Vestzak, broekzak, platzak

Staatssecretaris Van Rijn wil het overheden of van overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk maken om te werken met Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP), zo valt te lezen op de belangensite van ZZP’ers. “De reden dat Van Rijn het werken met ZZP’ers aan banden wil leggen is dat hij niet wil dat er in schijnconstructies gewerkt wordt, waarbij geen sprake is van ondernemerschap, maar wel de ondernemersfaciliteiten worden benut.” Goed dat Van Rijn het misbruik van faciliteiten onmogelijk wil maken. Alle lof. Zou dit voorstel helpen?

fraudeIllustratie: stt.nl

Wie profiteert er van de schijnconstructie? Is dat de ZZP’er die van de ondernemersfaciliteiten (lees belastingvoordeel) gebruik maakt? Of is dat de opdrachtgever (in dit geval dus een overheid) die deze faciliteiten al van de inhuurprijs afhaalt? Zorgt de vestzak (de inhurende overheid) er niet voor dat zijn korting op de inhuurprijs, wordt betaald door de broekzak (de belasting ontvangende overheid)?

Van Rijns plannen maken het overheden en met overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk om ZZP’ers te gebruiken. Dus JA het helpt. Maar is het niet vreemd dat hiervoor dit verbod nodig is? Bij schijnconstructies is altijd een werkgever betrokken en dat is in deze gevallen de overheid. Werkt de overheid dan mee aan schijnconstructies?

Als dat zo is, dan zijn er ook andere middelen om dit misbruik te voorkomen. Verbied het overheden om met dergelijke schijnconstructies te werken. Laat de vestzak niet door de broekzak betalen, maar zorg ervoor dat de vestzak een goede prijs betaalt, die vervolgens via de broekzak weer deels terugkomt. Zou dat niet veel effectiever zijn? Zeker als blijkt dat in twaalf van de dertien gevallen er geen sprake is van een schijnconstructie. Is het doelmatig om die twaalf het werken onmogelijk te maken om dat ene, door de overheid mogelijk gemaakte, fraudegeval te bestrijden?

Wat zou er gebeuren als Van Rijn doorzet? Zou het niet kunnen dat de schijnconstructie dan wordt verplaatst? Zou het kunnen dat de overheid dan een detacheerder contracteert, een detacheerder die vervolgens een zzp’er via een schijnconstructie inhuurt? Als dat zou gebeuren dan schiet Van Rijn er niets mee op. Of toch wel? Zou dit er niet voor zorgen dat dezelfde zzp’er de overheid dan meer kost omdat de detacheerder ook moet leven? Betaalt dan niet de vestzak veel meer, moet de broekzak nog steeds betalen en gaat de overheid dan platzak aan de detacheerder?

Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?