Uitgelicht

Wij, ons en de klimaatverandering

“Mijn hart bonsde in mijn keel en mijn eerste neiging was om meteen weer om te draaien. Ik was nog nooit in een situatie geweest waarin ik tegenover de sterke arm der wet had gestaan – laat staan in een situatie waarin ik moedwillig arrestatie riskeerde.” Dit schrijft cabaretier Tim Fransen in de Volkskrant over zijn deelname aan een actie van Extinction Rebellion. Fransen gebruikt filosofen in zijn voorstellingen. Ook bij de verdediging van zijn daad van burgerlijke ongehoorzaamheid beroept hij zich op een filosoof en niet de minste: Thomas Hobbes.

Bron: Flickr

Fransen: “In een democratische rechtstaat hebben overheid en burgers een sociaal contract met elkaar gesloten. Wij burgers geven de overheid de macht om ons aan wetten te binden. … Als het gaat om klimaatverandering, komt de overheid haar kant van het sociale contract niet na. Dat is niet de mening van een stelletje radicale klimaatgekkies, dat is het officiële oordeel van de rechter. In de Urgenda-zaak oordeelde de rechter in 2015 dat de Nederlandse staat te weinig doet om de klimaatdoelen te halen, een vonnis dat het Haagse hof afgelopen maand nog eens heeft bekrachtigd. De uitspraak is helder: de Nederlandse staat komt zijn grondwettelijke zorgplicht niet na; hij is nalatig in het beschermen van zijn burgers tegen de gevolgen van gevaarlijke klimaatverandering.” Geen speld tussen te krijgen: de overheid komt haar verplichtingen niet na en dus mag de burger zich verzetten. Of toch wel?

Voor degenen die het niet weten, Hobbes is de schrijver van het boek Liviathan. Voor Hobbes is de natuurlijke toestand van de mensheid een gewelddadige strijd van allen tegen allen en is het leven ‘eenzaam, arm, bruut en kort’. Maar gelukkig heeft de mens dat ooit ingezien en heeft hij een contract gesloten met een heerser. Met dat contract gaf de mens zijn vrijheid op in ruil daarvoor verschafte die heerser veiligheid. De theorie van het sociale contract is ontwikkeld in de strijd tussen die vorst en het volk. Nou ja het volk, de beter gesitueerden zoals de hogere adel. Dit zie je ook terug in het Plakkaat van Verlatinghe waarmee de lokale vorsten van de opstandige Provinciën de Spaanse koning afzworen. Hobbes schreef zijn boek in 1651, een tijd van vorsten en almachtige heersers.

Fransen schrijft zijn verdediging in 2019, in de tijd van, in ieder geval in dit deel van de wereld, de democratische rechtsstaat. En met het woord democratisch komen we op een bijzonder punt. Die overheid, die haar verplichtingen niet nakomt, is door de inwoners van Nederland gesanctioneerd. De Tweede Kamerleden zijn gekozen door de Nederlanders om hen te vertegenwoordigen en namens hen het land te besturen. Zo ziet het huidige ‘sociale contract’ om in de termen van Hobbes te blijven, eruit. Wij, de inwoners van dit land, hebben onze vertegenwoordigers gekozen en die besluiten namens en voor ons. Zijn ‘wij’ het die ‘ons’ niet goed beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering?

Uitgelicht

Lukkassens ‘ingewikkelde helderheid’

“De overal voelbare uitsluiting brengt de realisten tot het inzicht dat zij het Hobbesiaanse tijdsgewricht moeten verwelkomen, als zij ooit nog inspraak willen hebben in de toekomst van hun land.” De laatste zin van een artikel van Sid Lukkassen bij TPO. Een bijzonder artikel. Bijzonder vanwege het denken van Lukkassen. Op dat ‘Hobbesiaans tijdsgewricht’, en wat we ons daarbij moeten voorstellen, kom ik later terug.

Leviathan, van Thomas Hobbes. Bron: Wikipedia

Laat ik vooraan beginnen. Lukkassen stelt: “vroeger was de elite nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultur en patriottisme, terwijl de arbeiders zich oriënteerden op de internationale klassenstrijd. Maar in de jaren negentig sloeg dit om… :”  Een analyse, zo zegt hij, van Pim Fortuyn die hij als een feit presenteert niet nader toelicht. Nu zien we tegenwoordig vaker dat beweringen van Fortuyn door zijn navolgers en aanhangers als een feit of  ‘waarheid’ worden gepresenteerd. Maar hoe feitelijk is dit feit of is dit een interpretatie? 

