Scylla en Charybdis

Scylla en Charybdis(illustratie: papundits.wordpress.com)

In een artikel in Trouw vergelijkt Patrick van Schie, directeur van de liberale Telderstichting, de overheid met een monster. Hij vertrouwt liever op de vrije markt, door anderen een beest genoemd. “Dan liever de vrije markt. Niet omdat die heilig is, of door heiligen wordt bevolkt. Maar omdat alle overeenkomsten daar uit vrije wil tot stand komen. De markt is niet immoreel maar amoreel,” schrijft hij. Een betoog dat zeer vaak is te horen en dat logisch klinkt. Kiezend tussen twee kwaden, kiest hij liever het beest.

Zou een amorele markt tot immorele uitkomsten kunnen leiden? Of is een andere partij nodig om tot morele acceptabele uitkomsten te komen. Zou ‘de markt’ de slavernij hebben afgeschaft? Of de kinderarbeid? Of een beperking van de werkweek? Of tot een verbetering van de arbeidsomstandigheden? Wie voorkomt dat de marktpartijen het milieu schade toebrengen?

Komen alle overeenkomsten tot stand uit vrije wil? Ik kan zelf kiezen bij welke bakker ik brood koop. Maar wie belet de bakkers om prijsafspraken te maken? Wie belet autofabrikanten om sjoemelsoftware in een auto te stoppen? Wie garandeert de naleving van de overeenkomsten?

Zijn alle deelnemers op de markt wel vrij? Hoeveel keus heeft iemand die moet kiezen tussen zijn dood en die van zijn gezin of voor een appel en een ei in een gevaarlijke mijn werken? Is de overheid echt een monster dat ons dwingt: “geld af te staan voor doeleinden waar wij uit vrije wil veelal niet voor zouden kiezen. Die zelfs nogal eens indruisen tegen onze vaste overtuiging van wat ‘het goede’ is,” zoals Van Schie schrijft?

Odysseus moest kiezen tussen twee kwaden, het veelkoppige monster Scylla of de draaikolk van het zeemonster Charybdis. Volgens Van Schie moeten ook wij kiezen tussen Scylla (de overheid) of Charybdis (de markt). Moet dat of zijn een sterke markt en een krachtige overheid twee zijden van dezelfde medaille?

Marktwerking en solidariteit

Verzekeren is solidariteit en kansberekenen. We lopen allemaal een risico. Meestal en bij de meeste mensen, treedt dat niet op. Soms is er wel iemand de klos. Om de kosten hiervan te dragen, berekent een verzekeraar hoe groot de kans is en wat de schade dan is. De verzekeraar berekent de premie die de schade en zijn onkosten dekt én nog wat winst voor hem oplevert. De kans op schade is afhankelijk van je omstandigheden.

Marktwerking en solidariteit

(Illustratie: http://www.visionair.nl/wp-content/uploads/2012/07/cartoon_2006_june.jpg)

Oudere mensen of mensen met een chronische aandoening lopen een grotere kans op schade en soms weet je de schade al. Bij jongere gezonde mensen is die kans weer kleiner. Door hier geen rekening mee te houden en te doen alsof ieder mens dezelfde kans heeft op schade, kan de premie voor een zorgverzekering voor iedereen even hoog zijn, het oude ziekenfonds.

Op een vrije markt zullen verzekeraars producten maken voor specifieke groepen. Lagere premies voor mensen die weinig risico lopen (en meer winst voor de verzekeraar). Dit betekent wel dat die mensen die een hogere kans op schade lopen, meer premie moeten betalen. Hoe nu de verzekering voor de laatste groep betaalbaar te houden?

Door verevening. En aan die vervening gaat wat veranderen: “De verzekeraar draagt volgend jaar een groter deel van de premie van een jonge, gezonde klant af aan de verzekeraar die chronisch zieken verzekert en dus hoge kosten maakt”, dit valt te lezen in de Volkskrant. Dit is een manier om solidariteit vorm te geven en de markt te beteugelen.

Zou er geen betere manier zijn om solidariteit vorm te geven nu de markt blijkbaar niet het gewenste resultaat oplevert? Een manier met minder bureaucratie? Een manier waarbij winst niet nodig is? Een manier die mensen als mens ziet en niet als een mogelijke winstbron? Een die lijkt op het oude …?

