Toeval en Geluk

Toeval, een niet te voorspellen geval en geluk een gunstige loop van omstandigheden. Twee woorden die mij te binnen schieten als ik de verslagen bekijk en lees van de diverse ‘bewonersavonden’ over de komst van asielzoekerscentra voor vluchtelingen. Twee woorden die tot nadenken stemmen. Twee woorden die we goed op ons in moeten laten werken. Waarom?

toeval

(Illustratie: dierentolk.nl)

We leven in voorspoed. In een land waar niemand van kou en honger hoeft te sterven. Ons klimaat is gematigd: niet te heet, niet te koud. Wij wonen in een vrij en veilig land. Een land waar we ‘bewonersavonden’ hebben en waar we onze bestuurders kiezen uit ons midden. Wij wonen in een van de prettigste plekken van de wereld. Al lijkt het soms anders als je de beeldvorming in de diverse media op je laat inwerken. De omstandigheden kennen voor ons een gunstige loop. We hebben het getroffen, we hebben geluk.

Maar waarop is dat ‘geluk’ gebaseerd? Hebben wij zelf bijgedragen aan die gunstige loop van de omstandigheden? Het klimaat en de daarop gebaseerde gunstige omstandigheden voor landbouw vallen, net als de gasbel en de vroegere kolen, in ieder geval buiten onze invloed. De delta van rivieren die ons land rijk is, hebben we ook niet zelf gebouwd.

Verder is ons geluk gebaseerd op het werk van de generaties voor ons. Zij hebben gestreden voor de democratie. Zij hebben gestreden voor die vrijheid. Zij hebben gezorgd voor een goed welvaartsniveau, wel vaak gebaseerd op uitbuiting van anderen. Zij hebben ons bedje gespreid. Natuurlijk werken wij hier zelf verder aan. Wij hebben het geluk dat we hierop voort kunnen bouwen en we niet vanaf de grond hoeven te beginnen.

Maar hebben wij er iets voor moeten doen om hier geboren te worden? Geluk gebaseerd op toeval?

Prikker, vrijdag 23 oktober 2015

Uitsluiten met woorden 2

“Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn.” Dit schreef ik in mijn vorige ‘prikker’ Daar behandelde ik het begrip participatiesamenleving. Nu wil ik stilstaan bij de  begrippen ‘integratie’ en het ermee samenhangende ‘inburgering’.  Het in in deze woorden roept een beeld op van samenheid, erbij horen op. Een positief beeld. Waar zit dan die uitsluiting?

Integratie betekent het opnemen in een groter geheel. Als er wordt gesproken over integratie dan wordt bedoeld het opnemen van migranten in de samenleving. Zoals ik in de vorige prikker al schreef, horen migranten alleen al door er te zijn bij de samenleving. Dit maakt dat de ‘integratie’ bij de aankomst in feite al is voltooid.

Door van migranten te eisen dat ze integreren in de samenleving, zeg je eigenlijk dat ze niet bij de samenleving horen waar ze naar toe gemigreerd zijn. Zo wordt een soort tweedehands burger gecreëerd. Tweedehands burgers waaraan eisen opgelegd worden zoals de eis tot inburgering,

apartheid(illustratie: www.fotolibra.com)

Probleem is echter dat die inburgering nooit leidt tot daar waar hij voor bedoeld is, namelijk tot integratie van de migrant. Ook als aan alle eisen is voldaan, blijven we de migrant, migrant noemen. Zelfs hier geboren kinderen en kleinkinderen. We onderscheiden immers tweede- en derdegraads Turken, Antilianen, Marokkanen enzovoort. Die horen nog steeds niet bij de samenleving. Zo blijft de migrant een aparte categorie die iets moet doen om erbij te horen.

Sterker, juist door het integratiedenken en het inburgeren zullen de migranten er nooit bijhoren. Achter deze woorden zit een beeld dat iedereen hetzelfde moet zijn en dat zal nooit lukken. Iedere mens is immers anders. Bij deze woorden staan verschillen centraal. Zoekend naar verschillen, vind je verschillen. Zo is er altijd iets waaraan de migrant moet werken. Geen samenheid maar apartheid.

Prikker, dinsdag 21 juli 2015

Uitsluiten met woorden

“Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid,” woorden van Edith Tulp, gastcollumniste in de Volkskrant. Muren zijn hard, je ziet ze en ze blokkeren je. Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn. Alleen zie je het niet, het werkt sluipend, maar is uiteindelijk net zo hard als een muur.

uitsluiten(illustratie: nl.123rf.com)

Een goed voorbeeld hiervan (er zijn er vele) is het begrip participatiesamenleving. In de diverse beleidsnota’s en brieven wordt dit begrip omschreven als een samenleving, waarin iedereen die dat kan, verantwoordelijkheid moet nemen voor zichzelf en zijn of haar leefomgeving. Dit klinkt positief. Waar zit dan die uitsluiting en intolerantie?

Die zit in de samentrekking van de woorden participatie en samenleving. Om te beginnen met samenleving. Van een samenleving maakt iedereen deel uit die zich erin bevindt; jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek, rijk en arm. Er zijn geen uitzonderingen. Alleen al door er te zijn, acteer je in de samenleving.

