Uitgelicht

Moderne Luther gezocht

In 1517 timmerde Maarten Luther zijn beroemd geworden 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg. Ik moest hieraan denken toen ik las dat Trump: “zijn bedrijf en zijn familieleden worden „voor eeuwig” van vervolging om of onderzoek naar hun belastingaangiftes „bevrijd, ontslagen, gekwiteerd en gevrijwaard”.” Aan Luther en aan Let’s go crazy van de helaas te vroeg gestorven Prince.

Bron: archive.org

Let’s go crazy heeft een begin dat aan een preek doet denken: “Dearly beloved. We are gathered here today. To get through this thing called – life .” Of Luther op dezelfde manier een preek begon, weet ik niet. Dat is ook niet de reden dat ik aan deze song moest denken. Ik moest eraan denken vanwege wat erop volgt: “Electric word, life. It means forever and that’s a mighty long time.” Voor die mighty long time heeft Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie een ‘aflaat’ gegeven. En met die aflaat kom ik bij Luther. Maar voordat ik verder ga over Luther, eerst het vervolg van de song want, zo vervolgt Prince: “I’m here to tell you. There’s something else
The afterworld. A world of neverending happiness. You can always see the sun, day or night.”
Een soort hemel dus.

Luther dus. Hij timmerde zijn stelling op de kerkdeur en daarmee begon de Reformatie. Een scheuring in de katholieke kerk met als gevolg ongeveer tweehonderd jaar van godsdienstoorlogen in Europa. Luther ergerde zich mateloos aan het werk van de dominicaanse priester en handelaar in aflaten Johann Tetzel. Een aflaat werd, zo schrijft historica Barbara Tuchman in haar boek: “oorspronkelijk geschonken als kwijtschelding van alle of een deel van de goede werken die van een zondaar werden gevraagd om te voldoen aan de boete die hem door zijn priester was opgelegd.” Werd het: “geleidelijk beschouwd als een kwijtschelding van schuld van de zonde zelf. “ Dat was al tegen het zere been van de puristen maar het werd nog erger, want: “nog laakbaarder was de commerciële verkoop van een geestelijke genade. De genade werd ooit verleend in ruil voor godvruchtige giften voor kerkherstel, ziekenhuizen, losgeld voor gevangenen van de Turken en andere goede werken was uitgegroeid tot een uitgebreide handel.” Voor Rome een lucratieve handel want:“Van de ontvangst ging gewoonlijk de helft of een derde naar Rome en de rest naar de plaatselijke geestelijkheid, onder aftrek van verscheidene percentages voor de vertegenwoordigers en aflatenhandelaren die de concessies bezaten.” Een soort ‘aandelenhandel’ avant la lettre. En het werd helemaal bijzonder: “ Toen aflatenhandelaren het geloof toelieten – hoewel dat nooit duidelijk door pausen werd uitgesproken – dat aflaten toekomstige zonden, die nog niet waren begaan, konden vergeven.”1 Met voldoende geld kon je zo je plekje in de hemel kopen. Je kon zondig leven maar met de aflaat had je een, om een monopoly metafoor te gebruiken, ‘verlaat de hel zonder te branden’ kaartje.

