Uitgelicht

Het waren de Duitsers! Of toch niet?

Gib mir mein fahrrad zurück.’ Mensen van mijn generatie zullen woorden van deze strekking herkennen. In onze hoofden hadden de ‘Moffen’ in de oorlog alle fietsen gejat. Nu blijkt dat, zo lees ik in een artikel op de site van Omroep Gelderland, wel mee te vallen want: “Want uit cijfers blijkt dat slechts 1 op de 30 opa’s zijn fiets kwijt zou zijn geraakt.” Dat ‘roepen’ om vooral ‘opa’s fiets’ verminderde flink na de ‘slag om Hamburg’. Die slag vond plaats op dinsdag 21 juni 1988 in wat toen nog het Volksparkstadion heette. De halve finale van de Europese kampioenschappen van 1988 tussen Nederland en West Duitsland. Nee, deze Prikker gaat niet over voetbal, maar over slavernij. De link volgt later.

File:Duitser trekken na de capitulatie uit het Gooi weg Rijdend op of lopend naast h, Bestanddeelnr 900-2893.jpg
Bron: WikimediaCommons

Niet over voetbal dus, maar toch even. Het Nederlands elftal won uiteindelijk met 2-1 van de ‘aardsvijand’. ‘We’ waren veel beter maar kregen de bal er niet in. En toen de 54ste minuut liet de über-Duitser Völler zich in het strafschopgebied vallen. Strafschop en de nog Duitser dan Duitse Matthäus benutte dit buitenkansje. Het leek erop alsof we alweer het schip in zouden gaan. Tot onze held Van Basten in de 73ste minuut ‘onderuit werd geschoffeld’ door de Duitse killer Kohler. Koeman benutte de strafschop. En toen kwam het geniale moment: steekpass van Wouters, Van Basten was Kohler te snel af en gleed de bal achter de Duitse keeper Immel. En om even te rijmen: waren we ‘im Himmel’.

Zo, tot zover het voetbal. Behalve dan dat ‘we’ vier dagen later de finale wonnen tegen de inmiddels niet meer bestaande Sovjet Unie. Slavernij en vooral de omgang met het Nederlandse slavernijverleden houdt de gemoederen flink bezig. Daarbij valt de aandacht voor de bestrijding van hedendaagse vormen van slavernij behoorlijk in het niet. Wie heeft er ‘schuld’ en hoe moeten we daarmee omgaan? Moeten er ‘herstelbetalingen’ komen? Maar wie moet dan aan wie betalen? Die hele discussie spitst zich toe op de ‘trans-Atlantische slavernij’. Maar als er toch excuses moeten komen en iets betaald moet worden aan slachtoffers, dan moeten we dat goed uitzoeken. Bij Joop schreef Han van der Horst al op een ietwat satirische manier over de moeilijkheden die zich hierbij voor kunnen doen.

Nu is slavernij, in tegenstelling tot wat velen tegenwoordig lijken te denken, al zeer oud. Hoe oud weten we niet precies. En als we iemand ‘aansprakelijk’ moeten stellen, dan moeten we wel de juiste hebben. Daarom even de etymologische geschiedenis van het woord slaaf. “Het woord slaaf is afgeleid van de benaming van een volk afkomstig van de Balkan, de Slaven,” zo schrijft Stieneke Ritzema op de site geschiedenisbeleven.nl. Ze vervolgt: “Dat de volken op de Balkan Slavische volken genoemd worden, gaat terug op hun eigen taal. Het Oudkerkslavische woord slovo betekent woord of spraak. Wie Slavisch is, is dus lid van de Slavische taalgemeenschap, oftewel van het Slavische volk.” De Slaven, een volk dat: “Oorspronkelijk afkomstig (is) uit de gebieden rond de Pripjat-moerassen (Zuidelijk Wit-Rusland/Noord-Oostelijk Oekraine), waaierden deze volkeren tijdens de grote volksverhuizingen in de overgang van oudheid naar vroege middeleeuwen (5e eeuw) uit over Europa,” zo is te lezen op Geschiedenis-online. Tot de Slavische bevolking horen de Oost-Slaven (de (Wit-)Russen en de Oekraïners), de West-Slaven (Polen, Tsjechen, Roethenen en Sorben) en de Zuid-Slaven (Bulgaren, Macedoniërs, Kroaten, Serven en Bosniërs).