Talentverspilling

In mijn vorige prikker schreef ik over talent. Dit met de zin laat geen talent verloren gaan als aanleiding. Ik stelde de vraag waarom er geen talent verloren mag gaan. In deze prikker een andere benadering. Hierbij ga ik ervan uit dat het inderdaad zo is dat we geen talent verloren mogen laten gaan en dat het inderdaad de taak is van het onderwijs om talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Deze manier van denken is een vorm van utilitarisme. Een stroming die streeft naar een zo groot mogelijk nut. Zet geld en middelen daar in waar het grootste maatschappelijke nut te verwachten is.

Talentverspilling(illustratie: craftlean.com)

Als we talent niet verloren mogen laten gaan, dan moet het vervolgens ook op die plekken worden ingezet waar het grootste maatschappelijke rendement te verwachten is. En zijn dat niet uitdagingen als eerlijke handel, wereldvrede, het klimaat, ongelijkheid, vergrijzing, gezondheidszorg enzovoort. Uitdagingen die veel fantasie, denkkracht en doorzetting vragen van ieder van ons en zeker van onze knapste koppen.

Zouden we dan niet veel kostbaar opgeleid talent dat nu wordt ingezet in managementfuncties, vrij moeten maken? Zouden we dan niet het vele talent dat nu binnen bedrijven, onderwijs en overheden door de protocollen, procedures en machtsspelletjes aan banden wordt gelegd, daarvan moeten bevrijden? Zouden we dan niet het vele talent dat nu werkloos langs de kant staat, omdat ze te oud zijn of waarvoor geen werk is, moeten benutten. Zouden we dan niet het vele talent dat nu wordt ingezet bij het ontwikkelen van computerspelletjes, apps en financieel risicovolle producten, een maatschappelijk nuttigere opdracht moeten geven? Deze beperking van de keuzevrijheid willen we niet.

Waarom ontwikkelen we talent om het vervolgens zo ‘verloren’ te laten gaan? Waarom mag het onderwijs dan geen talent verloren laten gaan?

Middel of doel?

neoliberalisme(foto: tni.org)

Waartoe zijn wij op aarde? De katholieke catechismus antwoordt hierop met ‘om God te dienen.’ De mens als middel die werd beloond met een plaatsje in de hemel. Tegenwoordig wordt deze vraag anders beantwoord.

Het VVD kamerlid Pieter Duisenberg houdt er een human capital agenda op na. Duisenberg is niet de enige die in deze termen spreekt, zo worden deze woorden net als human capital roadmap gebruikt in beleidsdocumenten van diverse overheden. Deze woorden zijn tegenwoordig zo gewoon dat niemand er meer van opkijkt.

Zijn ze wel zo gewoon? Welke denkwereld zit er achter deze woorden? Als we ze letterlijk vertalen dan staat er menselijk kapitaal. De mens als kapitaal dat net als grondstoffen en geldelijk kapitaal kan worden ingezet om iets te produceren. De mens wordt in de wereld van Duisenberg en andere ‘human capitaldenkers’ gezien als een middel. Een middel om een hoger doel te bereiken.

En dat doel is de ‘God’ van de economie en dan vooral de groei van die economie. Dit omdat ‘onze economie’ nu eenmaal moet concurreren met de economie van andere landen. En als we die concurrentieslag niet aangaan, of verliezen, zal onze economie terugzakken met alle gevolgen vandien. Om dit te voorkomen, moeten we alles wat ons ter beschikking staat zo goed mogelijk inzetten, grondstoffen, geld en ook de mensen. Maar wat is dan de beloning voor de mens? Welke ‘hemel’ wacht hem? Dat antwoord ontbreekt in deze ‘neoliberale’ catechismus.

Is dat ook onze wereld? Zijn wij mensen een middel om economische groei (het doel) te bereiken? Of is de economie en de eventuele groei ervan, een middel om doelen voor ons als mensen te realiseren? Is een mens een middel dat anderen (mensen of de godheid economie) ten doel staat? Of is iedere mens een doel op zich?

