Uitgelicht

Brekelmans angst en halve waarheden

Het komt wel eens voor, best wel vaak eigenlijk, dat ik zou willen ingrijpen in een gesprek aan een talkshowtafel. Dit omdat ik me stoor aan de leugens en halve waarheden. Gisteren, 4 mei, was het weer zover. Bron van leugens en vooral halve waarheden was dit keer VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans die aan tafel zat bij Pauw & De Wit. Zoals zo ongeveer iedere dag kwam het gesprek daarbij op het tot crisis van gigantische proporties opgeblazen vraagstuk rond asiel.

Het gesprek kwam op een ‘bestuurscultuur’ die ertoe heeft bijgedragen dat, zoals een andere tafelgast historicus Geerten Waling, betoogde, monumenten worden beklad, snelwegen worden bezet en universiteiten worden vernield. Waling ‘vergat’ in zijn opsomming het veel verdergaand geweld van tegenstanders van ‘AZC’s’ te noemen, dit even maar niet helemaal terzijde. Niet helemaal omdat het mij opvalt dat zo ongeveer iedereen selectief is in het benoemen van ‘protesten die men te ver vindt gaan’. Dat ‘Waling die vergat, viel ook Jelle Postma op, een andere tafelgast. Die bracht terecht in dat er een gesprek moet worden gevoerd over het demonstratierecht en het beschermen van de democratie en de rechtsstaat. Via nog wat omwegen vertelde Brekelmans dat het vervolgens aan politici in de Tweede kamer is om ‘kleur te bekennen’ maar dat een deel van zijn collega’s niet thuis geeft als er vervolgens wetten liggen om het demonstratierecht in te perken. Dat daarvoor geen nieuwe wetten nodig zijn, maar handhaving van de bestaande, vergat hij voor het gemak. Handhaving van de bestaande, want het bekladden van een monument is geen demonstratie maar vernieling net zoals het bekladden en vernielen van gebouwen. Het gebruiken van geweld bij een demonstratie is strafbaar. Daarvoor zijn geen ‘nieuwe wetten’ nodig.

Via een kleine omweg over zorgen bracht Brekelmans het gesprek bij het thema asiel: “We moeten wel oppassen als mensen legitieme zorgen hebben want er is geen sociaal huurhuis en naast me zie ik migranten die er wel een krijgen. Daar mag je het best mee oneens zijn en daar mag je best tegen demonstreren.” En vervolgens nog wat over dat de grens bij geweld ligt want dat is onaanvaardbaar. Gespreksleider Pauw vroeg vervolgens waar die grens gelegd wordt. Daarop reageerde Postma: “ In de Kamer. Precies wat ik nu hoor is precies waar het probleem ligt. Is het creëren, het accepteren van het creëren eigenlijk van een angstbeeld rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Waarbij je uiteindelijk dan zegt: ja, maar dat er geweld over ontstaat, dat is niet onze verantwoordelijkheid. Het probleem is wel dat er een arena wordt gecreëerd waarbij er angst wordt gecreëerd rond een bepaalde bevolkingsgroep die blijkbaar dan recht als privilege krijgen in plaats van de bescherming die ze verdienen.”

Dat was tegen het zere been van Brekelmans: “Wij creëren toch geen angst tegen een bevolkingsgroep. Kijk, ben je wel eens in Ter Apel geweest? … Ik ben er een keer of vijf zes geweest. Als je daar met mensen spreekt omdat er een specifieke groep is die daar echt overlast en criminaliteit veroorzaakt, dan is dat echt heel ernstig. Dus als mensen die verhalen uit Ter Apel en uit Budel horen en zien en die denken van ‘ja gebeurt dat bij mij ook’. Dat is een legitieme discussie die je in een gemeente mag voeren. Alleen je moet niet iedereen over een kam scheren.” Wat Brekelmans doet is precies wat hij zegt niet te doen: angst creëren tegen een groep. Nederland kent 321 locaties waar asielzoekers worden opgevangen. Van al die 321 halen twee locaties geregeld het nieuws: Ter Apel en Budel. Dit omdat die ‘specifieke groep’ niet in al die andere locaties zit. Locaties waar zonder noemenswaardige problemen mensen worden opgevangen.