Dus als zij aan de basis staan van het woord, moeten we hen dan maar aansprakelijk stellen? Dat zou wel erg pijnlijk zijn. De Slaven werden namelijk tot slaaf gemaakt. Dat de Slaven de naamgevers zijn van ons woord voor slaaf laat in ieder geval zien dat slaven ook een blanke huid konden hebben. Ze werden tot slaaf gemaakt door … de Duitsers. Na de dood van Karel de Grote viel zijn rijk uiteen in drie delen. Ieder van zijn drie zonen kreeg een deel. Lodewijk (de Duitser) kreeg het oostelijke deel. Hij en zijn opvolgers zochten de uitbreiding van het rijk, net als meer dan duizend jaar later, vooral in het oosten. In het westen zaten immers zijn broers en hun nakomelingen. Zij vielen het gebied van de Slaven binnen. En bij dat binnenvallen deden ze wat iedere ‘overvaller’ deed, de mensen die in het gebied wonen vangen en hen dwingen om onbetaald werk te verrichten. De naam van het overvallen volk, werd zo ook de naam voor een persoon die gedwongen onbetaald werk moest verrichten. Zo komen we wij aan het woord slaaf. Dus net als aan ‘opa’s fiets’ zijn de Duitsers ook schuldig aan slavernij?

Ook dat gaat te ver. De Duitsers deden wat iedereen in die tijd deed. Dat zij mede aan de basis liggen van het woord slaaf, wil niet zeggen dat zij de slavernij uitvonden. De oude Grieken kenden immers ook slaven. Hun woord voor slaaf was δούλος, doulos. Net zoals de oude Romeinen er een woord voor hadden, namelijk servus. Zo kende iedere taal een woord voor slaaf. Daarmee komen we dus niet verder. Alhoewel niet verder? Als iedere taal een woord voor ‘slaaf’ heeft, zou dat niet kunnen dat slavernij overal voorkwam? Dat iedereen het risico liep om ‘tot slaaf gemaakt’ te worden? Als dat zo is, wie is dan dader en wie slachtoffer?

Uitgelicht

De weg naar de hel …

Bij Joop verscheen een schrijven van de zichzelf ‘activist’ noemende Kunta Rincho met als titel Wit privilege is je niet hoeven bezighouden met racisme. Rincho verhaalt in zijn schrijven van hetgeen hem gebeurde nadat een fragment van 34 seconden uit zijn deelname aan Het Grote Racisme Gesprek viraal ging en hij werd overspoeld met negatieve reacties. Dat is vervelend, zeker als je daarop allerlei bagger over je heen krijgt. Daar gaat het mij nu even niet om. Het gaat mij om een bijdrage van een lezer onder het schrijven. Iemand die zich Ikzelf noemt schrijft: “En juist omdat de focus verlegd wordt naar ‘hoe’ de strijd gaat, in plaats van ‘waarover’ de strijd gaat, maak ik deze opmerkingen.” Een bijzondere redenering.

Hel, Demonen, Duivel, Kwaad, Fantasie, Monster
Bron: Pixabay

Eerst even de aanleiding voor die opmerking. Rincho begon zijn schrijven met de zin: “De universele strijd tegen racisme is geen strijd tegen witte mensen maar tegen het systeem van witte suprematie dat gebouwd is op de eeuwenlange onderdrukking van zwarte en andere mensen van kleur.” Een bijzondere passage omdat dit het mantra is van vele ‘activisten’. Richo is er daar één van. Centraal in hun redenering staat het ‘universele blanke racisme’. Het westers kolonialisme en de trans-Atlantische slavernij is volgens deze activisten een gevolg van dat ‘universele blanke racisme’. Dit racisme maakt het westerse kolonialisme en de trans-Atlantische slavernij ‘uniek’. Een soortgelijke formulering schreef ik in een reactie onder Rincho’s artikel. In de activistische redenering is dat ‘westers exceptionalisme’ cruciaal, want dat veroorzaakt de achterstand die mensen van kleur nu ondervinden. Die achterstand vindt haar oorzaak in racisme.

