Eerdmans, ben een man

‘“En laten nu de 47.312 kiezers van Leefbaar definitief barsten.” De reactie van Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam nadat bekend was dat er een college wordt gevormd waarvan Leefbaar Rotterdam, de grootste partij in Rotterdam, geen deel uitmaakt. Ronkende taal van een politicus die de slag won, maar nu de oorlog lijkt te hebben verloren. Dat is natuurlijk een bitter pil en wellicht is die wat minder bitter als je de waarheid en in het kielzog onze democratie, wat geweld aandoet.

Rotterdam

Foto: Wikimedia Commons

Beste meneer Eerdmans, hoeveel kiezers heeft u laten barsten toen u in 2014 in het college stapte? Niemand zult u zeggen, wij waren de grootste partij en vormden samen met andere partijen een college dat kon rekenen op een meerderheid in de gemeenteraad en dus een meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Daar voegt u wellicht nog aan toe dat uw college er was voor alle Rotterdammers en niet alleen voor de kiezers van Leefbaar Rotterdam en de andere collegepartijen. 

Een prachtig antwoord van iemand die de werking van onze democratie begrijpt. Begrijpen omdat de grootste partij worden in ons democratisch stelsel mooi is, maar niet doorslaggevend. Omdat er in dit land nog nooit een partij was die de absolute meerderheid behaalde, verre van dat zelfs, moet er altijd worden samengewerkt. Daarbij is de grootste zijn een voordeel, maar geen garantie. Je moet altijd partners vinden die met je willen samenwerken. Vind je die niet of overspeel je je hand, dan sta je met de meeste zetels buitenspel. Bij de PvdA kunnen ze daar over meepraten. Die partij won in 1977 de verkiezingen en werd de grootste, maar werd door het CDA van Van Agt vervolgens in de formatie buitenspel gezet. De arrogante houding van de PvdA was daarvan een vermeende oorzaak.

Beste meneer Eerdmans, u mag best verdrietig zijn om de verloren formatie. Het past daarbij niet om onze democratie geweld aan te doen. Geweld aandoen omdat niemand die 47.312 Rotterdammers laat barsten. Een college van welk pluimage dan ook, is er voor alle inwoners van een gemeente. Want beste meneer Eerdmans, een veel groter aantal, meer dan de helft van de Rotterdammers, stemden op de partijen die nu het college vormen. Als u zo redeneert, dan zijn er nog meer kiezers die men laat barsten. Kiezers van NIDA en Denk bijvoorbeeld of die van 50Plus en de Partij voor de Dieren. 

Beste meneer Eerdmans, niet zo zielig doen. In de aanloop naar de verkiezingen heeft u voor uw partij de lijnen uitgestippeld en keuzes gemaakt. Dat trok veel kiezers, maar stootte er nog meer af. Net zoals het ook partijen afstootte. U hoopt hiermee de verkiezingen en de formatie te winnen. Dat eerste (mis)lukte, ondanks een verlies vergeleken met vier jaar eerder bleef uw partij de grootste. Dat laatste mislukte. Ben een man en neem uw verlies. Of mag die uitdrukking tegenwoordig niet meer

Moreel ver plassen

De campagne voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is nogal surrealistisch. De kranten staan vol met uitspraken van politici die verkiesbaar zijn en dan ook nog partijen waar het grootste deel van Nederland niet op kan stemmen. Baudet, Wilders, Buma en Pechtold zijn niet verkiesbaar. Het Forum voor Democratie, NIDA, de PVV, Denk en Bij1 doen slecht in een handvol en soms maar één gemeente mee. In de Volkskrant reageert Martin Sommer op een ‘klacht’ van politicoloog Tom van der Meer dat er te weinig over waarden wordt gediscussieerd: “Me dunkt, in Amsterdam en Rotterdam gaat het alleen maar over waarden. Racisten buiten de deur houden, is er iets hogers? Dat begon al bij het debat van de landelijke lijsttrekkers in De Balie. Het was een potje moreel verplassen tussen Pechtold, Klaver en Asscher.”

