Tegenprestatie

Tegenprestatie, een documentaire over de strenge uitvoering van de Participatiewet in Rotterdam. Doel van deze uitvoering is om bijstandsgerechtigden zo snel mogelijk aan betaald werk te helpen. De medewerkers zijn “er voor de bijstandsgerechtigden, om hen te ondersteunen,” aldus een medewerker van de gemeente. Een documentaire met een wrange bijsmaak.

Wrang wordt het als een van de medewerkers laat doorschemeren dat het hem niets uitmaakt wat iemand gaat doen, als er maar minder uitkering hoeft te worden verstrekt. Draait het om geld of om de mens?

Iedere bijstandsgerechtigde moet één dag per week ‘vuilnisprikken’ wat door de deelnemers als vernederend wordt ervaren. Wrang omdat op het schoonhouden van de buitenruimte eerst is bezuinigd. Is dit geen vorm van verdringing?

Tegenprestatie

(Illustratie: cwwb.nl)

Van iedere bijstandsgerechtigde wordt verwacht dat alle werk passend is en er dus ook op moet solliciteren, ook onder het werk- of opleidingsniveau. Ook al krijgen zij steevast te horen dat ze overgekwalificeerd zijn. Wat is het doel van het opdoen van de frustratie van een steevaste afwijzing?

Wrang omdat alles door de medewerkers moet worden vastgelegd in ‘het systeem’. Het enige wat de medewerkers, naast het leggen van verantwoordelijkheid bij de aanvrager, lijken te doen. “Zeker 200 tegenprestaties per persoon in het systeem ingevoerd … zodat ik en mijn manager aan de wethouder kunnen laten zien welk een fantastisch werk we hier hebben gedaan,” dat is de opdracht. Een op wantrouwen gebaseerd systeem. Wie is er belangrijker, de mens of het bureaucratische systeem?

Het meest wrang de meerwaarde van de aanpak en de inzet van die vele medewerkers lijkt nihil. Rotterdam kent bijna de laagste uitstroom uit de bijstand van Nederland.

Wat zouden de resultaten zijn van het verstrekken van een bijstandsuitkering zonder alle bureaucratie en verplichtingen? Een aanpak gebaseerd op vertrouwen in mensen?

Prikker, dinsdag 20 oktober 2015

Talentontwikkeling

“Het motto: haal eruit wat erin zit! Danstalenten, zangtalenten, sportieve talenten, kinderen worden misbruikt, hun talenten worden tentoongesteld alsof het bezitten van talent hen mooiere of betere mensen maakt,” aldus Marcel Rözer in De Volkskrant in een artikel waarin hij de nadruk op talent in de huidige jeugdsport bespreekt en in het bijzonder het voetbal. Rözer spreekt over kinderen, maar geldt dat ook niet voor iedereen? Doet competentie- en talentmanagement in het bedrijfsleven niet hetzelfde met volwassenen?

talent(Illustratie: blenderartists.org)

Talent is het toverwoord van de laatste jaren. Iedereen moet op zoek naar zijn talent, moet dit ontwikkelen en ontplooien. Om talent hangt een positieve sfeer. Het voelt prettig. Maar toch …

Je bent zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling van je talent en je succes hangt alleen af van je eigen inzet. Daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Als dat zo is, ben je dan ook zelf verantwoordelijk voor je falen?

Stel ik heb een talent waarnaar geen ‘vraag’ is. Moet ik dan dat talent ontwikkelen en in de goot eindigen? Wat als ik een talent heb voor mislukking? Heeft iedereen wel een talent? Wat als ik geen talent heb? Wat als een groot gedeelte van de bevolking geen talent heeft? Hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid voor het eigen succes of falen? Kunnen we mensen verantwoordelijk maken voor iets waar ze niets aan kunnen doen?

Is het hebben van een talent je eigen verdienste of is het een gevalletje van ‘toeval’? Van de juiste genen in de juiste omgeving? Zou het talent van Bill Gates hem ook hetzelfde succes hebben opgeleverd als hij was geboren als zoon van een ‘slumbewoner’ in een Indiase provinciestad?

Is de manier waarop naar talent wordt gekeken geen manier om mensen hun falen in de samenleving in de eigen schoenen te schuiven?

