‘Corona-heffing’

“Schuld haalt energie van de toekomst naar het heden. Daar staat tegenover, dat door te sparen energie uit het verleden kan worden vergaard en naar de toekomst kan worden gestuurd.” Dit schrijft Tomáš Sedláček op pagina 109-110 van zijn boek De economie van goed en kwaad. Hij ziet schulden aangaan als een vorm van tijdreizen. Ik moest hieraan denken toen in de Volkskrant een klein interview las met de directeur van de Nederlandsche Bank Klaas Knot. Knot zegt daarin: “Ik stel dat op iedere vergadering aan de orde. Maar duidelijk is dat de regels van het Verdrag van Maastricht permanente monetaire financiering van eurolanden verbiedt.” Het ‘dat’ is de afwikkeling van het opkopen van schulden door de Europese Centrale bank (ECB).

Om welke bedragen gaat het dan? “De ECB heeft tot nu toe voor 2,6 biljoen (2600 miljard) obligaties in het eurosysteem opgekocht. Dat loopt dit jaar door nieuwe opkoopprogramma’s op tot 3,6 biljoen op een totale schuld van 10 biljoen euro.” De totale schulden van de Eurolanden bedragen dus zo’n 10 biljoen en daarvan heeft de ECB er nu al 2,6 biljoen opgekocht. En dan niet alleen van de ‘zwakke Zuid-Europese Eurolanden’. Nee: “Van de Nederlandse staatsschuld van 400 miljard is al eenderde in handen van de ECB.” Er gaan dagen in mijn leven, tot nu toe alle, voorbij dat ik een dergelijk bedrag niet tot mijn beschikking had. We hebben in het verleden daarmee flink toekomstige energie tot ons genomen. Die moet ooit worden afgelost en daarover betalen we rente. In Kapitaal en Ideologie onderzoekt Thomas Piketty ongelijkheid in het verleden en in verschillende samenlevingen. In dit boek beschrijft Piketty verschillende manieren waarop er in het verleden met schulden werd omgegaan. Misschien biedt dit aanknopingspunten voor het beantwoorden van Knots vraag. Daarom hieronder de opties. 

Een eerste variant is afbetalen. Dan betalen onze nakomelingen Sedláčeks ‘energierekening’. Om die rekening te kunnen betalen moet een land een overschot hebben op de begroting en dat overschot moet worden besteed aan het betalen van de rente op, en het aflossen van de schuld. Een goed voorbeeld van wat het aflossen van een schuld voor een land kan betekenen, is Haïti. Dat land werd in 1804 onafhankelijk van Frankrijk. Dit na de enige succesvolle slavenopstand in de geschiedenis. Nou ja succesvol. Dat succes kwam tegen een enorm hoge prijs. Haïti was begin 19e eeuw de grootste en belangrijkste producent van suiker. Na de onafhankelijkheid verplaatste de suikerproductie zich naar andere eilanden, zoals Cuba, waar slavernij nog ‘normaal’ was. Pas in 1825 erkende kolonisator Frankrijk de onafhankelijkheid en gaf het aan bereid te zijn af te zien van een invasie van het land. Die bereidheid kostte Haïti 150 miljoen goudfranken als vergoeding aan de voormalige slavenhouders. Haïti heeft er tot 1950 over gedaan om die schuld af te betalen en behoort nu tot de armste landen van de wereld.

Aflossen is ook de manier waarop Nederland met de staatsschuld omgaat. Alhoewel aflossen. Als we naar de ontwikkeling van de Nederlandse staatsschuld kijken, dan valt op dat die bijna permanent groeit. Alleen de afgelopen drie jaar is er wat afgelost. Nederland lost niet af, het leent om oude leningen af te lossen en legt de ‘energierekening’ bij de komende generaties. 

De geschiedenis leert dat er ook andere manieren zijn. De meest drastische manier waarop een heerser in vroeger eeuwen zijn schulden kon voldoen, was het uitschakelen van de schuldeiser. Je dood de schuldeiser en zijn familie en er is niemand meer die de schulden komt innen. Een zeer drastische manier met als nadeel dat er niemand meer iets aan je zal lenen. De gedoden kunnen het niet meer en de levenden met een flink vermogen, kijken wel uit om je nog wat te lenen. Trouwens niet alleen vroeger. Het Irak van Saddam Hoessein gebruikte deze variant toen het in augustus van 1990 Koeweit binnenviel. Koeweit was, naast Saoedi-Arabië, een van de belangrijke financiers van Irak toen dat land Iran binnenviel. Koeweit was (en is) als de dood voor het Iran van de ayatollahs dus de Iraakse inval in Iran kon op sympathie rekenen. Het Iraakse verzoek om in ieder geval een deel van die schulden kwijt te schelden, kon op minder sympathie rekenen. Daarop probeerde Irak een schuldeiser uit te schakelen.