Luther ergerde zich hieraan en aan de praalzucht van de pausen. De kroning van Giovanni dei Medici tot paus Leo X in 1513 was hiervan het meest recente en beste voorbeeld. Leo’s: “kroningsprocessie (…) was het opperste renaissancefeest,” aldus Barbara Tuchman: “ Het bracht tot uitdrukking wat de Heilige Stoel inhield voor de bekleder van het laatste onverdeelde pausschap – een voetstuk om de aardse schoonheden en verrukkingen uit te stallen en een triomf van pracht en ere aan een Medici-paus.” En waar bestond dat uit? “Zo’n duizend kunstenaars versierden de route met bogen, altaren, beeldhouwwerk en guirlandes van bloemen. Elke groep in de processie – prelaten, wereldlijke edelen, afgezanten, kardinalen met hun gevolg en buitenlandse dignitarissen – was rijker en schitterender gekleed dan ooit tevoren, de geestelijken even prachtig als de leken. Boven hen golfde een symfonie van banieren die de kerkelijke en vorstelijke wapens ten toon spreidden. Honderdtwaalf stalmeesters begeleidden twee bij twee, in rode zijde en hermelijn de zwetende maar gelukkige Leo op zijn witte paard. Er waren vier dragers nodig om zijn mijters, tiara’s en rijksappels voor iedereen zichtbaar te dragen. Cavalerie en voetsoldaten maakten de parade nog langer. Pauselijke kamerheren toonden de vrijgevigheid van de Medici’s door gouden munten tussen de toeschouwers te gooien. De kroning werd besloten met een banket in het Lateraan en een processie in omgekeerde richting die verlicht werd door fakkels en vuurwerk. De viering kostte 100.000 dukaten.”2 En daarmee hield het niet op. De verfraaiing van de Sint Pieter, het huwelijk van zijn broer, een monument ter ere van zichzelf in Florence en nog veel meer pracht en praal. Het was een gouden eeuw voor de Italiaanse kunstenaars zoals Rafaël en Michelangelo.

Nu zit er een president in het Witte Huis die zichzelf al als goed kandidaat zag voor het pausschap. Die in een plaatje liet zien dat hij ook de baan van God ambieerde. Die president geeft zich nu een ‘aflaat ‘ voor zijn zonden uit het verleden en de eventuele zonden die hij, zijn bedrijven en familieleden voor eeuwig vrijwaart van controles door de belastingdienst. Een president die ‘aflaten’ verkoopt aan al wie maar een flinke duit in zijn kas wil storten en die een bijdrage wil leveren aan zijn ‘balzaal’ van pauselijke proporties.

Bij dit alles moeten de Amerikanen en vooral de Republikeinen onder hen zich toch eens de vraag stellen die Prince in Let’s go crazy aanstipt: “So when you call up that shrink in Beverly Hills. You know the one, Dr. Everything’ll-be-alright. Instead of asking him how much of your time is left. Ask him how much of your mind, baby.” Hoeveel van hun verstandelijke vermogens hebben ze nog dat ze zoiets laten passeren. Van Trump hoeven we ons dat niet af te vragen. Die heeft verstand noch geweten. Wie van hen wordt de moderne Luther?

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 128

2Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 118-119

‘Een wethouder is niets’

‘Een wethouder is niets!’ Aan deze woorden van een voormalig collega en gemeenteambtenaar moest ik denken, toen ik bij Binnenlandsbestuur het volgende las: “Voor wethouders gaat wel een VOG-plicht gelden. Veel gemeenten laten al een risicoanalyse uitvoeren op de kandidaat, vaak door private partijen die ieder hun eigen standaard hanteren. De minister wil die vervangen door een basistoets integriteit.” Uit die toets moet blijken of: “de opgegeven diploma’s wel kloppen, of de wethouder mogelijk andere belangen heeft of dat er zaken uit het verleden zijn die zijn of haar functioneren mogelijk in de weg staan.”

Verklaring Omtrent Politiek Gedrag (geanonimiseerd)

Foto: Wikimedia Commons

“Een VOG voor raadsleden haalde het niet, want je kunt raadsleden die ooit een strafbaar feit hebben gepleegd niet het passief kiesrecht ontnemen.” Zou dat niet ook voor het wethouderschap moeten gelden? Een VOG voor wethouders, een goed idee? Een VOG is volgens de definitie van het ministerie van Justitie en Veiligheid: “een verklaring waaruit blijkt dat uw gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.” De verklaring zegt iets over het verleden. Logisch, toekomstig gedrag is niet te beoordelen. Probleem is dat zo’n verklaring alleen iets zegt over ‘bekend’ gedrag in het verleden. Het onbekende blijft buiten beeld totdat het bekend wordt.  Het al dan niet hebben van een diploma, maakt niets uit. Volksvertegenwoordigers, wethouders en ministers hoeven niets ‘te kennen en kunnen’. Er zijn geen functie-eisen voor. Als volksvertegenwoordiger word je gekozen en als wethouder en minister gevraagd.