Prikker, maandag 19 oktober 2015

Perverse concurrentie

basisinkomen

“Dit soort concurrentie is slecht voor iedereen,” aldus de Kamerleden Mei li Vos en Ed Groot in de Volkskrant. En dan bedoelen zij de concurrentie tussen ZZP’ers en werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Concurrentie waarbij de werk- of opdrachtgevers de lachende derde zijn. Eerst hebben deze geprofiteerd van de zelfstandigenaftrek waarop  ZZP’ers aanspraak kunnen maken. Deze hebben zij op het tarief voor de ZZP’er in mindering gebracht en nu dringen ze aan op lagere lonen voor werknemers. Die zijn nu immers duurder dan ZZP’ers. Vos en Groot stellen voor om de positie van werknemers gelijk te trekken door een ‘werknemerskorting’ in te voeren. Zo komt volgens de Kamerleden “de perverse concurrentie” tot een einde. Er ontstaat immers een gelijk speelveld, zal de groei van het aantal ZZP’ers worden beperkt en blijft de zelfstandigenaftrek betaalbaar. Stel hun plannetje werkt. Dan blijft de ‘zelfstandigenaftrek’ betaalbaar. Hoera! Of …

Wie betaalt de ‘werknemerskorting’? kunnen de kosten van de ‘werknemerskorting’ niet even hoog zijn als de zelfstandigenaftrek en zal het voor het geheel dus niet veel uitmaken?

Wat schieten de betrokken mensen op met deze keuze? Geeft het ZZP’ers de mogelijkheid om hogere tarieven te vragen om zo hun onderzekerheid aan te pakken? Iets waar Vos en Groot zich ook zorgen over maken. Schiet de werknemer er iets mee op?

De werk-, opdrachtgevers die schieten er iets mee op. Arbeid wordt goedkoper. Zal dat hen niet aanzetten tot een volgende ronde verlaging van de arbeidskosten? Door beide partijen verder tegen elkaar uit te spelen.

Zou een basisinkomen een oplossing kunnen bieden? Een oplossing die ZZP’ers de mogelijkheid geeft om NEE te zeggen tegen te lage tarieven en werknemers de mogelijkheid werk met te lage salarissen te weigeren? Zou dat de positie van de ZZP’er en werknemer versterken?

Prikker, woensdag 7 oktober 2015

Integratie is betaald werk

“Een groot aantal van degenen die nu naar Nederland komen, zullen hier voor langere tijd blijven wonen. Wat mag van hun integratie worden verwacht?” Die vraag stelt bijzonder hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos in een artikel waarin hij ingaat op de integratieproblemen van diverse vluchtelingengroepen. Hij constateert dat alle vluchtelingengroepen minder actief zijn op de arbeidsmarkt en dat velen afhankelijk zijn van de bijstand. Het is natuurlijk jammer dat veel vluchtelingen geen werk hebben. Maar, er knelt iets.

werk(Illustratie: hi-re.nl)

Heeft hoogleraar Dagevos niet een erg beperkte kijk op het leven? Hij schrijft alleen maar over vluchtelingen in relatie tot de arbeidsmarkt. Is er niet meer in het leven dan (betaald) werk? Zou het niet over meer moeten gaan? Weten deze nieuwkomers hun weg te vinden in het verenigingsleven? Weten ze hun weg te vinden naar allerlei bedrijven en instanties die iets voor hen kunnen betekenen of omgekeerd, waarvoor zij iets kunnen betekenen? Hoe verloopt het contact en het samenleven met mensen die hier al langer zijn, die ‘autochtonen’ worden genoemd? Een vreemd woord trouwens. Ook dit is tweerichtingsverkeer en daarom zou ook bekeken moeten worden wat ‘autochtonen’ doen om in contact te komen en samen te leven met de nieuwkomers.

Dagevos beperkt ‘integratie’ tot het hebben van betaald werk. En als dat integratie is, zijn ‘autochtonen’ die geen betaald werk hebben dan ook niet ‘geïntegreerd’? Zet hij, door op deze manier te spreken, deze mensen niet in een hokje? En wat zegt hij hiermee over onze gepensioneerden? Ook die hebben geen betaald werk.

Integratie is, volgens Van Dale, het maken van of opnemen in een groter geheel. Bij Dagevos lijkt het grotere geheel alleen uit werkenden te bestaan.

