Geen woorden maar daden

Minister van Financiën Dijsselbloem roept in de Volkskrant bedrijven en hun commissarissen op om iets aan de almaar stijgende salarissen en bonussen van de topbestuurders te doen. Dijsselbloem: “Koppel de stijging van topsalarissen aan de stijging van de lonen in de cao. Volg voor de variabele beloning voor topbestuurders het maximum van 20 procent dat inmiddels geldt in de financiële sector en bij staatsdeelnemingen.”  Volgens Dijsselbloem moet er iets gebeuren: “Het maatschappelijk debat hierover zal niet snel verstommen. Integendeel, het raakt aan de onvrede over de kloof tussen ‘de elite’ en de gewone burgers. Als we één samenleving willen blijven vormen, zullen de bestuurders en commissarissen zich rekenschap moeten geven van die onvrede.”

bonusIllustratie: www.joop.nl

Het zou inderdaad goed zijn als bestuurders en commissarissen van bedrijven zich wat gelegen zouden laten liggen aan de onvrede die ontstaat over de beloning en bonussen van hun bestuurders. Maar… .

Is het niet de taak van de overheid om te zorgen voor rust en orde in de samenleving? En dus ook om in te grijpen als die rust en orde worden bedreigd? Om hiertegen preventieve maatregelen te nemen? In de strijd tegen het terrorisme neemt de overheid die rol zeer serieus en vragen ministers en overheidsdiensten steeds meer bevoegdheden die de privacy van mensen schenden.

Ligt de taak om die maatschappelijke onrust door te hoge bonussen en beloningen te voorkomen niet ook bij de overheid en dus op het bordje van minister Dijsselbloem en vooral van zijn staatssecretaris Wiebes? Door de inzet van het belastinginstrument heeft de overheid uitstekende papieren om die onrust te voorkomen. Een extra belasting schijf van bijvoorbeeld tachtig of negentig procent voor inkomens (inclusief bonussen) boven bijvoorbeeld de bekende ‘Balkenendenorm’ zou wonderen verrichten. De kloof in inkomen zou hierdoor flink worden verkleind en daarmee ook het risico op onvrede. Bovendien zou het een welkome aanvulling betekenen op de belastinginkomsten.

Absurd? Dergelijke tarieven waren tot in de jaren zeventig heel gebruikelijk. Nederland kende een toptarief van tweeënzeventig procent, de Verenigde Staten een van eenennegentig procent  het Verenigd Koninkrijk spande de kroon met vijfennegentig procent.

Beste minister Dijsselbloem, als u zich werkelijk zorgen maakt, handel en hef belasting: geen woorden maar daden!

 

Wisdom of the crowd

De PvdA-fractie in het Europees Parlement pleit voor het kwijtschelden van een fors deel van de Griekse schulden. Dit valt te lezen in de Volkskrant. Die schuld zou, volgens de fractie, maximaal 100 procent van het Bruto Binnenlands Product mogen bedragen. Dit zou betekenen dat een slordige €140 miljard aan schulden kwijtgescholden moeten worden, een astronomisch bedrag. Volgens fractieleider Paul Tang is dit wel nodig om ervoor te zorgen dat Griekenland financieel weer op eigen benen kan staan: “We zijn nu al zes jaar met de Griekse crisis bezig. Ik wil niet dat Griekenland over zes jaar nog steeds onder Europese curatele staat.”

griekenlandIllustratie: www.welingelichtekringen.nl

Tangs partijgenoot en minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, reageert kort en duidelijk en gooit het voorstel in de prullenbak: “Nu bijna 150 miljard euro kwijtschelden, daarvoor is zeer begrijpelijk geen enkel draagvlak in de eurolanden die dat zouden moeten betalen.” Ook economisch snijdt het volgens Dijsselbloem geen hout: “Tang kijkt ten onrechte alleen naar de omvang van de schuld en niet naar de zeer lage rente en de lange tijd die Griekenland krijgt om deze af te lossen.” Een partij, twee opvattingen. Goed dat er ook binnen partijen verschillend wordt gedacht. Welke PvdA-ers het ‘economisch’ beste voorstel doet, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de argumentatie van Dijsselbloem, het draagvlak.