Zit het bestrijden van ‘bestuurlijke corruptie’ en ‘gebrek aan integriteit’ niet al ingebakken in ons systeem? Die voormalig collega sprak de openingswoorden van deze Prikker tegen beginnende en soms ook gevorderde ambtenaren die terugkwamen van een gesprek met een wethouder met de boodschap dat ‘de wethouder had besloten dat het zo moest’. Hij maakte hun daarmee duidelijk dat een wethouder geen besluiten kan nemen omdat alleen bestuursorganen dat kunnen. Een wethouder is geen bestuursorgaan, hij is lid van het bestuursorgaan ‘college van burgemeester en wethouders’. Zijn het niet de collega bestuurders die de integriteit moeten bewaken? Is het niet de raad die hierop moet toezien?

Zegt niet-integer of corrupt handelen van één wethouder niet iets over de rest van het college en de raad in de betreffende gemeente? Hoe integer is een college en een gemeenteraad die niet optreden tegen een niet-integer handelende bestuurder of politicus? Als de niet-integere bestuurder van geen wijken wil weten, wat let de anderen dan om, net zoals voormalig burgemeester Winants van Brunssum, hun positie ter beschikking te stellen en af te treden?

Verzachtende omstandigheid?

‘U krijgt 20 uur taakstraf omdat u dronken iemand hebt doodgereden. Het drinken van alcohol zie ik als een verzachtende omstandigheid waardoor uw straf lager uitvalt.’

Hoe zou er worden gereageerd als een rechter een dergelijk vonnis zou uitspreken? Het land zou, terecht, te klein zijn en politiek, bestuurlijk en opiniërend Nederland zou gehakt maken van deze rechter.

Jos van Rey

Illustratie: Flickr

Eén jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en twee jaar ontzetting uit het recht van een bestuurlijk ambt bij de overheid. De straf die de rechter geeft aan oud-bestuurder Jos van Rey, die schuldig is bevonden aan: “corruptie, stembusfraude, lekken van vertrouwelijke informatie en witwassen.” De rechter hield, zo valt in de Volkskrant te lezen: “rekening met de gevorderde leeftijd van de politicus, de grote impact van de zaak op zijn leven (hij moest aftreden als wethouder en Eerste Kamerlid), de publiciteit en zijn blanco strafblad.”

De grote impact op zijn leven omdat hij moest aftreden als wethouder en Eerste-Kamerlid? Waarom dient daar rekening mee te worden gehouden? Juist die positie als wethouder verschafte hem de mogelijkheid om corrupt te zijn en vertrouwelijke informatie te lekken. Nu wordt dat waarvoor hij wordt gestraft als verzachtende omstandigheid gebruikt.

“In de regel wordt er 50% van het gefraudeerde bedrag als boete opgelegd als uitkeringsfraude straf. Als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, dan wordt er een boete van 25% van het gefraudeerde bedrag opgelegd. Wanneer er sprake is van grove schuld en u de fraude extra kan worden verweten, kan zelfs een boete van 75% van het onterecht ontvangen bedrag volgen. De hoogst mogelijke boete bedraagt 100% van het gefraudeerde bedrag en kan enkel worden opgelegd als er sprake is geweest van ‘opzet’.” Fraudeer je met je uitkering, dan is dit de straf die je kunt krijgen. Daarnaast wordt het volledig teruggevorderd. Een forse straf.