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Wat is wijsheid

Het versoepelen van kapitaaleisen aan pensioenfondsen en verzekeraars, zodat zij directe leningen aan bedrijven kunnen verstrekken, het makkelijker maken om een prospectus uit te geven om buiten het bankwezen om geld aan te trekken en als laatste het bundelen en verhandelen van schulden, moet worden bevorderd door deze producten te standaardiseren. “Ik kies voor pragmatisme. Deze drie maatregelen zijn op korte termijn haalbaar.” Dit zegt EU commissaris Jonathan Hill als hij de eerste stappen naar een Europese kapitaalunie presenteert. Kortom het moet makkelijk zijn om te lenen, om schulden te maken: de financiële markt moet efficiënter.

Kapitaal(foto: loeigoeiezuivel.nl)

Een heel andere boodschap vertelt de econoom Ha-Joon Chang. Hij stelt juist dat de financiële markten minder efficiënt moeten worden. Volgens Chang zijn die markten zo efficiënt in het zoeken van hoger rendement en winstkansen waar ook ter wereld, dat het tot instabiliteit leidt. En die jacht naar rendement zorgt er volgens hem voor dat bedrijven minder of niets investeren, omdat investeringen de winst drukken. De financiële markten zijn volgens Chang te efficiënt voor de reële economie. Hij concludeert in zijn boek 23 dingen over het kapitalisme die ze niet vertellen op pagina 267: “Onder de huidige omstandigheden moeten we ons financiële stelsel zodanig herontwerpen dat het bedrijven in staat stelt langetermijninvesteringen te plegen in fysiek kapitaal, menselijke vaardigheden en organisaties die uiteindelijk de bron zijn van economische ontwikkeling, en ze tegelijk van de noodzakelijke liquiditeiten voorzien.”

Het verhandelen van schulden (bijvoorbeeld bundels van verschillende soorten hypotheken) was een van de oorzaken van de crisis van 2008. Geld is goedkoop, het rentepercentage dat de ECB hanteert is 1%. Daarmee moet het krijgen van leningen geen probleem zijn. Ook wordt er volgens het CBS sinds 2008 veel minder geïnvesteerd. Wie volgen we Hill of Chang? Wat is wijsheid?

Prikker, donderdag 1 oktober 2015

Vrijheid is werk!?

“De problematiek is dus dat nu meer dan de helft van de bijstandsgerechtigden langdurig aan de zijlijn blijft en nauwelijks zicht heeft op een vrij en verantwoordelijk leven,” aldus het Utrechtse VVD gemeenteraadslid Judith Tielen in een artikel waarin ze het idee van een basisinkomen naar de prullenbak verwijst, omdat daardoor minder bijstandsgerechtigde een baan zouden vinden: “En daarmee verdwijnt het perspectief op een eigen inkomen en de bijbehorende trots en waardering.”

Karl Marx(foto: dewereldmorgen.be)

Lees ik het goed? Beweert Tielen dat vrijheid, verantwoordelijkheid en trots alleen mogelijk is als iemand betaald werk heeft? De filosoof en liberaal denker Isaiah Berlin herkende twee soorten vrijheid. De negatieve variant, die inhield vrij van externe invloeden en de positieve variant vrij om iets te doen (autonomie). Tielen voegt er een derde aan toe: betaald werken. Zou ze werkelijk menen dat betaald werk het doel van het leven is? Een liberaal streeft vrijheid na en volgens Tielen dus betaald werken.

Is dat niet een heel beperkte invulling? De oude Grieken en Romeinen besteedden hun tijd liever aan belangrijkere zaken zoals politiek, wetenschap en oorlogvoering. Arbeid was iets voor slaven, die hadden dan weer pech.

Zou de waarheid niet in het midden liggen? Dat werk erbij hoort, maar dat er meer is in het leven? De Britse econoom John Maynard Keynes voorspelde in het essay Economic posibilities of our Grandchildren, dat die kleinkinderen (wij) maar 15 uur per week zouden hoeven werken. De technologische vooruitgang zou immers een steeds hogere productiviteit per uur mogelijk maken, waardoor minder uren werk noodzakelijk zouden zijn. Ook Karl Marx zag zoiets als een ideale samenleving. De rest van de tijd konden ze dan vrij besteden aan hun ontwikkeling, want dat was het doel van het leven.