Een tweede manier die vroegere machthebbers gebruikten was het ge- en sommigen zullen zeggen misbruik maken van hun muntrecht. Door de hoeveelheid goud of zilver in een munt te verminderen, slonk de schuld. De duizend gouden florijnen die de koning je schuldig was, bevatten ineens minder goud waardoor de koning goedkoper uit was. 

In onze moderne tijd waarin geld geen goud meer bevat maar leeft van vertrouwen, noemen we dit inflatie. Direct na de Tweede Wereldoorlog gebruikte Frankrijk deze manier om de door de oorlog fors gegroeide schuldenlast te laten slinken. Tussen 1945 en 1948 was de inflatie 50% waardoor die schuld als sneeuw voor de zon verdween. Reken maar mee. Na één jaar is de schuld van 100 nog steeds 100 maar je kunt voor die honderd maar voor 50 spullen kopen. Weer een jaar later nog maar 25 en via 12,5 uiteindelijk 6,25. Deze manier kent als nadeel dat je voor het loon wat je verdient, steeds minder kunt kopen. Tenzij natuurlijk de lonen, in het Franse voorbeeld ieder jaar met 50%, stijgen. Dan blijft de koopkracht behouden. De schade wordt op deze manier verplaatst naar degenen die je het geld hebben geleend. Zij krijgen Sedláčeks ‘energierekening’ gepresenteerd. Dat waren in het Franse geval, vooral de zeer vermogende lieden. Daarbij is het goed om te weten dat vermogen voor de twee oorlogen extreem ongelijk was verdeeld. De rijkste 10% bezat in de Europese landen tussen de 85 en 95% van al het vermogen. De rijkste 1% zo rond de 60%. Die konden daarmee wel wat lijden.

Een andere manier om van de schulden af te komen, werd door de Sovjet Unie toegepast. Die verklaarden een nieuwe staat te zijn en niet de rechtmatige opvolger van het Tsarenrijk. Dit betekende dat alle schuldeisers, en dat waren ook veel van die vermogende westerlingen, naar hun centen konden fluiten. Dat ‘fluiten’ deden ze niet zonder slag of stoot. Daarbij werd de ‘kanonneerboot diplomatie’ toegepast. Die ‘diplomatie’ was al verschillende keren met succes toegepast, bijvoorbeeld in China. Als de Chinese keizer leningen niet wilde betalen, dan stuurden alle Westerse landen samen oorlogsschepen en troepen om de keizer weer in het gareel te krijgen. Die leningen waren de Chinezen trouwens opgelegd ter bekostiging van bijvoorbeeld de ‘Opiumoorlog’ die zij van de Engelsen verloren. En ook de kosten van die ‘kanonneerboot diplomatie’ werden weer bij het slachtoffer gelegd. De Verenigde Staten, de Fransen en Engelsen stuurden troepen naar de nieuwe Sovjet Unie. Troepen die aan de kant van de ‘witten’, de aanhangers van de tsaar, streden tegen de ‘roden’, de Sovjets. Deze keer echter tevergeefs, de ‘roden’ wonnen de strijd en de schuldeisers konden fluiten naar hun geld en hun bezittingen in de nieuwe Sovjet Unie. Een mildere variant hiervan is nationalisatie van land en bedrijven. Ook die bieden een mogelijkheid omvat schulden af te komen.

Even terzijde. ’Kanonneerboot diplomatie’ wordt tegenwoordig trouwens nog steeds toegepast. De reactie op de hierboven aangehaalde Iraakse inval in Koeweit zou je in dit licht kunnen zien. Net zoals het zenden van schepen naar de Perzische golf om Iran in het ‘gareel’ te krijgen. De meest voorkomende variant van moderne ‘kanonneerboot diplomatie’ zijn de economische sancties.

Een redelijk recente manier om schulden af te betalen is extra progressieve belastingheffing op vermogen. Deze manier werd voor het eerst na de Eerste Wereldoorlog toegepast. Piketty (pagina 475): “ Al meteen na de Eerste Wereldoorlog, tussen 1919 en 1923, waren in verschillende Europese landen, Italië, Tsjechoslowakije, Oostenrijk en Hongarije onder andere, speciale heffingen op privékapitaal uitgeprobeerd met percentages tot 50% voor de hoogste vermogens. Een van de ingrijpendste maatregelen, die ook het meeste opleverde, lijkt de speciale Japanse heffing van 1946-1947 te zijn geweest met percentages tot 90% voor de grootste effectenportefeuilles. De nationale solidariteitsbelasting waar in 1945 in Frankrijk toe werd besloten valt ook in die categorie, als was de opbrengst bedoeld voor de algemene begroting en niet specifiek om de schuld te verminderen.”  