Echt bijzonder werd het toen Brekelmans te spreken kwam over het aantal opvangplekken. Brekelmans: “Je moet even goed naar de aantallen kijken. Jarenlang hebben we ongeveer dertigduizend opvangplekken in Nederland gehad en dat gebeurde op basis van vrijwilligheid. En in die zin ging dat best goed. Ik woon zelf in een gemeente waar sinds jaar en dag een asielzoekerscentrum is, vierhonderd mensen, gaat best wel goed. Alleen wat je nu ziet is dat we tachtigduizend inmiddels richting de honderdduizend plekken gaan. En dat nu dus ook gemeenten waar dat draagvlak er niet is en nu bij de gemeenteraadsverkiezingen partijen hebben die massaal zeiden nee tegen een AZC hebben gewonnen en nu toch gedwongen mogelijk worden, een AZC te creëren. En dat laat wat mij betreft alleen maar zien dat als wij het draagvlak voor asielopvang willen behouden en dat je niet allerlei uitwassen krijgt, dan zullen we toch die aantallen weer en die asielinstroom naar omlaag moeten brengen. Want dan kan het gewoon op basis van vrijwilligheid.” Een prachtig en feitelijk verhaal met een te begrijpen logica. Maar toch is het de halve waarheid. Een halve waarheid waarin de asielzoeker tot probleem wordt benoemd en waardoor de angst verder wordt aangewakkerd.

Dat er nu ‘tachtigduizend en binnenkort honderdduizend’ nodig zijn, zoals Brekelmans beweert, klopt. Maar het is de halve waarheid. De halve waarheid want we hebben inderdaad jarenlang zo’n dertigduizend opvangplekken en dat was voldoende. En dat zou nu nog steeds voldoende zijn. De afgelopen drie jaar dienden er respectievelijk 38.375, 32.175 en 24.075 mensen een eerste asielverzoek in. Bekijken we de periode sinds 2013 dan waren dat er het minste in 2013, 9.840 en het meeste in 2015 namelijk 43.095.

Er vragen meer mensen asiel aan. Of beter gezegd, er wordt voor meer mensen asiel aangevraagd, De zogenaamde nareizigers. Met een nareisaanvraag kan een asielzoeker en machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsleden aanvragen (echtgenoot, partner, kind, pleegkind of ouders als de aanvragen op het moment van zijn aanvraag jonger was dan 18 jaar. Dat waren er in dezelfde periode tussen de 3.630 als minste in 2013 en 16.495 in 2025. Op grond van de wet, want in tegenstelling tot wat er aan die talkshowtafel wordt beweerd, is asiel wel wettelijk geregeld, heeft de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een half jaar om te besluiten op een aanvraag. Dat besluit kan zijn: een asielstatus of geen status en het land verlaten. Hoe sneller je weet of je kunt blijven, hoe eerder je je leven weer kan oppakken. Die beslistermijn kan met negen maanden worden verlengd als een aanvraag complex is. Met een beslistermijn van een half jaar zou het aantal aanvragen niet tot problemen in de opvang hoeven te leiden. Sterker nog, een flink deel van de opvangplekken zou een gedeelte van het jaar onbezet moeten zijn.