Draagvlak is een politiek ‘toverwoord’. Voordat een besluit wordt genomen, wordt eerst onderzocht wat de mensen ervan vinden. Daarna wordt er een oplossing gezocht die tegenmoet komt aan de ideeën en wensen van wat de grootste groep vindt. Waar komt toch de idee vandaan dat besluiten op draagvlak moeten kunnen rekenen? Dat een meerderheid van de bevolking zich erin moet kunnen vinden? Ja, het lijkt op en top democratisch om dát te doen waar een meerderheid zich in kan vinden. Je maakt gebruik van de ‘Wisdom of the crowd’. Klopt het wel dat een door een meerderheid gedragen besluit ook het beste of wijste besluit is wat je kunt nemen? Of zou John Stuart Mill gelijk hebben toen hij schreef: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.”

Hebben onze volksvertegenwoordigers en onze regering niet als taak om de de beste, wijste  besluiten te nemen? Als dat een besluit is waar het overgrote deel van de mensen zich in kan vinden is het mooi meegenomen. Als dat niet het geval is, is het een impopulair besluit, is het dan niet aan de volksvertegenwoordigers en de regering om dit besluit uit te leggen en er zo draagvlak voor te creëren en leiderschap te tonen?

Rooffonds Dijsselbloem

Afgelopen maand kwam er definitief een einde aan V&D. Failliet en een doorstart zat er niet in. Hierdoor verloren duizenden mensen hun baan. Hieraan moest ik denken toen het volgende in de Volkskrant las: “Met instemming van de enige aandeelhouder, het ministerie van Financiën, stoot de NS winstgevende stationswinkels en busbedrijf Qbuzz af. Het spoorbedrijf wil zich toeleggen op zijn kerntaak, het rijden van treinen op het hoofdrailnet.” Zo valt te lezen. De NS doet dit op aandringen van de enige aandeelhouder, de Nederlandse staat. Die drong, bij monde van minister Dijsselbloem, aan op een strategische heroriëntatie en gaf de gewenste richting meteen aan: het op tijd laten rijden van de treinen op het hoofdrailnet.

SAMSUNG DIGITAL CAMERA
Foto: www.ovinnederland.nl

Positief dat de minister er bij de NS op aandringt dat de treinen op het hoofdnet op tijd moeten rijden. Positief maar ook vreemd. Vreemd omdat dit is wat de treinreiziger, de klant, verwacht. En de klant is toch koning?

Maar ook vreemd op een andere manier. De onderdelen die de NS gaat afstoten droegen voor een aanzienlijk deel bij aan de winst van het bedrijf. Winstgevende delen worden verkocht. Als aandeelhouder zou ik hier niet blij mee zijn. Hogere winst is toch beter voor mijn dividend? Natuurlijk, de verkoop van winstgevende onderdelen zal eenmalig een flink bedrag opleveren en dat zal de winst in de jaren van die verkoop flink doen toenemen. Maar hoe zit het met de jaren daarna? Wat blijft er dan nog over?  Maakt het bedrijf dan nog winst?

Waarom moest ik hierbij denken aan V&D? Natuurlijk was de gebrekkige aansluiting tussen de winkelformule en de wensen van de klant een probleem. Maar speelde er niet meer? Was het ooit trotste V&D niet in handen van een Private Equity fonds? Of eigenlijk verschillende na elkaar. Hebben die het bedrijf niet ontmanteld door diverse winstgevende onderdelen (winkelformules en panden) voor veel winst te verkopen? Hebben die achtereenvolgende fondsen de prooi niet zorgvuldig gestript en uitgeknepen totdat er iets overbleef wat niet meer gestript kon worden, de V&D winkelformule? Komt dat nu niet ten laste van de samenleving?

Zou het met de NS, op aandringen van Dijsselbloem, niet op een zelfde manier kunnen gaan? Wellicht laat de staat de NS niet failliet gaan. Wel worden winstgevende onderdelen via verkoop geprivatiseerd. Komt dit er niet op neer dat de winst wordt geprivatiseerd en het verlies genationaliseerd? Gedraagt Dijsselbloem zich zo niet als een rooffonds?