Neem de arbeiders en die internationale klassenstrijd. Op hét moment dat de arbeiders voor het internationale en tegen het patriotisme konden kiezen, kozen ze massaal voor het patriotisme. Dat moment kwam in de zomer van 1914 na het schot waarmee Gavrillo Princip een einde maakte aan het leven van Frans Ferdinand, de aartshertog van Oostenrijk. Als de arbeiders toen voor elkaar en dus voor internationale samenwerking hadden gekozen, dan was er wellicht geen oorlog uitgebroken die we nu de Eerste Wereldoorlog noemen. Immers zonder arbeiders geen miljoenen soldaten en geen fabrieken die wapens produceren. De arbeiders kozen toen voor patriotisme en dus voor het vaderland.

En aan de andere kant, hoe ‘nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultuur en patriotisme’ was die elite? Een van de verwijten die de ‘elite’ wordt gemaakt is dat ze het land hebben ‘verkwanseld’ aan die vermaledijde internationale en vooral Europese samenwerking. Internationale samenwerking die juist een aanvang nam aan het einde van die Eerste Wereldoorlog: de Volkenbond werd opgericht. Niet meteen een succes maar wel een voorloper van de Verenigde Naties die na de ellende van de Tweede Wereldoorlog ontstond. Een periode waarin ook de Europese samenwerking een aanvang nam. Of was dit, immers ruim voor de jaren negentig, op initiatief van de  ‘internationalistische’ arbeiders.

Lukkassen vervolgt: “… bedrijven profiteerden van outsourcing en open grenzen, dus ook de elite werd zeer mobiel. De nieuwe elite was ‘wereldburger’ en identificeerde zich met transnationale instituties zoals de EU. Juist de arbeider bleef aangewezen op de directe leefomgeving – de werkende klasse werd nationalistischer en keerde zich tegen de open grenzen.”  Nieuwe elite wil zeggen dat er een wisseling van de wacht heeft plaatsgevonden. Dat de ‘oude’ elite is vervangen. Waarom zou die ‘oude’ elite grenzen openen als dat haar einde zou betekenen? Als zij door een ‘nieuwe’ zou worden vervangen?

Een alinea verder: “politieke correctheid (beknelt) de sociale mobiliteit (…) wat uitmondt in een nieuwe verzuiling met bijbehorende spraakcodes.” Wacht eens. Politieke correctheid leidt tot verzuiling? Maar waren het niet de jaren zeventig tot en met begin deze eeuw die door Lukkassen en anderen worden bestempeld als de hoogtijdagen van de ‘politieke correctheid’? De jaren dat Janmaat en zijn boodschap: “Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af,” verketterd werden. De jaren dat visionair Bolkenstein werd weggehoond. Jaren die culmineerden in de ‘demonisering’ van Pim Fortuyn. Laat dat nu juist de jaren zijn dat de zuilen ten graven werden gedragen. De jaren van grote sociale mobiliteit. De Jaren dat er geen ‘duivel’ meer sliep tussen ‘twee geloven op een kussen’. De jaren dat de kerken massaal leegliepen. 

Of is bij Lukkassen de wens de vader van de gedachte? Hij pleit immers geregeld voor het oprichten van een nieuwe zuil en dat doet hij ook weer in dit artikel. De: “Zuil van het nieuwe realisme, ook wel humanistisch realisme genoemd. Hier huist de gewortelde burgerij: soevereiniteit, vrij denken en de harde waarheid durven zeggen staan centraal.”  Let op de woorden waarmee Lukkassen deze zuil, waarvan hij de ‘bedenker’ is, beschrijft: ‘realisme’, ‘gewortelde burgerij’ en de ‘harde waarheid zeggen’. Woorden waarmee hij ook iets zegt over degenen die er volgens hem niet bijhoren. Dat zijn namelijk ‘idealisten’ die  ‘zweven’ want ongeworteld en die terugschrikken voor de ‘waarheid’ of erger nog, die de waarheid niet kennen. Uit die zuil moet, helaas voor het volk, de nieuwe elite (al weer een) komen: “een generatie onafhankelijke denkers opstaan die met elkaar de degens kruisen en opnieuw in gesprek gaan over de grote thema’s.” Maar hoe onafhankelijk zijn die ‘denkers’ als ze moeten opereren binnen de ‘Zuil van Lukkassen’?