Kosten-batenanalyses

MKBA(Illustratie: brusselsering.be)

“Tegenstanders zeggen dat het beprijzen van een mensenleven pertinent fout is. Voorstanders zeggen dat zo’n plafond ervoor zorgt dat geld in de gezondheidszorg beter uitgegeven wordt, zodat we per saldo meer levens redden dan nu het geval is. Een vorm van kosten-batenanalyse kan eraan bijdragen dat elke euro de meeste levensjaren redt.”  Dit schrijft Manuel Buitenhuis in De Correspondent in een artikel over het gebruik van maatschappelijke kosten-batenanalyses. In dit artikel legt hij uit hoe dit instrument werkt en wat er de voor- en nadelen van zijn.

De meeste levensjaren redden. Dat lijkt een redelijke eis. Maar een dergelijke analyse lijkt mij heel lastig. Stel er wordt iets nieuws uitgevonden dat zeer duur (bijvoorbeeld € 250 miljoen per geval) is en maar in een paar gevallen te gebruiken is. Dan zul je op basis van een kosten-baten analyse tot de conclusie komen dat je van dit geld duizenden mensen kunt helpen. Eén leven tegenover deze duizenden. Ik zou het wel weten!

Of toch niet? Een dergelijke analyse maken voor het heden, is nog wel te doen. Maar hoe nemen we de verdere doorontwikkeling van dit dure nieuwe mee? Stel dat die doorontwikkeling leidt tot een 100% genezing van kanker tegen de prijs van een pakje margarine? Maar zonder die eerste stap komt deze doorontwikkeling er niet. Als we dat nu zouden weten, zouden we dan nog steeds kiezen voor de duizenden?

Absurd? Veel van onze huidige hightech hulpmiddelen zijn ontstaan als spin-off van zeer dure overheidsinvesteringen. Investeringen waarvan op voorhand niet duidelijk was of het iets zou opleveren, maar die ons internet, mobiele telefonie, GPS en nog veel meer opgeleverd hebben. Investeringen die er met een kosten-batenanalyse niet waren gekomen.

Participatie-inkomen

De hoogleraren Gradus (economie) en Buijs (politieke filosofie) zien in Trouw de voordelen van een basisinkomen maar vrezen de onbetaalbaarheid. En een lager basisinkomen zou weer gepaard moeten gaan met aanvullende regelingen. Bovendien ontbreekt het christelijk-sociale uitgangspunt van wederkerigheid in solidariteit bij een basisinkomen, aldus de heren. “Dit brengt ons bij de gedachte van een participatie-inkomen. Alleen inwoners die actief bijdragen aan de samenleving ontvangen een participatie-inkomen.”

oordelen(Illustratie: artikelen.foobie.nl)

Beide heren geven wat voorbeelden van het leveren van een actieve bijdrage: werken, mensen die zich laten scholen (ook studenten), bepaalde vormen van vrijwilligerswerk (bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs) en ook de jongere ouderen (tot 75 jaar) zouden deels een participatie-inkomen moeten krijgen wat bekostigd moet worden door de Aow evenredig te verlagen. Dit om hen te stimuleren meer dan nu actief te participeren. Dit klinkt goed en past helemaal in de huidige ’participatiesamenleving’.

Maar toch. Wanneer draag je actief bij en wie bepaalt dat? Is het als vrijwilliger trainen van een team voetbalpupillen geen actieve bijdrage en hetzelfde doen als vrijwilliger bij een school wel? Is het zijn van bestuurslid van de fanfare geen actieve bijdrage? Is het zijn van voorzitter van de Rotary een actieve bijdrage? Is het verlamd op een bed liggen een actieve bijdrage? Is het vrijwillig schrijven van stukjes die mensen aan het denken zetten een actieve bijdrage?

Als we het basisinkomen nu eens als een gift zien? Zou van die gift dan niet net zoveel druk op wederkerigheid in solidariteit uit kunnen gaan? In vroeger jaren, en nu zelfs ook nog, verplichtte een gift tot een tegengift van minstens evenveel ‘waarde’.

Zouden de beide heren gevangen zitten in een frame dat de mens ziet als een calculerend wezen dat alleen zijn eigen belang najaagt?

