Uitgelicht

Mensen en dierenrechten

In de Volkskrant een uitgebreid artikel van Jurriën Hamer waarin hij verslag doet van zijn innerlijke verscheurdheid waaraan op 1 januari van dit jaar een einde kwam. Met ingang van dit jaar eet hij geen vlees meer en hoeft zich dus niet ‘schuldig’ te voelen, zoals hij het zelf noemt. Het ‘geknaag’ in zijn hoofd begon toen hij filosofie ging studeren: “Tussen de filosofiestudenten, en later de promovendi, zaten heel wat vegetariërs die haarfijn uit konden leggen waarom vlees eten immoreel is. Hebben dieren geen rechten? En waarom hield ik ook alweer vast aan een antropocentrisch wereldbeeld? Ik kon die argumenten moeilijk weerleggen en wauwelde iets over dat dieren in het wild toch ook niet zielig zijn, en die we toch ook elkaar laten opeten. Ik kon mezelf niet eens overtuigen.” De twee interessante vragen die zijn vegetarisch medestudenten stelde, intrigeert mij.

Code of Hammurabi, king of Babylon, 1792 - 50 BCE (5) | Flickr
De Codex Hammurabi. Bron: Flickr

‘Hebben dieren geen rechten?’ Aan deze vraag gaat een andere vraag vooraf. Een vraag die niet wordt gesteld omdat we het antwoord dat we erop geven als vanzelfsprekend beschouwen. Die vraag is namelijk: hebben mensen rechten? Voor ons westerlingen is het antwoord op die vraag zo evident. “We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness.” Aldus de Amerikaanse Declaration of Independence. De ‘Creator’ heeft iedere mens rechten gegeven. De Franse revolutionairen schreven in 1789 iets soortgelijks. Soortgelijks maar toch net iets anders in de Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen. Zij beriepen zich namelijk niet op een ‘Creator’, maar op de natuur en spreken van “les droits naturels, inaliénables et sacrés de l’homme,” natuurlijke, onvervreemdbare en heilige rechten van de mens. De Amerikanen hebben de rechten gekregen van god, de Fransen van de natuur.

Rechten die van god komen, zijn zo oud als het monotheïsme. Het geloof dat er één god is. Monotheïsme is een vrij recente menselijke ‘uitvinding’. De mens heeft millennia lang meerdere ‘goden’ aanbeden of gevreesd. Het leven en alles wat er in gebeurde, werd gezien als een strijd tussen die verschillende goden en de mens was een pion in het spel tussen de goden. Zo’n vier millennia geleden ontstonden ‘geloven met maar één god’. Het jodendom is de oudste nog bestaande variant ervan. In een meer goden, of polytheïstische, samenleving is het lastig om rechten aan die goden te ontlenen. Iedere god speelde immers zijn eigen spel met eigen regels. Met maar één machtige alles bepalende god werd het mogelijk om er gezag aan te ontlenen. In andere delen van de wereld, zonder zo’n monotheïstische religie (China en Japan) zagen de heersers zich niet als eerste vertegenwoordiger, maar als god zelf en dat maakte hun wil wet. In ons deel van de wereld beriepen heersers en koningen zich op god en zagen zich als gods eerste vertegenwoordiger.

Het beroep op de ‘natuurlijke rechten’ is recenter. Het is een uitvloeisel van de Verlichting. Mensen die zelf op zoek gingen hoe de wereld in elkaar zit en hierbij vertrouwden op hun eigen rede en niet op de dogma’s en autoriteit. Dogma’s en autoriteit van vooral het geloof. Zo ontdekte Newton de zwaartekracht door de ‘val van de appel’ en stond hij aan de basis van de klassieke mechanica. En analoog aan de wet van de zwaartekracht zouden er ook natuurwetten voor de inrichting van een samenleving: de natuurlijke rechten van de mens.

