Dweilen met de kraan open

“Kijk eens. Weer wat te factchecken.” Die boodschap kreeg ik via LinkedIn van de Venlose bierbrouwer Louis Klaassens. Een boodschap die niet los is te zien van mijn vorige prikker Appels, knollen en statistiek die ik schreef naar aanleiding van het optreden van Jan van de Beek naar aanleiding van diens boek Migratiemagneet Nederland. Mythen. Feiten. Oplossingen. Die vraag aan mij stond onder een bericht van Mienke de Wilde dat eindigde met de zin: “Met geen woord wordt gerept over het accurate onderzoek van Van Beek naar hoe traagheid en culturele afstand integratie belemmeren, maar ook hoe verschillende factoren integratie snel bevorderen. Het is bijna satire: Lucassen en De Haas maken zelf alle fouten die ze Van de Beek onterecht verwijten.” Ik pak de handschoen die Louis mij toewerpt graag op.

Maar voordat ik naar de inhoud overga, eerst even ‘reclame maken’ voor het bier dat Louis brouwt in zijn brouwerij De Klep. Voor degenen die het niet weten een ‘klep’ is de Venlose benaming van een glas bier. Die benaming is, als ik Louis mag geloven en als ik hem verkeerd heb begrepen, dan zal hij mij wel corrigeren, afkomstig van de deksel, de klep, die vroeger, en nu soms nog, op een bierpul zat. Louis heeft zijn droom eigen bier brouwen eerst tot hobby en nu tot beroep gemaakt. Zijn brouwerij is gevestigd in het Venlose Julianapark in het pand waar vroeger museum Van Bommel Van Dam zat. Tot zover de reclame. Terug naar de uitdaging.

Of eigenlijk de drie uitdagingen die deze oproep bevat. De eerste betreft de feitelijke beweringen en het gebruik van cijfers. Het bijzondere in het huidige politieke debat is dat het gesprek op dit eerste ‘feitelijke’ niveau blijft hangen terwijl die feiten niet het probleem zijn maar de ‘interpretatie’ van de feiten. En daarmee kom ik bij de tweede uitdaging. Die is van een andere orde en betreft de wetenschappelijke methode. De laatste uitgading is eigenlijk de belangrijkste en dat is een filosofische en die heeft betrekking op hoe wij de mens en de mensheid zien.

Als eerste kort de feitelijkheden. Die bestaat uit twee delen. Als eerste de volgende passage in het bericht van De Wilde: “Het duo beweert dat criminaliteit weinig met cultuurverschillen te maken heeft en beroept zich op percentages die ze vervolgens wiskundig fout berekenen en aan de verkeerde groep toewijzen. Ook stellen ze dat er rond criminaliteit geen onderzoek is naar herkomstlanden van vluchtelingen.” Voor wat betreft dat laatste, die zijn er wel en dat schrijft De Wilde ook waarbij ze Volkskrantcolumnist Kustaw Bessems aanhaalt die dergelijke cijfers vrij snel vond. Deel twee van de feitelijkheden is de volgende passage: “Ook de cijfers over de arbeidsmarkt worden door het duo verkeerd geciteerd: ze beweren dat 45% van wie een verblijfsvergunning krijgt een fulltimebaan heeft, terwijl het om 45% gaat van diegenen die zeven jaar later een baan hebben; dat schetst een ander beeld dan ’de meesten hebben werk gevonden’ – de nattevingerconclusie van het duo. ’Integratie werkt wel degelijk, al neemt dat tijd in beslag’ lezen we. Met geen woord wordt gerept over het accurate onderzoek van Van Beek naar hoe traagheid en culturele afstand integratie belemmeren, maar ook hoe verschillende factoren integratie snel bevorderen.” De Wilde citeert hier een column van Nausicaa Marbe in de Telegraaf

Nu kan ik, net als Bessems deed voor de gegevens criminaliteit en afkomst, op zoek gaan naar de precieze cijfers. Hij ontkracht daarmee de bewering van De Haas en Lucassen dat die cijfers er niet zijn. En voor wat betreft die 45%, over dat cijfer is geen discussie mogelijk. 45% van de asielzoekers dat leest De Wilde verkeerd. De Haas en Lucassen schrijven in hun artikel in de Volkskrant dat: “van de asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kregen zo’n 45 procent een fulltime baan heeft.” Daarbij verwijzen ze naar cijfers van het CBS. Dit is geen ‘nattevingerconclusie’ maar gebaseerd op cijfers.

