Uitgelicht

Nederland en/in Europa

“Nederland is in hoog tempo bezig de zeggenschap over de eigen essentiële belangen over te hevelen naar een EU zonder democratisch mandaat. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Dit schrijft Kees de Lange in een artikel bij Opiniez. Volgens de Lange worden er systematisch bevoegdheden overgedragen naar de Europese Unie en hierdoor wordt de Nederlandse soevereiniteit uitgehold. 

Bron: Pixabay

De Lange vraagt zich af hoe dit kon gebeuren en in die zoektocht komt hij bij de Grondwetswijziging van 1953. Bij die wijziging werd het Nederlands recht ondergeschikt gemaakt aan internationaal recht. En dit leidt er nu, volgens De Lange toe dat: “de eigen soevereiniteit en de soevereiniteit van de eigen bevolking als basis van onze samenleving worden verkwanseld en hoe bijna zonder enige diepgaande discussie standaard gehandeld wordt, niet tegen de sinds 1953 strikte letter, maar wel tegen de geest van onze eigen Grondwet.” Dit is tegen het zere been van De Lange immers: “verandering in soevereiniteit (kan) dan en slechts dan plaatsvinden indien met instemming van de burgers.” En die burger wordt gepasseerd: “Het verkwanselen van de directe belangen van de Nederlandse burger zonder diezelfde burger zelfs maar te raadplegen is een politieke wanvertoning en een democratische doodzonde van de eerste orde.” Zo, die kunnen onze politici in hun zak steken.  

Alhoewel. Is het wel zo dat ‘het volk’ niet geraadpleegd is? Als je een referendum als enige manier ziet om ‘het volk’ te raadplegen, dan is dat slechts twee keer gebeurd. Een eerste keer over de ‘Europese grondwet’ en een tweede keer over een associatieverdrag met de Oekraïne. Zowel de ‘Grondwet’ als het associatieverdrag bevatte geen overdracht van soevereiniteit, er werden dus geen ‘belangen verkwanseld’. De ‘Grondwet’ was niets meer dan een bundeling van al gemaakte afspraken en de bevoegdheid om een associatieverdrag te sluiten, had de EU al.

Als we kijken naar alle overdrachten van welke bevoegdheid dan ook, dan zijn die genomen volgende in Nederland geldende regels van het spel. Neem de Grondwetswijziging van 1953, die is twee keer in de Tweede Kamer behandeld en aangenomen. Tussen die twee behandelingen in zaten verkiezingen waar ‘het volk’  zich kon uitspreken. 

‘Ja, maar dan moet het volk wel weten dat dit staat te gebeuren’, zou je kunnen tegenwerpen en het is maar helemaal de vraag of ‘het volk’ het allemaal wel wist. Als we de beeldvorming van de laatste jaren bezien, dan rijst er een beeld op van ‘gekonkel in achterkamertjes’ waar wordt besloten om Nederland steeds verder Europa in te ‘rommelen’.  

Een beeld dat het tegenwoordig goed doet, maar gebeurde het ook zo? Europa en verdere Europese integratie was vast niet het ‘belangrijkste’ verkiezingsthema. Dat de politieke partijen er niet open over waren, is bezijden de waarheid. “De Europese gemeenschappen worden uitgebreid met Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen en Denemarken en andere demokratische Europese landen die de doelstellingen van de E.E.G. onderschrijven. De uitbreiding van de E.E.G. met Groot-Brittannië zal niet ten koste gaan van de steun aan arme landen.” Zo valt te lezen in het verkiezingsprogramma van de PvdA in 1967. En het VVD-programma voor de verkiezingen van hetzelfde jaar lezen we het volgende: “Dit streven brengt mee, dat in de nabije toekomst de E.E.G. met andere Europese landen zal moeten worden uitgebreid. De komende Europese Gemeenschap zal zowel naar binnen als naar buiten een liberale politiek moeten voeren.” In 1989 lezen we in het PvdA-programma het volgende: “Nederland heeft ook verantwoordelijkheden en belangen in internationaal verband. Nederlandse burgers zullen hoe langer hoe meer EG-burgers en wellicht op den duur zelfs burgers van een groter civiel Europa worden.” En in het programma van het CDA voor de verkiezingen van 1989 lezen we: “Eén aspect verdient nog bijzondere aandacht omdat het de politieke agenda in toenemende mate zal bepalen. Het betreft de eenwording van de Europese markt tegen 1992. Deze heeft een belangrijke signaalfunctie: ‘signaal’ omdat reeds eerder belangrijke stappen zullen zijn gezet, terwijl uiteraard niet alle beslissingen en maatregelen in 1992 zullen zijn afgerond. Niettemin zal ook Nederland de gevolgen van ‘Europa 1992’ voelen: de gemaakte afspraken zullen het nationale beleid beïnvloeden.” 