Brekelmans heeft gelijk dat er nu 80.000 en binnenkort 100.000 plekken nodig zijn. Hij heeft gelijk want er gaat iets niet goed en dat is niet, om de woorden van Wilders te gebruiken, de ‘asieltsunami’. Dat is niet de ‘instroom’. Wat Brekelmans erbij vergeet te vertellen is dat het grote aantal plekken dat nodig is een gevolg is van keuzes die de respectievelijke kabinetten de afgelopen tien jaar hebben gemaakt of juist niet hebben gemaakt. In september 2022 heeft de regering besloten om de termijn standaard met die 9 maanden te verlengen. Dit vanwege een verhoogde instroom en personeelstekort bij de IND. Het aantal in 2023 was vergelijkbaar met 2022 en ongeveer 10.000 meer dan het gemiddelde over de afgelopen tien jaar. En daarmee komen we bij het eerste probleem: personeelstekort bij de IND. Personeelstekort dat ertoe leidde dat de termijn van een halfjaar zeer vaak overschreden werd en dat leidde er weer toe dat er dwangsommen voor te laat besluiten moesten worden uitbetaald. Niet dat dit verlengen enig effect had. De doorlooptijd van een asielaanvraag ging omhoog van 41 weken in 2022 naar 97 weken in 2025.1 Bijna twee jaar die een aanvrager in een AZC moet verblijven. Dat betekent dat er 60.000 opvangplekken moeten zijn om alle aanvragers op te vangen en dat komt ongeveer overeen met het aantal asielzoekers in opvang dat op een besluit wacht. Dat zijn er op het moment van schrijven van deze prikker namelijk 63.432. En dat is dus niet omdat er zoveel aanvragen zijn maar omdat ervoor is gekozen om niet te investeren in capaciteit om binnen de wettelijke termijn van een half jaar te besluiten op een aanvraag.

Daarnaast zitten er op dit moment nog iets meer dan 19.000 mensen die in Nederland mogen blijven in de asielopvang. De zogenaamde statushouders. Deze mensen moeten uitstromen naar een woning en een gemeente maar binnen die gemeente is nog geen geschikte woning gevonden. En daarmee komen we bij het tweede probleem: woningnood. Een probleem waar niet alleen statushouders mee te maken hebben. Statushouders behoren tot de groep waarvan een flink deel van de Tweede Kamer wil dat die niet meer tot de urgentiecategorie behoren, mensen die door bijzondere omstandigheden snel een woning toegewezen moeten krijgen. Zonder urgentie zullen deze mensen achteraan moeten aansluiten in de rij woningzoekenden en zullen ze nog veel langer in een AZC verblijven. Daarvoor zullen nog meer AZC’s nodig zijn. Wat toch nog meer protesten zal leiden.

Het tekort aan woningen wordt ook niet veroorzaakt door asielzoekers. Dat die persoon uit Brekelmans voorbeeld zich afvraagt waarom hij niet en die asielzoeker wel, is ook een gevolg van keuzes van de achtereenvolgende kabinetten. In 2010 schafte het eerste kabinet Rutte het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordeningen Milieu af. Een ministerie dat in het begin van de twintigste eeuw werd opgericht om aan de schrijnende huisvesting van het gros van de bevolking een einde te maken. Dat kon wel naar de provincies. Dit omdat, zoals de ervoor verantwoordelijke minister Stef Blok beweerde dat de ‘woningmarkt als een zonnetje draaide en het woningbeleid af was’. Dezelfde Blok die als minister verantwoordelijk was voor de invoering van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Een heffing waardoor zij minder kapitaal hadden om nieuwe woningen te bouwen. Hoe ‘af’ de woningmarkt was dat bleek de afgelopen jaren toen duidelijk werd dat er veel te weinig woningen werden gebouwd.

Daar komt, voor wat betreft de bouw van woningen de stikstofproblematiek bij. Een al bijna vijftig jaar oud probleem dat door alle regeringen vooruit is geschoven door via geitenpaadjes naar oplossingen te zoeken die de kool en de geit sparen. Het laatste geitenpaadje, de Programma Aanpak Stikstof (PAS), werd in 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuurlijke rechter nietig verklaard. Het doel van de PAS was de stikstof uitstoot te verminderen. Echter om daar te komen mocht de uitstoot worden verhoogd als die verhoging in de toekomst tot een verlaging zou kunnen leiden. De rechter verklaarde het vooruitlopen op mogelijk toekomstige verminderde uitstoot in strijd met de wet. Iets waarvoor onder andere de adviestak van de Raad van State al had gewaarschuwd. Zonder geitenpaadje kwamen veel bouwprojecten op losse schroeven te staan. Iets wat nog steeds het geval is want dit probleem is nog steeds niet opgelost.