Maar: “Als nu blijkt dat de westerse motieven niet verschilden van die van de Romeinen, de Maya’s, de Mongolen en alle eerdere wereldrijken, dan staat dat ‘blanke racisme’ op drijfzand. Volgens mij wordt daarom een verwijzing naar de Afrikaanse betrokkenheid, de Arabische slavernij et cetera door de activisten snel weggewuifd,” zo vervolgde ik mijn bijdrage. En: “Als dat ‘blank racisme’ namelijk wegvalt, dan valt de stok weg waarmee er wordt geslagen. Zonder die stok moet er worden gezocht naar andere verklaringen voor ‘minder kleur aan de top’ of ‘hogere werkloosheid onder kleur’. Verklaringen die veel logischer zijn, maar waarmee het lastig ‘slaan’ is.”  Zo schreef ik in mijn reactie.

Daarop reageerde Ikzelf: “waarom dan altijd de strijd doodslaan, als u niets heeft tegen het strijden? Waarom dan altijd zijweggetjes zoeken om het vooral niet over de kern te hoeven hebben? Waarom de kern afwijzen, omdat u het met een detail niet eens bent?” Dit gevolgd door een minder fraaie zin waarin ik het verwijt krijg een ‘voorvechter van wit Nederland’ te zijn. Hij verwijt mij dat ik: “de focus (verleg) naar ‘hoe’ de strijd gaat, in plaats van ‘waarover’ de strijd gaat.” En daarmee zijn we bij die bijzondere redenering.

Bijzonder omdat die redenering suggereert dat alleen het doel van de strijd ertoe doet. Als het doel ‘goed’ is dan zijn alle middelen gerechtvaardigd en geoorloofd. Nu is er een bekend Nederlands spreekwoord over de goede intenties, namelijk dat de weg naar de hel ermee is geplaveid. De geschiedenis laat zien dat dit ook zo is. De nazi’s, de communisten onder Stalin en Mao, allemaal werkten ze aan het ‘goede’ toen ze hun terreur over de wereld uitstortten. Tenminste, hun idee van het goede. Net zoals de aanhangers van IS en Al Qaida je zullen zeggen dat ze aan de ‘goede kant van de geschiedenis’ staan. Wat ‘goed’ is, kan immers verschillen.

Afgezien van de verschillende gedachten over wat ‘goed’ is. Hoe ‘goed’ is jou ‘goed’ als je middelen gebruikt die niet door de beugel kunnen? Dan is een uitspraak als “it became necessary to destroy the village in order to save it,” bekend uit de Vietnamoorlog, niet ver weg. In dit geval middelen gebruiken die inhouden dat je feiten die je niet te pas komen, negeert of ter zijde schuift. Omdat, zoals Elma Drayer het in haar column in de Volkskrant schrijft: “Wat wij, suffe sukkels, aanzien voor feiten zijn slechts ‘constructen’ of ‘narratieven’, in stand gehouden door de ­boven ons gestelden teneinde hun machtsposities te beschermen. Dus moeten de feiten ‘gedeconstrueerd’, liever nog ‘gedekolonialiseerd’.” Ook Drayer valt het: “soms niet licht om de logica van de huidige generatie antiracismeactivisten en hun sympathisanten te volgen.” Omdat in, zoals Drayer het schrijft: “het postmoderne gedachtengoed … iets als de waarheid (niet) bestaat, iets als objectiviteit evenmin en feiten zijn ­betwistbaar.” Dan zijn: “feiten per definitie verdacht (en) winnen ervaringen aan gewicht.” Dit ‘postmoderne gedachtegoed’ degradeert wetenschap tot ‘ook maar een mening’ en dan dus vooral een mening van ‘de boven ons gestelden’. Een manier van denken waarmee, volgens Drayer: “Universiteiten (…) al heel lang mee geïnfecteerd,” zijn. Als ik de Prikker over de brief die 80 docenten op de Universiteit van Amsterdam ondertekenden waarin ze aangaven te hebben ‘gefaald’, in herinnering roep, dan zou Drayer voor wat betreft die universiteit wel eens gelijk kunnen hebben.