Deze partijen hebben jarenlang de verkiezingen gewonnen en kregen samen vaak bijna driekwart van alle stemmen. Kun je dan volhouden dat er sprake was van ‘gerommel in achterkamertjes’? Dat er soevereiniteit werd overgedragen zonder instemming van ‘het volk’? 


Beste meneer Bor,

Ik las uw artikel bij Opiniez waarin u betoogt dat rechts het debat beter zonder links kan voeren. Volgens u heeft dat geen zin omdat: “Op alle bovengenoemde onderwerpen domineert zonder uitzondering het linkse narratief. De hoeders van het linkse gedachtegoed hebben een beschermende laag eromheen weten te leggen, zodat het niet besmet kan worden door andere invloeden. Daar omheen ligt een agressieve schil die iedere poging daartoe afslaat door middel van sociale uitsluiting of zelfs fysiek geweld.” De onderwerpen waar u over spreekt zijn immigratie, integratie, islam, de EU, cultuur en klimaat. Er moet mij na het lezen van uw artikel toch wat van het hart.

Breda_Juttemis.jpg

foto: Wikipedia, de vrije encyclopedie

Als eerste geeft u een beschrijving van de positie van links en rechts op deze thema’s: “Zonder op voorhand aan te geven wat de betere zienswijze is.” In die opzet bent u, wat mij betreft, niet geslaagd. Er zal best iemand zijn die vindt dat “immigratie (…) altijd goed is, dat “de EU (…) een prachtig streven (is) waar we alles aan moeten geven” of dat “alle culturen (…)g elijk” zijn en dat “we (…) één overkoepelende cultuur nodig (hebben), gelijkheid boven alles.” Door dit dé standpunten van links te noemen, maakt u een karikatuur van de werkelijkheid.

Dan moet mij als volger van de media toch van het hart dat uw ‘rechtse’ standpunten zeer veel aandacht krijgen. Niet alleen op de site waar uw artikel is geplaatst en op sites als De Dagelijkse Standaard, TPO en Geenstijl, ook uit de Telegraaf, het AD en Elsevier stijgt uw ‘rechtse’ geluid op. En zelfs in de als ‘links’ bestempelde de Volkskrant wordt plek ingeruimd om uw rechtse geluid te brengen. Denk bijvoorbeeld aan de column van Derk Jan Eppink die nu lijsttrekker van het Forum voor Democratie wordt bij de Europese verkiezingen. Hoe ‘dominant’ is dan dat linkse narratief?

Vervolgens wilt u de discussie pas aangaan als “als de rechterzijde net zo sterk is als de linkerzijde en niet eerder.”  Als we kijken naar de politiek dan is die linkerzijde flink in de minderheid. Uw rechtse standpunten zijn te horen bij het gros van de partijen in de Kamer, Van PVV en Forum voor Democratie tot het CDA en de PvdA en op sommige terreinen zelfs de SP.