Of zou Tielen doel en middel verwisselen? Laten we het hopen.

Prikker, donderdag 24 september 2015

Onderwijs, arbeidsmarkt en democratie

“We moeten het onderwijs vervlechten met het bedrijfsleven, zodat er eigenlijk geen onderscheid meer is. Het huidige onderwijssysteem polariseert alleen maar door ze tegenover elkaar te zetten. Ga dat nou eens aanpakken, zou ik zeggen.”  Dit antwoordt geeft lifehacker Martijn Aslander op de vraag of het MBO beter moet inspelen op de wensen van het bedrijfsleven zoals minister Bussemaker wil.

onderwijs en arbeidsmarkt

(Illustratie: organisatieactivist.nl)

Aslanders suggestie lijkt logisch. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is immers niet goed. Hier is betere afstemming nodig. Aslanders suggestie lost die kloof helemaal op, dus dat lijkt mooi. Lastig hierbij is echter dat het onderwijs onze jeugd moet voorbereiden op werk en banen die nog niet bestaan. Werk waarvan het bedrijfsleven dus nog geen weet kan hebben. Vervlechten lost dit probleem niet op. Er is meer. Onderwijs en bedrijfsleven vervlechten betekent dat het onderwijs als doel heeft om werknemers te produceren. Is dit wel de opgave van het onderwijs? Is die opgave niet veel breder?

Moet het onderwijs niet ook onze jeugd opleiden tot goede democratische burgers? De jeugd kennis bijbrengen en vaardigheden aanleren die nodig zijn om te kunnen functioneren in de wereld van vandaag? Een wereld die uit meer bestaat dan alleen werk en economie. Zou dat niet de hoofdtaak van het onderwijs zijn? Als dat zo is, is het dan wel zo logisch om onderwijs en bedrijfsleven te vervlechten? Doen we onze kinderen en onszelf dan niet tekort?

Hebben onze kinderen en heeft onze democratie niet meer behoefte aan kritisch denkvermogen, aan fantasie, aan inlevingsvermogen in anderen? Zijn dat niet ook de eigenschappen die je nodig hebt om je op het onverwachte voor te bereiden? Het onverwachte zou een baan of werk kunnen zijn dat nu nog niet bestaat.

Prikker, dinsdag 15 september 2015

Bijzondere reis

“De lifetimecareer bij één werkgever behoort in deze tijd meer en meer tot het verleden. Baanzekerheid verdwijnt en werkzekerheid wint terrein. Zorgen dat medewerkers werkneembaar zijn op de arbeidsmarkt van vandaag is daarom een taak waar veel werkgevers zich mee bezig houden,” aldus Arie Viskil in zijn ‘reclameblog’ op de website van Binnenlandsbestuur.

werkneembaarheid(illustratie: ronbausch.nl)

Wat is werkneembaarheid? Wie bepaalt wanneer iemand werkneembaar is? Wat draagt bij aan werkneembaarheid en wie bepaalt dat? Ben je werkneembaar als je alles een beetje kunt? Of loop je dan het risico dat een specialistischer iemand het werk mag doen? Moet je de beste zijn in iets, de specialist? En wat als je specialisme niet meer nodig is?

En als die vragen zijn beantwoord, de vraag wat werkneembaarheid bijdraagt aan het garanderen van werkzekerheid en dus aan het maken van de stap van baan- naar werkzekerheid? Zijn er wellicht andere middelen om die stap te zetten? Zo ja, waarom moet dan voor werkneembaarheid worden gekozen?

Dan nog wat aanvullende vragen. Is er nu sprake van baanzekerheid? Wat is werkzekerheid en hoe wordt die werkzekerheid vormgegeven? Is dat wel een zekerheid? Een paar vragen en slechts één antwoord. Nu is er geen sprake van baanzekerheid. En dat roept dan meteen de vervolgvraag wat het nieuwe vertrekpunt is? Als dat baanonzekerheid is, dan lijkt het een positieve ontwikkeling. Onzekerheid (baan) wordt voor zekerheid (werk) ingewisseld. Of is dat wel werkzekerheid maar geen inkomenszekerheid?

Viskil neemt ons mee op een bijzondere reis. We weten niet waar de reis start. We weten niet waar de reis naar toe gaat. We weten niet wat het hulpmiddel, werkneembaarheid, op die reis is en of het ons zal helpen bij onze reis naar een onbestemd doel. Gelukkig is het maar een reclame-blog.