Dat zijn de feiten die Brekelmans ongenoemd laat, Feiten waarvoor zijn partij, de VVD in hoge mate verantwoordelijk is want zijn partij is de enige zie sinds oktober 2010 onafgebroken regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen. Net zoals zijn partij tussen 2012 en de start van het kabinet Jetten, met uitzondering van de korte periode van PVV-minister ‘ik ben beleid’ Faber, verantwoordelijk was voor het asielbeleid.

Jammer genoeg zat er niemand aan de talkshowtafel met voldoende kennis om hem hiermee om de oren te slaan. Dan was namelijk duidelijk geworden dat Postma gelijk heeft met zijn verwijt dat Brekelmans ‘angstbeelden creëert rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Dan was duidelijk geworden dat zijn partij beleid inzet om angst te creëren.

1 Deze cijfers zijn te vinden via: https://ind.nl/nl/over-ons/cijfers-en-publicaties/jaarcijfers-en-tertaalcijfers

Realisme

Volgens Geerten Waling worden we doodgegooid met ‘ismen’. Tenminste als we de titel boven zijn bijdrage bij Elsevier mogen geloven. ’Ismen’ die je niet zelf voert, maar die je door anderen worden opgeplakt.

exchange-of-ideas-222788_960_720

Illustratie: Pixabay

In zijn artikel haalt hij drie ‘ismen’ aan. Als eerste neoliberalisme: “een term die moet verwijzen naar een ongebreideld marktdenken door grootkapitalisten die zich niet bekommeren om de arme burger die het slachtoffer wordt van hun privatiseringen, handelsverdragen en marktliberalisatie.” Kritiek op die marktwerking snijdt best hout, maar het woord is: “een etiket dat we graag plakken op beleid dat ons niet bevalt (of dat anders uitpakt dan we hadden gehoopt).” Ook een ander ‘isme’, het populisme vertroebelt het debat. Het is: “een scheldwoord, dat bedenkelijke motieven suggereert bij je tegenstander, zoals volksmennerij, simplisme en opportunisme,” aldus Waling. Als laatste het ‘islamisme’. Waling: “Hoewel zo’n ‘islamist’ zichzelf eerder zal kwalificeren als ‘goede moslim’, niet als aparte categorie binnen de islam, helpt het onderscheid om een militant deel van de gelovigen te onderscheiden, zonder de andere moslims van de samenleving te vervreemden.” Om die reden heeft dat woord nog enig nut, volgens Waling.

Inderdaad worden er veel ‘isme’-etiketten geplakt. Zo wordt racisme te pas en te onpas gebruikt om iemand te diskwalificeren. Of neem Sid Lukkassen, die heeft het vaak over cultuurmarxisme. Een plakkertje dat hij, en met hem Paul Cliteur en Thierry Baudet, graag op andersdenkenden plakt. Een vasthoudend iemand met een uitgesproken mening is al snel een ‘fundamentalist’. Een woord waar je weer allerlei woorden voor kunt zetten zoals milieu of islam. Allemaal ‘ismen’ die je door anderen opgeplakt krijgt om je in een hoek te zetten. In een hoek te zetten zodat de ‘plakker’ niet op je argumenten hoeft in te gaan. 

Eén ‘isme’ past niet in deze rij, het ‘realisme’. Het past niet omdat je het niet opgeplakt krijgt, maar het jezelf opplakt. Het woord wordt door velen gebruikt om hun eigen standpunten kracht bij te zetten. Kracht bij te zetten omdat het suggereert dat iemand die het niet met je eens is, irreëel is. Irreëel of nog erger, een idealist. Een zwever of dromer en op diens argumenten hoef je ook niet te reageren. Moeten we niet juist oppassen voor mensen die zichzelf de stikker ‘realisme’ opplakken? 

Afhankelijkheidsdag

Het Plakkaat van Verlatinghe, een oud documenten uit 1581, staat de laatste tijd weer in de belangstelling. In de Volkskrant roept de historicus Geerten Waling de Staten-Generaal, wiens naamgenoot en voorganger het document opstelde, op om hiertoe het initiatief te nemen. Volgens Waling zou het een prominente plek moeten krijgen in de aanstaande verbouwing van het Binnenhof: “Opdat iedereen kan zien wat gezien mag worden: dat in 1581 in Den Haag een mijlpaal werd geslagen op de lange en kronkelige weg die ons voerde tot die mooie democratische rechtsstaat van vandaag.” Anderen, zoals de historicus Anton Van Hooff willen de dag van ondertekening, 26 juli, het liefst uitroepen tot een nationale feestdag, een soort ‘onafhankelijkheidsdag’ analoog aan Independence Day in de Verenigde Staten. 