Uitgelicht

I’ve got the power…

Recentelijk las ik Marx’ Het Kapitaal. In dat boek geeft Marx een goed beeld van de leefomstandigheden van de arbeiders in het algemeen en op de Britse eilanden in het bijzonder. Marx geeft in dit boek ook inzicht in de manier waarop er over arbeiders werd gedacht en dat is niet mals. Waarom begin ik hierover? Ik begin hierover omdat Marx over zijn tijd schrijft en probeert te verklaren waarom zaken lopen zoals ze lopen. Die tijd is precies de tijd die centraal staat in de huidige racismediscussie. Het is de periode van de afschaffing van de slavernij, de race om koloniën en de rassenleer. Het is echter ook de periode van de sociale – en de klassenstrijd. In die laatste speelde Marx een belangrijke rol. Ik begin hierover omdat door de huidige min of meer beperking van die periode tot ‘trans-Atlantische slavernij en racisme’ ons, naar mijn mening, op een verkeerd been zet.

Eigen foto

De ellende waarin de slaven in de Amerika’s leefden was schrijnend en krijgt terecht aandacht. De situatie van de slaven verschilde echter niet zoveel van de situatie van de arbeiders. Een voorbeeld dat Marx geeft: “In de laatste weken van juni 1863 kwamen alle dagbladen om Londen met een stuk onder de sensationele kop: Death from simple overwork (Dood door louter overmatige arbeid). Het ging over de dood van de modiste Mary Anne Walkley, 20 jaar, werkzaam in een zeer achtenswaardige hofmodezaak, die werd geëxploiteerd door een dame met de gemoedelijke naam Elise. Het oude en al vaak vertelde verhaal weer nu opnieuw ontdekt: deze meisjes werken gemiddeld 16 1/2 uur, tijdens het seizoen vaak zelfs 30 zonder onderbreking, waarbij hun ‘arbeidskracht’ in stand wordt gehouden door hun af en toe sherry, port of koffie toe te dienen. En men zat juist in de drukste tijd. De pronkgewaden van de nobele ladies moesten in de kortst mogelijke tijd worden klaargetoverd voor het galabal, dat gegeven werd ter inhuldiging van de vers geïmporteerde prinses van Wales. Mary Anne Walkley had samen met zestig andere meisjes 261 uur onafgebroken gewerkt. Met dertigen  zaten ze in één kamer, die nauwelijks de helft van de noodzakelijke kubieke meters lucht bevatte; ’s nachts moesten ze in een van de stinkholen, waarvan men slaapkamers had gemaakt door ze met verschillende tussenschotten te verdelen, met z’n tweeën één bed delen. En dit was een van de betere modezaken in Londen. Mary Ann Walkley werd op vrijdag ziek en overleed op zondag, en – tot grote verbazing van madame Elise – zonder het laatste kleding stuk te hebben afgemaakt. De te laat aan het sterfbed geroepen arts verklaarde bij de lijkschouwing voor de jury in droge bewoordingen:´Mary Anne Walkley is gestorven door lange arbeidsuren in een te vol arbeidsvertrek en in een te klein en slecht geventileerd slaapvertrek.’ Om de arts een lesje in goede manieren te geven verklaarde de jury: ‘De overledene is gestorven aan apoplexie, maar er zijn redenen om te vrezen dat haar dood werd bespoedigd door overmatige arbeid in een te volle werkplaats enzovoorts.”  

Dit is slechts één van de vele beschrijving van de arbeidsomstandigheden die Marx geeft en de manier waarop er over arbeiders werd gedacht en hoe ermee werd omgegaan. Mary Anne was twintig en daarmee al een ervaren naaister. Kinderen werden in die tijd al vroeg ‘aan het werk’ gezet, soms al vanaf hun zesde. En dan niet een paar uurtjes, de arbeidsdag duurde minimaal 10 uur en die uren werden vaak ook nog eens gespreid over twee of drie blokken met een tussenpauze van een paar uur. Kwam je ‘tussen de machine’ en kon je niet meer werken, dan had je pech en was je aangewezen op de bedeling.

Naast de arbeidsomstandigheden beschrijft Marx ook de huisvesting van de arbeiders en ook daar lusten de honden geen brood van. Laat staan dat ze in die omstandigheden zouden willen wonen. Die woning zat in de regel verbonden aan je werk. Zonder werk geen huis en dat maakte je afhankelijkheid van de ‘kapitalist’ zoals Marx hem noemt. nog steviger. Bovendien woonde je zelden alleen met je gezin achter een voordeur. Was er een periode minder of geen werk, dan had je ook minder of geen inkomen. Je huur moest je natuurlijk wel blijven betalen.

