‘Tante Truus’

Ik moest vandaag weer denken aan ‘tante Truus’. Nee, niet mijn twee tantes die toevallig Truus heten, maar aan ‘tante Truus’ van Onno Ruding. Die tante waarbij je als werkloze liever op de koffie zat dan dat je ook maar iets deed, al was het maar werk zoeken. Hij, VVD-fractieleider Klaas Dijkhof, noemde Rudings ‘tante Truus’ niet, maar toch deden zijn uitspraken mij aan haar denken. Dijkhof lijkt te denken dat mensen ‘niets doen’ omdat ze bijstand krijgen, terwijl het gros bijstand krijgt omdat ze niets kunnen doen omdat er geen plek voor hen is. Dat is niet de enige dubieuze omkering van de werkelijkheid in Dijkhofs redeneringen te lezen in de Volkskrant.

bedelaar

Foto: Flickr

Als het aan Dijkhof ligt, wordt de bijstand verlaagd en kan een bijstandsgerechtigde door zijn best te doen meer verdienen: “We kunnen allemaal een keer pech hebben. Dan maken we een systeem zodat de pechvogel niet crepeert, maar wel zijn best moet doen om zo snel mogelijk weer op eigen benen te staan.”  Wat je dan moet doen? “Een aanvulling van de bijstandsuitkering tot het huidige niveau is alleen mogelijk voor wie de taal spreekt, een opleiding volgt, solliciteert, of ‘iets nuttigs doet voor de medemens.” Gelukkig hoef ik me geen zorgen te maken want ik spreek ‘de taal’, tenminste, dat hoop ik. Een tweede bijzonder omkering van de werkelijkheid van Dijkhof. Want is de bijstand niet ooit in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat mensen op eigen benen kunnen blijven staan als ze ‘een keer pech hebben’? Om ervoor te zorgen dat ze dan niet van de goedertierenheid van hun familie en buren afhankelijk zouden zijn of nog erger de ‘kerkelijke armenzorg’ of de bedelarij? 

“Volgens Dijkhof komt daarmee de ‘wederkerigheid’ weer terug in het nu te anonieme stelsel van sociale zekerheid,” zo valt te lezen. Wederkerigheid, het modewoord van de afgelopen jaren in overheidsland en daarom zullen velen beamend knikken als ze dit lezen. De vraag is of dat terecht is? Want was die anonimiteit niet juist een van de fundamenten van het stelsel? Inderdaad was er vroeger een niet anoniem stelsel van ‘sociale zekerheid’. Dat was het stelsel van de kerkelijke armenzorg, de filantropie en de bedelarij. Toen was duidelijk wie er aanspraak maakte op die ‘sociale zekerheid’. Een zeer stigmatiserend en vernederend gebeuren waar het ‘anonieme stelsel van sociale zekerheid’ een einde aan heeft gemaakt.

Het wederkerige ‘voor wat hoort wat’ dat Dijkhof terug wil, maakte geen deel van uit van dat ‘anonieme stelsel’ en dat was precies de bedoeling. Zou Dijkhof terug willen naar het stelsel van de ‘armenhuizen’ waar je bed, bad en brood kreeg en vervolgens als ‘tegenprestatie’ te werk werd gesteld? 

Loondispensatie, werkbonus of …?

“Noem dat dan ook geen sociale dienst meer, en stort dat geld op de rekening onder de noemer ‘werkbonus’ (wat het is) in plaats van uitkering (wat het niet is).” Een van de laatste zinnen uit de wekelijkse column Het spel en de knikkers van Frank Kalshoven in de Volkskrant. In zijn column breekt Kalshoven een lans voor de ‘loondispensatieplannen’ van Staatssecretaris Van Ark. Die plannen komen er in het kort op neer ‘arbeidsgehandicapten’ te betalen voor dat wat ze ‘produceren’ en dat kan minder dan het minimumloon zijn. Voor een aanvulling moeten ze bij de gemeente zijn die hen daar bovenop uitkeert tot het minimumloon wordt bereikt. Volgens Kalshoven is het hoge minimumloon het probleem: “Dit klinkt sympathiek, en zo is het ook bedoeld, maar het heeft als onbedoeld nadeel dat wie dat niet kan terugverdienen voor een werkgever, werkloos thuis op de bank belandt.”

Sociale werkvoorziening

Foto: PxHere

Zou zo’n ‘vernoeming’ werkelijk helpen? Zo zijn ‘ombuiging’, ‘besparing’ en ‘herprioritering’ andere woorden voor bezuinigingen. Voor degene die het betreft voelt het waarschijnlijk allemaal hetzelfde. Zou, als ‘arbeidsgehandicapte, een ‘werkbonus’ werkelijk anders ‘voelen’ dan een uitkering?

Toch is het een interessante gedachte. Laten we die gedachte in gedachte eens een stap verder voeren. Als we werkelijk willen dat het voor de betreffende mensen niet anders voelt, waarom dan niet een ‘werkbonus’ voor iedere volwassene? Een werkbonus ter hoogte van bijvoorbeeld het huidige bijstandsniveau. Een werkbonus die je door te gaan werken kunt aanvullen tot het minimumloon, modaal of een topsalaris?

‘Onbetaalbaar en onnodig’ zal menigeen roepen. Waarom zou bijvoorbeeld de topman van ING nog een werkbonus moeten krijgen bovenop zijn toch al veel te hoge salaris? Wat als de bijverdiensten onbelast zijn totdat iemand het minimumloon behaalt? En wat als die topman er ondanks die werkbonus netto niets op vooruitgaat en misschien zelfs wel wat op achteruit? Als hij die werkbonus gewoon terugbetaalt door een verhoging van de inkomstenbelasting? Zou dat niet ook een flinke besparing op de uitvoering van de sociale zekerheid betekenen?

Wat belangrijker is, als we Kalshoven volgen, dan zouden er bijna geen ‘arbeidsgehandicapten’ meer zijn. Zij die dan nog wel tot die groep behoren, die echt niet kunnen werken, daar maken we een aparte regeling voor. Lijkt dit niet verdacht veel op een basisinkomen?