Nicolas_Sarkozy_Bastille_Day_2008_n1

Foto: Wikipedia

Het bijzondere aan het plakkaat is dat het formuleerde dat een volk dat door een heerser slecht wordt behandeld, het recht heeft de heerser af te zetten. Dit terwijl de heersende opvatting in die tijd was dat de macht van de koning van God kwam. Nu moeten we bij het volk denken aan de wat lagere edellieden verenigd in de Staten Generaal. Wat verder bijzonder is, is dat de opstellers zich een leven zonder ‘koning’ niet konden voorstellen. Zij wilden Phillips II liefst inwisselen voor Frans van Valois, de hertog van Anjou en broer van de Franse koning.

Wat bijzonder is aan de redenering van Waling is dat hij het document ziet als een mijlpaal. Dit woordgebruik suggereert een plan met een begin, tussenstappen zoals het Plakkaat en met die ‘mooie democratische rechtstaat van vandaag’ als einddoel. Wat de Staten Generaal ook sloegen in 1581, het was geen mijlpaal op weg naar die ‘mooie democratische rechtsstaat van vandaag’. Het was een stap in een strijd tussen opstandelingen en de vorst. Een stap waarbij de Staten Generaal gebruik maakte van de nieuwe ‘contractredenering’ om zo hun strijdt van rechtmatigheid te voorzien. Rechtmatigheid tegenover toen gebruikelijke redenering dat de koning zijn rechten van god kreeg. Wellicht een belangrijke stap, maar niet meer dan dat.

Is het meest opmerkelijke niet dat het Plakkaat vierhonderd jaar later ineens een centrale plek moet krijgen? Een plek om het ‘bijzondere’ van Nederland te benadrukken. Nadruk op die ‘eigen plek’  en ‘eigenheid’ in een wereld waarin mensen steeds meer met elkaar zijn en worden verbonden. 

De beroemde econoom John Maynard Keynes zei dat ontwikkelen van nieuwe ideeën niet zozeer de moeilijkheid is, maar het ontsnappen aan de oude. Zouden we het oude idee van het ‘nationaal eigene, niet eens achter ons moeten laten? Zou het niet beter zijn om te pleiten voor een afhankelijkheidsdag? Een dag waarop we erbij stilstaan dat we allemaal met elkaar zijn verbonden op deze wereld? Dat wat wij hier doen, gevolgen heeft voor mensen elders op de wereld?

Open debat

Volgens Geerten Waling ben je politiek correct als: “je eigen gevoel, of dat van anderen, (…) zwaarder (weegt) dan redelijke argumenten.” In een artikel bij Elsevier verdiept hij zich in het begrip. Waling verwijt mensen die andere beschuldigen van ‘politieke correctheid’ luiheid. Hij ziet, en daar kan de Ballonnendoorprikker zich bij aansluiten, liever dat er op de inhoud wordt ingegaan in plaats van het beschuldigen van de persoon: “Een open debat valt of staat met de gedachte dat de tegenstander ook een mens is. Een mens, bovendien, met hoogstwaarschijnlijk een moreel besef en de overtuiging dat zijn ideeën de wereld echt beter maken.” Een mooi betoog, maar hij ondersteunt zijn betoog met een karikaturaal voorbeeld.

Debat_in_Tweede_Kamer_Maarten_Vrolijk_aan_het_woord,_Bestanddeelnr_911-4021

Foto: Wikipedia

Waling: “Is het daarom politiek correct om, zoals ‘links’ bijvoorbeeld doet, voor meer immigratie te pleiten? Nee, niet per definitie. Er zijn best rationele argumenten te geven voor die stelling. Maar als die argumenten achterwege blijven, of als tegenargumenten niet serieus worden genomen, dan domineert al snel het gevoel dat pro-immigratie het betere standpunt is. En zulke morele superioriteit kan nooit vriendjes zijn met een open debat.” Een bijzonder voorbeeld.

