De ezel en de steen

Deze week, zo las ik in de Volkskrant, klopte booking.com bij de Nederlandse overheid aan voor steun. Steun om de banen van de medewerkers te beschermen. Die lopen gevaar omdat de site draait op reizen en wat daarvoor nodig is. En reizen zit er nu even niet in. Het bedrijf is niet het eerste of enige dat voor steun bij de overheid aanklopt. Het bedrijf wil gebruikmaken van de regeling waarbij de overheid 90% van de lonen betaald. Gelukkig heeft het bedrijf nog even 4 miljard kunnen lenen want: “Als we die 4 miljard niet hadden, zou het er slecht uitzien, o mijn God.” Aldus de CEO Glenn Fogel. Ik moest denken aan een ezel en een steen. Laten we deze casus eens wat uitdiepen en vervolgens de vraag stellen of de overheid heeft geleerd van de bankencrisis van 2008.

Eerst even deze casus. Het bedrijf is een van de paradepaardjes van de ‘tech-bedrijven’. En net als de meeste van die bedrijven verkoopt het bedrijf geen product. Het heeft geen vliegtuigen, hotels of auto’s die het kan verhuren. Het is eigenlijk niets anders dan een in een nieuw jasje gegoten ‘reisbureau’. Voor de jeugdigen onder mijn lezers, als je vroeger alles rond je vakantie wilde regelen, dan ging je naar een reisbureau. Daar besprak je met de medewerker je wensen: zon of toch actief? Spanje, Griekenland of …? Op basis daarvan pakte de medewerker enkele gidsen uit de kast en liet je wat foto’s zien van mogelijke vakantieadressen. Daaruit maakte je een keuze en dan ging de medewerker van het reisbureau alles regelen. Van alles wat er werd geregeld kreeg je een rekening van het reisbureau. In die rekening zaten de kosten van het reisbureau verwerkt. Dat kon op grofweg twee manieren. Aan de ene kant als een opslag voor de gemaakte kosten. Aan de andere kant omdat het bureau minder betaalde voor campingplaats dan jij aan het bureau moest betalen. 

Tegenwoordig doe je dat zoeken zelf, achter je computer. Heb je gevonden wat je wilt, dan ga je boeken. En dat kan via booking.com. Het bedrijf wordt betaald door campings, hoteleigenaren et cetera. Die betalen een commissie van tussen de 10% en 30% aan het bedrijf. Hoe meer commissie je betaalt, hoe hoger je ‘hotel’ in de zoeklijst komt. Die vrolijke meid, want ja het waren meestal jonge vrouwen, is vervangen door een IT-nerd uit India en de schaal is de wereld geworden. En die nerd kan meer reizen per seconde verkopen dan die meid. Simpel omdat die nerd het eigenlijke werk aan jou, de reiziger, heeft uitbesteed. Hij ‘verzint’ alleen een algoritme dat dit mogelijk maakt. Dit bedrijfsmodel, het uitbesteden van het werk aan de gebruiker, komt trouwens zeer veel voor onder die hippe en vernieuwende ‘tech-bedrijven’. 

  Een zeer succesvol bedrijfsmodel omdat het bedrijf in 2019 zo’n € 4,6 miljard winst maakte. En als je bedenkt dat het bedrijf 5.500 medewerkers heeft, die gemiddeld € 47.000 verdienen, dan zou het bedrijf die salarissen makkelijk nog enkele jaren zelf moeten kunnen betalen. In totaal ontvangen de medewerkers namelijk een kleine € 260 miljoen aan salaris. Die winst van vorig jaar is daarmee voldoende om bij geen inkomsten nog 18 jaar alle salarissen te betalen. Ook van die pas geleende 4 miljard kunnen die salarissen aardig wat jaren worden betaald. Dus waarom staatssteun? 