En jawel hoor, dat is de beschrijving van een andere zuil, de grote tegenpool, de: “De linksliberale Zuil: de centrale denkbeelden zijn hier utopistisch denken vanuit ‘one-worldism’ en cultuurrelativisme. Dit is de Zuil van de mainstream media en het partijkartel. Het uitgangspunt is dat de wereld toegroeit naar broederschap en eenheid. Waar er botsingen tussen culturen optreden worden deze botsingen gerelativeerd of uit het nieuws gecensureerd.”  Die zuil: “vernietigt de mogelijkheid van een democratie gebaseerd op een inhoudelijke uitwisseling van argumenten.” Een zuil waarbinnen men denkt; “vanuit het slachtofferschap van kwetsbare groepen. Die groepen hebben in hun beleving een gezamenlijk vijandbeeld: dit is de Westerse man als kolonisator en burgerlijke kapitalist. Als je die ‘harde waarheid’ zegt, dan lig je eruit: “Gebruik echter woorden als ‘dobbernegers’ of ‘islamisering’ en je ligt er direct uit.” Als dit naast: “De islam (DENK, Diyanet)” en “Het christendom (Biblebelt, Reformatorisch Dagblad)” de smaken zijn waaruit je kunt kiezen, dan lust ik geen enkele van die ‘maaltijden’.

Die Nieuwe Zuil is: “het best te begrijpen als een reddingsboot.” Een reddingsboot die: “qua economisch verkeer en sociale samenhang sterk genoeg is om op eigen benen te staan.” Probleem voor de Zuil van Lukkassen is dat de vertegenwoordigers van zijn ‘nieuwe zuil’ in niet aanbod komen: “Vandaag moeten we constateren dat er een brede flank is ontstaan van partijen en bewegingen die hoe dan ook worden uitgesloten van tastbare invloed. .… Zo vernietigt men de legitimiteit van verkiezingen en van de democratie.”Daarom adviseert Lukkassen om (…) lak te hebben aan het grote deugen en ook te praten over zaken als immigratie, integratie, islam en identiteit. Nu zal de ironische linksmens zeggen: “Het gaat al jaren nergens anders over”. Maar het probleem is juist dat de klasse die hierover spreekt onder de vierde Zuil valt, en dus is uitgesloten van de beleidsmachine. Die situatie zal veranderen –  als dit niet gaat met brieven en debatten, dan moet het maar vanaf de straat.” Nu is het winnen van verkiezingen in Nederland nooit een garantie geweest voor deelname aan een regering. De oude CPN, de Boerenpartij, de SP en ook GroenLinks zijn daar net als de FvD voorbeelden van. Dat wil echter niet zeggen dat degenen die niet tot de regering behoren geen macht hebben. Neem de omgang met vluchtelingen. Daar hoor je nu politici van VVD, CDA en PvdA huizen dingen zeggen en beleid steunen dat hun voorgangers zich doet omdraaien in hun graf. Dit allemaal onder invloed van de ‘Zuil van Lukkassen.

Want het duurt niet lang: “totdat de democratie totaal ontspoort en een totalitair karakter krijgt.” En: “Op dat moment moet de Nieuwe Zuil voldoende ‘hardheid’ bezitten, oftewel standvastigheid, om deze totalitaire besluiten naast zich neer te kunnen leggen en weerbare tegendruk te kunnen bieden.”  Wordt, en daarmee kom ik terug op het “Hobbesiaanse tijdsgewricht’ dat de Zuil van Lukkassen moet verwelkomen, de democratie totalitair of zou het kunnen dat Lukkassen moeite heeft met de uitkomst van het democratische debat? Zegt Lukkassen hier niet eigenlijk: ‘als we onze zin niet krijgen, dan beginnen we een burgeroorlog?’

‘Nee, niet wij, jullie zijn begonnen,’ werpt Lukkassen tegen: “Fortuyn en Theo van Gogh zijn uit de weg geruimd; Wilders leeft al jaren onder zware beveiliging en dat zijn we gaan aanvaarden als min of meer normaal. Zijn uitspraken over de islam krijgen meer politieke en morele veroordeling dan het feit dat die beveiliging überhaupt nodig is. Onder de dreiging van geweld is zijn cartoonwedstrijd wel afgelast. Cabaretiers maken geen grappen meer over Mohammed. Edwin Wagensveld werd opgepakt voor het dragen van een varkensmuts, hoewel daar geen wettelijk precedent voor bestaat. Schooldirecties dwingen leraren om zich te verontschuldigen voor het tonen van een spotprent van Charlie Hebdo, al dient de prent om discussie los te maken.” Een indrukwekkende opsomming van gebeurtenissen, maar wat is het verband ertussen? Is dit, zoals Lukkassen lijkt te suggereren, ‘bewust’ beleid van de ‘Links liberale zuil’? Een complot? En wat adviseert Lukkassen ons als je iemand tegenkomt die in complotten gelooft? (O)p dat moment verlaten we het gesprek en treden we toe tot de natuurtoestand. Dan is het conflict niet meer met woorden, maar wordt het conflict fysiek. In Oud-Nederlands: wie niet horen wil, moet maar voelen.” Een advies dat de Ballonnendoorprikker afraadt. Afraadt omdat hij niet in complotten gelooft maar ook een ander niet zijn recht omdat wel te doen, wil ontzeggen en geweld afwijst. Als deze mens immers gelukkig is met zijn ‘complot’ wie ben ik dan om dat geluk ‘af te nemen’. 