Een van de uitwassen van de trans-Atlantische slavernij was het ‘verbruiken’ van mensen alsof ze het ‘gebruiksgoederen’ zijn. Ook daarvan geeft Marx een treffende beschrijving. “De slavenhouder koopt zijn arbeiders zoals hij een paard koopt.” Ook zag hij de funeste invloed van toestroom van steeds nieuwe slaven op de manier waarop ze werden behandeld. Zodra de slaaf namelijk makkelijk kan worden vervangen: “wordt zijn levensduur minder belangrijk dan zijn productiviteit tijdens zijn leven.” Op eenzelfde manier werd echter ook over arbeiders gedacht. In tijden van overschot aan arbeid werden arbeiders ‘verscheept’ naar andere plekken: “Maar de heren fabrikanten stelden toen de opzichters van het armenwezen voor de ‘overtollige bevolking’ van de landbouwgebieden naar het noorden te sturen, waarbij ze verklaarden dat ‘de fabrikanten hen zouden absorberen en verbruiken’”. En hoe dat in zijn werk ging: “De fabrikanten gingen naar de kantoren van de agenten en nadat ze daar hadden uitgezocht wat hun geschikt leek, werden de gezinnen vanuit het zuiden van Engeland verzonden. Deze pakketten mensen werden, zoals balen goederen, voorzien van etiketten en per boot of wagen afgevoerd; sommigen kwamen te voet aan en velen dwaalden verloren en half uitgehongerd in de industriegebieden rond. Dit alles ontwikkelde zich tot een ware tak van handel. … Deze regelmatige handel, dit gesjacher met mensenvlees, duurde voort en deze mensen werden gekocht en verkocht door agenten in Manchester aan fabrikanten in Manchester, even simpel als negers aan de katoenplanters in de zuidelijke staten.”

De behandeling van de arbeiders lijkt verdacht veel op de manier waarop de slaven werden behandeld. Enige verschil met de trans-Atlantische slavernij is dat de arbeiders een lichte huidskleur hadden. In de huidige discussie wordt een hele snelle link gelegd kolonialisme, slavernij en racisme. Racisme waarbij blank zich superieur acht aan donker. Nu zullen die arbeiders waarmee net zo werd gesold als de Afrikaanse slaven, echt wel wat anders aan hun hoofd hebben gehad, dan zich ‘superieur’ te voelen. Daar waren ze in het geheel niet mee bezig. Daar hadden ze geen tijd voor omdat ze minstens tien en meestal tussen de veertien en achttien uur per dag moesten werken.

Door nu de nadruk te leggen op ‘racisme dat een gevolg is van kolonialisme en slavernij’ en daarbij te kijken naar ‘blank’ als dader en veroorzaker, raakt iets anders buiten beeld. Buiten beeld raakt dat uitbuiting en superieur voelen niet verbonden is aan kleur, maar aan macht. Macht en rijkdom moet zich op een of andere manier ‘legitimeren’. Het moet ‘normaal’ gemaakt worden. Dat is in de geschiedenis van de mensheid al op verschillende manieren gedaan. Neem bijvoorbeeld de farao van oude Egyptenaren. Dat was een ‘god’, bovenaards en daarmee is het niet vreemd om die figuur de absolute macht te geven en te laten baden in rijkdom en luxe. Als de god-koning ineens minder ‘goddelijk’ blijkt, dan kun je hem nog altijd ‘gezant van god’ maken of ‘aangesteld door god’. Of je introduceert een door god of de goddelijkheid geïnstigeerd soort kastensysteem zoals in India of in Europa tijdens het feodalisme. Dan word je geboren als ‘onaanraakbare’ of ‘lijfeigene’ en dat blijf je en je kinderen ‘erven’ het van je. Net zoals je de adellijke status ‘erft’. Als we naar onze huidige samenleving kijken, dan speelt het ‘erven’ van luxe en positie nog steeds een rol. Neem bijvoorbeeld de entertainmentfamilie De Mol. Dat wordt tegenwoordig ‘gelegitimeerd’ op een meritocratische manier. Door te betogen dat het ‘verdiend’ is op basis van kwaliteit en kennis. Ja, in Nederland is de groep die zich van deze redenering moeten bedienen om hun macht en rijkdom te verdedigen, voor het overgrote deel blank. Dat is te verklaren omdat mensen met een andere huidskleur dan de blanke tot voor een jaar of vijftig, zestig met een lamp gezocht moesten worden en ook nu heeft het overgrote deel nog steeds de blanke huidskleur.