De vraag: ‘hebben dieren dan geen rechten?’ past in de ‘natuurrechten’ traditie. Immers als de natuur mensen rechten geeft, waarom dan niet ook aan de koe, het varken en de olifant? De mens is immers ook maar gewoon een dier. De natuur kan immers niet zo selectief zijn. Dat probleem heb je niet als je je op een god beroept. Niets staat goden immers in de weg om te selecteren en hiërarchie aan te brengen tussen alle schepsels. Het antwoord of dieren rechten hebben staat of valt met de vraag of mensen van nature rechten hebben.

Daarvoor naar de tweede vraag die de medestudenten stelden: ‘waarom zo’n antropocentrisch wereldbeeld?’ Een wereldbeeld waarin de mens centraal staat. De wereld achter die vraag is dat de natuur niet selectief kan zijn. Dus als mensen van nature rechten hebben dan hebben dieren die ook. Het ‘niet-antropocentrisch wereldbeeld’ van Hamers medestudenten biedt echter nog een andere optie. De optie dat de natuur geen rechten geeft. Niet aan mensen en ook niet aan dieren.

Daarmee kom ik op een derde variant waarop de mens zich bij het formuleren van zijn rechten kan beroepen en dat is zichzelf. Zichzelf niet als individu maar als groep. Rechten zijn afspraken die wij mensen maken zodat we een redelijk betrouwbare en voorspelbare samenleving krijgen. De eerste bekende wetboeken ontstonden ook zo’n vier millennia geleden. De bekendste, maar niet de oudste is, de Codex Hammurabi van rond 1750 voor onze jaartelling. Dat beiden, wetten en monotheïstische religies, in dezelfde periode ontstonden, zal geen toeval zijn. Zowel, wetten en monotheïstische godsdiensten zijn bedoeld om mensen te binden om er een groep van te maken. Het zijn verhalen om mensen te binden. Verhalen met regels hoe te handelen binnen de groep. Iets wat bij het groter worden van de groep belangrijk is en in die periode werden de rijken groter. Die wetten werden opgesteld door de heerser.

De Amerikanen en Fransen stelden hun verklaringen op zonder zo’n heerser. Die hadden ze immers net de deur gewezen. Ze moesten het zonder heerser doen. Daarbij deden ze respectievelijk een beroep op de ‘Creator’ en de natuur, maar wat er echt gebeurde was dat ze elkaar rechten toekenden. Ze hadden eigenlijk moeten zeggen: ‘wij mensen hier verzameld, zien onszelf als gelijk en kennen elkaar de volgende rechten toe.’ Door die rechten goddelijk en ‘self-evident’ of ‘natuurlijke en onvervreemdbaar’ te verklaren, worden deze rechten eeuwig en onveranderlijk gemaakt en tot de hoogste morele standaard verklaard. Vanuit god en de natuur kun je niet meer tot een andere conclusie komen terwijl een groep mensen in een andere tijd en setting tot andere rechten zou kunnen komen.

Terug naar die eerste vraag. De denkwijze dat de mens zichzelf deze rechten heeft gegeven, betekent nee als antwoord op de vraag ‘hebben dieren dan geen rechten?’ Nee, dieren hebben geen rechten. Ze krijgen pas rechten als mensen hen die rechten geven.

Back to the Future

Mijn enige conclusie na het lezen van een artikel van religiewetenschapper Kaj Brens in de Volkskrant is dat de Nederlandse staat kan tijdreizen. Hoe zij dat doet, is mij een raadsel. Dus graag een Kamerdebat hierover zodat de onderste steen boven komt! Hoe ik tot die conclusie kom?  

TeamTimeCar.com-BTTF DeLorean Time Machine-OtoGodfrey.com-JMortonPhoto.com-07.jpg
DeLorean Time Machine uit Back to the Future waarmee Marty McFly door de tijd reist. Bron: Wikipedia

“We worden ons in Nederland steeds bewuster van de rol die de staat speelde in deze zwarte bladzijde van de vaderlandse geschiedenis. De rol die de kerk speelde, blijft echter relatief onderbelicht. Draagt het christelijk geloof ook verantwoordelijkheid voor ons slavernijverleden?” Dat vraagt Brens zich af.  Brens sluit af met de woorden: “Als de Nederlandse staat verantwoordelijk was voor het implementeren van de slavenhandel, dan was de kerk zonder meer verantwoordelijk voor het vergoelijken ervan.” Een wel heel bijzondere uitspraak en dat is niet de enige.