Waar is dat geld gebleven? Dat geld is verdwenen in de zakken van de aandeelhouders. Sinds 2018, dat zijn dus twee jaar, heeft het bedrijf voor een totaal bedrag van € 12,9 miljard aan eigen aandelen teruggekocht. Dit opkopen zorgt er daarnaast voor dat de overgebleven aandelen in waarde stijgen waardoor het vermogen van de aandeelhouders nog verder toeneemt. Wat dit opkopen bijzonder maakt, is dat het bedrijf ook nog een schuld heeft van € 7 miljard. Je zou zeggen dat het geld voor die aandelenopkoop beter gebruikt had kunnen worden om die schuld af te lossen. Die schuld is nu dus ‘gelukkig’ nog vergroot met 4 miljard. Nu is booking.com niet het enige bedrijf dat eigen aandelen terugkoopt. Ook onder andere Shell doet dit voor miljarden. Ook is het niet het enige bedrijf dat vol wordt gehangen met ‘leningen’, dat zien we ook bij bijvoorbeeld de HEMA. Bedrijven vol met schulden hangen en eigen aandelen opkopen zijn twee manieren om de belastingbetaler te ‘tillen’. De belastingbetaler wordt ook nog op een andere manier benadeeld. Het bedrijf heeft tussen 2010 en 2018 ook nog eens € 1,8 miljard aan belasting niet betaald door gebruik te maken van de ‘innovatiebox’. Bovendien werd de fiscussen van andere Europese landen via allerlei constructies nog eens voor € 715 miljoen ‘benadeeld’. En nu het even tegenzit, klopt deze ‘geldcreatie- en belastingontduikingsmachine’ voor steun aan bij de overheid, de belastingbetaler en dus bij mij. Als zelfstandige zonder personeel gebruik ik mijn ‘winst’ als reserve voor slechte tijden en pensioenvoorziening. Als ik dat kan, waarom kan booking.com dat dan niet?

Waarom zou ik als belastingbetaler hieraan mee moeten betalen? Alleen is die vraag al door de Nederlandse overheid beantwoord. Onder het mom van het ‘behoud van werkgelegenheid’ is er een regeling bedacht die NEE niet lijkt te kennen als antwoord. Die regeling roept herinneringen op aan de redding van de banken in 2008 op kosten van de belastingbetaler. Toen werd alles op alles gezet om de banken te redden. Dit heeft de belastingbetaler flink geld gekost en de aandeelhouders en investeringsmaatschappijen flink geld opgeleverd. Toen had de overheid zich moeten houden bij het redden van de mensen (garantie op een rekening tot € 100.000 en het redden van het betalingsverkeer door dit te nationaliseren. Daardoor zouden banken zijn omgevallen en hadden de aandeelhouders en investeringsmaatschappijen de klappen gekregen die ze verdienden. Zij hadden dan betaald voor de risico’s die ze namen. De baten van die risico’s waren daarmee privé, de lasten publiek. Diezelfde banken en investeringsmaatschappijen werden tijdens de euro-crisis nogmaals gered. Dit keer vooral ten kosten van de Zuid-Europese belastingbetaler.

Is nu niet precies dezelfde fout gemaakt? Is de overheid niet bedrijven gaan redden onder het mom van ‘werkgelegenheid’? Dat begon al met de KLM en daarna was er geen houden meer aan en moeten alle bedrijven worden gered. Ook Booking.com dat overduidelijk lak heeft aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het ontduikt en ontwijkt belastingen en laat de winsten vloeien in de zakken van de aandeelhouders. Iets waaraan veel ‘techbedrijven’ en trouwens ook Shell andere zich schuldig maken. Op deze manier vloeit het geld, net als tijdens de bankencrisis, van arm naar rijk. Om de vraag ‘dus waarom staatssteun’ te beantwoorden: omdat het kan en een mogelijkheid is om nog meer geld in de zakken van de aandeelhouders te laten vloeien.

Moet de overheid zich niet alleen richten op het ‘redden’ van mensen? Zorgen dat iedereen voldoende heeft om te kunnen leven? Dat kan via een basisinkomen. Een basisinkomen mede gefinancierd uit een progressieve belasting op vermogens. Ook de directeur, de kleine zelfstandige ondernemer met of zonder personeel krijgt dat basisinkomen. Dat er vervolgens bedrijven als Booking.com en KLM omvallen, is jammer maar helaas. Het zijn toch maar, om een begrip uit een recente Prikker aan te halen, imaginaire constructen. Er zijn vast wel weer nieuwe te verzinnen. Voor die zelfstandige ondernemers is wel een randvoorwaarde dat ze na faillissement ook van alle schulden af zijn. Daardoor wordt het voor een kroegbaas mogelijk om nu failliet te gaan en straks een snelle nieuwe start te maken. 

Het antwoord op de centrale vraag in deze Prikker of de overheid heeft geleerd van de bankencrisis is NEE. En helaas kost dat mij als belastingbetaler een flinke duit. En jammer genoeg levert dat mensen als Fogel en zijn aandeelhouders een nog veel flinkere duit op. 

