In de aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2025 schreef ik de Election Files serie. Een serie waarin ik naast verkiezingsprogramma’s ook relevante ontwikkelingen beschreef. In de zesde prikker in die serie Het vlak helt over, behandelde ik de aanvallen op onze democratische rechtsstaat. En nee, geen aanvallen door ‘statelijke actoren’ of ‘trollen’. Nee, aanvallen van binnenuit. Vanuit de politieke partijen, de volksvertegenwoordigers, de Tweede Kamer als instituut en de regering. Ik moest aan deze serie denken toen ik op de NOS site las dat minister van Justitie Van Weel in gesprek wil met de Amsterdamse burgemeester Halsema over een demonstratie van 11 oktober 2026. “Dit ging ver over mijn grens,” aldus Van Weel.
Wat is er gebeurd? Op die elfde oktober werd er gedemonstreerd tegen het brute Israëlische geweld in Gaza. In die demonstratie liepen ook mensen mee met spandoeken waarop zij verkondigden Hamas te steunen en dat ging dus ver over de grens van Van Weel en dan ben je, zo zei hij: “ “Dan ben je ofwel naïef, kwaadwillend of gestoord.” Dan toch even voor minister Van Weel. Dat iets ‘ver over zijn grens’ gaat, wil nog niet zeggen dat iets verboden is of niet mag. De ‘grens’ van Van Weel is niet relevant, niet als privépersoon en ook niet als minister. De enige grens die relevant is, is de wet. De wet kent ons vrijheid van meningsuiting toe en achter Hamas staan is een mening die je mag verkondigen. Net zoals een ander mag verkondigen ‘achter Israël te staan’ iets wat door anderen weer ‘ naïef, kwaadwillend en gestoord’ genoemd mag worden. Net zoals Van Weel zijn mening mag verkondigen dat dit hem ‘te ver gaat’. Maar daarbij wel een onderscheid. Als privépersoon mag hij dat zeggen. Als minister, en zeker als minister van justitie, hoort hij pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Dan behoort hij de bekende aan Voltaire toebedeelde uitspraak aan te halen: ‘Ik ben het voor geen woord eens met wat u zegt, maar ik zal me tot mijn dood inzetten voor uw recht om het te zeggen.’ helaas lijkt Van Weel zijn klassiekers niet te kennen en wat belangrijker is, ook zijn rol niet.
Bovendien, zo is te lezen, denkt hij dat het zeer intimiderend was voor joodse inwoners van Amsterdam. Zo kan ik me goed voorstellen dat het gezwaai met Israëlische vlaggen voor Palestijnse inwoners van Amsterdam ook intimiderend kan zijn. Net zoals tractoren voor je huis intimiderend kunnen zijn. Dat iets voor mensen intimiderend kan zijn, wil niet zeggen dat het niet mag. Ook dat mag. En ook dat behoort Van Weel te weten.
“Van Weel wil daarom met burgemeester Halsema in gesprek. Hij wil van haar weten waarom ze de betoging bij het Nationaal Monument op de Dam zo liet doorgaan. Er werd gezichtsbedekkende kleding gedragen en dat kan al een reden zijn om een demonstratie te ontbinden. Ook had ze de echte opruiers onder de demonstranten er tussenuit kunnen halen.” Zo lees ik. Ja, dat had gekund, maar, beste minister Van Weel, de burgemeester van Amsterdam hoeft aan u geen verantwoording af te leggen over de gemaakte keuze. De wet is daar duidelijk over. Die bepaalt dat het aan de burgemeester is om die keuze te maken en niet aan de minister van Justitie. Ook dat behoort u als minister van Justitie en dus hoeder van de rechtsstaat te weten en dus had u, er in de Tweede Kamer naar gevraagd, moeten antwoorden: ‘Daar ga ik niet over. Dat is de bevoegdheid van de burgemeester en daar bemoei ik me niet mee want als ik dat zou doen dan ondermijn ik onze rechtsstatelijke orde en dat mag en kunt u van een minister van Justitie niet verwachten.’
Helaas deed Van Weel dat allemaal niet. In een poging om daadkracht uit te stralen ging hij verder met de bijl te zetten aan de wortels van onze democratische rechtsstaat. Een bijl die wettelijke vormen aanneemt met het Wetsvoorstel Strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties dat door Van Weel aan de Kamer is voorgelegd. Een bizar voorstel waarover ik eerder al een Prikker schreef en concludeerde dat het: “bestraffen van slechte ideeën (…) de verkeerde manier (is). Slechte ideeën bestrijd je door goede ideeën in de praktijk te brengen en door te laten zien dat de slechte ideeën tot slechte resultaten leiden. Dit wetsvoorstel is een slecht idee.” En: “Gevaarlijk omdat invulling van wat terrorisme dan afhankelijk is van de waan van de dag.” Dat dit een reëel gevaar is bleek vorig jaar toen een Kamermeerderheid van PVV, VVD, BBB, SGP en JA21 die een motie van het Forum voor Democratie ondersteunden om Antifa te benoemen tot een terroristische organisatie.
Het optreden van Van Weel, onze minister van Justitie en daarmee hoeder van onze democratische rechtsstaat, gaat, om Van Weels eigen woorden te parafraseren, ver over de grens van onze democratische rechtsstaat en laat zien dat die democratische rechtsstaat in gevaar is en en dat we het voor haar verdediging niet moeten hebben van de minister die er pal voor hoort te staan.