Aan de andere kant, het overgrote deel van de mensen met een blanke huidskleur behoort niet tot degenen die hun macht en rijkdom moeten verdedigen. Simpelweg omdat die er niet is. Een groot deel van hen ziet wellicht ook veel in een eerlijkere verdeling van macht en rijkdom. Zou het in de strijd voor een betere, eerlijker en rechtvaardigere samenleving helpen om die strijd te voeren door de nadruk te leggen op huidskleur? Volgens mij is het veel belangrijker om die strijd tegen de macht samen te voeren dan in ‘kleuren verdeeld’ elkaar onderling de tent uit te vechten. Daar worden de machtigen alleen maar machtiger van.

Slavernijwetgeving

In de Volkskrant las ik een ingezonden brief waarin Annelies de Vries het volgende schrijft: “Het kolonialisme behoort ook tot de ­Nederlandse geschiedenis, waar racisme en discriminatie vaste onderdelen van waren. De wet- en regelgeving daarvoor werd gewoon door de Nederlandse regering en het parlement in Den Haag vastgesteld, nog niet eens zo lang geleden.” Ik dacht: niet lang geleden vastgestelde slavernij bij wet? Hoe komt ze daarbij? Daarop las ik een, naar blijkt, artikel van vorig jaar van Seada Nourhussen met als titel Met deze koloniale taal stoppen we. En dacht zou het daardoor komen?

Bron: Flickr

Misschien heb ik het vorig jaar gemist en nu stond het ineens weer prominent op de site. “Ook OneWorld heeft een verantwoordelijkheid om ons eigen taalgebruik tegen het licht te houden. Taal kan beeldvorming bepalen en machtsverhoudingen ontkrachten of bevestigen. De volgende termen zijn al uit ons woordenboek geschrapt – ‘Gouden Eeuw’ stond daar niet bij, en zo zijn er vast nog meer blinde vlekken. Denk je mee?” Eronder woorden en termen die volgens OneWorld niet meer kunnen. En ja, ik denk graag mee. In dit geval over het begrip moderne slavernij. OneWorld biedt “Extreme uitbuiting en/of gedwongen arbeid als alternatief. Nu lijkt mij ‘gedwongen arbeid’ toch echt hetzelfde als slavernij. De arbeider is immers niet vrij om te kiezen de arbeid wel of niet te verrichten. De rechten van de arbeider worden ernstig beknot en laat “iemand wiens vrijheden sterk beknot zijn” nu een van de twee omschrijvingen zijn die de Van Dale geeft voor het woord slaaf. De andere is “lijfeigene die geen persoonlijke rechten heeft.” Hierop kom ik straks nog terug.

Nu eerst de reden die OneWorld geeft om het begrip moderne slavernij niet te gebruiken. We lezen: “Het kenmerk van de trans-Atlantische slavernij was dat mensen in gevangenschap onbetaald werk verrichtten, geregeld bij wet. Wat tegenwoordig moderne slavernij wordt genoemd, is wel betaalde arbeid, maar dan extreem laag gehonoreerd. Vaak zijn er ook andere omstandigheden in het spel: de arbeid is doorgaans illegaal en dus strafbaar. Dat maakt het voor nazaten van tot slaaf gemaakten een oneerlijke vergelijking met het eeuwenlange, legale systeem waaronder hun voorouders leefden.” Nu is het ‘onbetaald’ zijn niet helemaal correct. Een slaaf kreeg onderdak en te eten in ruil voor zijn arbeid. Daarin verschilt hij niet zoveel van de extreem uitgebuite negentiende-eeuwse arbeider zoals is te lezen in Kapitaal van Karl Marx. Die kreeg een karig loon dat maar net en soms niet  voldoende was om onderdak en eten te betalen. Maar, hij kon na werktijd gaan en staan waar hij wilde en kon ook een andere baas kiezen. “Maar,” om Over de muur van het Klein Orkest aan te halen: “wat is nou die vrijheid zonder huis zonder baan. Zoveel Turken in Kreuzberg die amper kunnen bestaan. Goed, je mag demonstreren maar met je rug tegen de muur. En alleen als je geld hebt, dan is de vrijheid niet duur.” Geld had hij amper genoeg om te overleven en ook de vrije tijd was zeer beperkt. Want bij werkdagen van tussen de twaalf en soms wel achttien uur per dag was er niet zoveel tijd na het werk. De tijd was amper voldoende om te slapen en weer op krachten te komen voor de volgende dag. En bij een eventueel andere werkgever was het niet zoveel beter. Ik dwaal af. Of toch niet. Het antwoord komt straks.