Als we naar de verschillende manier om met schulden om te gaan kijken, dan is aflossen natuurlijk de meest nette. Alhoewel netste manier? Als je kijkt naar wie dan het gros van de rekening betaalt, dan zijn het vooral de zwakkere schouders die de lasten dragen. Het voorbeeld ‘Haïti’ laat zien dat de rijke Franse slavenhouders volledig werden ‘gecompenseerd’ voor hun geleden schade. Dit terwijl de voormalige slaven de rekening moesten betalen. Dit komt in grote lijnen overeen met de manier waarop we nu met ‘schulden’ omgaan. Neem de recente ‘Eurocrisis’. Wie werden er gered en wie betaalde de rekening? Waren het niet de grote financiële instellingen die werden gered ten koste van bijvoorbeeld de ‘gewone Griek’? Die laatste verloor een groot deel of al zijn inkomen terwijl de ‘Europese kredieten’ de banken redden. Degenen met de grootste vermogens, die 1% en zeker de 0,1% hadden hun schaapjes al naar het veilige ‘droge’ gebracht. Hun belangen werden goed vertegenwoordigd door de banken en de financiële markten.

Het mooie aan een virus zoals het huidige corona is dat het niet discrimineert naar inkomen. Het houdt geen rekening met je vermogen. Dat wil niet zeggen dat vermogende er niet beter voor kunnen staan. Quarantaine in een villa is wat anders dan in een flatje. Zeker als je in die villa je eigen IC kan inrichten. Bij het bestrijden van dit virus, moet iedereen een bijdrage leveren. De arts en verpleegkundige doen dit in het ziekenhuis. Ik door zoveel mogelijk thuis te blijven en door een stuk inkomen in te leveren. Zo moet iedereen zijn deel bijdragen. 

Zou dat niet ook bij het betalen van de rekening moeten gebeuren? En als we dan toch bezig zijn, zullen we daar dan de rekening van de vorige crises niet ook maar in meenemen? Het ‘doden’ van de schuldeisers gaat mij daarbij te ver. Het ‘nationaliseren’ van zaken, zoals patenten (op geneesmiddelen) waarvoor in Keuze na corona  pleit, is meer iets om komende crises te bestrijden. Daar hebben we nu niets meer aan. Inflatie kan helpen om de schuld draaglijker te maken. Dit is zeker aantrekkelijk maar dit moet wel worden gecombineerd met een stijging van de inkomens. Anders betalen de rijken met geld en de armen met hun leven. 

Blijft over de heffing op kapitaal, een ‘Europese corona-heffing’ op vermogen waarmee we de staatsschulden voor het grootste deel afbetalen. Een interessante optie. De vermogende 10 en 1% betaalt de rekening aan zichzelf. De overige 90% draagt de gevolgen van de economische dip. Gevolgen zoals bijvoorbeeld baanverlies.

Markteconomieën

De afgelopen weken maakte politiek en opiniërend Nederland zich druk om de salarissen van topmensen uit het bedrijfsleven. Dit keer was een forse verhoging van het salaris van ING topman Hamers de aanleiding. Dat salaris moest ‘promoveren van de eerste naar de eredivisie’. Ik moest hieraan denken toen ik het naschrift bij het boek De onzichtbare hand van Bas van Bavel las.

Schema Van Bavel.jpg

Illustratie: Bas van Bavel, De onzichtbare hand, pagina 384-385

“Gevoelsmatig is deze aandacht (voor dergelijke salarisverhogingen die ‘graaien’ en ‘immoreel’ worden genoemd) misschien begrijpelijk, maar voor de grote fundamentele ontwikkelingen is deze focus grotendeels misplaatst,” aldus Van Bavel. Hij ziet een breder probleem dan immoreel handelen van individuen. Het is “een probleem dat eigen is aan de dynamiek van de markteconomie zelf, dus aan het systeem als geheel.” 

Waar de focus wel op zou moeten liggen? “Vermogensongelijkheid krijgt nauwelijks publieke aandacht, maar is voor de fundamentele ontwikkeling van economie en samenleving zeer relevant, niet vanwege de oneerlijkheid, maar vanwege de cruciale rol in de verwerving van maatschappelijke en politieke macht door de nieuwe marktelite.” Eenzelfde boodschap verkondigt de Amerikaans econoom Joseph Stiglitz in zijn boek The Price of Inequality.