Prikker, maandag 31 augustus 2015

Griekse crisis

Hoogleraar econometrie Tom Wansbeek beschrijft  in drie simpele stappen de Griekse crisis en hoe die op te lossen. Dit in een reactie op een artikel van cultuurhistoricus Thomas von der Dunk. Die stappen zijn: één de lage arbeidsproductiviteit in Griekenland is een vrije keuze van de Grieken. Twee met deze keuze in een muntunie stappen met andersdenkende maakt dat je de mogelijkheid om je munt aan te passen (devalueren) afgeeft. Drie dit is alleen op te lossen door hervorming van de Griekse economie.

hervormen(illustratie: groene.nl)

Dit lijkt een logische redering, een die op veel bijval van politici in heel Europa, Griekenland uitgezonderd, kan rekenen. Als we nader naar de redenering kijken dan blijkt deze te haperen. Stap één en twee staan niet ter discussie. Wansbeek redeneert dat stap drie een logisch gevolg is van de eerste twee stappen en dat de Griekse economie daarom hervormd moet worden. Hier gaat hij de mist in.

Hoe? Hij mist de keerzijde van de medaille. Niet alleen Griekenland heeft stap één en twee gezet. Nemen we Nederland. Dat heeft, volgens Wansbeek, gekozen voor een hoge arbeidsproductiviteit en heeft er bewust voor gekozen om een muntunie aan te gaan met landen met een lagere arbeidsproductiviteit. Ook Nederland kan nu haar munt niet meer aanpassen. Dit levert een muntunie waarvan de munt voor beide landen eigenlijk niet passend is. Om het Nederlandse probleem op te lossen moet de Euro in waarde stijgen terwijl de munt voor de Grieken moet dalen. Allebei kan niet, daarom moet er iets anders gebeuren en dat kan aan beide zijden van de medaille en zelfs tegelijk.

Van Wansbeek en met hem bijna geheel politiek Europa, legt het probleem eenzijdig bij de Grieken. Zij missen de tweede zijde van de medaille.

Prikker, maandag 17 augustus 2015

De wereld van Uber

Uber de ‘taxidienst’ biedt mensen zonder een eigen auto de mogelijkheid om een auto met korting te huren. Zo kunnen ook zij aan de slag voor het bedrijf. “Voor ruim 28 euro per dag hebben ze een maand lang een auto, benzinekosten niet inbegrepen. Volgens Uber is dat bedrag makkelijk terug te verdienen: wie op de juiste tijden de weg op gaat, kan 120 euro per dag ophalen. Daar gaan wel nog bemiddelingskosten voor Uber (bijna 25 procent) vanaf. Ook moeten de chauffeurs belasting afdragen over hun inkomsten.*

Uber

(foto: onwardstate.com)

Je kunt dus makkelijk € 120 per dag ophalen.  Daar moet als eerste de 25% bemiddelingskosten vanaf, € 24. Vervolgens de huur van de auto, € 28. Blijft er € 68 over. Oh nee, de benzinekosten moeten er vanaf. Een taxi van een centrale rijdt gemiddeld 18 kilometer per uur**. Dat is bij een werkdag van acht uur ongeveer 145 kilometer. Bij een verbruik van 1 op 14 is dat 10 liter benzine van €1,70 per liter, dus €17 kosten. Zo blijft €51 over. Dat is € 6,375 per uur. Bijna € 2,30 minder dan het minimumloon bij een veertigurige werkweek.

Met een werkdag van acht uur per week, een werkweek van 40 uur en dat 52 weken per jaar, haalt de chauffeur een inkomen van € 13.260. Dus zonder vakantie. En daar moet nog belasting over worden betaald. €1.700 meer dan een alleenstaande bijstandsgerechtigde. Heeft de chauffeur een partner, dan is dit €3.200 minder dan hij aan bijstand zou ontvangen. Inderdaad is die huur makkelijk terug te verdienen, echter zonder er een boterham mee te verdienen.

Uber is een van die innovatieve bedrijven waarvoor de wet- en regelgeving niet meer past. Wellicht moeten we ons eerst afvragen in welke wereld we willen leven.

Prikker, dinsdag 28 juli 2015