manneken-pis-1535118_960_720

Foto: pixabay.com

Nu is Nederland veel groter dan Amsterdam en Rotterdam en de rest van Nederland komt er nogal bekaaid vanaf. Als inwoner van welke plaats dan ook hoef je niet echt moeite te doen om niets te merken van de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Terug naar Sommer. Inderdaad als het over racisme gaat, dan gaat het over waarden. Racisme raakt aan waarden als vrijheid, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en broederschap. Een debat over racisme biedt een goede mogelijkheid om te bekijken hoe partijen en politici deze waarden interpreteren en invullen. Hoe breed of smal zien zij vrijheid? Hoe vullen zij rechtvaardigheid in? Daar kun je een aardige boom over opzetten. Hoe wordt gelijkwaardigheid ingevuld en wat betekent dat voor het samen leven, voor broederschap?

Gaat de discussie, het debat, daar ook over? Als deze waarden conflicteren, welke waarde weegt voor een politicus het zwaarste? Voor een VVD-er zal vrijheid belangrijk zijn. Een GroenLinkser zal daarin bijvallen, alleen hebben ze het over hetzelfde als ze het over vrijheid hebben? Vrijheid kun je immers, in navolging van de filosoof Berlin, positief en negatief uitleggen. Gaat de discussie hierover of blijft het debat hangen in het elkaar beschuldigen en het jij-bakken?

Als je het zo bekijkt, heeft Van der Meer dan niet ook een punt en wordt er niet over waarden gesproken?

Wat de kiezer wil

De PVV gaat lokaal! De komende gemeenteraadsverkiezingen gaat de PVV in een zestigtal gemeenten meedoen aan de verkiezingen. In een interview in het AD kondigt partijleider en enigst lid Wilders dit aan. In de Volkskrant ligt PVV-europarlementariër Olaf Stuger toe waarom de partij die stap waagt: “Zo komen we in de haarvaten van de samenleving, van stratenmaker tot medisch specialist. De partij is er aan toe.”  Dat zou kunnen, alleen kan de Ballonnendoorprikker dit niet beoordelen en moet dit dan maar aannemen van Stuger.

De kiezer

Illustratie: Managementboeken

De lokale afdelingen mogen hun eigen programma’s opstellen, daar bemoeit Wilders zich niet mee. Al geeft hij in het AD wel wat richting: “Al zal het niet gebeuren dat er een stedenband met Ramallah wordt bepleit. Het blijft wel de PVV.” De Nieuwe raadsleden moeten zich wel realiseren dat ze het, volgens Stuger, niet makkelijk krijgen: “We zijn politieke commando’s, vaak opererend op vijandelijk terrein. Daar moet je tegen bestand zijn.”

Echt interessant wordt het als het over die programma’s gaat. Daar waar de klassieke partijen hun programma’s door de leden laten vaststellen, ontbreken die bij de PVV. Geen nood: “Ons referentiekader is wat de kiezers willen.” Wat willen die kiezers dan en hoe komt de partij dat te weten?

Wat ‘het volk’ wil dat wordt pas na de verkiezingen duidelijk. Dan heeft ‘het volk’ immers gesproken. Dat moet uitermate lastig zijn voor een partij die ‘wat de kiezer wil’ als referentiekader heeft. Afgelopen 15 maart hebben de kiezers weer gesproken en laten weten wat ze willen. Het resultaat is een kamer met dertien partijen in grootte variërend van twee tot drieëndertig zetels. En wat weet je als je die uitslag weet? Weet je dan waarom iedere kiezer heeft gekozen zoals hij heeft gekozen?

Of wil de PVV nog een stap verder dan GeenPeil? U weet wel de partij die per peiling onder haar leden wilde bepalen wat de Kamerleden zouden moeten stemmen. De PVV lijkt nu iedereen, die kiezer is, te willen peilen.