Waar het fout gaat bij Van de Beek maar ook bij Lucassen en De Haas in hun reactie en bij De Wilde in haar korte bijdrage, is dat correlatie met causaliteit wordt verward. Om dat uit te leggen een voorbeeld dat Ionica Smeets enkele jaren geleden gaf. Als je naar de cijfers van de ijsconsumptie kijkt en je legt daar het aantal doden door verdrinking langs, dan zal je zien dat als er veel ijs gegeten wordt, er meer mensen verdrinken. Dan zal er geroepen worden dat de ijsverkoop aan banden gelegd moeten worden. Immers minder ijsconsumptie leidt tot minder doden door verdrinking. Een onterecht conclusie. Dat de cijfers een gelijk patroon vertonen noemen we correlatie. Er is echter geen directe link tussen die twee rijen cijfers, geen causaal verband: met de een als oorzaak voor de andere. De verklaring voor beide rijen cijfers is de temperatuur. Die verklaart zowel de hogere ijsconsumptie als de verdrinkingsdoden.

Van de Beek en in zijn kielzog De Wilde noemen ‘culturele afstand’ en dan vooral het islamitisch zijn, als reden voor mindere prestaties. Want van alle migranten scoren de vluchtelingen die vooral uit de islamitische landen Afghanistan, Syrië en Eritrea komen het minst. Er is correlatie. Dat wil echter niet zeggen dat de ‘cultuur’ de oorzaak is. In de hierboven genoemde prikker met  mijn reactie op Van de Beek gaf ik al een mogelijke andere verklaring. Hij vergelijkt onvergelijkbare groepen. Iemand die hier komt omdat een werkgever hem vraagt of die hier komt studeren, heeft aan heel andere uitgangspositie. Die uitgangspositie is een veel realistische verklaring dan ‘culturele’ afstand’. In hun antwoord doen Lucassen en De Haas hetzelfde. Ook zij zoeken in de cijfers en halen iets eruit wat in hun kraam te pas komt. Wat ze daarbij voor hebben op Van de Beek, is dat zij groepen aanwijzen die het ondanks dezelfde culturele achterstand, wel ‘goed doen’. Dat is een signaal dat ‘cultuur’ wellicht niet zo’n goede verklaring is.

Rijen gegevens naast elkaar leggen en daar dan verbanden in zien, is geen wetenschap. Een wetenschapper denkt na over een probleem en formuleert dan een theorie. Vervolgens gaat de wetenschapper bekijken of de theorie standhoudt. In het geval Van de Beek: ik zie dat groep x minder geïntegreerd is. Mijn theorie is dat dit een gevolg is van ‘culturele afstand’ want …. en dan de redenen waarom. Met die theorie en de verklarende redenen zou hij dan in bijvoorbeeld de cijfers kunnen duiken. Dan zouden de groepen die Lucassen en De Haas noemen, aanleiding moeten zijn om de theorie aan te passen want wellicht is er iets waardoor deze groepen afwijken van de cultuur. Als een dergelijke verklaring er niet is, dan is de theorie weerlegd en moet hij op zoek naar een andere verklaring. Ook de gegevens over criminaliteit en herkomst die er niet zouden zijn maar die Bessems heeft gevonden, zeggen niets over het ‘crimineler’ zijn van bepaalde en ook niets over hun afstand tot ‘onze cultuur’. Zo is er ook correlatie tussen leeftijd en het plegen van een criminele daad: jeugdigen maken zich meer schuldig aan criminaliteit. De meeste migranten zijn jong dat kan de hogere cijfers bij migratiegroepen verklaren. Maar ook dat is een theorie die nader onderzocht moet worden.

Volgens wetenschapsfilosoof Karl Popper zou je bij dat onderzoeken van je theorie juist moeten zoeken naar de ontkrachting van je theorie. Want alleen door een theorie te ontkrachten sluit je zaken uit en kom je dichter bij de echte verklaring. Dit maakte hij duidelijk met zijn zwanen voorbeeld: als je wilt bewijzen dat alle zwanen wit zijn, dan moet je juist zoeken naar zwanen met een andere kleur. Witte zwanen vind je immers in overvloed. Echter alleen de vondst van een anders gekleurde zwarte zwaan, leidt tot meer kennis: niet alle zwanen zijn wit. Voor Popper is wetenschap niet het zoeken naar zekerheid, maar het wegnemen van onzekerheid.