Probleembonus of bonusprobleem?

Minister Kamp blijft droevig gestemd over de Brexit, zo valt in de Volkskrant te lezen. Kamp: “Het raakt me elke keer als ik het erover heb.” Maar, zoals de beroemde Nederlandse voetbalfilosoof Johan Cruijff, al zei: ieder nadeel heb z’n voordeel. Zo ook de Brexit: “Het levert ons kansen op, maar ik had die kansen liever niet gehad.” Die kansen bestaan uit het hierheen halen van bedrijven vooral uit de financiële sector. Die kansen wil Kamp benutten, want: “dat kan leiden tot duizenden nieuwe banen in Nederland en honderden miljoenen aan belastinginkomsten.” Alleen wordt Kamp erg gehinderd bij het benutten van die kansen: “Het bonusplafond is een reëel probleem voor bedrijven. Een grote bank overweegt naar een andere plek te gaan en denkt zijn topmensen aan zich te binden met een hoge bonus.” Daarom wil Kamp opnieuw naar het pas vastgestelde ‘bonusbeleid’ kijken: “het is altijd verstandig om op actuele ontwikkelingen te reflecteren.”

bonussen

Illustratie: Pixabay

Dat is inderdaad verstandig, daarin moet ik minister Kamp gelijk geven. Laten we eens met Kamp mee-reflecteren. Op de vraag van de De Volkskrant of we die banken wel naar hier moeten halen terwijl de kredietcrisis liet zien dat Nederland al kwetsbaar was vanwege de grote financiële sector, antwoordt Kamp dat het: “om grote internationale banken zoals JP Morgan (gaat). Die vertolken een grote rol in het internationale financiële verkeer en dat blijven ze doen.” Is het zijn van een ‘grote internationale speler’ een reden de kwetsbaarheid van Nederland te vergroten? Zijn grote internationale banken die een belangrijke rol spelen, onkwetsbaar? Was Lehman Brothers dan een kleine lokale speler of AIG, The Royal Bank of Scotland? Waren banken zoals Fortis en ING die in Nederland voor de grote problemen zorgden waarvoor de overheid opdraaide, niet ook belangrijke internationale spelers?

De reden om de bonussen aan banden te leggen, was om een einde te maken aan ‘perverse prikkels’. Om, zoals minister Dijsselbloem in 2013 bij RTL Z uit de doeken deed, een einde te maken aan: “gericht op korte termijn winsten die een dag later vervlogen kunnen zijn of waarvan de risico’s bij anderen terecht komen.” Is dat risico op ‘perverse prikkels’ nu verdwenen? Zijn bedrijven en vooral financiële instellingen nu gericht op de lange termijn? Wijzen de activiteiten van ‘activistische beleggers’ op gerichtheid op de lange termijn of op snelle winsten? Neem het voorbeeld Unilever, dat bedrijf gooit een belangrijk deel van haar doelstellingen voor wat betreft duurzaamheid in de prullenbak om op de korte termijn die ‘activistische belegger’ tevreden te houden. Herformuleert Kamp het probleem van de bonussen niet tot een bonusprobleem?

Als laatste de belangrijkste vraag, zijn de problemen in de financiële sector die tot de kredietcrisis leidden, opgelost of draait het systeem op gratis (belasting)geld van de Europese Centrale Bank? Gratis geld dat zorgt voor nieuwe luchtbellen?

Door de bank genomen

De Brexit is nu al een flinke tijd in het nieuws. Alle hel en verdoemenis scenario’s aan de ene en jubelscenario’s aan de andere kant zijn de revue al een gepasseerd. De Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren zet alles op alles om haar stad te laten profiteren van die Brexit.

verleiders

Namens het het bestuur van Amsterdam probeert zij allerlei financiële instellingen te verleiden om naar Amsterdam te komen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Die‘ bedienen’ nu vanuit Londen de Europese markt en als de Britten werkelijk afscheid hebben genomen van de Europese Unie, dan wordt dat lastig omdat Londen dan buiten die Unie ligt. En, net als bij de ‘Tesla-frabiek’ strijden ook hier meerdere steden (overheden) om de gunsten van de financiële sector, naast Amsterdam strijden Dublin, Frankfurt en Parijs. Ollongren wil hierbij het Nederlandse ‘bonussen beleid’ opnieuw bezien: “We moeten kijken in hoeverre wij als Nederland last hebben van deze regel.” Een discussie waard, maar een die ik nu niet wil voeren.

