De tante van Taha

Toen het Somalisch-Amerikaanse topmodel Halima Aden vorig jaar als eerste gesluierde moslima de cover van de Britse Vogue bestierde, kreeg het modeblad op social media een lawine aan negatieve reacties te verwerken.” De openingszin van een artikel van Naz Taha op de site OneWorld. “De ophef die het veroorzaakt illustreert vooral hoezeer het Westen geobsedeerd is door de hoofddoek en de islam.” 

Bron: Wikipedia

Of het hele ‘Westen’ geobsedeerd is door hoofddoek en islam waag ik ernstig te betwijfelen want ik ‘hoor’ ook bij het Westen en herken me niet in die obsessie. Maar dat een groep mensen in het Westen is geobsedeerd door hoofddoek en islam kan ik alleen beamen. Aan de ene kant zijn daar een deel van de islamieten en alle ‘hoofddoekdragers’, die kennen die obsessie zeker. Als de tante van Taha (“Mijn tante draagt een hoofddoek en is een tamelijk vrome moslima. Voor haar is zwemmen in reguliere badkleding geen optie”) die obsessie niet kende, dan kon ze ook kiezen voor die reguliere badkleding. 

Aan de andere kant zijn er mensen die een andere obsessie hebben met de islam en de hoofddoek. Die zien in ieder moslim een bedreiging voor ‘onze cultuur’ en een gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Voor hen werkt de hoofddoek als de welbekende rode lap op een stier. Nu is er op dat spreekwoord het nodige af te dingen. De stier heeft immers geen obsessie met een rode lap, noch met een lap van welke andere kleur dan ook. Dat even terzijde. Hoofddoek, boerka, boerkini aan de ene kant tuinbroek, naveltruitjes decolleté, sari, Volendamse klederdracht, belachelijke hoedjes met prinsjesdag of campingsmoking van mij mag iedereen zelf bepalen welke kleding hij, zij en tegenwoordig ook nog andere varianten, draagt. Dat behoort tot de vrije keuze van het individu. Daar heeft niemand zich mee te bemoeien.

Toch is er iets in het betoog van Taha wat mij doet fronzen. Taha geeft de betreffende tante: “Een marineblauwe boerkini in haar maat. Ik kreeg een dankbare knuffel. Het was aandoenlijk om mijn tante zo blij te zien met zoiets futiels als een kledingstuk.” Mooi dat iemand blij is met een cadeau, dat doet de gever altijd goed. Zeker als die boerkini de tante: “de kans (geeft) om deel te nemen aan de zomercultuur, en aan de zwemcultuur.”

En dan komt de zin die mij deed fronzen: “De boerkini vergrootte haar individuele vrijheid.” Als de boerkini de vrijheid vergroot, dan was de individuele vrijheid vóór de boerkini kleiner. Dat lijkt mij sterk. Volgens mij stond het iedereen altijd al vrij om al dan niet te zwemmen. Die individuele vrijheid was er al ook voor de tante van Taha. 

Dat de tante van Taha niet ging zwemmen omdat zij bedekt wil zwemmen, betekent niet dat zij die individuele vrijheid niet had. Dat de tante van Taha niet ging zwemmen was een individuele keuze van haarzelf. De tante van Taha beperkte zelf haar vrijheid. Het is haar eigen keuze om bedekkende kleding te dragen omdat zij vindt dat haar religie haar daartoe verplicht. Het is ook haar vrije keuze om in een boerkini te gaan zwemmen. Een keuze die, zo betoogt Taha terecht, niemand haar mag afnemen. De boerkini betekent echter geen vergroting van de individuele vrijheid.

De jaren zestig revisited

Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.

BadmodeIllustratie: www.zwemkleding.nl

Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.

Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?

Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?

Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?

Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?