakt het lastig om het alledaagse leven van nu te vergelijken met de film. Op een wat abstracter niveau zijn er aardig wat overeenkomsten. Het bedrijfsleven heeft op onze planeet inderdaad een zeer grote vinger in de pap. Je zou kunnen beweren dat in de Verenigde Staten een bedrijf de staat heeft overgenomen. Trouwens Italië heeft daar met Berlusconi ook al de nodige ervaring mee opgedaan. Als we kijken naar de Googles, Facebooks, Apples enzovoorts van deze wereld, zou je dan kunnen verdedigen dat ‘monopolisten verdelen en heersen’? De belangrijkste sporten (de rollerballteams in de film) zijn afhankelijk van zakentycoons.

Voor liefhebbers van het genre, de serie Continuum kent een vergelijkbaar scenario. Deze serie is een paar jaar oud en speelt in 2012 en in 2077. In 2077 hebben bedrijven de regering overgenomen en hebben te maken met een verzetsbeweging die ‘vrijheid’ wil en om die vrijheid te bereiken, geweld gebruikt. Die strijd speelt zich ook af in 2012 omdat de hoofdpersonen terugreizen in de tijd om er in 2077 voordeel van te hebben. Kijk vooral zelf.

Een film uit 1975 en een serie uit 2012. Zo ‘erg’ als Rollerball 2018 schetste, is het nu niet. toch zou je kunnen beweren dat we een heel eind in die richting zijn opgeschoven. Het 2077 uit Continuum is nog een eind weg, ook hiervan kun je zeggen dat we al een eind op weg zijn. Het 2012 uit Continuum lijkt wel verdacht veel op ons heden en met dat 2077 voor ogen, bekijk je het heden toch vanuit een ander perspectief.

Beste Tahir Ramdjan,

Met veel interesse heb ik uw brief in de Volkskrant gelezen. Uw oproep om: “elkaars opiniestukken lezen, ons verdiepen in elkaar, oprechte interesse en empathie tonen naar elkaar,” onderschrijf ik van harte. Als ik u goed begrijp, dan verschilt ons doel niet. Ik streef naar een wereld waarin iedereen gelijkwaardig is en ook op een gelijkwaardige manier wordt behandeld en gelijke kansen heeft. Volgens mij is dat ook uw doel.

beach-14119_640

Foto: Pixabay

Zoals u aangeeft heeft een: “beschaafde dialoog (…) nog nooit slachtoffers, ordeverstoring en leed veroorzaakt.” Die dialoog wil ik met u aangaan. In uw brief signaleert u twee fouten. Over die eerste van die twee fouten wil ik het met u hebben. Zoals u schrijft is voor de wet iedereen gelijk, de wet maakt geen onderscheid. Terecht constateert u dat we er daarmee niet zijn. Dat komt, volgens u, door het: “institutioneel racisme: een onbewust racisme dat zich heeft vastgeroest in ons doen en laten, van zowel witte als donkere mensen.” Door hier de term ‘racisme’ aan te koppelen, geeft u het een zware lading. Een lading die mensen als een oordeel of beter nog een veroordeling kunnen opvatten. Een lading waarvan je je kunt afvragen of die wel terecht is. Bent u bereid om hier op een andere manier, met een ander frame dan het frame van het ‘institutioneel racisme’ naar te kijken? Mag ik een ander ‘frame’ met u delen?

Gelijkwaardig worden behandeld en gelijke kansen krijgen is lastig te realiseren. Volgens mij is het zeer menselijk om mensen die op een punt anders zijn, anders te behandelen en te benaderen. Dat is niet iets van een specifieke kleur mensen, het is iets van alle mensen. Ik ben de eerste om toe gegeven dat die menselijke eigenschap tot maatschappelijk ongewenste resultaten leidt. Als we ons hier allemaal van bewust zijn, dan kunnen we dat ‘menselijke gedrag’ veranderen, ter discussie stellen en zo maatschappelijk wenselijkere resultaten bereiken.

Een frame waarin we hetzelfde constateren, maar er geen oordeel of veroordeling op plakken. Zou zo’n frame tot een constructiever gesprek en tot betere resultaten kunnen leiden? Belangrijker nog, zou zo’n frame een bredere gemeenschappelijke basis bieden om die maatschappelijk ongewenste resultaten aan te pakken? Zou zo’n frame de tweede, door u geconstateerde, fout kunnen voorkomen? De fout dat: “de donkere mens (…) deze machtsstructuren eerder door (heeft), omdat die daar dagelijks feller mee geconfronteerd wordt, en beschuldigt vervolgens de witte mens van racistisch, fout handelen. Maar laatstgenoemde heeft zichzelf nooit als racist gezien. Zijn intuïtieve reactie: terugvechten.”

