De woestijn, de bron en het stadion

In een open brief in Dagblad de Limburger van donderdag 17 december 2015 pleit Twan Hoeijmakers voor een out-of-the-box oplossing voor het in nood verkerende VVV-Venlo: een nieuw stadion op het voormalige Floriadeterrein. Dat zou veel support vanuit het bedrijfsleven opleveren en groeiende toeschouwersaantallen.

image036

Illustratie: ‘Le Petit Prince’

Wellicht een goed idee. Maar heeft niet menig voetbalclub een nieuw stadion gebouwd op een met de auto goed ontsloten bedrijventerrein aan de rand van de stad? Dit met commerciële mogelijkheden, het bedrijfsleven in de buurt en een up-to-date stadion voor de bezoekers? Wat is daar out-of-the-box aan, zeg ik als vaste bezoeker van stadion De Koel? Doen veel van die clubs niet ook een beroep op hun gemeenten vanwege het maatschappelijk belang omdat ze de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen? En hebben al deze clubs niet veel moeite om dit belang te onderbouwen en aan te tonen? Wat wordt er genoemd om dit belang te onderstrepen anders dan de sympathie bij een ‘groot deel’ van de bevolking en landelijke uitstraling?

Wanneer geven de clubs die maatschappelijke betrokkenheid echt vorm? Door bijvoorbeeld de spelers contractueel te binden aan de samenleving? Aan amateurverenigingen waar zij de jeugd trainen en begeleiden en de accountmanager van hun club zijn? Aan scholen te verbinden waar zij de jeugd begeleiden en ook hun club vertegenwoordigen? Aan maatschappelijke en culturele evenementen verbinden?

Wanneer kijken ze eens naar clubs die het echt anders doen? Clubs zoals FC Union Berlin waar de fans zelf het stadion hebben verbouwd? Clubs als  FC United of Manchester? Een club opgericht door voormalige supporters van Manchester United die de dure kaartjes bij hun oude club niet meer slikten, een eigen club oprichtten en zelf de bouw van het stadion hebben betaald. Of naar de documentaire The Battered Bastards of Baseball (zie trailer hieronder) over een Amerikaanse honkbalclub die zeer succesvol afweek van de norm.

Antoine de Saint-Exupéry schreef eens: “Wat de woestijn zo mooi maakt, is dat er ergens een bron verborgen is.”  Zouden de clubs die bron niet op een andere plek moeten zoeken?

 

Op de man

Als je tegenstander bij het voetballen je steeds te vlug en slim af is, wat rest je dan? Geef hem een flinke beuk, speel op de man. Ook in een debat of discussie is op de man spelen en niet ingaan op de inhoud of de argumenten van de tegenstrever, een veel voorkomende tactiek. In realisten schreef ik er ook al over. Zeg van jezelf dat je realistisch, praktisch of pragmatisch bent en je tegenstrevers zijn direct gedegradeerd tot idealistische dromers en daar hoef je niet naar te luisteren.

op de man
Generated by IJG JPEG Library

Foto: www.alletop10lijstjes.nl

In het Commentaar van de Volkskrant van zaterdag 5 december 2015 geeft Arnout Brouwers een prachtig voorbeeld van het op de man spelen als hij schrijft: “Veel van de weerzin tegen beperkt ingrijpen tegen IS in Syrië stoelt op intellectuele luiheid en moralistisch gepreek waar niemand iets voor koopt – en zeker de duizenden slachtoffers van IS in Syrië niet.” In deze zin beschuldigt hij tegenstanders van ‘bommen op Raqqa’ in één zin van niet willen nadenken (intellectuele luiheid), mooie verhalen ophangen maar geen vuile handen willen maken (moralistisch gepreek) en als laatste van medeplichtigheid aan de dood van Syriërs. Dat moeten toch wel heel erge mensen zijn, die tegenstanders van het gooien van bommen op Syrië. Maar.

Wie is er intellectueel lui? Zijn dat werkelijk de tegenstanders van bombarderen? Of is dat Brouwers die de beschuldiging uit en zichzelf daarmee een vrijbrief geeft om niet in te hoeven gaan op de redeneringen en argumenten van zijn tegenstrevers in het debat? Wie gaat het debat en de discussie uit de weg?

Wie preekt er? Zijn dat de tegenstanders van bombardementen omdat zij niet zien hoe dat tot een duurzame oplossing moet leiden? Duurzaam in Syrië maar ook hier? Of is dat Brouwers die het niet kunnen zien van een einddoel alleen maar als een praktisch bezwaar ziet? Lijkt Brouwers hiermee niet op Alice die aan de Cheshire kat om de weg vraagt? En als de kat vraagt waar de reis heen moet gaan, antwoordt: ‘dat weet ik niet, ergens’. Waarop de kat zegt dat het dan ook niets uitmaakt welke weg je neemt als je maar lang genoeg loopt.

Niet bombarderen betekent niet dat er geen doden vallen. Vallen er met bombarderen niet met zekerheid doden? Als je als tegenstander van bombardementen al medeplichtig bent, wat ben je dan als je bombardeert?