Wat zowel Van de Beek, als De Haas, Lucassen en De Wilde gemeen hebben, en daarmee kom ik bij de filosofische uitdaging, is dat ze een wereldbeeld hebben, een bepaalde manier van kijken naar de wereld en de mens. Ze hebben allemaal een beeld van wat goed is. Ze hebben allemaal een beeld van hoe een goede samenleving eruit moet zien? Dat hebben onze politieke partijen ook.  Alleen gaat het gesprek hier niet over. Neem de BBB, een van de partijen die deze week akkoord ging met ‘het strengste asielbeleid ooit’. Recentelijk schreef ik een prikker over een van de kernwaarden van de partij: “Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Wat u niet wil wat u geschiedt, doe dat een ander niet. Wees betrouwbaar, eerlijk, oprecht en respectvol. Iedereen is gelijk. Transparant, helder en open.” Neem de VVD: “Mensen zijn niet gelijk. We zijn allemaal uniek, en dus verschillend. Mensen zijn wel gelijkwaardig. Iedereen heeft dus evenveel recht op vrijheid en kansen, wat je geestelijke overtuiging, huidskleur, nationaliteit, seksuele geaardheid, geslacht of maatschappelijke positie ook is. Discriminatie is onaanvaardbaar.” Zo omschrijft de VVD haar liberale waarde Gelijkwaardigheid. Over deze zaken zou het gesprek over asiel moeten gaan. De BBB zou moeten uitleggen dat zij zelf ook zo behandeld zou willen worden als nu voor asielzoekers wordt voorgesteld. Hoe de aanpak waarvoor is gekozen eerlijk, oprecht en respectvol is. Als zij immers niet wil dat dit ook haar geschiedt, dan moeten ze het anderen ook niet willen aandoen. De VVD zou moeten uitleggen waarom asielzoekers niet bij ‘iedereen’ horen en waarom niet? Dit is het gesprek, de filosofische discussie die gevoerd moet worden.

Door die niet te voeren maar door te blijven hangen bij cijfers, waarbij iedereen de cijfers kan vinden die net in de eigen kraam te pas komen, raken we verder van elkaar verwijderd en stagneert alles. Door dit gesprek niet te voeren, raakt het grotere geheel buiten beeld. Zo wil Van de Beek het VN Vluchtelingenverdrag, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Kinderrechtenverdrag opzeggen. Wellicht helpt dat om asielmigratie te verminderen. Asiel is een onderdeel van deze verdragen, deze verdragen zijn echter meer dan asiel. Zo regelt artikel 19 van het Verdrag inzake de rechten van het kind dat staten: “alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen (neemt) en maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied om het kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksueel misbruik, terwijl het kind onder de hoede is van de ouder(s), wettige voogd(en) of iemand anders die de zorg voor het kind heeft.” Nu is dit ook in de Jeugdwet geregeld en is de Grondwet ook op die manier te interpreteren maar die Jeugdwet kan worden gewijzigd. Als dit gebeurt, dan is er geen rechterlijke mogelijkheid meer om de overheid te dwingen kinderen te beschermen. Een Nederlandse rechter kan  immers niet toetsen aan de Grondwet.

De drie verdragen die Van de Beek wil afschaffen vormen de hoekstenen van de op rechten gebaseerde wereldorde. Een rechtsorde waarvan de Nederlandse regering, zo is in artikel 90 van de Nederlandse Grondwet bepaald, de ontwikkeling bevordert. ‘Dan wijzigen we de Grondwet toch op dit punt’, kun je tegenwerpen. Ja, dat kan. De vraag die je je vervolgens moet stellen, is hoe ziet de wereld er zonder die orde uit? Is een wereld zonder universele mensenrechten, zonder internationale rechtsorde een betere wereld?’ ‘Maar’, kun je weer tegenwerpen ‘wat maakt mij die wereld uit, als het goed is voor Nederland dan moeten we dat toch gewoon doen?’ Daarvoor een wedervraag: is een Nederland als paria die deze verdragen verwerpt beter af? Of om het wat toe te spitsen een vraag aan de VVD: hoe past dit in het gelijkwaardig zijn van ieder mens? Heeft iedereen dan nog evenveel rechten op vrijheid en kansen? Of aan de BBB is dit eerlijk, oprecht en betrouwbaar? Is dit, om de mantra van het NSC aan te halen, ‘goed bestuur’?