Morele saus

Dat Turkije buurland Syrië is binnengevallen, zal u niet zijn ontgaan. Turkije wil, zo lees ik bij NRC, een ‘veiligheidszone’ creëren van zo’n dertig kilometer. Onze minister van Buitenlandse Zaken, Halbe Zijlstra zo lees ik bij Elsevier, wil er geen oordeel over vellen, maar wil wel bewijs zien dat het een actie van zelfverdediging is. Kind van de rekening zijn de Koerden en: “De Koerden kennen een lange geschiedenis van verraad,” zoals Arnon Grunberg het in een Voetnoot in de Volkskrant schrijft. Grunberg eindigt met het cynisch definiëren van samenwerken: “degenen helpen die je morgen zal tegenwerken.”

Koerdistan

Illustratie: Wikimedia Commons

De wereldgeschiedenis zit vol van dergelijk verraad. De Koerden zijn hierin niet de enigen. Inderdaad riep, zoals Grunberg schrijft, president Bush de Eerste de Koerden op om in opstand te komen tegen Saddam Hoessein. Toen zij dat deden liet Bush hen aan hun lot en vooral aan Saddams ‘terreur’ over. Trouwens Saddam Hoessein zou, als hij nog leefde, ook een boekje open kunnen doen over ‘helpen en tegenwerken’. Net als buurland Iran en vele andere landen en volkeren. Bekend is ook het verhaal van Osama Bin Laden. De ‘nuttige idioot’ in de strijd in Afghanistan tegen de Sovjet Unie. Alleen zette hij zijn strijd voort tegen zijn oude ‘vrienden’ en leveranciers van trainingen wapens. Dit geheel volgens de definitie van Grunberg.

Nu is ‘konkelen’ en het ‘de-vijand-van-mijn-vijand-is-mijn-vriend-denken’ iets van alle tijden. Wat knelt er dan? Waarom hebben volkeren en landen dan zo’n hekel aan het westen en veel minder aan konkelende Russen, Chinezen of Arabieren? Zou dat te maken kunnen hebben met de morele lading of ‘saus’ die het weten over haar gekonkel gooit? Het refereren aan idealen van vrijheid, democratie en zelfbeschikking? referenties die worden ‘vergeten’ zodra er financieel of enig ander gewin om de hoek komt kijken?

Zou dat het antwoord zijn op de bekende vraag  ‘why do they hate us so much?’ Zou die morele saus ‘maken dat “degene helpen die je morgen zal tegenwerken,” westerse landen zo wordt aangerekend?

Democratie meer dan verkiezingen?

(Z)e wantrouwen ons nog altijd fundamenteel. (…) het (is) nog steeds niet de bedoeling dat wij, de kleine mensen, daadwerkelijk ingaan op het aanbod om mee te doen.” Woorden van Sheila Sitalsing in haar column in de Volkskrant. Sitalsing komt tot deze conclusie op basis van de antwoorden van minister Ollongren. In die brief geeft Ollongren antwoord op vragen gesteld door politieke partijen over de afschaffing van het raadgevend correctief referendum. “Nou daarom. Omdat het kabinet dat vindt. Of juist niet vindt, al naar gelang de vraag.” zo vat Sitalsing de antwoorden samen.

demonstratie

Foto: Flickr

Over de vragen en antwoorden wil ik het niet hebben, ik heb de brief van de minister niet gelezen. Over wantrouwen schreef ik gisteren al en eindigde met de vraag: “Is onze democratie niet gebaat bij een gezonde dosis wantrouwen?”  Wantrouwen in de politiek. Als we Sitalsing mogen geloven, dan is dat wantrouwen wederzijds. Nu het ‘niet mee mogen doen’.

(D)emocratie vereist burgerbetrokkenheid. De overheid heeft legitimatie nodig” Een citaat van Pieter Winsemius in het artikel en een terechte constatering. Winsemius gaat verder: “Vraag in een zaal met honderd man: wie heeft er wel eens aan inspraak gedaan? Dan gaan zo’n vijftig, zestig handen de lucht in. Vraag je daarna: wie vond het bevredigend, dan blijven er een paar handen over. In de Bijlmer, dat was wel geestig, bleef er een hand over. Dat was de stadsdeelwethouder, die vond dat het wel goed liep.” Herkenbaar? Voor mensen die in de publieke sector werken wel. Besluiten over iets is namelijk keuzes maken en daarbij zullen altijd mensen ontevreden zijn. En mijn ervaringen leren mij dat met name mensen die ontevreden zijn naar inspraakbijeenkomsten komen, het niet eens zijn met iets.

