Eigendom of racisme?

In de Volkskrant een artikel van de al jaren in Berlijn wonende Amerikaanse filosofe Susan Neiman. Niet toevallig, want sinds kort ligt haar boek Wat we van de Duitsers kunnen leren in de boekenwinkels. Een boek waarin Neiman de manier waarop in Duitsland met de door de Duitsers begane wreedheden in de Tweede Wereldoorlog wordt vergeleken met de manier waarop in de Verenigde Staten met de burgeroorlog en het slavernijverleden wordt omgegaan. Een zeer interessant boek omdat Neiman een zeer goed beeld schets van de historie en de ontwikkeling van de omgang met een kwalijk verleden.

Eigen foto

Eerst even Neimans boek en de omgang met een beladen verleden in Duitsland en de Verenigde Staten. Die omgang verschilt aanmerkelijk waarbij het geval Duitsland extra bijzonder is omdat er daarvan twee waren die later, in 1991, weer één werden. Oost en West gingen op een heel andere manier met het verleden om. Het Oosten positioneerde zich als anti nationaalsocialistisch en daarbij schuwde men niet om de wandaden van de nazi’s bloot te leggen en te veroordelen. In het Westen lag dat anders. Daar werd die geschiedenis zo’n twintig jaar verzwegen. Sterker nog, de West-Duitsers zagen zichzelf als de grootste slachtoffers van de oorlog. Hun land lag immers volledig in puin. Een groot deel van hun voormalige grondgebied lag nu in andere landen, het meeste in Polen, en er waren bezettingsmachten in het land gelegerd. Pas in de jaren zestig, toen de naoorlogse generatie kinderen vragen aan hun ouders en grootouders gingen stellen, veranderde dit. Daar waar in het Oosten veel monumenten ter herdenking van de oorlog werden opgericht, gebeurde dat in het Westen niet. In het Oosten waren verschillende voormalige concentratiekampen open voor publiek met uitleg wat er was gebeurd. In het Westen was dat er, zo schrijft Neiman, één. Toen in 1991 de beide landen weer samenkwamen, moest er weer een geheel nieuwe manier van ‘Vergangenheitsaufarbeitung’ zoals Neiman het noemt, worden ontwikkeld. Inmiddels is het zover dat het overgrote deel van de Duitsers aanvaardt dat hun voorvaderen schuldig waren aan het uitbreken van de oorlog, daarin met name in het Oosten van Europa en vooral op het grondgebied van de toenmalige Sovjet Unie verschrikkelijk hebben huisgehouden en dat ze schuldig waren aan de Holocaust.

Na de burgeroorlog moesten ook de Verenigde Staten en vooral het verliezende ‘confederatieve’ deel zich opnieuw uitvinden. Die staten werden bezet door Noordelijke troepen en de centrale regering geleid door radicale republikeinen ging aan de slag met progressieve wetgeving en volledige burgerrechten voor iedereen. Die bezetting en wetgeving viel slecht bij de blanke bevolking van de Zuidelijke staten. Toen de radicale republikeinen hun meerderheid verloren, verloor ook deze zogenaamde ‘reconstruction’ haar momentum en de balans sloeg om van de federale overheid naar de individuele staten. In het Zuiden betekende dit dat al die progressieve wetgeving werd omzeild door statelijke wetgeving. Wetgeving die strikte rassenscheiding betekende. Slavernij was dan wel verboden, de voormalige slaven kregen het nu vaak nog slechter dan ze het als slaaf hadden gehad. De plantagehouder had er immers geen belang meer bij om zijn ‘medewerkers’ goed te behandelen. Ook het narratief van de burgeroorlog veranderde. De oorlog was gevoerd om slavernij en dat verdween naar de achtergrond en werd vervangen door het verhaal dat de geconfedereerde staten streden voor de rechten van de individuele staten tegen de Unionisten. Staten die opkwamen voor de belangen van de totale unie. De geconfedereerden hadden die oorlog verloren maar waar ze voor hadden gestreden was het ‘goede’. Ze hadden gestreden voor een ‘lost cause’. Dit maakte dat al hun leiders eigenlijk goed waren en dus het herinneren waard. Daarop, zo’n twintig jaar na afloop van de oorlog, werd het zuiden vol gezet met standbeelden van die helden. Beelden die moesten herinneren aan die ‘goede maar verloren zaak’. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw, dus zo’n 100 jaar na de afschaffing van de slavernij, werd de segregatie op basis van huidskleur verboden. Daarmee was en is de kous nog steeds niet af. Nog steeds kennen de Verenigde Staten beleid dat Afrikaans-Amerikanen en ook Spaans-Amerikanen benadeelt. Het meest prominent zijn hierbij de manieren waarop het mensen van kleur lastig wordt gemaakt om hun stem uit te brengen. Neiman constateert in haar boek dat een soortgelijk besef als bij het gros van de huidige Duitsers, bij het gros van de inwoners van de Verenigde Staten ontbreekt.

