(On)gezond verstand

“Laat Baudet de leiding nemen in een openbaar debat over dit onderwerp, waarbij emotie niet mag overheersen. Laten we praten over cijfers, feiten en resultaten. Laten we ophouden met het creëren van slachtoffers waar er geen zijn. Veiligheid is geen vraagstuk van links of rechts, maar van realisme. En realisme is wat Nederland nodig heeft. Laat het gezond verstand zegevieren!” Zo eindigt een artikel van Mark Jongeneel bij de Dagelijkse Standaard. Ik heb grote twijfels of met het realisme van Baudet, zoals Jongeneel het noemt, het gezonde verstand zegeviert.

Volgens Baudet, zo lees ik wordt: “ het begrip “etnisch profileren” vaak misbruikt (…) om elke vorm van selectief handelen door de politie te demoniseren.” Maar: “Als je kijkt naar de statistieken dan blijkt dat bepaalde groepen vaker betrokken zijn bij criminaliteit.”   Dat is, zo betoogt Jongeneel een feit en geen mening. En tot zover klopt het. Bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd in bepaalde vormen van criminaliteit. Zo zijn belastingontduikers vaak miljonairs. Als de politie op basis van statistieken handelt dan is dat: “niets meer of minder dan het toepassen van wiskunde op veiligheidsbeleid.” Dat maakt het logisch, aldus Baudet en in zijn verlengde Jongeneel, om: “Als algoritmes laten zien dat personen met bepaalde kenmerken (zoals leeftijd, locatie of criminele voorgeschiedenis) vaker betrokken zijn bij strafbare feiten, dan is het logisch dat de politie zich daarop richt.” Want, zo gaat Jongeneel verder: “We kunnen ons niet veroorloven om sentimentele ideeën over gelijkheid boven praktische oplossingen te plaatsen. Als we willen dat iedereen veilig is, moeten we accepteren dat sommige maatregelen ongemakkelijk voelen. Maar dat betekent niet dat ze oneerlijk zijn.”  En: “Critici beweren dat dit soort methodes leidt tot discriminatie en een zelfversterkende cyclus van marginalisering,” die verkondigen onzin want: “Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet op basis van wat ze hebben gedaan of waarschijnlijk zullen doen.” Dit is dus, zo betoogt Jongeneel gezond verstand. Maar dan toch even.

Critici die zeggen dat op deze manier handelen zelfbevestigend is, praten geen onzin. Als je om, Baudets eufemisme te gebruiken, statistisch profileert en alle miljonairs op belastingfraude gaat onderzoeken, dan zul je veel frauderende miljonairs vinden en daardoor zal uit de statistieken blijken dat het percentage frauderende miljonairs nog toeneemt. Dat is nog niet eens het meest kromme aan Jongeneels en Baudets betoog.

Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet van wat ze hebben gedaan, schrijft Jongeneel terecht en hij volgt Baudet daarin. Vervolgens pleit hij ervoor om mensen te behandelen op basis van bepaalde kenmerken zoals leeftijd, locatie en wat ze zijn en niet van wat ze hebben gedaan. De gegevens uit een bepaald bestand zeggen namelijk niets over de daden van de persoon die wordt aangehouden. Ze zeggen iets over een verzameling eerder aangehouden personen. Als een agent iemand staande houdt op basis van wat Baudet ‘statistisch profileren noemt, gebeurt die aanhouding dan op basis van wat die persoon heeft gedaan? Nee, die persoon wordt niet aangehouden op basis van wat hij of zij heeft gedaan, maar op basis van wie hij of zij is. Jongeneel en Baudet zeggen daarmee in feite dat iedere miljonair een belastingontduiker is. Ze verklaren de daden van een deel van de miljonairs, van toepassing op alle miljonairs.

Dit is veel meer dan ‘ongemakkelijk. Dat kun je eufemistisch ‘statistisch profileren noemen, het is discriminatie van mensen op oneigenlijke gronden en daarmee etnisch profileren. Als de ervaringen uit het verleden ons iets leren, dan is het dat een dergelijke aanpak er niet toe leidt dat ‘iedereen veilig is’.

Common sense

In de Volkskrant maakt Derk Jan Eppink zich zorgen over de Brexit. Hij concludeert dat de personen die, zowel aan Britse als aan Europese kant, een belangrijke rol gaan spelen, niet van ‘onbesproken’ gedrag zijn. Dat vergroot zijn vrees dat het ‘gezond verstand’ het onderspit gaat delven tegen de rancune. Hij vreest “dat het interne markt-concept – vrij verkeer van goederen, diensten, werknemers en kapitaal – uit elkaar valt.” Dit kan voor Nederland slecht uitpakken: “Een economische breuk staat haaks op het Nederlands belang. Dat vereist nieuwe, inventieve vormen van samenwerking die verbinden.” 

gezond-verstandIllustratie: Iris Papilio – WordPress.com

Daarom ziet Eppink wel wat in: “het voorstel van een ‘Noordzee Unie’.  … Landen aan de Noordzee, zoals Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Noorwegen, bespreken gemeenschappelijke aspecten van de Noordzee. Neem: scheepvaart, veiligheid, milieu, (wind)energie, havens.” Begrijp ik het goed?  Ja, dat is waar Eppink voor pleit: “de Noordzee moet een baken van vrijhandel blijven, met de maritieme blik op de wereld. Er is geen enkele economische reden om eeuwenoude handelstradities rond de Noordzee te ontwrichten, alleen omdat Brussel boos is.” 

Zou deze Noordzee-Unie, naast de Europese Unie moeten bestaan? Dan zouden alle lidstaten lid zijn van twee unies behalve de Britten. Welk voordeel zou dat bieden? Hoe verhoudt dit zich trouwens tot de afspraak dat handelsverdragen alleen gezamenlijk worden afgesloten?

Of stelt Eppink voor om de Europese Unie, dat ‘interne markt-concept’, op te heffen ten faveurs van een Noordzee Unie? Een Unie die vooral de Nederlandse handelsbelangen lijkt te dienen. Waarom zou Duitsland uit de EU treden en in deze Noordzee Unie zonder Frankrijk? Ja, de Britten zijn een belangrijke Duitse handelspartner, dat zijn de Fransen ook, zelfs nog een grotere. Een Unie zonder Oostenrijk, Polen Tsjechië, Hongarije, allemaal belangrijke handelspartners van Duitsland die wel bij de EU horen en niet bij Eppink’s Noordzee Unie. Waarom zou België kiezen voor een nieuwe unie zonder haar belangrijkste Europese handelspartner Frankrijk?

Beste meneer Eppink, u vreest dat de andere landen de: “Britten straffen om uittreding van andere EU-landen af te schrikken.” Zijn het niet de Britten zelf die zich hebben ‘gestraft’ door, als handel zo belangrijk is, met hun’gezonde verstand’ ervoor te kiezen de Europese Unie, het ‘interne markt-concept’, te verlaten? Een Unie waar zeven van hun tien belangrijkste handelspartners deel van uitmaken.