Waarover dan wel? Over de vraag of we die grotere financiële sector wel moeten willen? “We doen dit niet voor de banken. We doen dit omdat de financiële sector als geheel belangrijk is voor de Nederlandse economie en de Amsterdamse werkgelegenheid. Ik vind dat we daarbij moeten inzetten op wat moet worden in plaats van wat is – de klassieke banken dus. Daarom praat ik in Londen met fintech-bedrijven. Vernieuwende start-ups,” aldus Ollengren. Is die financiële sector wel zo belangrijk? Of eigenlijk moet ik de vraag anders stellen: is de financiële sector niet te belangrijk gemaakt? Wat voor een financiële sector willen we?

‘Fintech-bedrijven’ en vernieuwende start-ups’ dat klinkt spannend en uitdagend. De ‘klassieke bank’ van Ollengren ontwikkelde rente derivaten, verzamelde leningen in grote pakketten waarvan niemand meer wist wat ze nu eigenlijk waard waren en drong je deze producten vervolgens op. Die waren innoverend, vernieuwend en vooral op zoek naar eigen winst. Hierbij namen ze onverantwoorde risico’s waar de belastingbetaler de ‘rekening’ van moest betalen. Die werd zo ‘door de bank genomen’ om het plastisch uit te drukken.

Moet de financiële sector niet saai en doorzichtig zijn? Eigenlijk niet meer als een klassieke bank, bijvoorbeeld de ouderwetse Boerenleenbank. Een bank waar mensen hun geld stalden en die dat heel voorzichtig uitleende aan particulieren en bedrijven. De bankdirecteur kende iedereen want hij woonde immers in dezelfde stad of hetzelfde dorp. Moet de financiële sector niet weer gewoon saai, doorzichtig en vooral dienend worden?

Airbus op de A2

In de economie is het financiële systeem, de infrastructuur. En een infrastructuur moet betrouwbaar zijn. Ik vertrouw erop dat het geld op mijn bankrekening veilig is en dat ik het kan overmaken om er zaken mee te betalen. De afgelopen jaren hebben we gezien wat er gebeurt als dat vertrouwen wordt geschaad. Dan wordt de financiële infrastructuur onbetrouwbaar. Dan vertrouwen banken elkaar niet en bedrijven al helemaal niet meer. Gevolg: economische crisis of nog erger een economische depressie en veel maatschappelijke ellende.

AirbusFoto: barrieaircraft.com

De oorzaak: banken en financiële instellingen die producten op de markt brengen waar hun topmanagers, net als toezichthouders geen touw aan vast kunnen knopen. De handel die zover is gecomputeriseerd dat er sprake is van flitshandel die het menselijk oog en brein niet kunnen volgen. Producten die ontwikkeld konden worden omdat de markt gedereguleerd moest worden, die moest zo vrij mogelijk zijn. Vrije markten brengen groei en welvaart, aldus deze adepten van de vrije markt.

Een andere infrastructuur. Onze spoor-, water-, auto- en luchtwegen zijn samen met de gewonen wegen, fietspaden en voetpaden onmisbaar in onze samenleving. Waren ze er niet dan beperkte ons leven zich tot de eigen stad of dorp. Natuurlijk zijn er verbeteringen mogelijk en zijn er wellicht ook overbodige verkeersregels.

Wat zou er gebeuren als ook hier heel drastisch gedereguleerd zou worden? Als, zoals vrije markt aanhangers het liefst willen, alle regels zouden worden afgeschaft? Dan is het een stuk lastiger om van A naar B te reizen. Je moet dan op alles bedacht zijn, een vrachtwagen op het fietspad die ook nog eens links rijdt. Een rotonde waar auto’s zowel links als rechtsom rijden. Een vliegtuig dat  op de A2 landt. Zonder verkeersregels is het allemaal mogelijk. Dit zou tot grote en zware ongelukken leiden.

Na het Brexitreferendum lijkt er een race te ontstaan tussen Europese steden om Londen op te volgen als financieel centrum. Om de kansen daarop te vergroten wees premier Rutte er al op dat de wet op de bonussen interessante mazen biedt. De toch al magere regulering van, en controle op de financiële infrastructuur lijkt daarvan de dupe te worden. Moeten we dergelijke financiële, economische en in het vervolg daarop maatschappelijke risico’s wel willen lopen? Willen we werkelijk dat een Airbus op de A2 landt?