Nu maakt het opzeggen van deze verdragen geen deel uit van het akkoord van de coalitiepartijen. Maar ook bij dat akkoord kun je je de vraag stellen tot welke wereld dit leidt? Wat zeg je als je een land veilig verklaard waar nog steeds de machthebber die op de eigen bevolking schiet en ze bombardeert? Een land bovendien waar buurlanden Turkije en Israël te pas en te onpas bombarderen. Hoe ‘vanzelfsprekend ben je er voor elkaar’, om een van de vier kernwaarden van de BBB te benoemen als je het verblijf van mensen permanent tijdelijk maakt, want dat is wat je doet met het afschaffen van permanente verblijfsvergunningen? Of voor de VVD, hoe verdraagzaam (een van de liberale waarden, is een dergelijke maatregel? Of hoe verhoudt zich dit tot de liberale waarde vrijheid: “dat je je leven mag leiden zoals je dat zelf wilt,” zoals de VVD vrijheid omschrijft.

Dit gesprek moet in de volle breedte worden gevoerd. Want door pragmatisme, dat door dit kabinet ‘daadkracht’ wordt genoemd, zijn we in de problemen gekomen. Dit pragmatisme richtte en richt zich op het bestrijden van symptomen. Er wordt gedweild met de kraan open en soms lijkt het erop dat men niet eens weet dat er een kraan open staat. En nee, de asielzoekers zijn niet die openstaande kraan.

Appels, knollen en statistiek

“Wat betreft asielmigratie: bij de vaak gehoorde opmerking dat asiel slechts 10 tot 12 procent van de totale immigratie betreft, geeft Van de Beek een bijsluiter. Van de arbeidsmigranten is na tien jaar nog maar 21 procent in Nederland, van de studiemigranten 18 procent. Bij asielmigranten is dit 55 procent, bij gezinsmigranten 59 procent. Met andere woorden: ‘De bijdrage van asiel aan de bevolkingsgroei is veel groter dan op het eerste gezicht lijkt.’ En dat is van belang om te weten, ‘want geen andere vorm van immigratie belast de samenleving en verzorgingsstaat zozeer als asiel’.” zo lees ik in een interview met de Volkskrant Jan van de Beek in de Volkskrant.  Ik dacht: ‘Je hebt leugens, verdomde leugens en statistieken.’ En toen ik er wat verder indook dacht ik aan appels en peren waarmee knollen voor citroenen worden verkocht.

Van wie deze uitspraak over statistiek is, is onbekend. De Amerikaanse auteur Mark Twain schreef hem toe aan de Britse premier Benjamin Disraeli, maar, als je Wikipedia mag geloven, dan is de uitdrukking: “in geen enkel werk van Disraeli te vinden en de vroegste bekende verschijningen waren jaren na zijn dood. Er zijn verschillende andere mensen genoemd als bedenkers van het citaat, en het wordt vaak toegeschreven aan Twain zelf.” Ik moest denken aan deze uitspraak bij het lezen van het interview. Een interview over zijn nieuwe boek Migratiemagneet Nederland. Mythen. Feiten. Oplossingen. Even vooraf. Ik heb het boek nog niet gelezen en baseer me alleen op zijn uitspraken de Volkskrant en gedaan bij Bar Laat van 22 oktober 2024.

“Als je onderzoek doet, moet je proberen niet links en niet rechts te zijn maar zo zuiver mogelijk je onderzoek te doen en in de spiegel te kijken wat zijn mijn vooroordelen? Waar zou je kunnen struikelen?”  Aldus van de Beek bij Bar Laat. Hij wil ‘niet politiseren’. Nu is dat al een eerste spiegel waarin hij zichzelf wat vertekend waarneemt. De uitspraak over het belasten van de samenleving en de verzorgingsstaat door asielzoekers, is een politieke uitspraak. ‘Belasten’ is een waardeoordeel en waardeoordelen zijn politiserend. “We zitten op een omslagmoment. Het moet mogelijk zijn om een coalitie te smeden van flink wat EU-landen die af willen van het asielrecht in zijn huidige vorm,” in de Volkskrant, is politiseren. ‘Af willen’ van rechten is politiseren. “Je kunt wel zeggen: er wordt te weinig gebouwd, maar er is niet tegenop te bouwen. De kosten voor zorg lopen op, de onderwijskwaliteit daalt. Dat mag je best een crisis noemen.” Iets een crisis noemen is politiseren. Sterker nog, door te zeggen dat je niet wilt politiseren, politiseer je. Je politiseert omdat je als ‘neutraal en feitelijk’ bestempeld en daarmee iedereen die het anders ziet labelt als ‘bevooroordeeld en niet feitelijk’. Op dit punt is Van de Beek al ‘gestruikeld’ om zijn eigen woorden te gebruiken.