“Clarity is the ultimate sophistication,” aldus het motto van Lukkassen. “Ieder maakt zijn eigen regels en dus zijn er geen regels. Iedereen is soeverein over zijn eigen leven – alles is geoorloofd,” beschrijft hij terecht als kenmerken van een Hobbesiaanse tijdsgewricht’. De ‘clarity’, “Helderheid, duidelijkheid” die Lukkassen geeft is niet erg sophisticated, “subtiel, verfijnd of ver ontwikkeld” aldus de eerste vertaling van het woord sophisticated. Het komt gewoon neer op pakken wat je pakken kunt. Hoe “wereldwijs, ontwikkeld”, de tweede betekenis van het woord, is het complotdenken waarvan hij blijk geeft? Een ingewikkeld complot verpakt in ronkend en bombastisch taalgebruik. En laat nu “ingewikkeld” de derde betekenis van sophisticated zijn. Alleen ‘verkoopt’ dat in de Nederlandse vertaling wat minder: ‘helderheid is de ultieme ingewikkeldheid’.  


Cliteuriaans

“Maar de rationele islam zal niet Kantiaans ontstaan, alleen Hobbesiaans.”

Niet stoppen na deze zin uit een artikel van Paul Cliteur bij TPO. Cliteur betoogt dat een ‘rationele islam’ niet vreedzaam zal ontstaan en gebruikt de denkers Immanuel Kant en Thomas Hobbes als contrapunten. Kant voor de vreedzame manier en Hobbes voor de gewelddadige manier. “Wie goed doet, goed ontmoet geldt voor een andere wereld dan de wereld waarin we leven.” Onze overheden zullen weer overheden moeten worden, onze regeringen weer moeten gaan regeren, want anders is het leven solitary, poor, nasty, brutish and short.” Welke maatregelen moeten die regeringen die weer moeten gaan regeren dan nemen? Cliteur: “De financieringsstromen vanuit Saoedi-Arabië zullen moeten worden drooggelegd. De bijzondere leerstoelen gesubsidieerd vanuit Qatar (Tariq Ramadan in Oxford) moeten worden afgeschaft. Talloze Hobbesiaanse maatregelen zullen moeten worden genomen en onze overheden zullen hun onschuld moeten verliezen.”

Cliteur

Foto: Vimeo

Vreemd is wel dat Cliteur in zijn artikel schrijft over een islamiet, Khalid Benhaddou genaamd: “hij hangt een ‘rationele islam’ aan. Dat ‘rationele’ geeft aan dat hij de islam heeft gezuiverd van al die dingen waarmee wij tegenwoordig in botsing komen.” Nu begrijp ik het even niet. Cliteut pleit voor een Hobbiaanse benadering die er nu niet is. Zonder die Hobbiaanse benadering kan er geen rationele islam ontstaan. Hoe kan Benhaddou dan een rationele islam aanhangen? Die kon toch niet ontstaan?

Zou Benhaddou trouwens de enige rationele islamiet zijn? Welke islam zouden bijvoorbeeld de burgemeesters Aboutaleb en Marcouch aanhangen? Of kamervoorzitter Khadija Arib? Zou het kunnen dat die rationele islam al lang bestaat? En al was Benhaddou op dit moment de enige rationele islamiet, bevestigt hij dan niet het ongelijk van Cliteur? Immers ook zonder die Hobbesiaanse maatregelen blijkt er immers een rationele islam te kunnen ontstaan. Dat iets is ontstaan, wat volgens je eigen theorie niet kan ontstaan en het vervolgens niet zien als een ontkrachting van je theorie, zullen we dat vanaf nu dan Cliteuriaans denken noemen?

Zou het niet precies omgekeerd zijn, dat juist het: “theoterrorisme en jihadisme,” zoals Cliteur het noemt, welvaart bij Hobbesiaanse praat en maatregelen? Maatregelen zoals het verbieden, afschaffen en overheden die hun ‘onschuld verliezen?