In zijn artikel loopt Brens het Oude en Nieuwe testament na op zoek naar uitspraken over slavernij. Zijn conclusie: “Nergens in de Bijbel wordt slavernij dan ook ondubbelzinnig afgewezen, veroordeeld of verboden. Integendeel. De Heilige Schrift lijkt deze misdaad tegen de mensheid vaak stilzwijgend toe te staan en soms zelfs expliciet te steunen.” Dat de beide Testamenten geen ‘ondubbelzinnige’ afwijzingen, veroordelingen of verboden bevatten, hoeft niet te verbazen. Al die verhalen zijn geschreven in een tijd dat slavernij de normaalste zaak van de wereld was. Een tijd dat het de normaalste zaak van de wereld was om:  “alle mannen ter dood (te brengen), maar de vrouwen, de jonge meisjes die nog nooit met een man hebben geslapen ‘en het vee en alles wat er aan goederen in de stad is,” buit te maken.  En het: “etnisch gehalte,” dat Brens in Leviticus: “want ‘als slaven en slavinnen kun je mensen kopen uit de omringende volken, of de vreemdelingen die bij jullie wonen,” was in die tijd de gewoonste zaak van de wereld. En zo dachten alle volkeren erover. Over dergelijke zaken kun je je als wetenschapper in de eenentwintigste eeuw verbazen. Het enige wat die verbazing laat zien, is je gebrek aan wetenschappelijke houding.

Dat gebrek blijkt nog meer uit het gebruik van de woorden ‘misdaad tegen de menselijkheid’. Woorden die voor het eerst in de processen van Neurenberg (1945-1946) en Tokio (1946-1948) worden gebruikt. Woorden uit een heel ander tijdperk, voor wat het Oude Testament betreft zo’n 3 millennia en wat betreft het Nieuwe Testament bijna 2 millennia later. Gaan we nog wat verder terug, bijna vier millennia geleden stelde de Babylonische koning Hammurabi zijn beroemde Codex op, het oudste bewaard gebleven wetboek. In die Codex werd ook een en ander geregeld over slavernij. Zo kon je slaaf worden als krijgsgevangene, als veroordeeld misdadiger en door schulden. Het hoofd van de familie kon leden van zijn familie als slaaf verkopen om schulden in te lossen. Ook werd de verantwoordelijkheid van de slavenhandelaar geregeld, die moest bepaalde garanties geven voor de slaven die hij verhandelde, zoals een soort ‘niet goed geld terug regeling’ als de slaaf binnen een bepaalde tijd ziek werd. De Codex bepaalde ook een paar situaties waardoor je weer vrij werd. Zo werd een schuldslaaf na drie jaar weer vrij en kon een slavin drie jaar na het overlijden van haar eigenaar worden vrijgelaten of als ze hem een kind had gebaard.

En via de Codex Hammurabi kom ik weer bij de zin waarmee Brens zijn artikel afsluit, de zin dat ‘de Nederlandse staat verantwoordelijk was voor het implementeren van de slavenhandel’. Was de Nederlandse staat dan ook verantwoordelijk voor het opstellen van die Codex Hammurabi, want die regelde al het handelen in slaven? Hoe kan een staat die in de negentiende eeuw van onze jaartelling ontstond omdat het de grote machten van die tijd goed uitkwam, verantwoordelijk zijn voor het invoeren, want dat is implementeren, van iets wat al eeuwen aan de gang was? De enige manier waarop dat kan is via tijdreizen. Door net zoals Marty McFly in Back to the Future heen en weer te reizen in de tijd. Of moeten we ernstig twijfelen aan de wetenschappelijke kwaliteiten van Brens?