Van Bavel voegt er een historische dimensie aan toe. In zijn boek onderzoekt Van Bavel markteconomieën uit het verleden en zoekt en vindt er een patroon in. Al deze markteconomieën doorliepen een soortgelijke cyclus. Gedurende de fases groeit het aantal armen en daalt het aantal vermogenden. Het vermogen van die vermogenden neemt wel steeds sneller toe.

Die cyclus (zie illustratie) begon met onrust en opstanden die leidden tot een grote mate van gelijkheid, vrijheid, zelforganisatie en sociale verbondenheid. Na verloop van tijd worden die zelforganisaties ondermijnd en wordt de markt de dominante manier voor het toewijzen van grond, arbeid en kapitaal. Mensen worden afhankelijk van de markt. Uiteindelijk gaat de financiële markt overheersen en wordt kapitaal vooral geïnvesteerd in financiële producten zoals staatsschulden. Die financiële producten leveren meer rendement op dan investeringen in de ‘productieve’ sector.

Via de staatsschuld hebben die vermogenden een stevige invloed op het bestuur van stad of land. Invloed die wordt vergroot door het ‘kopen’ van overheidsposities. Posities die vervolgens worden gebruikt om de regels van het spel naar eigen voordeel aan te passen. Daarnaast besteedt die nieuwe marktelite haar geld aan uiterlijk vertoon zoals grote huizen en kunst. “De marktelite is,” zo omschrijft Van Bavel het, “praktisch gezien de nieuwe feodale elite geworden. Machtsmiddelen worden ingezet om markten te vervormen naar eigen belang.”

Een interessante analyse waardoor je met andere ogen naar het heden kijkt.

Lenen, lenen, lenen

De Europese Centrale Bank heeft als hoofddoelstelling het handhaven van prijsstabiliteit in de Euro-zone. Dit is nader ingevuld door het streven naar 2% inflatie. Nu ligt de inflatie onder die 2% en zelfs bijna onder 0%. Daarom wordt er om actie gevraagd van de ECB.

Zo ook door voormalig hoogleraar economie aan New York University Melvyn Kraus. In de Volkskrant pleit hij voor meer actie van de ECB en die ziet hij niet: “De inflatie in de eurozone ligt ver onder de taakstelling. En als we afgaan op het magere pakket aan stimuleringsmaatregelen dat is overeengekomen in de vergadering van het ECB-bestuur in december, lijkt de centrale bank van Europa geen haast te maken om deze toestand recht te zetten.” Kraus heeft een punt, een instelling heeft een doel en moet dat nastreven. Of?

Inderdaad is de hoofddoelstelling van de ECB prijsstabiliteit. De 2% is daarvan een afgeleide en wat is dan belangrijker? Want zijn bij een lagere inflatie of zelfs 0% de prijzen niet nog stabieler dan bij een inflatie van 2%?

Waarom is er prijsstabiliteit bij een inflatie van 2% en niet als de inflatie 1,5% of 2,5% is? Zou het kunnen omdat een lichte inflatie (dus prijsstijging) mensen aanzet tot consumeren? Vandaag kan ik voor dezelfde Euro immers meer kopen dan morgen of volgend jaar. En zou het kunnen dat consumptie bijdraagt aan de, in het huidige denken, broodnodige economische groei? Want bij dalende prijzen wachten we toch met geld uitgeven? Maar, vandaag heb je toch ook eten, drinken, energie, kleren etcetera nodig? Stellen we de aankoop daarvan allemaal uit omdat het morgen goedkoper is?

Zou het ook kunnen dat door een lichte inflatie, de toenemende schulden betaalbaar blijven? Met de geleende Euro kan ik vandaag immers meer kopen dan morgen. En groeit de economie hier niet ook door? En wat voor mij geldt, gaat ook op voor de overheid en de staatsschuld. Dus omdat bij een lichte inflatie de schuldenberg kan blijven groeien, zonder dat de schuldenaar in al te grote problemen komt? De economie groeit toch en kan zo de schuldenaar niet het meerdere inkomen uitgeven aan aflossing van de schulden?

Is dat niet het kenmerk van het huidige economische systeem: schulden maken om te groeien om vervolgens die schulden met groei weer af te betalen? En moet er daarom sprake zijn van lichte inflatie? Of om Youp van ’t Hek uit zijn voorstelling Mans Genoeg uit 1983, aan te halen: “lenen, lenen, lenen, betalen, betalen, betalen.”