Prikker, vrijdag 23 oktober 2015

Perverse concurrentie

basisinkomen

“Dit soort concurrentie is slecht voor iedereen,” aldus de Kamerleden Mei li Vos en Ed Groot in de Volkskrant. En dan bedoelen zij de concurrentie tussen ZZP’ers en werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Concurrentie waarbij de werk- of opdrachtgevers de lachende derde zijn. Eerst hebben deze geprofiteerd van de zelfstandigenaftrek waarop  ZZP’ers aanspraak kunnen maken. Deze hebben zij op het tarief voor de ZZP’er in mindering gebracht en nu dringen ze aan op lagere lonen voor werknemers. Die zijn nu immers duurder dan ZZP’ers. Vos en Groot stellen voor om de positie van werknemers gelijk te trekken door een ‘werknemerskorting’ in te voeren. Zo komt volgens de Kamerleden “de perverse concurrentie” tot een einde. Er ontstaat immers een gelijk speelveld, zal de groei van het aantal ZZP’ers worden beperkt en blijft de zelfstandigenaftrek betaalbaar. Stel hun plannetje werkt. Dan blijft de ‘zelfstandigenaftrek’ betaalbaar. Hoera! Of …

Wie betaalt de ‘werknemerskorting’? kunnen de kosten van de ‘werknemerskorting’ niet even hoog zijn als de zelfstandigenaftrek en zal het voor het geheel dus niet veel uitmaken?

Wat schieten de betrokken mensen op met deze keuze? Geeft het ZZP’ers de mogelijkheid om hogere tarieven te vragen om zo hun onderzekerheid aan te pakken? Iets waar Vos en Groot zich ook zorgen over maken. Schiet de werknemer er iets mee op?

De werk-, opdrachtgevers die schieten er iets mee op. Arbeid wordt goedkoper. Zal dat hen niet aanzetten tot een volgende ronde verlaging van de arbeidskosten? Door beide partijen verder tegen elkaar uit te spelen.

Zou een basisinkomen een oplossing kunnen bieden? Een oplossing die ZZP’ers de mogelijkheid geeft om NEE te zeggen tegen te lage tarieven en werknemers de mogelijkheid werk met te lage salarissen te weigeren? Zou dat de positie van de ZZP’er en werknemer versterken?

Prikker, woensdag 7 oktober 2015

Integratie is betaald werk

“Een groot aantal van degenen die nu naar Nederland komen, zullen hier voor langere tijd blijven wonen. Wat mag van hun integratie worden verwacht?” Die vraag stelt bijzonder hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos in een artikel waarin hij ingaat op de integratieproblemen van diverse vluchtelingengroepen. Hij constateert dat alle vluchtelingengroepen minder actief zijn op de arbeidsmarkt en dat velen afhankelijk zijn van de bijstand. Het is natuurlijk jammer dat veel vluchtelingen geen werk hebben. Maar, er knelt iets.

werk(Illustratie: hi-re.nl)

Heeft hoogleraar Dagevos niet een erg beperkte kijk op het leven? Hij schrijft alleen maar over vluchtelingen in relatie tot de arbeidsmarkt. Is er niet meer in het leven dan (betaald) werk? Zou het niet over meer moeten gaan? Weten deze nieuwkomers hun weg te vinden in het verenigingsleven? Weten ze hun weg te vinden naar allerlei bedrijven en instanties die iets voor hen kunnen betekenen of omgekeerd, waarvoor zij iets kunnen betekenen? Hoe verloopt het contact en het samenleven met mensen die hier al langer zijn, die ‘autochtonen’ worden genoemd? Een vreemd woord trouwens. Ook dit is tweerichtingsverkeer en daarom zou ook bekeken moeten worden wat ‘autochtonen’ doen om in contact te komen en samen te leven met de nieuwkomers.

Dagevos beperkt ‘integratie’ tot het hebben van betaald werk. En als dat integratie is, zijn ‘autochtonen’ die geen betaald werk hebben dan ook niet ‘geïntegreerd’? Zet hij, door op deze manier te spreken, deze mensen niet in een hokje? En wat zegt hij hiermee over onze gepensioneerden? Ook die hebben geen betaald werk.

Integratie is, volgens Van Dale, het maken van of opnemen in een groter geheel. Bij Dagevos lijkt het grotere geheel alleen uit werkenden te bestaan.