Oneworld heeft wel een erg beperkt beeld van slavernij: de trans-Atlantische slavernij.  Slavernij kent een lange en ‘veelkleurige’ geschiedenis. Slavernij is geen zeventiende-eeuwse uitvinding. De trans-Atlantische slavernij was een nieuwe loot aan de slavernij-stam. Voor degenen die er meer over willen weten, lees bijvoorbeeld de Prikker Romeinen, Arabieren en Hollanders. Nu was ook een van de kenmerken van die andere vormen van slavernij dat er, uitzonderingen daargelaten, gewerkt moest worden. Slaaf werd je als je aan de verliezende kant in een oorlog had gevochten. Als je dorp was geplunderd en je gevangen was genomen. Dan kon je worden verhandeld net als een koe, geit of een aardewerken pot. Of je werd als kind van slaven geboren. En dan zijn we weer bij het begrip lijfeigene, de tweede betekenis van het woord slaaf. Dat is de naam die in het feodale stelsel in Europa voor slaaf werd gebruikt. Daarnaast had je nog horigen, die hadden hun eigen huis en stukje grond maar moesten verplicht een deel van hun tijd werken voor de landheer. Werk waarvoor ze niet betaald, nog te eten kregen. Die zijn bij OneWorld helemaal buitenbeeld.

Heel bijzonder is de bewering dat slavernij bij wet geregeld was. Er is in Nederland nooit een wet geweest die regelde wie slaaf kon zijn en wie niet. Een slaaf was eigendom en eigendom was heilig. Kinderen en vrouwen waren, om dezelfde redenen, trouwens ook ‘eigendom’ van de pater familas. De enige wetten die over slavernij zijn aangenomen, zijn wetten die het absolute eigendomsrecht beperkten. Zo werd er eind achttiende eeuw een wet van kracht die de verstrekking van voedsel, kleding en rusttijden voor slaven op Curaçao regelden. De wet van 1814 die de trans- Atlantische slavenhandel verbood en de wetten waarmee in de koloniën de slavernij werd verboden en dus afgeschaft. Het is dus precies andersom. Het was niet wetgeving die slavernij mogelijk maakte, het was wetgeving die slavernij onmogelijk maakte.

In  diezelfde periode, de jaren zeventig van de negentiende eeuw en daarmee zijn we weer bij Marx, werden ook de rechten van de ‘kapitalist’ op het lijf en vooral de tijd van de arbeider beperkt. Als eerste via het zogenaamde Kinderwetje van Van Houten waarmee in 1874 de arbeid van kinderen onder twaalf jaar werd verboden. Een wet die werd gevolgd door een hele serie wetten die de ‘rechten’ van de werkgever beperkten en het leven van de arbeider verbeterden. Wetten die de arbeidstijden regelden, de lengte van de werkdag en de werkweek, de omstandigheden waaronder gewerkt moest worden en uiteindelijk zelfs medezeggenschap. Net als de slavernijwetgeving is ook de wetgeving met betrekking tot arbeid wetgeving die de rechten van ‘kapitalisten’ en dus machtigen beperkt.

Ook tegenwoordig zijn er nog voldoende mensen wiens ‘vrijheden ernstig beknot’ zijn en die dus onder de categorie ‘slaaf’ vallen. Neem de arbeiders die in Qatar de voetbalstadions voor de WK bouwen. Ze krijgen wat betaald waarvan ze kunnen leven, maar hebben verdomd weinig vrijheden. Hun paspoorten zijn ingenomen en of ze hun loon krijgen is maar zeer de vraag. Of de vrouwen die met mooie verhalen worden verleid om naar hier te komen en waarvan het paspoort wordt afgenomen waarna ze in de prostitutie te werk worden gesteld. Dit om maar twee voorbeelden te noemen van wat ik toch echt gewoon bij de naam noem: moderne slavernij. Of beter nog, laat het woord modern weg: slavernij!