Bijzonder omdat links in dit voorbeeld wordt verweten te pleiten voor meer immigratie. Inderdaad zijn er argumenten waarmee je immigratie van mensen in Nederland kunt onderbouwen en die zijn ook geregeld te horen. Maar, wie is of zijn dat links dat voor meer migratie pleit? Welke ‘linkse’ politieke partij heeft in haar programma staan dat Nederland meer migranten moet toelaten? 

Zijn er niet juist alleen maar politici die voor goede regulering van migratie pleiten en verschillen ze over het doel van en de manier waarop er gereguleerd moet worden?  Aan de ene kant mensen die de migratie tot nul willen reguleren. Partijen die ‘ontschepingsplatforms‘ in landen buiten Europa willen, anderen willen. Aan de andere kant mensen die gereguleerd migratiemogelijkheden willen bieden, bijvoorbeeld door een soort ‘green-card-systeem’. Maar pleiten voor meer migratie? 

“Het is misschien niet de makkelijkste weg, maar het serieus nemen van andermans overtuiging, en de moeite nemen om zinnige argumenten daartegen te formuleren, is het absolute minimum dat een democratie van ons vraagt,’ aldus Waling. begint dat serieus nemen niet met het goed verwoorden van het standpunt van de ander?

…langs elkaar heen lopen

“Kortom, hoe groter de gemeente, hoe slechter de herkenbaarheid van de gemeenteraad en hoe zwaarder haar taak om democratische controle uit te oefenen.”

Dit schrijft Geerten Waling over gemeentelijke herindelingen bij Elsevier. Waling ziet twee bezwaren tegen herindeling.

Landgraaf

Illustratie: Wikimedia Commons

Zijn eerste bezwaar verwoordt hij als volgt: “De gemeenteraden worden weliswaar groter, maar staan ook verder op afstand van de burger. De herkenbaarheid die zo belangrijk is voor de lokale politiek valt daarmee deels weg.” Een bekend argument: de afstand tussen politiek en burger. Nu heb ik me eerder al eens afgevraagd of de afstand tussen kiezer en gekozene niet inherent is aan onze democratie. Afgevraagd of het vertegenwoordigen van het volk niet iets anders is dan het ‘verkondigen van de mening’ van het volk. Dat het vertegenwoordigen van het volk betekent handelen namens het gehele volk en dat daarvoor afstand tot de burger van belang is.

“Ook zijn de dossiers in grote gemeenten ingewikkelder en neemt de omvang van het ambtelijk apparaat toe.” Aldus het tweede bezwaar van Waling. Een wat vreemd bezwaar omdat gemeenten in de basis allemaal dezelfde opdracht hebben. Als het rijk taken, zoals de zorg voor de jeugd of de ondersteuning van hulpbehoevenden aan de gemeente toebedeelt, dan bedeelt zij dit aan alle gemeenten toe. Laat nu het rijk steeds meer zaken bij de gemeente neerleggen omdat de gemeente de ‘meest nabije overheid’ is. Betekent dit niet dat dossiers in kleine gemeenten net zo complex zijn als in grote gemeenten? Een kleine gemeente moet, net als een grote voorbereid zijn op rampen, moet er rekening mee houden dat een jeugdige zeer dure zorg nodig heeft en die dus beschikbaar hebben voor als dit zich voordoet. Het enige verschil, is het verschil in aantal, in grotere gemeenten betreft het meer gevallen, en dus geld.

Dat verschil in aantal en geld maakt ook dat een grotere gemeente meer specialisme in huis heeft. Iets wat de kwaliteit van het bestuur ten goede komt. Dat verschil maakt dat kleinere gemeenten samen moeten werken. Als mijn ervaring bij de gemeentelijke overheid me iets heeft geleerd, dan is het dat samenwerking zeer veel energie, tijd en geld kost. Iedere gemeente wil haar eigenheid of zoals ze dat dan noemen ‘couleur locale’ behouden. Dit houdt meestal in dat iedere gemeente overal over mee wil denken, praten en besluiten. Dit is te begrijpen want iedere gemeente is ook verantwoordelijk. Tot efficiënte samenwerking leidt het zelden. Het leidt meestal tot ‘zo dicht mogelijk langs elkaar heen lopen’. Zo proberen ze de opgave aan te passen aan de gemeente, de bestuurseenheid.