Daarmee is de kous nog niet af. Dit is immers alleen maar de bestuursrechtelijke kant van de zaak. Als de fraude meer dan € 50.000 bedraagt of er sprake is van bijzondere omstandigheden, dan kan de strafrechter je ook nog eens straffen. En die straf is niet mals: “De uitkeringsfraude straf bij (opzettelijk) fraude kan oplopen tot 6 jaar gevangenisstraf of een geldboete van € 82.000.” Natuurlijk moet misbruik maken van gemeenschapsgeld en dat is uitkeringsfraude, worden gestraft. Die strafmat mag best stevig zijn, je moet het immers voelen als je misbruik maakt van de gemeenschap.

De vraag hoe deze zware straf zich verhoudt tot de straf voor Van Rey, stel ik maar niet. Wat ik me wel afvraag is of een frauderende uitkeringsgerechtigde het krijgen van een uitkering kan aanvoeren als een verzachtende omstandigheid voor zijn fraude?

Verkeerde vijand

Op Joop een artikel van Anousha Nzume waarin zij het ‘witte culturele superioriteitsgevoel’ aan de kaak stelt. Overdreven gezegd komt het erop neer dat alle ellende in de wereld een gevolg is van de ‘witte mensen’. In haar artikel waarin het denken over  ‘witte onschuld’ en ‘witte superioriteit’ waarover ik al eerder schreef op de achtergrond een belangrijke rol speelt, viel mij één passage op. Nzume: “Ik zie het in de ogen van journalisten tijdens interviews over mijn boek. “Hoe durf je de vrijspraak van OJ Simpson te omschrijven als een overwinning op het systeem?” Omdat het waar is. Een zwarte man wint terecht of onterecht van een corrupt en racistisch systeem omdat hij rijk genoeg en populair genoeg is. Naar goed westers gebruik.”

SimpsonIllustratie: Daily Mail

OJ Simpson ‘versloeg een corrupt en racistisch systeem en werd vrijgesproken terwijl alles erop wees dat hij schuldig was aan de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend. In een latere civiele procedure werd Simpson wel verantwoordelijk gehouden voor die moorden. Nzume is blij dat iemand niet wordt veroordeeld voor moorden die hij heeft gepleegd. Zij is blij omdat de ‘zwarte’ Simpson zoveel geld had, dat hij zijn ‘onschuld’ kon kopen en zo als ‘zwarte’ het ‘corrupte, racistische, witte systeem’ versloeg.

Toont de casus Simpson aan dat het systeem racistisch is? Dat: “Wij allen (…) nog steeds (praten) in dezelfde witte ruimtes waar diezelfde culturele aannames en codes leidend zijn,” dat:  Racisme (…) een tool (was) in de koloniale tijd en het (…) nog steeds een tool (is) in het huidige kapitalistische neoliberale systeem,” of dat: “witte westerse dominantie,” in stand wordt gehouden zoals Nzume schrijft?

Laat de de casus niet juist zien dat in het ‘kapitalistische neoliberale systeem’ vrouwe Justitia kleurenblind’ is? ‘Kleurenblind’ maar wel ‘te koop’ met geld en macht? Want won met OJ Simpson niet het geld en de macht? Is dergelijk machtsmisbruik niet iets van alle tijden, alle culturen en alle ‘kleuren’?  Hoe beoordeelt Nzume het Zuid-Afrika van Zuma, het Zimbabwe van Mugabe, het Egypte van Al Sisi, het Rusland van Poetin, het Turkije van Erdogan, het Saoedi-Arabië van Salman en zo zijn er veel meer te noemen? Hoe beoordeeld zij de manier waarop multinationals invloed kopen in Den Haag, Brussel, Washington, Lagos of Johannesburg? De manier waarop China invloed koopt in Afrika, maar ook in Europa, denk bijvoorbeeld aan de haven van Piraeus?

Allemaal praktijken waar mensen van alle kleuren de dupe van zijn. Mensen die het aan geld en macht ontbreekt om tegenwicht te bieden. Is het niet jammer dat Nzumes strijd juist verdeeldheid zaait tussen mensen die alleen tegenwicht kunnen bieden als ze eensgezind optrekken? Bestrijdt Nzume niet de verkeerde vijand?