Ondermijning

Bestuurlijk Nederland maakt zich erg druk om ondermijning. Vooral burgemeesters zijn erg actief op dit vlak en hebben zelfs een ‘Proeve van wetgeving’ geschreven. Een advies aan de wetgever hoe verschillende wetten aan te passen om die ondermijning aan te pakken. 

Foto: Wikipedia

Wat is het probleem? “Er is grote zorg over de ontwikkeling van de aard en omvang van georganiseerde criminaliteit en de ondermijnende werking daarvan voor de samenleving en de rechtstaat.” Wat moeten we ons daarbij voorstellen? “Ondermijnende criminaliteit nestelt zich bij voorkeur in zwakke buurten van steden, in tal van kleine bedrijven zoals belwinkels, ijssalons, kapperszaken, maar breidt zich ook steeds verder uit tot het platteland en is te vinden bij noodlijdende vakantieparken, boerenbedrijven etc.” Het speelt dus vooral op plekken waar mensen het niet al te breed hebben. Die activiteiten zijn verleidelijk: “De georganiseerde criminaliteit biedt een “alternatieve kansenstructuur”; waarom zou je je inzetten voor een lang niet zekere respectabele en productieve carrière, wanneer je buurjongen met betrekkelijk geringe inspanningen over een mooie auto en dito vriendin beschikt?” Maar … .

Er zijn meer activiteiten die als ondermijnend gezien kunnen worden. Activiteiten waarbij met: “betrekkelijk geringe inspanningen” beschikt over veel meer dan die mooie auto en vriendin. Activiteiten waarbij: : “Mensen zien dat er veel geld wordt verdiend, zonder dat daar belasting over wordt betaald.” Die activiteiten spelen zich af in de ‘sterke buurten’ van steden met name in de zaken- en financiële centra. Activiteiten die zichtbaar worden tijdens formaties als ineens wordt besloten om een belasting af te schaffen. Activiteiten die zichtbaar worden als er zwarte busjes bij het Catshuis voorrijden en mannen in onberispelijk strakke pakken uitstappen. Activiteiten die zichtbaar worden als er een politicus zijn stekje verlaat voor een ‘carrièreperspectief’ bij Uber of een bank.  

Zouden die activiteiten wellicht nog ‘ondermijnender’ zijn dan die ondermijnende criminaliteit? Ondermijnender omdat ze het gevoel van rechtvaardigheid aantasten? Ondermijnender omdat de schade daarvan vooral landt in de ‘zwakke buurten’ van steden, bij al die kleine bedrijven, bij die noodlijdende vakantieparken en boerenbedrijven? Wie schrijft hiervoor een ‘Proeve van wetgeving’?

Radicaliseren en/of ridiculiseren

Twee thema’s die overheidsland bezig houden zijn het voorkomen van radicalisering en iets wat ondermijning wordt genoemd. Hiermee wordt bedoeld het infiltreren van de ‘bovenwereld’ door de ‘onderwereld’. Omdat ik werkzaam ben in gemeenteland, zie ik geregeld informatie hierover voorbijkomen. Alleen vraag ik me soms af of overheden zelf wel weten wat ze aan het doen zijn.

Opruimen_van_landmijnen_bij_Hoek_van_Holland._Duitse_krijgsgevangen_worden_daarb,_Bestanddeelnr_120-1022

Foto: Wikimedia Commons

Zo werd ik een tijdje geleden door een samenwerkingsverband van gemeenten uitgenodigd om deel te nemen aan een cursus ondermijning. Een cursus wat? Zouden de deelnemers werkelijk heel letterlijk leren hoe ze mijnen moeten leggen? Nee, zo letterlijk zal de overheid het niet bedoelen. Iets minder letterlijk dan en toegespitst op het onderwerp, is dit dan niet een cursus voor de onderwereld? Voor de Holleders, Van Houten en hoe ze ook mogen heten? Een cursus waar je geleerd krijgt hoe je de bovenwereld kunt ondermijnen? Navraag leerde dat de cursus juist was bedoeld voor de ‘bovenwereld’ met als doel het herkennen van signalen die erop duiden dat de ‘onderwereld’ naar boven kruipt. Een cursus over het voorkomen van ondermijning dus. 

