Foei!

Mensen die naar Nederland zijn geëmigreerd, sturen geld terug naar hun familie en dat loopt flink in de papieren. In 2018, toen ik er een prikker over schreef,  was het officieel  € 8 miljard en waarschijnlijk nog veel meer omdat geld dat via informele kanalen werd overgemaakt, buiten beeld bleef. Dit was toen veel meer dan Nederland aan ontwikkelingshulp overmaakte want dat was maar €2,5 miljard. Het leek mij een positief iets omdat, zoals ik me toen bedacht: “Die 8 miljard gaan rechtstreeks naar mensen. Die 2,5 miljard kennen een strijkstok.” Volgens Calvin Schukkink in een artikel bij Wynia’s Week zie ik dat verkeerd: “Het zou juist in ons belang zijn als geld dat in Nederland is verdiend vaker dan nu het geval is ook in Nederland blijft – en hier wordt uitgegeven of geïnvesteerd.”

Het blijkt, zo lees ik, nu om nog veel meer geld te gaan: “Vanuit ons land maakten migranten in 2022 maar liefst 15 miljard euro over naar hun thuislanden.” En ook nu, net als in 2018, is het naar verwachting in werkelijkheid nog veel meer omdat: “Veel migranten (…) namelijk informele kanalen, zoals online-aanbieders of banken die geen vergunning bezitten voor remittances,” zoals deze betalingen met een duur woord heten, gebruiken. En: “Dat laatste is uiteraard vooral van belang bij criminele geldstromen. Volgens een recente schatting van het CBS werd in 2021 binnen de Nederlandse grenzen 17 miljard euro verdiend met illegale activiteiten. De meeste verdiensten stroomden naar het buitenland; bij de opbrengsten van cocaïnehandel – waarbij relatief veel migranten zijn betrokken – zelfs bijna 90 procent.” En in twee zinnen wordt migratie aan criminaliteit gelinkt en migranten in een verdacht daglicht geplaatst.

Dat geld overmaken zou ons in de toekomst nog wel eens geld kunnen gaan kosten, zo betoogt Schukkink en dat komt door de Verenigde Naties: Eén van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen – de zogeheten Sustainable Development Goals – van de VN is namelijk het terugbrengen van ‘ongelijkheid binnen landen en tússen landen’, zodat ‘sociale, economische en politieke inclusie van alle mensen op aarde’ de maat worden. Onder deze noemer valt ook een doelstelling die betrekking heeft op de transactiekosten voor overboekingen door migranten: die moeten voor 2030 worden teruggedrongen tot minder dan 3 procent.”  En dat zou wel eens pijn kunnen gaan doen: “Wat als daar straks inkomsten tegenover staan die niet meer kostendekkend zijn? Dan zijn voor Nederland aan remittances nóg grotere nadelen verbonden.”  

Foei migrant! Zo betoogt Schukkink. Foei migrant omdat er geld naar familie wordt gestuurd terwijl dat geld beter in Nederland uitgegeven kan worden. Foei migrant omdat je Nederland op kosten gaat jagen als ‘we’ de het verschil tussen de werkelijke transactiekosten en 3% die in rekening mogen worden gebracht, mogen gaan betalen. Nu hoeven ‘we’ als Nederland die niet te betalen. Die 3% moet de migrant die geld overmaakt of de ontvanger ervan betalen. Als de bank daarvoor meer kosten maakt, dan zijn die voor rekening van de bank.  Niet voor ‘Nederland’. Het lijkt me niet dat we medelijden moeten hebben met de banken. Dat hebben ze ook niet met ons. Als een bank hierop verlies draait, dan zal ze stoppen met het aanbieden van deze dienst.

Als dat foei, op z’n plek is, moet dat foei dan niet ook naar de Nederlander. Die bracht in 2023 € 18,5 miljard naar het buitenland. Dat deed die Nederlander door in het buitenland op vakantie te gaan. Is het foei dan ook niet op z’n plaats voor het Nederlandse bedrijfsleven? Op z’n plaats omdat, zo blijkt uit een artikel bij Business Insider Nederland: “winsten van bedrijven in Nederland (…) voor een groter deel dan gedacht weg (stromen) naar het buitenland. … Het gaat om miljarden euro’s.” En ook foei voor al die Nederlanders die aandelen in buitenlandse bedrijven kopen? En foei voor al die Nederlanders die in het buitenland tanken of er drank en sigaretten kopen? Dus ook aan mezelf omdat ik ook in het buitenland tank. Foei voor al die Nederlanders die buitenlandse producten kopen want ook daardoor verdwijnt geld naar het buitenland en kan dat niet beter in Nederland worden uitgegeven?

Of foei Schukkink voor dit artikel waarin migranten op een suggestieve manier in een kwaad daglicht worden geplaatst?

De kip met de gouden, rotte eieren

“Wilders moet van de PVV nu een volwaardige politieke partij maken met een eigen verhaal.” De titel van een artikel van Bart Jan Spruyt bij Wynia’s Week. Een partij met een consistente visie, een organisatie met leden en vergaderingen en een wetenschappelijk instituut. Een bijzonder betoog.