Tot zover, behalve dan een aanbeveling om het toch echt zelf te lezen, Neimans boek. “Net als Engeland en Frankrijk, die eerder waren, compenseerde Nederland de slavenhouders voor het verlies van hun bezit, maar overwoog nooit de slavernijslachtoffers te compenseren voor levenslange, zware, onbetaalde arbeid,” zo schrijft Neiman in haar artikel. En daar heeft ze een punt en ze vervolgt: “Deze misdrijven moeten op tafel: ze werden gevoed door het racisme waarvan Nederlandse ingezetenen van kleur nog steeds de gevolgen ondervinden.” Een redenering die tegenwoordig erg in zwang is, maar zou ‘racisme’ werkelijk de reden zijn dat de slavenhouders een vergoeding ontvingen en de slaven niet?

In zijn boek Kapitalisme en Ideologie behandelt de Franse econoom Thomas Piketty ook de afschaffing van de slavernij. En ook hij zoekt een verklaring voor het vergoeden van de slavenhouders en niet de voormalige slaven. Even als kanttekening, het onderwerp van Piketty is niet slavernij maar ongelijkheid. Piketty komt met een heel andere verklaring: de heilige status van particulier bezit. Piketty: “Deze samenlevingen bestaan al veel langer dan het Europese kolonialisme, en de manieren waarop ze zich uitbreidden, zich rechtvaardigden en verdwenen roepen fundamentele vragen op voor de algemene geschiedenis van regimes met ongelijkheid. De slavernij is in het Verenigd Koninkrijk in 1833 afgeschaft, in Frankrijk in 1848, in de Verenigde Staten in 1865 en in Brazilië in 1888. De manier waarop dat gebeurde en de verschillende voor de gelegenheid ontworpen vormen van compensatie voor de slavenhouders (en niet voor de slaven zelf) illustreren duidelijk dat particulier bezit in de negentiende eeuw heilig was. Die heiligverklaring stond aan de wieg van de moderne wereld.”

Zeker als we in ogenschouw nemen dat, zoals ik in I’ve got the power liet zien, de Europese arbeid niet veel beter werd behandeld dan de slaven op de katoenvelden, dan zou Piketty wel eens dichter bij de werkelijke reden liggen waarom niet de slaven maar de slavenhouders werden gecompenseerd. De slavenhouders ‘verloren’ eigendom terwijl de voormalige slaven vrijheid ‘kregen’.

Zwaarden en messen

“In de radiostudio bleven de ‘concentratiekampen’ van Maarten van Rossem onweersproken. Geen van de andere gasten stelde zelfs een vraag. Het wezen en de omvang van de Holocaust verdwijnt uit ons geheugen. Wat overblijft is een perverse manier om je punt te maken.” De laatste zinnen uit de column van Roderick Veelo bij RTLZ. In zijn column een hele reeks uitspraken van mensen die iemand vergelijken met Hitler of iets met de holocaust. Terecht merkt Veelo op dat vergelijkingen met Hitler of de Holocaust om je punt te maken een zwaktebod is. Alleen valt hij niet in de kuil die hij voor anderen graaft? 

the-suicide-of-ajax-the-great-etrurian-red-figured-calyx-krater-ca-400e28093350-bc-said-to-be-from-vulci

Illustratie: erevoktonos.blogspot.com

Waarom? Daarvoor moeten we terug naar het begin van zijn betoog. “‘Concentratiekampen’ noemde Maarten van Rossem ze op Radio 1. De opvangcentra voor Afrikaanse migranten, zoals ze staan in de plannen van de Europese Unie. De ingelaste vergadering in Brussel afgelopen zondag als de Wannseeconferentie van 1942. Juncker als Heydrich, Merkel als Eichmann, Macron als Hofmann, de nieuwe Italiaanse premier Conte als Klopfer, Rutte als Meyer, de opvangcentra als eindoplossing voor het migratievraagstuk.”

Van Rossum begint zijn verhaal met de ‘ontschepingsplatforms’ of allerlei andere namen die er worden gebruikt concentratiekampen te noemen en geeft vervolgens zijn heldere analyse van wat er fout is gegaan en gaat met het Europese migratiebeleid. Zoals ik al eerder schreef, is het fenomeen ‘concentratiekamp’ niet nieuw en zeker geen uitvinding van Hitler-Duitsland. Die ‘platforms’, of hoe ze ook worden genoemd, zijn bedoeld om migranten en vluchtelingen bijeen te brengen. Een ander woord voor bijeenbrengen is concentreren. Daar is de benaming concentratiekamp een juiste voor. Van Rossum legt in zijn betoog geen enkel verband met Hitler of de Holocaust.

Dat doet Veelo wel: Brussel is Wannsee, Juncker is Heydrich, Merkel is Eichmann enzovoorts. Legt Veelo zo Van Rossum een vergelijking in de mond die hij niet maakt? Valt Veelo niet in zijn eigen zwaard door ‘Hitler en de Holocaust’ te gebruiken om zijn punt te maken en Van Rossum een mes in de rug te steken?