Hij noemt iedereen die naar een ander land gaat, migrant. En zo heb je dan arbeidsmigranten, studiemigranten en asielmigranten. Het verbaast me daarom dat hij de ‘vakantiemigranten’ niet heeft meegenomen. Die groepen gaat hij vervolgens met elkaar vergelijken op ‘bijdragen aan de samenleving’ en daarop scoren de asielmigranten het slechtst.  Ja, dank je de koekoek. Natuurlijk doen asielzoekers het slechter op de arbeidsmarkt dan mensen die hier naar toe worden gehaald door een werkgever en maken ze meer aanspraak op sociale voorzieningen dan mensen die hier komen studeren. Als je naar hier wordt gehaald om te werken heb je werk en als je naar hier komt om te studeren dan heb je geld om te overleven. Als vluchteling heb je dat niet. Dan begin je echt bij nul en omdat het gemiddeld bijna twee jaar duurt voordat je als statushouder ergens woont en dan pas mag beginnen met je inburgering, begin je eigenlijk diep in de min. En dus is het niet vreemd dat een veel groter deel van hen een beroep doet on sociale voorzieningen.

Natuurlijk is het percentage van de groep die asiel heeft verkregen dat na tien jaar nog hier woont, groter dan dat van degenen die hier komen voor arbeid of studie. Een studie duurt ongeveer vier jaar. Degenen die blijven hebben hier werk, een partner en waarschijnlijk allebei gevonden. Iets soortgelijks gaat ook op voor mensen die hier voor werk naartoe komen. De tijden dat je na veertig jaar trouwe dienst bij een werkgever met pensioen gaat, zijn allang voorbij. Na een jaar of vier ben je weer toe aan ‘een nieuwe uitdaging’ en die kan overal liggen. Iemand die asiel zoekt, komt hier omdat de persoon een veilig heenkomen zoekt, omdat het land van herkomst door oorlog of de politieke situatie voor de persoon te gevaarlijk is. In de landen waar het gros van de huidige vluchtelingen vandaan komen, landen als Afghanistan, Syrië en Eritrea, is nog steeds in oorlog of is de politieke situatie van dien aard dat velen hun leven er niet zeker zijn.

“‘Dan is er de factor culturele afstand tot het herkomstland. Als die te groot is, is dat nadelig voor integratie. Dat pakt slecht uit voor participatie op de arbeidsmarkt en leidt tot oververtegenwoordiging in criminaliteit. Wat helpt, zijn gemengde relaties.” En “ juist asielmigranten uit andere delen van Afrika en het Midden-Oosten, veelal moslims, hebben weerstand tegen gemengde relaties. Daar hapert de integratiemotor.” Aldus Van de Beek in de Volkskrant. Om te integreren moet de club waarin je verwacht wordt te integreren wel open staan voor je integratie. Het narratief waarvan Van de Beek hier de milde variant geeft, ze zijn ‘te verschillend’, en dat ook in steeds extremere mate door partijen als de BBB en de PVV wordt gehanteerd, draagt niet bij  aan het ‘open staan’ en het zal de belangstelling voor een gemengd huwelijk onder de kant van de geboortige Nederlanders, niet echt doen toenemen. Dat narratief is een self-fulfilling prophecy. 

Wat al deze groepen met elkaar gemeen hebben, is dat het mensen zijn die naar een ander land trekken. De reden voor vertrek naar dat andere land is echter zeer verschillend. Door ze op één hoop te gooien en te spreken over arbeidsmigratie, studiemigratie, asielmigratie worden onvergelijkbare groepen op één hoop gegooid en daarvan wordt de kwetsbaarste groep, de asielzoekers, het slachtoffer. Het wegpoetsen van deze verschillen is politiseren. Daar een bruinkleurig cultureel sausje over gieten is politiseren. Van de Beek vergelijkt appels met peren, verkoopt knollen voor citroenen en onderbouwt dit met statistiek.