Inspraakavonden en ook dat raadgevend correctief referendum zijn middelen om die burgerbetrokkenheid te organiseren en vorm te geven. Inderdaad is de opkomst bij ‘inspraakavonden’ vaak bedroevend en voorspelbaar. De opkomst bij verkiezingen, vooral voor lagere overheden, laat vaak te wensen over, maar is dat de enige manier om betrokken te zijn bij onze democratie, ze leveren echter nog steeds legitieme vertegenwoordigers op. Vertegenwoordigers die immers volgens de democratische regels zijn gekozen.

De vraag is echter of het slecht is gesteld met die burgerbetrokkenheid? Wat te denken van de vele actiegroepen, de demonstraties, de procedures tegen besluiten van de overheid, het ‘naming and shaming’ van bestuurders en politici die hun bevoegdheden misbruiken, de diverse (digitale) media, de onderzoekers die falend beleid aan de kaak stellen, de (groepen) inwoners die initiatieven nemen waarmee ze politici en bestuurders voor het blok zetten? Zijn dat niet ook tekenen van betrokkenheid bij de democratie? Is de democratie niet veel omvangrijker dan verkiezingen alleen?

Hedendaags kolonialisme

Op de site OneWorld kaart Sander Philipse de omgang met het koloniale verleden aan. Volgens Philipse gaat de: “hele discussie (…) dan ook niet echt over het verleden, maar over wat wij nu met dat verleden doen. Straatnamen en standbeelden zijn geen geschiedenislessen, maar eerbetonen die in het heden bestaan. Zij zijn een reflectie van onze prioriteiten, van onze huidige waarden en normen.” Het gaat, volgens Philipse, dus over onze huidige normen en waarden. Daar heeft Philipse een punt, de discussie gaat over onze hedendaagse normen en waarden en hoe die worden geprojecteerd op het verleden. Iets waar ik moeite mee heb zoals ik al eerder schreef.

fabriek

Foto: Pixabay

Philipse wil de discussie over het koloniale systeem voeren. Philipse: “Een koloniaal systeem is niet slechts handel, maar gebouwd op overheersing en uitbuiting, en valt niet te rehabiliteren. De ‘goede delen’ (lees: kapitaalaccumulatie in de Nederlanden) zijn niet te scheiden van de slechte, maar een gevolg ervan. En een echte confrontatie met dat feit zou veel ingrijpender gevolgen hebben voor onze nationale musea: hun collecties zijn bezaaid met objecten van koloniale origine.” Nu is de wereldgeschiedenis bezaaid met ‘kolonialisme’, dat is echt geen Nederlandse en zelfs geen West-Europese uitvinding. Het is iets van alle grote rijken uit de wereldgeschiedenis. Allen bouwden ze een systeem dat niet slechts op handel maar ook op overheersing en uitbuiting was gebaseerd.

Sterker nog, ‘kolonialisme’ is nog steeds zeer actueel. Is de strijd tegen IS werkelijk een strijd tegen terrorisme? Zouden er werkelijk Amerikaanse, Russische en Nederlandse soldaten zijn gestuurd, als er geen olie in de grond zat? Waarom heeft China een groot deel van de haven van Piraeus gekocht? Waarom reageren de Amerikanen en ook onze Nederlandse regering zo mak op de Turkse inval in Noord- Syrië? Zijn de ‘vluchtelingendeals’ die het huidige kabinet wil sluiten met landen, niet ook een vorm van kolonialisme? Zouden de Amerikanen Afghanistan alleen maar zijn binnengevallen om de Taliban te verdrijven en Bin Laden te vangen? Of zou de strategische ligging van het land er iets mee te maken kunnen hebben? Een ligging die eerder de Britten en de Sovjet Unie verleidde tot een inval. Allemaal met pijnlijke afloop.

Als de discussie over straatnamen, standbeelden en het koloniale verleden een reflectie zijn van onze prioriteiten, liggen die prioriteiten dan niet verkeerd? Zou de discussie niet moeten gaan over hedendaags kolonialisme, hedendaagse vormen van slavernij, uitbuiting en overheersing? Lopen we, als we dat niet doen, het risico dat onze kinderen of kleinkinderen ons gaan verwijten dat we, door onze fixatie op het verleden, onze ogen sloten voor de misstanden in onze huidige tijd?