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Wat is wijsheid

Het versoepelen van kapitaaleisen aan pensioenfondsen en verzekeraars, zodat zij directe leningen aan bedrijven kunnen verstrekken, het makkelijker maken om een prospectus uit te geven om buiten het bankwezen om geld aan te trekken en als laatste het bundelen en verhandelen van schulden, moet worden bevorderd door deze producten te standaardiseren. “Ik kies voor pragmatisme. Deze drie maatregelen zijn op korte termijn haalbaar.” Dit zegt EU commissaris Jonathan Hill als hij de eerste stappen naar een Europese kapitaalunie presenteert. Kortom het moet makkelijk zijn om te lenen, om schulden te maken: de financiële markt moet efficiënter.

Kapitaal(foto: loeigoeiezuivel.nl)

Een heel andere boodschap vertelt de econoom Ha-Joon Chang. Hij stelt juist dat de financiële markten minder efficiënt moeten worden. Volgens Chang zijn die markten zo efficiënt in het zoeken van hoger rendement en winstkansen waar ook ter wereld, dat het tot instabiliteit leidt. En die jacht naar rendement zorgt er volgens hem voor dat bedrijven minder of niets investeren, omdat investeringen de winst drukken. De financiële markten zijn volgens Chang te efficiënt voor de reële economie. Hij concludeert in zijn boek 23 dingen over het kapitalisme die ze niet vertellen op pagina 267: “Onder de huidige omstandigheden moeten we ons financiële stelsel zodanig herontwerpen dat het bedrijven in staat stelt langetermijninvesteringen te plegen in fysiek kapitaal, menselijke vaardigheden en organisaties die uiteindelijk de bron zijn van economische ontwikkeling, en ze tegelijk van de noodzakelijke liquiditeiten voorzien.”

Het verhandelen van schulden (bijvoorbeeld bundels van verschillende soorten hypotheken) was een van de oorzaken van de crisis van 2008. Geld is goedkoop, het rentepercentage dat de ECB hanteert is 1%. Daarmee moet het krijgen van leningen geen probleem zijn. Ook wordt er volgens het CBS sinds 2008 veel minder geïnvesteerd. Wie volgen we Hill of Chang? Wat is wijsheid?

Prikker, donderdag 1 oktober 2015

Onderwijs, arbeidsmarkt en democratie

“We moeten het onderwijs vervlechten met het bedrijfsleven, zodat er eigenlijk geen onderscheid meer is. Het huidige onderwijssysteem polariseert alleen maar door ze tegenover elkaar te zetten. Ga dat nou eens aanpakken, zou ik zeggen.”  Dit antwoordt geeft lifehacker Martijn Aslander op de vraag of het MBO beter moet inspelen op de wensen van het bedrijfsleven zoals minister Bussemaker wil.

onderwijs en arbeidsmarkt

(Illustratie: organisatieactivist.nl)

Aslanders suggestie lijkt logisch. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is immers niet goed. Hier is betere afstemming nodig. Aslanders suggestie lost die kloof helemaal op, dus dat lijkt mooi. Lastig hierbij is echter dat het onderwijs onze jeugd moet voorbereiden op werk en banen die nog niet bestaan. Werk waarvan het bedrijfsleven dus nog geen weet kan hebben. Vervlechten lost dit probleem niet op. Er is meer. Onderwijs en bedrijfsleven vervlechten betekent dat het onderwijs als doel heeft om werknemers te produceren. Is dit wel de opgave van het onderwijs? Is die opgave niet veel breder?

Moet het onderwijs niet ook onze jeugd opleiden tot goede democratische burgers? De jeugd kennis bijbrengen en vaardigheden aanleren die nodig zijn om te kunnen functioneren in de wereld van vandaag? Een wereld die uit meer bestaat dan alleen werk en economie. Zou dat niet de hoofdtaak van het onderwijs zijn? Als dat zo is, is het dan wel zo logisch om onderwijs en bedrijfsleven te vervlechten? Doen we onze kinderen en onszelf dan niet tekort?

Hebben onze kinderen en heeft onze democratie niet meer behoefte aan kritisch denkvermogen, aan fantasie, aan inlevingsvermogen in anderen? Zijn dat niet ook de eigenschappen die je nodig hebt om je op het onverwachte voor te bereiden? Het onverwachte zou een baan of werk kunnen zijn dat nu nog niet bestaat.

Prikker, dinsdag 15 september 2015