Door er participatie aan toe te voegen gebeurt er iets bijzonders. Participatie betekent deelnemen en zo staat er deelnemen aan de samenleving. Hierdoor  ontstaat ook de ontkenning ervan, het niet-deelnemen aan de samenleving. Iets dat eigenlijk niet kan, maar door het toevoegen van het woord participatie kan het ineens wel. Zo kunnen mensen en groepen worden benoemd die niet bij de samenleving horen, die niet deelnemen en kunnen mensen dus worden buitengesloten.

Wie worden er buitengesloten? Werkelozen, mensen met gebreken, mensen met een ander geloof, criminelen.  Mensen die afwijken van de norm. Mensen die ‘iets’ moeten doen en ‘aantonen’ om wel ‘bij de samenleving‘ te horen. Dit wordt bevestigd door een overheid die een wet ‘Participatiewet’ noemt. Een wet die aangeeft wat bepaalde mensen moeten doen om bij de samenleving te horen.

Prikker, maandag 20 juli 2015

Volksverlakkerij

“Als de gemeente Venlo lef heeft, moet ze een referendum houden onder de burgers in Tegelen of ze überhaupt een moskee willen in hun buurt,” aldus het Limburgse PVV–Statenlid Michael Heemels. Krachtige taal van het Statenlid: laat de inwoners bepalen welke activiteiten ze wel en niet in hun buurt willen. Krachtig of ligt het toch net iets anders?

Referndum(illustratie: www.cyceron.net)

In Nederland kiezen we volksvertegenwoordigers die namens ons besluiten nemen. Heemels moet dat weten, hij is een van die vertegenwoordigers. In een gemeente heten die vertegenwoordigers raadsleden. Die raadsleden moeten, zo is bij wet geregeld, bestemmingsplannen vaststellen. In die plannen wordt vastgelegd welke activiteiten er waar plaats kunnen vinden.

Als iemand (individu, groep, bedrijf of geloofsgenootschap) op een plek iets wil en het bestemmingsplan staat dat toe, dan rest de gemeente niets anders dan dit toe te staan. Staat het bestemmingsplan iets niet toe, dan kan ervan worden afgeweken. Hierbij moet de in wet bepaalde procedure worden gevolgd. Een procedure die belanghebbenden de mogelijkheid geeft om hun belang te bepleiten. Een procedure die uiteindelijk zover gaat dat ze bij afwijking van het bestemmingsplan, hun schade op de gemeente kunnen verhalen. Een procedure die geen referendum kent. Als de gemeente Venlo het advies van Heemels volgt en de uitkomst van het referendum meeweegt in haar besluit om een activiteit al dan niet toe te staan, dan zal een rechter daar gehakt van maken.

Mag je van een volksvertegenwoordiger verwachten het geldende recht te kennen? Zeker als dit het functioneren van bestuursorganen betreft. Zou het bij Heemels aan die kennis ontbreken? Of slaat hij voor de bühne op de populistische, anti-islamtrom? Als dat zo is, dan moet hij zich als volksvertegenwoordiger realiseren dat hij de overheid, en daarmee ook de burger, schaadt.

Prikker, donderdag 16 juli 2015

Slechte raadgever

“Het is onacceptabel dat een veroordeelde terrorist spreekt in een Nederlandse moskee. Dat zeggen VVD-Tweede Kamerleden.” De Tweede Kamerleden hebben vragen gesteld, omdat een moskee in Geleen een voor terrorisme veroordeelde spreker heeft uitgenodigd. Op het eerste gezicht denk je: waar is die moskee mee bezig? En goed dat de Kamerleden in actie komen! Dat is ook de teneur uit het krantenartikel in De Limburger.  Toch wringt het.

democratie(foto: ejbron.wordpress.com)

Het wringt, omdat er met twee maten wordt gemeten. Een voor ontvoering, afpersing en vast nog meer misdaden veroordeelde Amsterdamse crimineel wordt op de nationale TV in de schijnwerpers gezet. Een voor terrorisme veroordeelde mag niet spreken in een moskee.

Het wringt, omdat iemand die veroordeeld is en zijn straf heeft uitgezeten in een rechtstaat een nieuwe kans moet krijgen. Door iemand te weigeren, omdat hij is veroordeeld, wordt hem die kans ontnomen. Zo wordt iemand voor altijd een paria met alle gevaren van dien.

Het wringt, omdat politici die zich hard maken voor de vrijheid van meningsuiting en die tegenwoordig vinden dat alles gezegd mag worden, nu iemand willen verbieden om te spreken.

Het wringt, omdat iemand het spreken onmogelijk wordt gemaakt zonder dat bekend is wat hij gaat zeggen. Ja, hij is veroordeeld voor terrorisme, maar wil dat bij voorbaat zeggen dat hij terrorisme gaat verheerlijken? Misschien wil hij wel het tegendeel doen en dan zou het een gemiste kans zijn. Wie kan beter iets vertellen over de waanzin van terrorisme en extremisme dan een op zijn schreden teruggekomen terrorist of extremist.

Je mag van politici verwachten dat ze vertrouwen hebben in onze democratische rechtstaat en dat ook uitstralen. De reactie van deze politici straalt angst uit en angst is een slechte raadgever!

Prikker, donderdag 9 juli 2015