Als laatste het “graag met modder gooien naar serieuze wetenschappers” die een ander standpunt hebben. Nu kan ik me op de sites en in de media die uw rechtse standpunten vertegenwoordigen, vele voorbeelden herinneren van wetenschappers die een lading modder over zich heen kregen. Neem alleen al het artikel van uzelf waarnaar u verwijst en waarin u een andere wetenschapper afserveert omdat hij vraagtekens zet bij het werk van uw ‘held’. Of van bijvoorbeeld uw Opiniez-collega Johannes Vervloed in zijn schrijven over het IPCC: “Er zitten allerlei ‘geleerden’ in, natuurwetenschappers, maar ook andere beroepen.”  Om vervolgens jullie andere collega natuurkundige Kees de Lange te scharen onder de: “Echte natuurkundigen.” 

Over al deze onderwerpen en ook andere, wil ik graag het gesprek met u aangaan. Daarvoor hoeven we niet te wachten tot  links en rechts ‘even sterk’ zijn. Dat is wachten tot Sint Juttemis 

 

Staatsgodsdienst

Het schijnt dat er een juridische jihad woedt in Nederland. Tenminste als we emeritus hoogleraar Kees de Lange moeten geloven. “Het ontbreken van een heldere definitie van godsdienst leidt in de praktijk van vandaag tot onduidelijkheid en tot de onweerstaanbare neiging, met name in moslimkringen, om voor hun religieuze ideologie via de rechter steeds meer ruimte af te dwingen. De juridische jihad is een beproefde methode geworden om religieus-ideologische provocatie vorm te geven, en niet zonder succes.” Zo schrijft De Lange op de site Opiniez. Via de rechter afdwingen? Als de rechter beoordeelt dat iets conform de wet is, wordt het dan via de rechter afgedwongen? Heeft de wetgever die ruimte dan niet al geboden?

573px-Cathars_expelled

De verbanning van de Katharen. Illustratie: Wikipedia

De Lange lijkt nog meer ‘spoken’ te zien: “De seculiere samenleving komt daarbij steeds meer onder druk te staan. Zo wordt het uitoefenen van godsdienstige uitingen in de publieke ruimte steeds vaker gedoogd.” Godsdienstige uitingen in de publieke ruimte zijn altijd al toegestaan. Dat is niets nieuws. Je mag met een enorm kruis om je nek lopen. Er staan ‘huizen’ voor de verschillende goden in de publieke ruimte. In Maastricht werd laatst weer een zoveel jaarlijkse processie gehouden en als je wilt kunt je in de openbare ruimte tot elke god bidden die je maar wilt. Dat is niets nieuws.

De Lange gaat verder er: “…  worden in door de belastingbetaler bekostigde gebouwen ruimten voor godsdienstige rituelen ingericht.” Dat er in verschillende openbare gebouwen ‘stilteruimtes’ worden ingericht is ook niets nieuws. Dit past allemaal bij een samenleving die eenieder de ruimte biedt om een eigen leidraad in het leven te kiezen. Niets nieuws onder de zon. Vroeger had bijna ieder ziekenhuis, net als trouwens iedere middelbare school, in het zuiden een kapel. In het noorden hadden ze ook vast allemaal een gebedsruimte.

Sterker nog, er zijn nu nog gemeenten waar het een stapje verder gaat. Waar de raadsvergadering met een gebed begint en bijbels in vergaderzalen liggen. Nog sterker, god komt in de aanhef van iedere wet voor en het wordt nog steeds geaccepteerd dat volksvertegenwoordigers zich op god beroepen als ze worden ingezworen. 

Het enige ‘nieuwe’ is dat een andere religie hier ook gebruik van maakt. De Langes bezwaar richt zich op die hier redelijk nieuwe godsdienst, de islam. Die religie is volgens De Lange: “een staatsgevaarlijke haatdragende ideologie met bijbehorende vijfde colonne.” Een godsdienst die ons, zo beweert De Lange: “terug zal voeren naar de irrationele ideologische Middeleeuwen.” Zou het definiëren van godsdienst, de komst van die ‘ideologische Middeleeuwen’, als ze al komen, tegengaan? Of is het juist een stap in de richting van die ‘ideologische Middeleeuwen’ omdat er zo ‘staatsgodsdiensten’ ontstaan en de overheid, net als vroeger de landheer, bepaalt wat er geloofd moet worden?