Waling pleit voor beter luisteren naar de bevolking, die meestal geen herindeling wil. Hij haalt het voorbeeld van Landgraaf aan, daar: “is inmiddels per referendum tegen de fusie gestemd.” Nu is Landgraaf zelf een fusiegemeente, zouden we hier niet uit kunnen concluderen dat mensen na verloop van tijd wennen aan het nieuwe en zich eraan hechten? Als dat zo is, zouden we in dit land dan in een keer de bestuurseenheid aanpassen aan de opgave?

Geen feiten, maar verhalen

Bij Elsevier blogt historicus Geerten Waling vanuit de Verenigde Staten over, zoals hij het zelf zegt, de democratie in Amerika. Dit in navolging van de Fransman Alexis de Tocqueville die dit in de eerste helft van de negentiende eeuw deed en er zijn klassieker Over de Democratie in Amerika over schreef. Een bijzonder lezenswaardig boek waarin hij de Amerikaanse samenleving, het bestuur de rechtspraak en de mentaliteit beschrijft.

tocqueville

Een van de onderwerpen van Waling  is het levendig geloof in complotten. Waling: “Het sterke bijgeloof van de Amerikanen haakt aan op hun ironievrije levenshouding. Gecombineerd met de radicale vrijheid van meningsuiting, de onoverzichtelijke grootheid van het land en de reusachtige belangen die spelen in het landsbestuur, liggen complottheorieën altijd op de loer. Gezag komt hier niet uit feiten, maar uit de overtuigingskracht van de spreker.” In films, boeken en tv-series spelen complotten dan ook vaak een belangrijke rol. Als lezer van diverse opiniesites vraag ik me dan meteen af: en hoe zit het met Nederland?

Op die sites en in artikelen in kranten wordt vaak gesproken over de ellende in de wereld en in het bijzonder, de schuld is van links. Links heeft ons land opengesteld voor gastarbeiders, is de ‘uitvinder’ van de multiculturele samenleving, domineert de media en bepaalt zo de beeldvorming. Links was verantwoordelijk voor die ‘vervloekte’ verzorgingsstaat die mensen beroofde van initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Links is ook verantwoordelijk voor de huidige ellende in de (gezondheids)zorg en voor het bureaucratische monster ‘Brussel’. Die sites zien het als hun taak aan te tonen “hoe staat en progressieve propagandisten de bevolking voor de gek houden en schadelijk, irrationeel en immoreel beleid stug blijven uitvoeren. Narratieven ontwaren, dogma’s bestrijden, ballonnen doorprikken, dat idee,”  aldus reaguurder Erik Beckers bij ThePostOnline. “Rechtse echte burgers’ die geloven in een ‘links complot’?

Als we de verkiezingsuitslagen door de jaren heen erop naslaan, dan blijkt dat ‘links’ nooit een meerderheid had. Zelfs het kabinet Den Uyl, het meest linkse dat Nederland ooit had, steunde op de confessionele KVP (een van de voorlopers van het CDA). Als al die zaken de ‘schuld’ zijn van links, dan toch zeker met steun en goedkeuren van rechts. Zou die linkse politieke dominantie een illusie zijn?

Ook het medialandschap was door de jaren heen zeer divers. Naast de ‘linkse’ VARA en Waarheid, was er de ‘rechtse’ TROS en Telegraaf, de liberale AVRO en NRC en de confessionele NCRV en KRO en TROUW en Volkskrant. Allen toeterden luid hun eigen gelijk de wereld in en dat gelijk was zeer divers. Zouden ook die dominante linkse media een illusie zijn?

Het ‘rechtse complot van links, “Geen feiten, maar verhalen,” naar een tussenkop van Geerten Waling?