Wilders zou dit, volgens Spruyt, om twee redenen moeten doen: “In de eerste plaats omdat, als het goed is, de partij er niet voor hem is maar hij voor de partij. Wilders is inmiddels een zestiger en kan dus nog één of twee rondes mee. Dat vraagt van hem om niet alleen zijn opvolging te regelen maar ook een stabiele partij na te laten die na zijn vertrek verder kan.” En als tweede; “omdat iedere politieke partij weliswaar populistisch begint maar daarna iets van een ideologische bedding moet vinden. Iedere nieuwe partij moet een kloof blootleggen, aantonen waarom een bepaald deel van de bevolking niet in het parlement wordt gerepresenteerd en daarmee uitleggen waarom zij als nieuwe partij nodig is.” De PVV is een eenmanspartij en dat heeft één duidelijke reden. Wilders is er niet voor die partij maar die partij is er voor Wilders.

Het vehikel PVV is er voor Wilders en voor Wilders alleen. Een partij met leden en vergaderingen daar gaat Wilders nooit aan beginnen. Dat laat Tom-Jan Meeus duidelijk zien in Duidelijkheid. Wilders: “vreest zijn eigen wantrouwen” aldus Meeus naar aanleiding van een mogelijke opstand tegen hem in 2013 waarover de NRC berichtte. Meeus citeert vervolgens uit Wilders’ correspondentie: “De inhoud van het artikel overleven we wel hoor. Het ergste is dat die journalist niet alles verzonnen heeft en met mensen heeft gesproken. Dat vind ik het ergste althans. Niet weten wie je wel en niet kan vertrouwen. Ik haat mensen die paranoïde zijn -zoals veel Arabieren die het combineren met conspiracy theorieën- en wil het zelf niet worden.[1]

Ideologische inbedding komt er ook niet. Dat betekent dat je visie en ideeën moet hebben en die moet vertalen in ambitieuze maar wel haalbare voorstellen voor beleid. Ideologische inbedding betekent dat er een einde komt aan het succesmodel van Wilders. Dat model is op basis van opiniepeilingen feitenvrij iets roepen wat stemmen oplevert. Ideologische inbedding betekent dat je de democratie omarmt. En de democratie omarmen is, zo laat Tim Fransen goed zien in zijn boek In onze tijd. Leven in het calamiteitperk¸ veelmeer dan verkiezingen. Een democratie: “vraagt om inspanningen van haar burgers. Dat is haar zwakke plek,” zo betoogt Fransen terecht en vervolgt: “Slechts wanneer die inspanning aanwezig is , wordt democratie een kracht. Ons netjes aan de wet houden is niet genoeg. Een samenleving die voornamelijk bestaat uit burgers die zich bekommeren om hun, cryptowallet, nooit een krant open slaan, genoegen nemen met desinformatie die de sociale media voorschotelt, en die zich meer betrokken voelen bij de series die ze kijken dan bij de maatschappij waarin ze leven, is weinig weerbaar.[2]Hieraan werken betekent het einde van het Wilders’ verdien model.

Hieraan werken betekent dat Wilders tegen zijn kiezers moet zeggen dat ze zelf deel van het probleem en de oplossing zijn. Want “In een gezonde democratie zou de burgersamenleving- de civil society – het hart moeten zijn. Het publieke domein is dat wat ons als privé persoon verbindt aan het politieke… . De burgersamenleving is met andere woorden nodig om te voorkomen dat ‘de politiek’ verwordt tot een vreemde macht die tegenover ons komt te staan,[3] aldus Franssen.  Dat: “Als we het over politiek hebben,” er meer bedoeld wordt dan: “‘de overheid’ of ‘de politici in Den Haag’[4]Dat als we het overpolitiek hebben: “we accepteren dat we met z’n allen eindverantwoordelijk zijn -hét cruciale uitgangspunt van democratisch zelfbestuur.[5] In zo’n samenleving heeft men geen behoefte aan een Wilders. Aan een ‘sterke leider’ die ‘zegt wat hij doet en doet wat hij zegt’ om een voorloper van Wilders aan te halen.

Dan moet Wilders gaan uitleggen dat vrijheid iets anders is dan ‘op vakantie naar waar je wil’, kiezen en zestig uit soorten boter. Iets anders dan doen wat je wilt. Dan moet hij uitleggen dat vrijheid verantwoordelijkheid betekent. Verantwoordelijkheid voor jezelf maar vooral ook voor anderen op deze wereld. Dat we samen verantwoordelijk zijn vooronze samenleving. Dat we, zoals Franssen schrijft, ons moeten: “realiseren dat we in hetzelfde schuitje zitten. (Of voor wie meer pessimistisch is aangelegd: hetzelfde zinkende schip.)” en niet, omdat: “In onze samenleving (…) de nadruk op individuele vrijheid goeddeels te (lijkt) zijn omgeslagen in maatschappelijke onverschilligheid. … in ons eigen bootje.[6] Dan zou Wilders de kip die zijn gouden, en voor de samenleving als geheel rotte eieren legt, slachten.


[1] Tom-Jan-Meeus, Duidelijkheid, pagina 12

[2] Tim Fransen, In onze tijd. Leven in het calamiteitperk, pagina187

[3] Idem pagina 222

[4] Idem, pagina 220

[5] Idem, pagina 225

[6] Idem, pagina 185