De kwal en de olifant

“De hele landbouw opdoeken, daar kijkt geen Volkskrant-lezer van op.” Zo schrijft Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. Sommer schrijft dit naar aanleiding van een ‘alarmerend’ rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL concludeert, zo vat Sommer het samen: “wij lopen hopeloos achter bij het onder de duim houden van de CO2-productie. CO2 en stikstof zijn grote, hete aardappelen op het bord van de formatie. Als oorzaken van de slechte CO2-prestaties noemde het Planbureau ‘de snelle economische groei én de snelle bevolkingsgroei’.” Over alles wordt gepraat en overlegd: “Maar bevolkingsgroei, daar loopt iedereen als om de spreekwoordelijke kwal omheen.” Hoe ziet die ‘kwal’ eruit waar iedereen omheen loopt?

Afrikaanse Olifant, Bull, Wandelen, De Weg, Dikke Huid
Bron: Pixabay

Sommer gaat te leen bij demograaf Jan van de Beek van wie in april een rapport over de gevolgen van immigratie voor de verzorgingsstaat en de overheidsfinanciën verscheen. Van de Beeks conclusie: “Als de immigratie doorgaat zoals nu, is de verzorgingsstaat op termijn onhoudbaar. De bevolking is nooit zo snel gegroeid als onder premier Rutte: anderhalf miljoen erbij in tien jaar. En allemaal door migratie.”  En dat is niet gratis: “Volgens Van de Beek kosten asielzoekers, nareizigers en arbeidsmigranten samen de schatkist nu al jaarlijks 19 miljard, aan uitkeringen, toeslagen en voorzieningen. Op de lange duur wordt dat 50 miljard per jaar. Van de Beek zegt dat je de verschraling van de verzorgingsstaat al kunt zien: verkorting van de WW-duur, afschaffing van de studiefinanciering, slechtere ouderenzorg.” Zo, dat is ernstig. De discussie spitst zich vervolgens toe op ‘vluchtelingen’ en dat is, zo betoogt Sommer: “Ten onrechte, want de overgrote meerderheid bestaat uit arbeidsmigranten. Juist daar zijn politieke keuzes te maken zonder direct tegen VN-verdragen aan te lopen.”

Gelukkig ziet Sommer ook een oplossing: “Nidi en CBS rekenden voor dat als vrouwen, allochtonen en ouderen meer gaan werken, de vraag naar buitenlandse arbeid spectaculair daalt. Minder huishoudens betekent minder vraag naar woningen, betekent niet elke vijf jaar een stad als Den Haag erbij zoals nu.” Als de genoemde groepen meer en langer werken is migratie niet nodig. Alleen wil niemand het over migratie hebben want: “Rechts wil de ondernemers niet beteugelen in hun behoefte aan goedkope arbeid; links haalt vluchtelingenbeleid en arbeidsmigratie door elkaar. Markt en moraal leiden zo allebei naar open grenzen; de maatschappelijke gevolgen komen pas later.” Conclusie van Sommer: stop de bevolkingsgroei en het CO2-probleem is op te lossen.

Een bijzondere conclusie. Het PBL concludeert dat de bevolkingsgroei én de snelle economische groei de slechte CO2-prestaties veroorzaken. Sommers oplossing pakt alleen de bevolkingsgroei aan, niet de economische. Wat als ouderen tevreden zijn met eerder stoppen met werken en het inkomen dat ze dan hebben? Wat als vrouwen en ook mannen tevreden zijn met het inkomen en hun leven als parttimer? Als dat het geval is, waarom zouden we dan streven naar meer ‘banen creërende’ economische groei? Waarom zouden we dan bijvoorbeeld het gebied rond Venlo nog verder volbouwen met ‘logistieke loodsen’ als er geen mensen zijn die erin kunnen en willen werken? Als er vervolgens weer arbeidsmigranten nodig zijn om het werk te doen. Arbeidsmigranten die weer gehuisvest moeten worden. Waarom dan beleid ontwikkelen dat gericht is op economische groei?

Als de bevolkingsgroei de kwal is waar iedereen omheen loopt, is de economische groei dan niet de olifant in de kamer? Zou het aanpakken van die olifant er niet ook voor zorgen dat het leefklimaat voor de ‘kwal’ verslechtert? Zou dat er samen niet voor zorgen dat de CO2-prestaties verbeteren?