Nog een voorbeeld. Gisteren las ik een brief van een van onze ministeries. In de brief riep het betreffende ministerie gemeenten op om ‘preventief radicaliseringsbeleid’ op te stellen. Zou het ministerie werkelijk vinden dat mensen moeten radicaliseren? En, aangezien in de brief vooral werd gesproken over islamitisch radicalisme en jihadisme, hoe gemeenten iedereen vroegtijdig ‘aan de jihad’ kunnen krijgen? Nee, dat werd niet bedoeld. Het betreffende ministerie wil juist dat gemeenten gaan kijken wat zij kunnen doen om te verhinderen dat mensen radicaliseren.

Zonder, om even te allitereren, radicaliseren te ridiculiseren, kan de overheid niet een cursusje duidelijk communiceren gebruiken? 

Kameradschaft

“Je kunt niet ondermijning een bedreiging van de rechtsstaat noemen en tegelijk menen dat je op festivals je pillen moet kunnen pakken en je lijntjes coke moet kunnen snuiven.” Een uitspraak van Wilbert Paulissen chef van de landelijke recherche. Volgens Paulissen is de strijd tegen drugs niet te winnen als de gebruiker niet stopt met gebruiken. Bovendien zijn de kosten van gebruik hoog en is de ‘onwetendheid’ van de gebruiker stuitend: “Ik verbaas me erover dat mensen niet het directe verband onderkennen tussen hun gebruik en het verschijnsel van ondermijning. Ze hebben zorgen over de verstrengeling van belangen tussen onder- en bovenwereld, ze maken zich boos over het chemisch afval dat op grote schaal in de natuur wordt gedumpt, ze schrikken van de liquidaties in het criminele milieu.” Paulissen concludeert dat de gebruiker moet beseffen dat hij hieraan medeplichtig is.

Deutsche Soldaten mit Panzerfäusten

Foto: Wikipedia

Een beetje gebruiker en misschien ook wel veel niet-gebruikers, zullen antwoorden: legaliseer het! Dan ben je van al die negatieve effecten af.

Nu woonde ik vandaag een overleg bij waar een collega eenzelfde verhaal vertelde en aangaf dat de gebruiker of eigenlijk iedereen, moest weten hoe hoog de kosten hiervan wel niet zijn en welk een schade dat dit aanricht. Zou de gebruiker dat trouwens echt niet weten? Toen ik dit hoorde moest ik denken aan een artikel van Rutger Bregman bij De Correspondent. Bregman haalt Amerikaans onderzoek door de Psychological Warfare Division uit de Tweede Wereldoorlog aan. Dat onderzoek moest antwoord geven op de vraag: “Waarom vochten de Duitsers zo hard door? Waarom gooiden niet veel meer soldaten de handdoek in de ring?” 

Ja, waarom? “Misschien, dachten de onderzoekers, had de gemiddelde Duitser niet door hoe slecht ze ervoor stonden. Of misschien waren ze totaal gehersenspoeld en bleven ze daarom doorvechten tot de laatste snik.” Om daar wat aan te doen werden er massaal folders gedropt waarin de Duitse soldaten werd verteld hoe slecht de nazi’s waren en hoe hopeloos de posities van de Duitse troepen. Allemaal tevergeefs. Pas toen Parijs werd bevrijd en de onderzoekers Duitse krijgsgevangenen te spreken kregen, kregen ze een antwoord: “Uiteindelijk vochten ze voor hun makkers, die ze niet in de steek wilden laten.” Tegen deze Duitse ‘Kameradschaft’ werkte geen foldertje. Een beetje onderzoek onder de eigen troepen leerde dat die er hetzelfde over dachten.

Terug naar Paulissen en mijn collega die gebruikers willen voorlichten over de ‘maatschappelijke schade’. Zouden ze meer succes hebben dan de ‘folders uit vliegtuigen’ die de Duitsers moesten overtuigen?